zaterdag 16 juli 2011

totalitarisme

Boeken

Tussen hamer en aanbeeld

Als de politiek de burgers negeert

&

Het debat over menselijkheid

Tymothy D. Snyder, Bloedlanden, Europa tussen Hitler en Stalin, Oorspronkelijke titel: Bloodlands. Europe Between Hitler and Stalin. Uitgeverij Ambo/Anthos

Omvang:

639 p.

ISBN:

9789026321207

Prijs:

€ 39.95

Status:

Verschenen

Datum:

Januari 2011

Oostelijk van Eupen, van Groningen lijkt voor sommigen Europa nog steeds een spiegel van wat aan deze kant van Europa is voorgevallen. Onze kennis van Oost-Europa is zeer summier en we zoeken vaak vergeefs naar meer inzicht in de brede media. Duitse geschiedenis staat niet zo hoog aangeschreven, de geschiedenis van de landen ten Oosten van Duitsland blijft vaak bij enkele feiten steken. Hoewel de Zuidelijke Nederlanden gedurende een eeuw het lot van Oostenrijk en het gehele gebied ten Oosten van Wenen deelde is er van het beleid van Maria-Theresia en Jozef II maar weinig bekend, zoals bv het ontvoogden van de joodse onderdanen ook in Vlaanderen en Brabant. De achttiende en negentiende eeuw? Ach, dat kan toch niet zo van belang zijn voor ons, tot het opvalt dat Belgische ondernemingen spoorwegen en tramlijnen aanlegde in Poolse en Russische steden.

Iets van even groot belang, de afwezigheid van Duitse vertegenwoordigers in Parijs en Versailles na WO I lijkt voor velen evident, terwijl het in feite een schending betekende van het oude gebruik, namelijk dat bij vredesonderhandelingen alle strijdende partijen aanwezig zijn en waar een vergelijk gevonden kon worden, zodat niemand zich achteraf bekocht hoefde te voelen. Frankrijk – dat zelf in Wenen, 1814 en 1815 ondanks alles aanwezig was met de onverbeterlijke Talleyrand – had deze gang van zaken Wilson, president van de VSA opgedrongen. Het gevolg lag voor de hand, want Duitsland dat de wapenstilstand had aanvaard werd behandeld als de verliezer van de oorlog, zodat het voor de Stahlhelm en andere vrijkorpsen weinig moeite koste die vredesonderhandelingen als een dolkstoot voor te stellen. Het blijft voor ons een van de redenen om de onvrede van vele Duitsers te begrijpen. Wie zich vervolgens rekenschap geeft van de enorme herstelbetalingen en de hertekening van de kaart van Europa ten oosten van Duitsland en Oostenrijk begrijpt dat onvrede met de gang van zaken niet zo moeilijk te vatten valt. Dat intussen de Sociaal-democraten volgens sommige historici een fatale vergissing begingen door in 1918 de Berlijnse betogers als communisten of minstens als opstandelingen te beschouwen. De betoging op 9 november 1918 was gericht tegen het leger, tegen de keizer, maar niet per se tegen de regering en door die betoging en andere burgerlijke manifestaties, in januari 1919 met hulp van de afgezwaaide militairen van de straat te vegen heeft de SPD mee aan de republiek van Weimar de legitimiteit ontnomen die het wel had kunnen gebruiken. Hadden we het al over de Ruhrbezetting door Frankrijk en den Armée Belge? Of over de moord op Walter Rathenau? De man was bankier en econoom en bezig de hyperinflatie in te dammen. Helaas was hij ook Joods.

Nieuwe naties, geen garanties

In Versailles werden Polen, Tsjecho-Slowakije, Hongarije onafhankelijk, net als delen van Joegoslavië die eens deel waren van de Dubbelmonarchie. Belangrijk voor ons is dat dit gebied na WO I gekneld zat tussen twee landen die zeker tot 1925 en het verdrag van Locarno zogenaamde parianaties waren. Rusland is in feite nog langer buiten de samenspraak gebleven, zoals de Volkerenbond die diende te verzekeren. De woelige geschiedenis van Rusland is min of meer bekend, met de inbreng van Duitsland, die Lenin naar Leningrad had laten reizen in een verzegelde wagon om Rusland uit de oorlog te helpen. In feite kan men deze toedracht een vergissing noemen, want na de Februarirevolutie was het nieuwe bewind best bereid zonder veel discussie een vredesverdrag te tekenen, maar uiteindelijk was het verdrag van Brest-Litowsk voor het nieuwe Duitsland in die zin belangrijk dat Duitsland gebruik zou kunnen maken van Russische grondstoffen en later, zoals uit andere werken is gebleken, zal Duitsland gebruik maken van militaire installaties in Rusland om het eigen leger een minimale slagkracht te geven. Onder andere Kurt Hammerstein heeft daaraan deelgenomen als hoge officier van de onder Weimar kort gehouden Wehrmacht. Omdat men te dien tijde Duitsland kort bleef houden, heeft men ook zo een draagvlak geboden voor militaire versterking van de Duitse natie.

Als wij hieraan aandacht besteden, zonder dat we nog over het boek van Timothy D Snyder te hebben, dan is dat omdat we steeds meer de mening zijn toegestaan dat de behandeling door de internationale gemeenschap Duitsland op verschillende manieren vatbaar heeft gemaakt voor de totalitaire verleiding. Aan de andere kant mag men evenmin uit het oog verliezen dat ook in Rusland de isolatie ertoe heeft bijgedragen dat na Lenin Stalin de macht kon krijgen en behouden. Er valt voor het beleid weinig te zeggen, maar hoe erg het was blijft vaak op de achtergrond. Ook na 1989 is er nooit veel duidelijkheid verschaft. Wie het wil weten, zegt men mij dan, kan en kon het weten. Maar zoals Snyder schrijft, over het bewind van Lenin en Stalin hebben maar weinig Europese bezoekers de werkelijkheid geopenbaard, dat wil zeggen, de bezoekers kregen Potemkindorpen te zien. Alleen André Gide heeft ondanks zijn linkse sympathieën die werkelijkheid niet verborgen gehouden. En Koetsler natuurlijk, die de Moskouse processen publiek gemaakt heeft in zijn roman Darkness at noon, de schijnprocessen tegen tegenstanders van Stalin, vermeende tegenstanders vooral van mensen die de revolutie hadden gemaakt.

De weg naar de nieuwe wereld in tweevoud

Timothy D Snyder heeft in zijn boek massa’s cijfers verzameld over wat er tussen 1930 en 1945 is gebeurd in de bloedlanden, dat zijn vooral Polen, Oekraïne, Wit-Rusland en de Baltische staten. Had Lenin een vrij hardvochtige politiek gevoerd tegen de tegenstanders van de Revolutie, was de oorlog tussen de Witten en de Roden al behoorlijk wreed uitgepakt, dan zou Stalin in naam van de Revolutie een bewind op stapel zetten waar we ons vandaag geen idee van vormen kunnen. Totalitair noemen we dat en toch wil men de vergelijking tussen Stalin en Hitler, hoewel Hannah Arendt die in 1951 had beschreven, niet gemaakt hebben. Het is naar mijn inzicht ook na 1989 een van de grote problemen die een goed inzicht in de Europese geschiedenis bemoeilijken omdat beide systemen los van de grote ideologische systemen, hun misdaden hebben gepleegd. Want tja, het nationaal-socialisme was toch ook ergens verbonden met het socialisme, terwijl het ideologisch heel andere paden op is gegaan. Ook Stalin beriep zich op dat socialisme, c.q. communisme, maar heeft van de beginselen van de ideologie een puinhoop gemaakt. Of het anders had gekund, betwijfelen we niet omwille van Stalin, wel omdat Vasili Grosman zou laten zien dat de persoonlijke vrijheid aan de gelijkheid en hoger staatsbelang werd geofferd.

Cruciaal was dat beide systemen een soort utopie voorop stelden, waar mensen blijkbaar in konden geloven. Om die utopie te realiseren diende men alle weerstand, echte en vermeende uit te schakelen. De utopie was niet mogelijk zonder offers en daarvan diende iedereen doordrongen te zijn. Een vijand was nodig die de utopie bedreigen kon, een slachtofferrol aannemen evenzeer. De weg die Stalin en Hitler kozen verschilde in beginsel, maar werd steeds meer gelijkend naarmate de confrontatie hen dwong hun eigen doelstellingen beter te organiseren. Daarover gaat het boek over de bloedlanden.

De geschiedenis zal ons gelijk geven

Oekraïne 1933? Mocht het kwisvraag zijn, er zouden allicht maar weinig mensen het goede antwoord weten te geven: Hongersnood, collectivisering van de landbouwgronden, verdrijven van de koelakken, partijfunctionarissen die toekijken en andere functionarissen (van de NKVD) die onwilligen oppakken of neerschieten. Het duizelde Stalin toen hij de resultaten zag van zijn landbouwpolitiek in Oekraïne. Het aantal doden? Volgens sommigen bedroeg dit 6 miljoen, Timothy D Snyder houdt het bij 3 miljoen, maar ook dat is een hallucinant cijfer. In het geheel van misdaden tegen de mensheid die Stalin heeft gepleegd, valt het wel op, maar we weten hoe de Rode Tsaar mensen naar believen verplaatste, hoe zijn ondergeschikten likkebaardend vroegen om de hen opgelegde quota van doden, gedeporteerden en andere behandelingen, om die quota te overschrijden. Enkele jaren later zouden vele van die al te gedreven lieden op hun beurt opgepakt en gedood of verbannen worden. Stalin beoogde telkens meerdere zaken tegelijk: niemand hoefde zelf initiatief te nemen en dat diende afgeraden en vervolgens diende het meerjarenplan gerealiseerd. Niet enkel in Oekraïne werd de landbouw gecollectiviseerd, maar de keuze van de Koelakken de gedroomde vijand te maken, heeft daar onvoorstelbaar leed veroorzaakt. Het voordeel van het hongerwapen was dat er geen kogels of transporten nodig waren. Maar toch, het Witte Zee-kannaal diende gegraven en de bodemrijkdommen van Kolyma en anderen delen van Siberië dienden gedolven. Ook dat speelde telkens mee.

Stalin en de zijnen dachten dat de geschiedenis hen gelijk zou geven, maar dit beleid heeft wellicht mee ertoe bijgedragen dat Russen en andere onderdanen hun eigen initiatiefdrang onder de korenmaat stopten, liever dan eenmaal de tol te moeten betalen. Overigens, wie kan zeggen wat een koelak was of is? Dat blijkt een vinding geweest te zijn van Stalin. En wie vanuit Europa naar Rusland ging, kreeg, op een eenzame journalist na weinig inzicht in de situatie. Er was ene Jones die de hongerbuiken heeft gezien.

Een nieuw Rijk

Een analoog verhaal kan verteld worden over Hitler en zijn volgelingen. Zij hadden echter een taboe, de Duitse bevolking mocht niet geraakt worden en ook niet tot verzet geïnspireerd worden. Alle maatregelen dienden zo genomen dat de Hans of Heidi er niet door verontrust werden. Zullen we ooit weten waarom zovele Duitsers meegingen in de anti-joodse politiek? In Duitsland was het aantal joodse burgers beperkt en de meeste voelden zich eerder Duitsers dan Joden, waren in religieus opzicht wellicht het meest vertegenwoordigd in vrijzinnige sfeer. Joden waren al langer goed geïntegreerd en er waren joodse officieren in het leger dat in WO I had gestreden. Timothy D Snyder stelt vast dat er wel een pak maatregelen waren uitgevaardigd tegen Joden voor 1939, maar de kampen die het regime tot dan had opgezet, Dachau, Buchenwald en andere waren vooral gebruikt om communisten, sociaal-democraten op te sluiten. In feite, zo suggereert Snyder was de eerste grootschalige vervolging van de Joden in 1938 begonnen, met de Reichskristalnacht, na een aanslag op een Duitse gezant in Parijs. Maar dan nog, hoewel er in 1933 sprake was van zelfmoorden onder Duitse burgers van Joodse oorsprong, zou met de verovering van Polen de hel pas goed losbarsten. Intussen was men wel al bezig met euthanasie op gehandicapten en psychiatrisch patiënten. Dat lijkt, behalve het protest van bisschop Clemens von Galen bijna buiten beeld te zijn gebleven. Een van de redenen was dat Hitler, Himmler en de andere leiders nog dachten aan het vestigen van de joden op Madagascar of, na akkoord, ergens in het verre Oosten van Siberië. Maar in het eerste geval diende men of de vloot van het UK te overwinnen of in het andere geval het akkoord van Stalin te verkrijgen. In 1939 begon Hitler dan de oorlog met de aanval op Polen. Polen was op dat ogenblik al verdeeld door de afspraak van Molotov en von Ribbentrob. In de periode tot 1941 zou Hitler in Polen vooral proberen de Polen te vernietigen in het kader van de politiek nieuwe ruimte te scheppen voor Duitse boeren in het Oosten. De Russen, die het andere deel kregen, zouden de Poolse elites uitschakelen, zoals in Katyn is gebeurd. Wie de aantallen doden dan begint te tellen zal tot de onthutsende vaststelling komen dat Russen en Nazi’s in amper vier tijd in de bloedlanden een ontzagwekkend aantal doden hebben georganiseerd. De Duitse legereenheden overschreden in 1941 op 18 juni de bestandslijn en begonnen hun razendsnelle veroveringstocht in Rusland, zonder ooit echt de gestelde doelen te bereiken. Achter de eenheden van de Wehrmacht trokken andere politie-eenheden en die hadden tot doel de partijfunctionarissen van Stalin om te brengen, Joden samen te drijven en Polen, Oekraïners en Witrussen tot samenwerking te brengen of hen ook te vernietigen. Behalve het Getto van Warschau was er vooral de directe aanpak en werden Joden samengedreven in dorp na dorp, stad na stad, vervolgens neergeschoten in greppels en zo mogelijk spoorloos achtergelaten.

Voor wie de verdere feitelijke realisatie van dit alles wil lezen, biedt het boek voldoende inspiratie, dat we het hier allemaal zouden herhalen. Maar naast de aantallen spreekt uit dit alles de weigering mensen hun waardigheid te laten behouden. Zowel Stalin als Hitler hadden aangenomen dat zij anderen als onmensen konden brandmerken en een beleid van vernietiging voeren.

Onmenselijkheid

Wat Timothy D Snyder wil duidelijk maken is dat wat tijdens de periode dat Stalin en Hitler de macht hadden in de bloedlanden meer doden zijn gestorven dan we ons vaak voorhouden. 14 miljoen doden alleen al door toedoen van de Duitsers, waarvan 6 miljoen Joden. Bovendien kwam Auschwitz pas in gebruik toen elders, in Babi Yar, Belzec, Sobibor al zovele anderen gestorven waren.

Het gebruik van koolstofmonoxide, zyklon B en het hongerwapen waren al vlug getest en goed bevonden, maar bijvoorbeeld Stalin en Beria gebruikten vaak ook het nekschot, wat de Duitsers op zeker ogenblik ook waren gaan doen. Overigens, men vergeet vaak dat de krijgsgevangen die de Wehrmacht maakte, soms 500.000 in één snelle omsingelingsoperatie, niet volgens de regels van de internationale afspraken werden opgevangen en ondergebracht in behoorlijke kampementen, met voldoende voedsel. De soldaten kregen nauwelijks of geen voedsel en geen onderdak.

Ook als we andere facetten bekijken, zoals de getto’s, merken we dat menselijkheid ver te zoeken is. Nog voor deze mensen in de vernietigingskampen terecht kwamen, waren er al tallozen gestorven van honger en ontbering. Het gaat hier niet om de normale gevolgen van een (moderne) oorlog, maar om regelrechte vernietiging. Wie dit niet kan erkennen, zit met een probleem. Nu, voor wat Nazi-Duitsland betreft kan men in een aantal Europese landen die politiek van vernietiging niet straffeloos ontkennen, maar de vraag is of we in West-Europa het onmenselijke nog wel echt onderkennen. Voor ons is het culminatiepunt Auschwitz en dat monument van de onmenselijkheid kan maar beter goed in stand houden.

Wat echter minder helder is en te vaak genegeerd wordt is dat in Polen, Wit-Rusland en Oekraïne een hele beschaving en cultuur vernietigd zijn geworden, door het gezamenlijk toedoen van Hitler en Stalin en dat dit weegt op de naties die na 1989 bevrijd werden van de juk dat de USSR hen had opgelegd, tot en met een lezing van de geschiedenis die met de ervaringen niet strookte. Voor ons is nationalisme vaak iets dat men moet afwijzen omwille van de gevaren die het met zich zou brengen, voor Polen en de andere landen is de nationale onafhankelijkheid een belangrijke stap in het herstel van de samenleving. Nationalisme speelde in Rusland ook een bizarre rol, zoals de auteur laat zien, want Stalin werd de grondlegger van een Russisch nationalisme zonder voorgaande. Hoe zou men de term “Grote Vaderlandse Oorlog” anders moeten begrijpen. Van de oorlog in Karelië tot de laatste antisemitische acties van Stalin, alles kwam steeds meer in het licht van dat nationalisme te staan. En in Duitsland blijkt Hitlers Nationalisme lang andere schaduwzijden te hebben gemaskeerd.

Totalitarisme

De centrale vraag van dit boek, of het totalitarisme in Duitsland en Rusland, de USSR dus vergelijkbaar zou zijn, krijgt een genuanceerd antwoord, maar de vergelijking gaat wel op. Sinds enkele decennia is die vergelijking uit den boze. Nu kan men natuurlijk niet teruggrijpen naar wat het Nazisme voorstelde, maar wat het Stalinisme aangaat doet men nogal eens alsof links daar vandaag geen uitstaans mee heeft.

Wie dat echter poneert krijgt het verwijt geen begrip te hebben van de geschiedenis. Wie in de jaren 1970, 1980 in het middelbaar onderwijs geschiedenis kreeg, leerde alles over de Russische revolutie, terwijl het interbellum in Duitsland heel summier aan bod kwam. Ook vandaag zal men de machtsgreep van de NSDAP en Hitler als gevolg van het tekortschieten van de middenklasse gepresenteerd krijgen. Het essay van wijlen Jacques A.A. Van Doorn over het falen van de SPD toont aan hoe die middenklasse, in tegenstelling tot wat men doorgaans aanneemt wel degelijk minder vlug geneigd was dan de arbeiders en de aanhang van de SPD naar de NSDAP over te gaan. Heeft Snyder oog voor het feit dat de homo Sovjeticus vooral tot passieve volgzaamheid aangespoord werd, dan heeft J.A.A. van Doorn het over het feit dat in Duitsland mensen naar de wens van de Führer handelden en dat wie zich in stilte verzette doorgaans vooral belang had bij afzijdigheid. De echte tegenstanders, dat waren mensen als generaal Kurt Hammerstein, academici zoals Johannes Fest of Van Galen, maar ook jonge mensen, zoals de leden van de groep de Witte Roos.

Democratie als tegenwicht

Na de oorlog kwam er in Rusland een voortzetting en noch Chroesjtjow, gestaald als commissaris in Oekraïne en nadien dan Leonid Breznjew, toen stagnatie het leven voor de Russen weinig aantrekkelijk maakt, hebben geprobeerd een minder bureaucratisch regime op te bouwen, laat staan een begin met democratische hervormingen te maken. In Duitsland, het oostelijke volgde een voortzetting van het totalitarisme onder een andere naam, zoals in de bloedlanden. In Duitsland, het Westen, kwam er een nieuw bewind, maar vele verantwoordelijke politici kregen in het woelige conflict met de studenten in de jaren zestig het verwijt nazi’s te zijn geweest. Fassbinder, Grass en anderen hebben aan dat klimaat het hunne bijgedragen. Maar groepen van links kozen dan weer voor totalitaire stromingen en vooral voor geweld, zoals de Rote Armee Fraction. De afkeer van het kapitalisme, hoezeer dat in Duitsland ook beruste op een gecorrigeerde markt en een politiek van terughoudendheid, waarbij censuur uit den boze was, vormde vele jaren de hoofdstroom. Toch werd de strijdkreet – zoals ook in Frankrijk bv – tegen de ordediensten steeds luider en hield men de overheid voor de vijand. Men kan nu, anno 2011 deze houding nauwelijks begrijpen, maar in wezen is het erger, men zwijgt erover en de groeiende afstand van de dertigjarige oorlog maakt het hanteren van het totalitaire argument in Duitsland steeds abstracter en tegelijk werd het veelvuldiger aangewend.

Besluit

Draagt het boek van Timothy D. Snyder nu bij tot ons inzicht over dat duistere, bloedige en niets of niemand ontziende verleden? Zeker is dat men uit de opeenstapeling van cijfers alleen maar kan opmaken dat de toenmalige heersers voor de menselijke persoon geen, letterlijk geen achting had. Doden waren er maar dit was niet meer in verband te brengen met oorlogshandelingen. De vernietigingsdrang trof mensen en culturen en het is dan ook begrijpelijk dat in Polen, het Balticum, Wit-Rusland en Oekraïne politici en burgers de bedreiging van de democratie anders inschatten dan wij dat doen. Hier is elke partij die niet links is conservatief en zou vooral tegen de democratie vormen. In Hongarije gebeuren nu zaken die men goed bekijken moet. Tegelijk mag men niet alles zomaar als een uiting van autoritarisme beschouwen, laat staan fascisme. Communicatie over de doelstellingen en eisen die de EU aan de lidstaten stelt moeten voor de burgers de garantie bieden dat er geen machtsgrepen plaats hebben. Dat landen de geest van Stalin vrezen en de politiek van Poetin met argwaan volgen, mag ons evenmin ontgaan. De voorwaarde van democratie is dat de macht kan alterneren tussen partijen. Evenmin mag de staat mensen als instrument hanteren en mogen partijen een totale consensus afdwingen. En ook dat geen enkele partij van de achterban, laat staan van de burgers trouw zou eisen. De natie mag wel op loyauteit rekenen, geen enkele leider mag dit, want tja, de leiders komen en gaan, een land, een gemeenschap blijft. Loyauteit invulling geven, daar komt het op aan dus en daarover zou het moeten gaan, zeker nu de EU en de euro zo onder druk staan.

Bart Haers

14 juli 2011

vrijdag 8 juli 2011

Politiek en samenleving

Politiek

Et si on mangeait des

brioches ensembles?

Doomsday of het einde van de politiek

&

de queeste naar een visie

Een jaar ging voorbij en dagen van hoop wisselden met dagen van wanhoop, maar zelden kwam men ertoe het evidente probleem op het tapijt te leggen: anno 2011 bereiken we in dit land een punt dat men nooit voor mogelijk had gehouden, met name dat Vlaamse politici sowieso België als raison d’être beschouwden en ook vele burgers hebben begrepen dat op bijna alle domeinen van beleid de coëxistentie nog mogelijk of hanteerbaar is. De pogingen om justitie grondig te hervormen, om een billijker fiskaal klimaat te ontwikkelen, waarin rentenieren meer en werken minder belast wordt, het gezondheidsbeleid en energie… maar ook het gezamenlijk optreden binnen de unie vond te vaak geen consensus meer opdat men nog van een gezamenlijk beleid kon of kan spreken. Die evolutie begon lang geleden, dat weten, hoe we in de toekomst met die evolutie verder moet, vormde al voor Vlaanderen Morgen een van de centrale elementen van het mission statement. Helaas moeten we vaststellen dat maar weinig stakeholders vandaag die inhoudelijke discussie willen voeren.

De vraag of België als staat verder moet leven ten koste van alles blijft voor velen een taboe. Anderen willen er zo snel mogelijk vanaf, maar vergeten dat daarmee het fundamentele debat niet gevoerd is. Vlaanderen zal het niet beter doen als de compromisvorming als catenaccio, een stijl van voetballen bedreven wordt waarbij de tegenstander niet mag scoren. Politiek is sowieso geen sport, maar ook is het zo dat het politieke niet de samenleving kan bepalen. Ook de samenleving bepaald de politiek, maar sinds enkele jaren zien we ook in Vlaanderen hoe vakbonden, ondernemersorganisaties en studiediensten vooral bezig zijn het algemeen belang onderuit te halen. Er zijn academici die al lang geloven dat het algemeen belang niet bestaat en dat er in de beste gauchistische traditie alleen klassenbelangen bestaan. We gebruiken hier de term gauchisme omdat we menen dat Links er sinds 1991 niet in geslaagd voor zichzelf nieuwe contouren, zeg maar een nieuw rozevingerig ochtendgloren te omschrijven. Wie het echt probeerde, zoals José Saramago kon in Vlaanderen weinig weerklank vinden. Wat Theodore Dalrymple beschrijft, of Scruton wordt het gesudder van angry old men genoemd, maar er zijn er ook anderen, zoals Sennett, Nussbaum, Neiman die op hun manier vraagtekens plaatsen bij de vigerende visies over mens en samenleving. Dalrymple merkt op dat de staat er al een hele tijd niet meer in slaagt een aantal mensen mee te nemen in het avontuur van persoonlijke ontvoogding, meer nog, Dalrymple laat verstaan dat in de feiten Tony Blair die onderlaag niet kende en niet wilde kennen. Hij wilde de middenklasse bereiken maar had geen verhaal over ondernemen. Het resultaat van Blairs beleid was in wezen een directe steun aan het financieel kapitalisme ten koste onder andere van een productie-economie. Maar vooral, Blair en in het algemeen zijn er maar weinig politici die de logica afwezen van een financieel systeem waarin het individu als zodanig nog enige betekenis heeft. Zelfs de winners blijken op het einde van de rit vaak verliezers.

Wie de verarming onder ogen ziet van de Amerikaanse samenleving en de vaststelling van onder meer Joseph Stiglitz, dat de Amerikaan sinds 14, 20 jaar geen duidelijk perspectief meer heeft op individuele, laat staan op collectieve lotsverbetering – uitzonderingen als stichters van google als bevestiging van die vaststelling – moet onderkennen dat de politiek van Obama de noodzakelijke veranderingen in het systeem aan te brengen dringend nodig was en is, maar dat belangrijke actoren in de Amerikaanse politieke arena niet weten wat dat brengen zal en er alles aan doen om die “Change” te vermijden. Men kan het vreemd vinden dat we in deze naar de USA kijken, maar naast Tony Judt (Ill fares the Land) is er Simon Shama om ons ertoe te brengen de grote ideologische stromingen in de VSA en Europa te zien als uitingen van vergelijkbare en congruente aannames. Sinds Reagan is de productie van goederen voor het economische ondergeschikt geraakt aan het realiseren van winsten uit beleggingen en weinig politici, op Schröder c.s. in Duitsland na hebben de gevaren van deze ontspoorde aanname gezien.

Marc de Chavannes heeft goed een tweetal jaar geleden gewezen op de angst van politici om tot sluitende besluitvorming te komen, dat wil zeggen dat eens men een doel voor ogen had er ook alles aan te doen dit te realiseren. In Nederland vormt de weigering een nieuwe autoweg en spoorlijn naar het Noorden te realiseren, het doorslaggevende bewijs, net als het ontpolderen in Zeeuws-Vlaanderen. In Vlaanderen vormt de eindeloze discussie over Oosterweel en de ontsluiting van Zeebrugge overtuigend bewijs van het gebrek aan moed om tegen lokale belangen in te gaan. Dat er in België nog veel meer vormen van stagnatie op te merken vallen hoeft toch helemaal betoog en dat baart vele burgers zorgen.

Stagnatie, zo leerden we dertig jaar geleden was wat Brezniew over de USSR gebracht had, na een korte periode van relatief sterke groei onder Nikita Chroesjtjow, maar dat was vooral te wijten aan het verstarren van de bureaucratische regels van de planeconomie. Wil nu net een van de verwijten aan Chroesjtjow geweest zijn dat hij te voluntaristisch omsprong met de meerjarenplannen. Vandaag merken we in Europa en de VSA ook vormen van verstarring in het overheidsoptreden, maar vooral van de grote bedrijven, banken, verzekeringen, in die zin dat aan de ene kant het doel de maximalisatie van de winst op korte termijn alle andere overwegingen overheerst en dat het kapitaal zelf doel en middel werd, wat sinds de New Deal en aanverwante programma’s vooral afgezwakt was. Nieuwe doelen zoals in de Lissabon-strategie verwoord hebben in deze context maar weinig kans op slagen, meer nog, die strategie oogt mooi maar gaat eraan voorbij dat de dragende krachten, individuen, goed geschoold en zeer onderlegd nodig zijn om vooral te experimenteren. Men dient te excelleren, maar dat kan maar na het betalen van leergeld. Jonge bedrijven die het maken worden snel prooi van beleggers en dienen al snel zekere winsten af te werpen, wat niet altijd nuttig is, vooral als die winsten in “double digits” uitgedrukt moeten worden.

Het resultaat van deze meervoudige stagnatie heeft o.i. te maken met het feit dat men het doel van het politieke in een democratie uit het oog is verloren. Politici verwachten er een levenswerk en –weg van te kunnen maken en professionaliseerden hun besogne, onder druk van media die vonden en vinden dat een politicus vooral met de knopjes moet kunnen spelen. Politiek, tot spijt van wie het benijdt, ging nog gaat hierover. Een minister van onderwijs geeft geen les en ook parlementsleden geven geen les, maar maken goed onderwijs (on-)mogelijk, een minister van verkeer kan geen brug werpen, maar geeft de nodige machtigingen, binnen het kader van de wetten om anderen die brug te laten ontwerpen, onteigeningen door te voeren en de werken te betalen. De minister van verkeer regelt toch ook het verkeer niet…

Zoals Harry Mulish beschreef in de ontdekking van de hemel, willen sommige politici wel erg lijken op Pharao, die met een uitspraak kenbaar maakt dat er een piramide moet komen, of een tempel en het werk begint en wordt afgewerkt. Maar Pharao is hoogstens de au©tor intellectualis. Dat in een democratie over nut en noodzaak een discussie gevoerd mag worden, betekent niet dat er uiteindelijk niet een algemeen aanvaard besluit genomen wordt. Het is nuttig dat we die basislijn aanhouden, want de politiek en de kwaliteit van het beleid komt alvast in de concrete verwezenlijkingen aan het licht, maar de politicus vertegenwoordigt slechts de bouwheer of beheerder, maar het is de samenleving die er de voorwaarden voor en mogelijkheden toe aandraagt.

De staat nam sinds WO II ook steeds meer taken i.v.m. de zorg op zich, met ontzagwekkende resultaten, maar nu lijkt men alles tot het laatste grein af te wegen en moet alles blijven, ondanks de dynamiek die dat sociale bouwwerk heeft voortgebracht. Ouder worden anno 1970 en ouder worden vandaag, het gaat om verschillen van generaties, om verschillen van verwachtingen en dus om een onvoorstelbaar cultuurverschil dat zich uit in bestedingen van die ouderen, op hun mobiliteit en omgang met cultuur en hun vrije tijd. Een deel van het proces van vergrijzing van de samenleving is merkwaardig genoeg dat die ouderen veel middelen konden verzamelen en bereid zijn die nu uit te geven aan een uitgebreid sociaal leven, zeker tot hun tachtigste, als het kan. Maar ook de uitgebreide zorgvoorzieningen hebben economische implicaties die niet enkel als kosten afgeschreven kunnen worden, maar aan de economische activiteit zo niet een boost, dan toch een blijvende onderstroom geven die zorgt dat andere sectoren ook blijven draaien. Edoch, in het debat over vergrijzing en vergrijzing in de vergrijzing spreekt men enkel over de kosten, niet over de baten. Anders gezegd, de middenklasse, die ten onzent zeer uitgebreid is, laat of kan het spaargeld laten rollen, maar zal dat niet doen als de zeer oude dag niet verzekerd is.

Het ontbreekt inderdaad vaak aan afwegingen in het politieke en maatschappelijke debat. Omdat men in een debat een punt moet maken, krijgt men een punthoofd van al die afzonderlijke scores, maar aan een visie komen we niet toe. Daarom deze bescheiden oproep, te onderzoeken, samen brioches te eten en finaal te aanvaarden dat het beter sommige zaken niet geregeld te willen zien, maar andere met bekwame spoed aan te pakken. Vandaar de idee dat men in dit land niet per se een vermolmde structuur in leven dient te houden als een nieuwe meer kansen biedt voor elkeen. Die zorg dienen we te delen en net iemand als Tony Judt reikte er de diagnose toe aan, maar ook een begin van oplossing. En die bestaat er, menen we, in dat we opnieuw economisch handelen, dus brioches eten, zien als iets van locaal niveau, van bakkers, bloem en gist, een winkel in de straat en niet een grootwarenhuis aan de rand van de stad.

Vale,

Bart Haers

Vrijdag 8 juli 2011

zintuigen

’t Spiegelpaleis



Telkens je naar me kijkt

Vorsend en peilend mijn gedachte

Mijn gevoel of welbevinden

Zie ik een glanzende spiegel


Kijk je plagend, uitnodigend,

Dan bewegen je mondhoeken

Voorbij de spiegel kom ik niet


Staar je verwonderd

Kan ik slechts je blik volgen

Maar wat je grijpt

Verraadt slechts je kippenvel

De spiegel blijft opaak


Tot je van liefde sprak

Toen trok op de mist

Verdween de film

Zag ik je ogen

En de ziel


Sinds ben je wel geen open boek

Maar je ogen kan ik lezen

Al blijft het wel

Een spiegelpaleis

Waar ik graag in verwijlen mag.

bArt

woensdag 6 juli 2011

Brugge verzoeken

Kleinbeeld

Een stadspaleis met charme

Adelheid,

Sinds enkele weken vindt men in Brugge en in de in- en uitshop affiches en flyers over een tentoonstelling “De sporen van Brugge”, waarin men aangeeft hoe de occupatie van de kustvlakte in en rond Brugge vorm heeft gekregen. Toen ik je laatst zag, vertelde je dat Sneeuwwit vol interesse op het internet ging zoeken naar meer informatie over de steentijd, de Ijzertijd, ijstijden en wat al niet meer. Doel bereikt, zei je, maar zelf was je teleurgesteld. Voor jezelf was je weinig aan de weet gekomen, al vond je het boeiend te zien hoe rond Sint-Andries al vroeg in de middeleeuwen een nederzetting was ontstaan. Voor zover je je herinnerde waren parochies met namen van apostelen zeer oude stichtingen. Nu, dat vond ik dan weer boeiend want voor zover ik wist en regelmatig ervaar is de naamgeving van parochies inderdaad samenvalt met beweging van de zich verbreidende christelijke cultuur. Zo is Sint-Maarten een zeer vaak voorkomende naam van oude, Merovingische stichtingen. Maar ik kan je gevoelens delen, het museale opzet van Sporen van Brugge is wel mooi, maar vergeet niet, men wordt uitgenodigd via deze tentoonstelling naar het archeologisch museum en andere plaatsen te gaan kijken. Dat men eindigt bij Galbert van Brugge, die de situatie anno domini 1127 beschrijft lijkt me een mooie afsluiter en verder zal men in het Oud-Sint-Jan, het Belfort en vele huizen in Brugge, in rooilijnen ook de recentere ontwikkelingen van de stad vinden. Kortom, men brengt een soort status quaestionis, zonder verder te willen gaan, omdat de uitwerking elders te vinden is. Het is een introductie en als zodanig wel geslaagd, denk ik. Aanbevelenswaardig, maar met het voorbehoud dat wie meer weten wil, zich best aangesproken mag weten. Het ware dan ook aanbevolen ergens in het museum een aantal werken, van Marc Rijckaert en de mensen van “Huizen in Brugge” en Bouwen door de eeuwen heen aan te dragen. Kennis opdoen via zo een expositie lijkt me een goede vertrekbasis.


Lodewijk de Prachtlievende,


Wat me meer verwondert is dat Brugge rond de familie van Gruuthuse niet meer weet te doen. Aan de top van de samenleving stond en staat de familie ook voor de groei en de bloei van stad en land. Natuurlijk, het gebouw werd gemobiliseerd, men leest wel een en ander over Lodewijk en over de rol van zijn handel en monopolie, zelfs over de rol van Lodewijk van Gruuthuse in het Bourgondische landencomplex, maar er is veel dat niet aan de orde komt. Er is geen uitgewerkte familiegeschiedenis, noch afzonderlijke biografieën van Lodewijk of Jan V de Bruges, die met Lodewijk XII in zee ging, nadat Maximiliaan de familie en vooral Lodewijk zijn genadige patronaat ontnomen had.

Het charmante paleis bij de Dijver en de Onze-Lieve-Vrouw kerk, waarvan de torens en de pinakels in het licht van de zon zo prachtig licht kunnen uitstralen in het avondlicht, roept een beeld op van de stad zoals Joey de Keyzer dat beschreef in zijn boek, met vreemde ogen. Lieve Adelheid, dit is echt wat de situatie tekent, als vreemden ons laten zien hoe deze stad, naast de andere steden, maar zelfs het sterk geurbaniseerde platteland, ondanks de koterij dan nog zijn we niet bereid daar zelf grondiger mee bezig te zijn. En toch, wat mij betreft zou dit alles ook mogen en moeten inspireren tot ondernemingszin, innovatie, creativiteit Net wat je zegt, de dynamiek van de stad dus, die men ten allen kante kan aflezen, maar net omdat dit proces hoogstens enkele keren werd vertraagd. Eén enkele keer zelfs langdurig en met zware gevolgen hebben Filips II en kort daarop Albrecht en Isabella de strijd tegen de republiek om en rond Oostende uitgevochten als voorafspiegeling van de totale oorlog: het hele gebied plunderden zij zo grondig dat de bestaande structuren, polders het mee begaven en ontvolking zeer ver gevorderd was En toch bleek nadien toch maar weer dat die steden zichzelf opnieuw oprichtten en een nieuwe dynamiek vorm gaven.

Gemakshalve hangen we de idee aan dat het platteland en de stad twee gescheiden werelden zijn, maar ze zijn sterk van elkaar afhankelijk en doorgaans ook sterk verweven. In Vlaanderen, Brabant, Zeeland en Holland ziet men dat de steden om zich heen een groot aantal economische activiteiten tot leven brengen, maar ook dat de demografische groei op het platteland de steden nieuwe dynamiek geeft. Het bezoek aan het paleis van Gruuthuse laat zien dat je heel wat vooronderstellen mag opdat dit “Huis” leefbaar was, maar ook dat behalve de aanvoer van Cordouaans leder ook de locale economie wel kon varen, van tuinbouw, landbouw, veeteelt tot zuivel, om het geheel leefbaar en vooral hoofs te laten worden en zijn, was er heel wat nodig. Bij nader toezien kende Brugge heel wat bouwfasen, maar ook ontstonden er rond de stad buitenplaatsen voor de stedelijke en hertogelijke elites. Wat dan weer nieuwe welvaart mogelijk maakte.

Adelheid, niet zolang geleden schreef ik een gedicht over de vorstinnen van Brugge, zoals ze zich vandaag laten opmerken in de stad, op de stranden en helaas vaak vluchten naar andere oorden om te studeren en hun leven daar maken. Nu de nieuwe Zeehaven zo een sterke ontwikkeling brengt, lijkt de stad een grote welvaart te kennen, maar velen ontgaat de band met die haven, maar ook met andere aspecten van creativiteit en innovatie. Inderdaad, soms kan Brugge model staan voor wat Europa in de ogen van sommigen dreigt te worden, een soort Bokrijk, waarin alleen nog bewondering, verbazing en vooral mededogen voor dat dodenrijk overblijft.

‘k Hoorde onlangs je verhaal over de oude bewoners van het huis aan de Sint-Annarei, waar artsen nu het goede leven leiden, maar ooit een schepen van het Vrije woonde. Je leek bedroefd daar geen deel meer aan te hebben, hoewel je zelf goed en mooi woont en met je kringen iets van dat goede leven in deze tijd vorm geeft. Maar je besef dat dit te maken heeft met oude tradities en gewoonten, raakte me wel. Het probleem lijkt wel te zijn, zoals je verzuchtte dat het niet enkel het geld was dat de oorzaak was van de langzame verwording, maar dat de verwording tot Bokrijk als een middel wordt gezien om er nog een slaatje uit te slaan, dankzij de toeristen.

Die mogen best komen, vertelde je, maar als de stad zelf er geleidelijk door onderuit gaat, dient men maatregelen te nemen. Moderne, onverwachtte architectuur, maar ook vermogende burgers die durven te ondernemen. Zoals Lodewijk de prachtlievende ooit de stad met zijn tijdgenoten tot hoogtepunten van cultuur bracht, waarin het hoofse op stoffelijke en minder stoffelijke wijze vorm kregen, zo dient men vandaag vooral de rentenier uit te nodigen tot grote investeringen. De stad verdient beter, denk je, dan langzaam een oord te worden waarin alleen nog grijze haren thuis horen.

Daarom is het museum zo belangrijk, denk ik, omdat het mensen de wezenlijke kunnen brengen kan, dat er meer is in ons, in de oude en nieuwe inwoners van de stad om er iets van te maken. Het oude bewaren? Uiteraard, maar niet zomaar, als het niet kan leven, als we er niets mee aanvangen, dan is het nuttig buiten de oude stad die activiteiten wel te ontplooien. Maar zoals je eens zegde, teveel mensen willen de baten en lusten, zonder de lasten.

Zou het paleis alleen een centrum van macht zijn, het zou meer lijken op de grote mateloze bouwwerken uit tijden van politieke stilstand; tirannie, maar net Brugge laat zien dat de stad altijd en met de nodige strijd gepaard gaande competitie onder oude en nieuwe rijkdom kon zijn. Alleen, zoals je me berichtte nadat ik je liet weten in het museum rond te hangen, dan moeten die aspecten van het verhaal, van dynamisme, van innovatie en creataviteit ook vandaag nog hun plaats krijgen. Dat verzoenen met de rust van de bewoners, met de rustige vastheid van het bestuur vormt wellicht de grote uitdaging voor komende politici.

Maar ook zonder die praktische overwegingen dienen we in de stad het leven de ruimte te geven zich te ontwikkelen, ook zonder dat we op voorhand weten zullen wat het opleveren zal. Niemand van de tijdgenoten kon de resultaten van het leven en werk van Lodewijk de prachtlievende voorzien, maar het is en het blijft fraai; heel fraai en daarom oogt de tentoonstelling “De sporen van Brugge” terecht bescheiden, want anders zou teveel van het gebouw en de verfraaiingen ervan ons, de bezoeker ontgaan.

Vale,

Bart Haers

5 juli 2011

Voor Nerds en techneuten

Lezersbrief

Gedachtenloze hypocrisie van een parlement

Het Vlaams parlement doet er goed aan bezorgdheid aan de dag te leggen voor het tekort aan mensen met een technische en technisch-wetenschappelijke opleiding. Maar tegelijk wil men een specifieke en goed doordachte onderwijsvorm, het TSO verder afbouwen en de onderbouw van wiskundig en natuurkundig basisinzicht verder op de helling zetten. In wezen is de contradictie die het beleid laat zien glashelder en daarom zeer betreurenswaardig: men wil mensen die er de zin toe hebben op verschillende niveaus van kennen en kunnen voor technologie winnen en dat terwijl men veel, zo niet alles doet om de betrokkenen, leraren wiskunde op de eerste plaats te ontmoedigen. Maar, anders dan men vaak denkt, kunnen aardrijkskunde en geschiedenis, mits goed gegeven, ertoe bijdragen dat studenten kiezen voor een gedegen studie technologie. Als men eerlijk is, zal men moeten toegeven dat de kennis van aardrijkskunde, waarin de uitbouw van het wegennet en exploitatie van grondstoffen vaak als lijstjeskennis beschouwd wordt, zelden tot inzichten over het onvoorstelbare vermogen tot innovatie aanleiding geeft. Idem voor geschiedenis, de politieke, de geopolitieke benaderingen ten spijt blijkt dat men zelden echt aanzetten geeft tot inzichten over de implicaties van bepaalde ontwikkelingen. Algemene kennis kan echt wel de honger naar technologische vorming opkrikken, maar dan zal men liefst niet het gros van de hedendaagse (vlaamse) auteurs of liedjesmakers erbij halen. Ook de media hebben hier een belangrijke rol te spelen, want vandaag is het bouwen van bruggen of het vermogen om problemen op te lossen, nieuwe materialen te maken, zoals bakeliet etc tot stand zijn gekomen... dat alles gaat ten onder in soms tenenkrullende documentaires over allerlei vormen van ondergang en grote gevaren.
Als Timothy Garton Ash vaststelt dat er in de VSA veel aan het verslommeren en verkommeren is, dan heeft dat te maken met een nefaste houding tegenover onderwijs, niet enkel van tieners, maar helaas van de gehele samenleving. Ook Frank Furedi en Richard Sennett komen tot inzichten van deze aard, maar we verwarmen onze geest liever aan het werk van Richard Florida over de innovatieve sfeer van de stad of John Rawls en anderen die menen dat capabilities volstaan, dat is, netwerken uitbouwen, zich charmant voordoen en doen alsof men iets begrijpt… Laten we eerlijk zijn en toegeven dat nogal wat luitjes die sociologie, geschiedenis, letteren studeren, pedagogie ook in wezen het belang en gewicht van technologie en wetenschappen in de universele geest, voor de uomo Universale minstens zo belangrijk is als de kennis van Zeno of Marcus Aurelius. Meer nog, hun angst, afgrijzen en afgunst drijven hen naar de alfawetenschappen, waar ze zonder ooit nog met een chemische formule of wiskundig inzicht geconfronteerd te worden, kunnen denken tot een beter begrip te komen. Ook een historicus hoort meer te vernemen van de ontwikkeling van wetenschappelijke inzichten, maar de historicus (m/v) die het over verwondering voor het verleden, voor Simon Stevin of Georges Lemaitre durft te hebben, die gedraagt zich niet wetenschappelijk. Wie zal dan overdragen hoe kennis geleidelijk tot stand kwam, vaak na veel bloed, zweet en tranen? Darwin is bijzonder, maar zijn kapitein, die de kaarten van Zuid-Amerikaanse kusten verder verbeterde evenzeer. Maar, helaas, om dat laatste te begrijpen zal iemand toch ook de uitdagingen aan een zeevaarder gesteld onder ogen moeten zien… en dus bewondering opbrengen voor de geostationaire satelieten.
In deze zin is de zoektocht en derhalve de redactie van een resolutie over technologie een hypocriete betrachting voor wie intussen het belang van de innovatieve kracht van het klein- en middenbedrijf voortdurend onderschat, voor wie opleidingsvormen een doel op zich zijn om gelijkheid te realiseren in plaats van instrumenten tot menselijke en persoonlijke ontplooiing.
We hopen dat dit debat echt leiden kan tot een minder pedagogische en ideologisch geladen onderwijspolitiek, maar vrezen een verdere afbraak van het onderwijs als (jacobs-)ladder voor de jongere om uiteindelijk boven het maaiveld, boven de hoofden hun verbluffende verworven kennis en mogelijkheden te realiseren. Het gaat om meer dan excelleren, het gaat om een breed gedragen meesterschap en vertrouwen dat we een goede brug over dokken bouwen kunnen.
Werkelijk, wie alle info inzake onderwijsbeleid volgt en dan deze resolutie in het vizier krijgt, die verslikt zich in de ochtendkoffie. Maar de angst van de intellectueel blijkt telkens weer zonneklaar, want wanneer Jean-Paul van Bendegem zijn boekje Hamlet en entropie publiceert is de aandacht van de verzamelde media net iets meer dan nihil, maar totaal onvoldoende om er een issue van te maken. Veiligheid in het verkeer, gezond leven en rookvrije cafés? Wat u maar wil. Aardappelen telen om lijm te maken? Ho maar, dat kan niet, dat mag niet, dat zal niet gebeuren. Die ingesteldheid zet geen zoden aan de dijk, in geen 100 jaar.
Bart Haers