Jeroen Brouwers in Zutendaal


Brief

Aan de schrijver in het bos

Brugge, 13 maart 2013

Geachte heer Jeroen Brouwers,

Jeroen Brouwers kan ik afbeelden, maar er staat
zelfs een foto van zijn huis op het net. De zaak is
dat we verbaasd blijven dat in dit geval een bijna
omgekeerde klassejustitie geldt. Want als
een illegale camping ontruimd wordt,
dan kunnen de media er niet genoeg van
krijgen. 
Ik heb de zaak gevolgd die ongetwijfeld uw nachtrust wel eens verstoort, namelijk de vraag of uw huis in het bos mag blijven staan. De wet is de wet, vernemen we, dus kan er geen sprake zijn van een uitzonderingspolitiek en al helemaal niet voor schrijvers.

Voor zover ik weet woont u al een hele tijd in dat bos en heeft u er onder andere De Zondvloed geschreven, waarin dat waterige woud – zo kwam het over bij het lezen – een hoofdrol speelt. In vroeger jaren werden uw boeken in bladen als Ons Erfdeel met enige aandacht gevolgd, maar vandaag lijkt u een vreemde in de republiek der letteren, althans in Vlaanderen.

Natuurlijk, wie zonevreemd bouwt, komt in de knel met de wet en de wet moet voor iedereen gehandhaafd worden, zoveel is duidelijk. Of is er niet toch een probleem, dat de rechter zou moeten onderzoeken, namelijk niet dat u schrijver bent, maar dat u dat huis kocht in tempore non suspectu. De overheid heeft wel de plicht onze openbare ruimte goed te beheren en we weten hoe rommelig dat verlopen is in vroeger tijden, maar tegelijk waren (lokale) mandatarissen altijd wel in voor een sluiks toegekende bouwvergunning. In Lembeke werden villa’s gebouwd maar ik heb nooit begrepen dat men dat landelijke en heidegebied heeft kunnen aansnijden, behalve voor een paar hoeven en een paar taveernes heeft kunnen aansnijden.

Men zegt dat de wet voor iedereen moet gelden en dat niemand meer gelijk mag zijn dan anderen. U, mijnheer Brouwers vond dus op zekere dag een pro justitia om u te verantwoorden voor de rechtbank, omdat de Vlaamse overheid bezig is de fouten van het verleden goed te maken, waarvoor dank. Maar de wet plots gaan handhaven die men decennia nauwelijks ter harte heeft genomen, roept problemen op, niet zozeer van willekeur, maar van ordelijk bestuur. Uw zaak kwam zelfs op de buis in een reeks De Rechtbank.

Wat me opvalt, geachte heer Brouwers, is dat geen enkele schrijver het voor u heeft opgenomen. Dat uw broeders niet voor uw schrijverschap zijn opgekomen. Ik las enkele jaren geleden uw boek, Geheime Kamers en vond het wel een boeiende roman. Ook herinner ik mij dat ik in de jaren zeventig en begin jaren 1980 uw overwegingen over zelfmoord volgde, waarvan ik mij herinner dat u daar met een grote behoedzaamheid over schreef. In deze tijden zouden die gedachten nog eens opnieuw onder de aandacht mogen komen.

Misschien vindt u deze brief voor mijn doen wat kort, maar de zaak is dan ook duidelijk, de Vlaamse regering voert een beleid om de openbare ruimte en de ruimtelijke ordening beter te beheren. Maar ik denk dat het nuttig is in overweging te nemen dat zij voor een uitdoofbeleid kunnen kiezen, als er bij het herstel van het natuur- of cultuurlandschap geen haast gemoeid is. Uw levensverwachting, hoorde ik in dat programma, de rechtbank, zou zich te ver in het ongewisse uitstrekken. Zou de overheid ons aanmanen zelf onze levensverwachting in toom te houden, maar dan mogen we niet zondigen aan wetten van de preventieve geneeskunde. Paradox? Zeer zeker, maar in beide gevallen is er sprake van een zekere despotie, niet per se van politici, wel van toegewijde ambtenaren.

Kortom, voor zover het iets mag helpen, breng ik niet met genoegen, maar vooral door ergernis gedwongen uw zaak opnieuw op de agenda.

Vriendelijke groet,

Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten