Wouter en de hoofddoek


Brief


Aan de mensen die open van geest lijken  


Brugge, 26 maart 2013

Geachte heer Wouter van Besien,

Place Bellecourt in Lyon, het grootste naar Europa naar men
zegt, zag ik op een zondag middag in 1990, vol mensen in
dezelfde grijze pakken. Voor de bevolking van Lyon en omstreken
was die invasie van het plein niet te pruimen. Het openbaar
domein is van iedereen, maar hoe werkt men dat uit?
Dat u vlot kan praten weten we intussen wel en dat u mensen niet laat uitspreken evenzeer. U noemt de immigratie een verrijking, voor mij is het sinds de jaren 1970 een feit waar we niet omheen kunnen. Het betekent meteen ook dat we er niet zomaar in zullen slagen die inwijking van mensen  met andere achtergronden ongedaan zullen maken, wel integendeel. Moeten we daar blij om zijn, zoals Bert Anciaux een goed decennium geleden ook al stelde.

Weet u, die mensen zijn daar niet van gediend, omdat het hun problemen niet oplost. Dat de Socialistische partij in deze de kar keert, maakt op mij niet veel indruk, omdat ze weten dat hun problemen niet rond de hoofddoek draaien. Voor mij bestaat het probleem vooral hierin dat mensen een bepaald geloof aanhangen dat het mijne niet is. Meteen kan u hieruit niet afleiden dat ik iets tegen religie heb, tegen gebruiken en opvattingen, want mensen zonder dat alles, dat zal u met mij eens zijn, zwalpen in het leven.

Het gaat erom dat de redenen waarom mensen belang hechten aan die gebruiken, tradities en opvattingen. U zal mensen die hechten aan voedselvoorschriften niet zomaar overtuigen ervan af te wijken, maar dat hoeft ook niet. Voor mij althans niet. Het gaat erom, denk ik, dat die mensen, waarvan wij, ik, in 1975 vernam dat het om gastarbeiders ging, hier op zoek waren naar een beter leven, eerst alleen, eerst zonder vrouw en kinderen, hier kwamen leven. Daarom was de aandacht voor hen niet zomaar een zaak van filantropie, charitas of weldadigheid. Het ging erom, denk ik, dat we begrijpen moesten, twaalfjarigen – men begrijpt dat deze informatie ons werd verstrekt in het kader van de vorming, juist, het heilig vormsel – dat men die mensen diende te respecteren. Tijdens onze jaren op college en aan de universiteit in Gent, later wonende in Brussel ontmoette ik Chinezen, Japanners, Duitsers en god weet wat, maar heel weinig Marokkanen of Turken. Ik zag hen wel, maar er waren weinig gelegenheden om hen te ontmoeten in het professionele of sociale leven. Waar ik hen toch ontmoette? In Sint-Gilis, in Gent en ooit eens, maar dan waren het Algerijnen die in Lyon de hele Place Bellecourt, een historisch plein in Lyon hadden ingepalmd. De familie met wie ik op stap was, mijn vriendin toen in de eerste plaats spraken er schande van. Ik wilde graag het standbeeld en de gebouwen bekijken, maar zij vonden het niet zo een goede idee. In het Quartier Saint-Jean voelde men zich beter op het gemak, maar die invasie was voor hen lastig te verdragen. Wie in een stad woont, waar hij of zij is opgegroeid, merkt vanzelf dat veranderingen, nieuwe demografische verhoudingen iets doen, vooral een ander gebruik van de openbare ruimte. Het is daarom dat ik een probleem heb met uw rationele benadering.

U mag vertellen dat men mensen moet respecteren, maar ik heb u nooit iets horen zeggen ten faveure van de kerk, wel integendeel. Hoewel vele Vlamingen niet meer echt praktiserende gelovigen zijn, hecht men wel aan een zeker belang aan de tradities en, misschien nog het meest aan wat men zou kunnen noemen, de vruchten van de Verlichting. U ziet het, ik ben niet a priori een aanhanger van de visie van Jonathan Israel, die meent dat verlichting alleen in atheïsme tot volle wasdom kon en kan komen. Ik heb de indruk dat velen die vandaag de dag pleitbezorgers zijn van een grote tolerantie ten aanzien van immigranten van Islamitischen huize in wezen een grote onverschilligheid aan de dag leggen voor anderen, die er een ander geloof op na houden. Men beschuldigt deze mensen zelfs van een zekere achterlijkheid, neen, niet de moslims, de christenen.

Ik begrijp dat wel, natuurlijk, want hoe een kan een christen, een katholiek, zoals wijlen… enfin, zoals mensen die in de loop van twintigste eeuw bijgedragen hebben aan wetenschappelijke vernieuwing, aan technologische vooruitgang en andere moderniseringen eindelijk wel modern zijn? Daar zit uw probleem. U wil menslievend zijn en dat kan niemand afkeuren; u houdt ons voor dat we jonge moslima’s geen ander perspectief te bieden hebben dan te verwijlen in de religie van hun ouders en grootouders. Weet u, het is, ondanks wat ik hoger vertelde, minder ver van mijn bed, mijn leefwereld dan u denkt. Ik leef immers in een familie waar christenen, joden, vrijzinnigen, mennonieten en ook een moslim hartelijk ontvangen werden en worden. Ik ontmoet wel eens wel opgevoede jongeren, meisjes en jongens die Allah niet afzweren en toch, oh wonder, best in onze samenleving hun plaats hebben gevonden. Zij, de dames, dragen niet altijd of alleen in gezelschap van hun familie een hoofddoek, andere helemaal niet. Ik spreek de eerste nooit aan op hun hypocrisie, omdat het begrijpelijk is dat ze bepaalde gevoelens ontzien. Maar zij vertellen mij dat het hen niet goed afgaat.

U maakt een paar vergissingen, beste Wouter van Besien, want u denkt dat   wat goed is op maatschappelijk gebied die mensen ook goed uitkomt. Zoals u in Ter Zake mevrouw Heremans van tafel dacht te praten heeft me voor haar ingenomen. U heeft een vrij rechtlijnig kijk op de zaak, maar u toetst die bij mensen die uw mening zijn toegedaan. Ik vrees dat u het ongenoegen van migranten zelf niet goed ziet. Want als men aanneemt dat het mannen, vaders en broers zijn die de vrouwen vragen, dwingen de hoofddoek buitenshuis te dragen dan zijn er ook die hun dochters en zusters alle kansen willen geven. U weet dat de lezing van de Hadith de laatste decennia in sommige kringen, sallafistische en andere nogal rigoureus heeft uitgepakt. U aanvaardt, als ik het zo mag uitdrukken, de visie van de meest retrograde moslims ten koste van anderen die menen dat er in dit huis buiten de Islam ook een leven mogelijk is.

Dat vormt namelijk een cruciaal probleem in ons debat, dit debat in Europa: hoe zal men voor mensen die andere roots hebben vrije keuzes mogelijk maken als we hen niet de veelheid aan mogelijkheden aanbieden die onze cultuur te bieden heeft. Het eclecticisme  of liever, voor wie de weg vindt, was nooit zo groot. Eclecticisme  mijn waarde heer Wouter van Besien, is wat Groen ook zo past. De ene keer vrachtvervoer van de weg halen en dan in een dichtbevolkt West- en Oost-Vlaanderen de boeren steunen om geen kanaal te verbreden en verdiepen om juist vrachtvervoer over het water te verbeteren. Het klinkt allemaal goed, maar het riekt naar opportunisme.

Dat opportunisme, ondanks uw stellige bewering deze avond in Ter Zake dat u altijd hetzelfde discours hebt gevolgd, valt moeilijk te volgen. Want het is toch maar een keertje zo dat er hier mensen rondlopen uit Bolivia of Equador, waar men katholiek heet te zijn. Zou u die mensen ook anders behandelen? Zij geloven in dezelfde God, oh god, neen, zij geloven gewoon en volgen tradities. Maar zij leren gemakkelijker onze taal, accepteren onze gewoonten, soms verwonderd, vaak met een glimlach. En ben ik eerlijk, dat merkte ik toen ik de man van mijn nicht zag volgen hoe wij rond de kerstboom Stille Nacht, Heilige Nacht zongen. Verdraagzaamheid aan de dag leggen, mijn waarde, is iets wat men niet op een eenduidige manier doet. Wederzijds.

Hartelijke groet,

Bart Haers 

Reacties

  1. Citaat:
    “Meteen kan u hieruit niet afleiden dat ik iets tegen religie heb, tegen gebruiken en opvattingen, want mensen zonder dat alles, dat zal u met mij eens zijn, zwalpen in het leven.”

    Wat een onzin, getuigend van een blinde arrogantie !
    De negatieve woordkeuze zwalpen alleen al !
    Afkeurend , denigrerend, alluderend op een gemis.
    Mijn beste, ik behoor tot diegenen die “zonder dat alles” zijn, en ik zwalp allerminst in het leven. Ik vaar mijn eigen koers en religie, gebruiken en opvattingen heb ik niet nodig! Onnozelaar ! Open van geest bent u alvast niet!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wel, ik laat dit staan. Waarom zou ik alleen maar verwijzen naar religie en niet naar de mogelijkheid dat mensen leven in een gedachtengoed waar God of enig theïsme aan de orde is? Iedereen, mijn waarde anonymus probeert het eigen structuur te geven en het kan dat men dan uitkomt bij een visie in de stijl van Camus of zo. Maar goed, u vindt dat u mag schelden? Mij niet gelaten. Het is alleen maar zielig. U heeft geen opvattingen en scheldt u iemand anders uit. Weet u, openheid van geest, daar merk ik dezer dagen niet veel van.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire berichten