Luisteren als kunst zonder blind te gehoorzamen


Reflectie

Vrede in Afrika, Azië, Amerika…
De paus geeft de zegen

De filosoof en socioloog Lucien Goldmann durfde het
aan - zonder zijn inzichten omtrent het marxisme te
verloochenen - een scherpe kritiek te formuleren
op het marxistisch sciëntisme. Daarvoor ging hij
langs bij Blaise Pascal en Racine. De discussie
heeft me altijd blijven interesserren en zeker nu
lijkt het me een interessante benadering van
het hedendaagse deterministisch sciëntisme. 
Hoe luisteren we naar het gesproken woord? Waarom horen we beter wat Léonard of Dolan van New York zeggen, dan wat de paus zegt – en zelfs ten faveure van de homo’s, gescheiden mensen niet zegt? Het herlezen van de uitgesproken tekst van deze paus bij de zegening urbi et orbi geeft aanleiding tot een paar kronkels:

De zegen Urbi et Orbi is blijkbaar op een koude steen gevallen deze keer. De paus vroeg te bidden voor vrede overal in de wereld, waar die vrede bedreigd wordt of niet bestaande is. Europa kent Vrede en was dus niet direct aangesproken. Maar de man wenste Vrede over de gehele wereld, wat wel gemakkelijk lijkt, traditioneel en toch niet zonder belang.

De zegening werd niet gevolgd door een lange reeks aanspraken in 65 talen, maar bleef sober, Italiaans en Latijn. Een terugkeer naar een oude kerk? Of een poging van de pas verkozen paus om de zaken eenvoudig en helder te houden. Intussen spraken belangwekkende kerkvorsten als Leonard en diens collega in New York zich uit tegen het homohuwelijk. Anders dan Cavaria het zal wensen, staan die kerkvorsten niet alleen, want vele burgers, gelovigen of niet, vinden dat de aandrang om de gelijkheid in rechte van homo’s en lesbiennes tot en met het huwelijksrecht uit te breiden erover. Vlaanderen en België hebben dit probleem opgelost, maar in Frankrijk is de druk groot om het homohuwelijk niet bij wet toe staan, maar de beweging, die honderdduizenden kon mobiliseren vissen achter het net. Het gevolg is blijvende onvrede en een kloof tussen opinies, zonder ruimte voor debat.

Het verwerven van gelijke rechten belangt niet enkel, zo blijkt in Frankrijk, de holebi’s aan, maar blijkt maatschappelijke onvrede teweeg te brengen. Zijn de Fransen dan homohaters? Minder dan uit de gebeurtenissen moet blijken, want Fransen hebben er wel de wijsheid op na gehouden dat wat niet weet niet deert. Toch betogen velen tegen het voorgenomen openstellen van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht. Het moet zijn dat de discussie zelf al lang een andere inhoudelijke betekenis heeft gekregen, waarvan de homo’s ongewild het slachtoffer kunnen worden, want het gaat om een breed gedeelde onvrede van mensen bij een overheid die moraliserend optreedt en de burgers aanzegt wat ze moeten aannemen.

Men zou kunnen denken dat de kerk op die golf meesurft, maar het merkwaardige was dat paus Franciscus niet over homo’s sprak als hij het over de liefde had. Hij noemde hen niet om hen uit te sluiten, maar noemde hen ook niet om hen in te sluiten. Anders dan aartsbisschoppen in Mechelen en New York leek het hem beter over de liefde zelf te spreken.

Maar kent u een kleffer, vaker mishandeld en abusievelijk gebruikt woord dan het woord Liefde, amor, amour, Liebe… ? Toch komt het mij voor dat ook hier weer een accentverschuiving waar te nemen viel, die theologisch onderbouwd toch net iets anders klinkt. De liefde gods voor de mens is een klassieke topos in herderlijke brieven en dus zouden we ertoe moeten besluiten dat hij, de Paus, niets nieuws zegt. Volgens de krant De Standaard is dat ook het geval. Maar dat hij de liefde en de vrede aan iedereen hoopt toebedeeld te zien, dat hij ook de hoop met iedereen wil delen, kan men toch wel net als een nieuw accent waarnemen.

Het punt is dat hij daarbij de vrijheid van de mens niet onbesproken laat en vaststelt dat de glorie van God niet in de hemelen berust of tot uitdrukking zou komen, maar bij de levende mensheid. Het kan zijn dat we vandaag graag aannemen dat het gehele gedoe niet meer van deze tijd is. Maar als men een tekst leest, zo eenvoudig als de tekst van de zegening, dan merkt men dat de paus heel precies daar citeert waar een andere betekenis te geven is aan het gebeuren.

Het komt me voor, want ik moet me hier wel erg voorzichtig uitdrukken, dat we vandaag, gelovigen, agnosten, atheïsten en vrijzinnigen van allerlei richting, vooral graag zekerheden koesteren en als we de kwestie van het geloof afgehandeld hebben, als we de betekenis van de wetenschap helder gesteld hebben en onze positie tegenover vreemdelingen, tegenover vreemd gedrag, tegenover seksualiteit in alle vormen die we er als mensen aan kunnen geven, in verschillende constellaties, dan is de zaak helder: een paus hoeft er zich niet over uit te laten, wij hoeven van dien boer geen eieren.

Mensen die geloven, je leest het vaak genoeg en hoort het vaak genoeg zijn achterlijk en dom. We hebben het dan over mensen die vinden dat een katholiek domweg de dingen niet snapt. Hoe dat te rijmen valt met tolerantie blijft mij altijd weer een raadsel. Maar ook, vraag ik mij dan af, waar vinden mensen die hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid, naar betrokkenheid en ja, zelfs een beetje liefde en toewijding de inspiratie?

Bij Pat Donnez? Misschien? Bij het licht van de fakkel, ik bedoel bij de UVV, Unie van Vrijzinnige Verenigingen? Bij de Maakbare mens? Van die laatste organisatie gaat vaak een beklemmend geloof in eigen kunnen uit. Misschien nog meer stoort mij en anderen dat die club van georganiseerde vrijzinnigen zich blijven bezig houden met een strijd tegen de achterlijke gelovigen. Mensen die geloven zijn dus a priori achterlijk. Hoe grotesk kan het klinken. Sommigen geloven niet in god, de vooruitgang of de menselijke waardigheid omdat het alles niet in hun woordenboek staat. Is dat erg? Maar goed, men kan dus menen dat God, de kerk en de bedienaren een boodschap hebben die niet a priori van deze tijd is en er zich toch voor wachten dat alles aan te vallen. Als men niets uitstaans heeft met die vele oude mensen die nog ter kerke gaan en bidden, dan kan men dat geen probleem noemen. Maar als men de strijd aanvat tegen windmolens, ontstaat er wel een probleem. Men havent zichzelf buiten woelig water, houdt zichzelf voorstellingen voor die niet getoetst worden aan de werkelijkheid. Toch kan ik niet anders dan vaststellen dat er over vele thema’s, bijvoorbeeld over het gebruik van geweld in de samenleving, over waarom mensen gaan zwalpen, omdat ze elke verbondenheid met anderen, met zichzelf en met een visie, een begrijpen hebben verloren. Overtuigde vrijzinnige atheïsten zwalpen geenszins, maar waar je de moeilijke discussies over ethisch handelen, in de politiek, vanwege bankiers of wetenschappers, verwacht en hoopt te vinden, blijft het oorverdovend stil.  

Maar, zal men mij zeggen, de kerk heeft dus generaties mensen misleid met onzin? Dat wil ik niet ontkennen, hoewel ik denk, als historicus, dat de kerk in haar streven een massabeweging te worden en dat was vooral een praktijk sinds de jaren 1830 met het oog op het hervinden van een maatschappelijk draagvlak dat sinds de late 18de eeuw helemaal weg gesmolten was. Toen men dat verloren terrein wilde heroveren koos men voor een sentimentele vroomheid en ook wel voor een versmalling van het speelveld omdat onder meer de seksuele moraal als agendapunt heeft genomen Vele geloofspunten hoefden niet daarop gericht te worden. De hel en het vagevuur kan men ook verdienen, om Sennett te citeren door zich als expert ver van de menselijke overwegingen te houden of door een volslagen gebrek aan morele helderheid voor lief te nemen. Daarvan gaf de kring rond Georges W. Busch blijk.

Ook in de jaren 1920 ziet men zo een beweging, maar die valt uiteen in een eerder populistische beweging, zoals de arbeidersjeugd van Jozef Cardijn die wereldwijd zou uitgedragen worden en de Katholieke actie, die in West-Vlaanderen leidde tot de stichting van de Katholieke studenten Actie, en het tegendeel daarvan, vele kleine stromingen die zoals De Pelgrim, waaraan Felix Timmermans deel had, die eerder een weg vanuit algemene concepten en zekerheden afwezen om op tocht te gaan. In het spoor dus van andere bewegingen in Europa. De dogmatiek die men jongeren bijbracht heb ik eindelijk niet zo beleefd omdat in de jaren 1970 de kerk die oude zekerheden niet meer wist te vertalen, maar ook niet meer durfde op te leggen.

Opvallend is dat men opeenvolgende golven van mensen die van buiten de kerk toch weer kozen voor het katholieke geloof, in Engeland, in Duitsland en andere landen, berusten op een geloof dat niet of weinig te linken viel aan de volkskerk, waarover Jan Art heeft geschreven en die we in de jaren zestig en zeventig zagen verdwijnen. Het ging en gaat vaak over bewegingen, zonder hierbij veel verdere aandacht te besteden aan Tony Blair, die om redenen die hen moveerden in de kerk een basis vonden voor hun leven. Vandaag zien we dat critici van de kerk vooral de volkskerk viseren, de triomfalistische kerk, de kerk die min of meer zou hebben gecollaboreerd met de Nazi’s, terwijl die partij in se ook de kerk afwees en zowel  oude heidens, pagane beelden te vieren vooral modern wilde zijn. Absoluut modern. En overigens, wie naar Amerikaanse gezindten kijkt, merkt hoe Bijbelvastheid en moderniteit soms angstwekkend nauw verweven kunnen blijken. Het komt er dus maar eens op aan goed te onderzoeken waar men het over heeft en wat men verwachten wil.

Het kan dus nuttig zijn, als we ons buigen over de vragen van deze tijd, niet enkel inlaten met macro-economische concepten en modellen, want die zijn niet boven kritiek verheven, of met een rationeel bejegenen van de dingen en de mensen, maar dat, ook als we menen dat de kerk weinig te bieden heeft, gaan nadenken over de betekenis van menselijkheid, het feit mens te zijn, gedurende enige tijd, omdat we nu eenmaal slechts enige tijd op deze aarde toeven.

Sommige mensen nemen het me ongetwijfeld kwalijk dat ik altijd weer de georganiseerde vrijzinnigheid en de kerk tegenover elkaar uitspeel. Een eerste reden is dat geen van beiden voor deze tijd inspirerend werkt. Natuurlijk, begeestering en inspiratie haalt men niet uit dogmata en zekerheden, al mag men nooit vergeten dat die zekerheden, zoals Lucien Goldmann in Le Dieu Caché aangaf, ook in het immanente een alles en in elk geval de mens overstijgende betekenis kan hebben. Goldmann verwijst daarvoor naar de zekerheid ten tijde van Lenin en Stalin dat de historie, de Geschiedenis hen gelijk zouden geven, want als ze de samenleving en de mens konden veranderen, dan was alles wel okay:

Goldmann a écrit dans Le Dieu caché que « la révolution, c'est l’engagement des individus dans une action qui comporte le risque, le danger d’échec, l’espoir de réussite, mais dans laquelle on joue sa vie ».

Het gaat om de psychologische gesteldheid en de zekerheid dat men kan weten, heilig weten voor anderen. In de uitspraken van sommige pausen en priesteres zit dat heilige weten, maar de gelovigen zouden het niet anders gewild hebben, want de leider die geen zekerheid geven kan over zijn gelijk, is natuurlijk geen leider. Maar de leider die een indrukwekkend repressief apparaat nodig heeft, zal ook weinig bezielen. En als je sommige verantwoordelijken van de UVV hoort, dan krijg je de indruk dat het zelfstandig denken ook daar de beste tijd heeft gehad. Hoe kon u het raden? Ik kom uit bij Spinoza en zijn collegianten, bij Eduard Douwes Dekker en de kleine luyden: niet wie iets zegt is van belang, wel dat mensen met elkaar beraadslagen over de dingen, de grote dingen die ons overstijgen en de dingen in het eigen bestaan waar we mee om moeten gaan.

Toch en tot slot nog deze gedachte: als de paus zegt dat de glorie van god berust bij de mens, gelegen is in de mens en in wat de mens doet, dan is dat een appel dat best indrukwekkend mag heten: wat mensen bewerkstelligen is wat deze wereld ten goede komt of schade toebrengt. De mensheid maakt er, zo geven ons diepzinnige geesten telkens weer mee, een mestvaalt van, een soort Paaseilanden. Het is dus aan de mensen die wereld zo in te richten dat echt als glorieus kan bestempeld worden. Waarom zouden vrijzinnigen en gelovigen het over deze benadering niet eens kunnen zijn? Mensen in de kleine kring, in leefgemeenschappen waar we als individu anoniem worden, naties en uiteindelijk de gemeenschap van mensen, 7 miljard personen op deze aarde, zijn dus verantwoordelijk voor het voortbestaan. Van wat? De mensheid? Soms denk ik dat we hier een probleem hebben, want we willen ons eigen, persoonlijke leven oprekken, tot 100, 150 jaar, zonder andere plannen dan dat hoe langer we leven hoe beter het is. Aan de andere kant vindt men dat de wereld overbevolkt raakt, zodat men daar beperkingen aan de vruchtbaarheid moet gaan opleggen. Als we iets moois willen maken van deze wereld, zal daar nog wel eens over nagedacht moeten worden.

Als we dus die woorden hoorden, over de glorie van de wereld, God’s glorie zo u wil, die gelegen zou zijn in de mensheid en wat mensen bevroeden en realiseren, dacht ik dat hierover nog wel iets gezegd zou worden. Maar eerder zal men spreken over de kerkpolitieke discussie over de voetwassing van een paar moslims en zelfs twee meisjes, dan over de gedachte die in het gebaar zelf lag en in de woorden die werden gesproken. De link met… ach, dat debat over Regensburg interesseert geen kat, de vraag naar de rede in onze opvattingen over God en betreffende gods schepping. Het lijkt me dat geloven dat E=mc² voor wie er de achtergronden niet van begrijpt even onbetekenend is als de vraag waarom we als mensheid op deze aardkloot überhaupt niet alleen kunnen rondtollen, rond de zon. Mensen schiepen zich goden, vervolgens een god, die wel 100 namen kreeg en vervolgens werd hij met zijn santenkraam terzijde geschoven. Op goede gronden? Wat de verhalen betreft die mens vertelde, wellicht wel, maar gaat men de soms eeuwen overspannende discussies over de betekenis van bijvoorbeeld “de vrije oordeelsvorming” en dus Vrije wil die bij Augustinus een aanvang nam en tijdens de middeleeuwen voor zowel Thomas van Aquino, John Duns Scotus en zelf nadien. De hele discussie over predestinatie en anderzijds (materialistisch) determinisme zijn daarmee verbonden. Met andere woorden, er valt over die traditie maar iets te zeggen als er zich rekenschap van geven wil dat het wel iets om het lijf heeft.  

Moeten we dan de paus geloven, volgen als de goede herder? Elk kan daar voor zich over besluiten, want de tijden van de geloofsdwang liggen achter ons. Het verhaal vertelt men ook wel fout als men zegt dat men de paus of een andere goeroe blind moet volgen. Maar alleen maar strijden tegen kerk en paus, zogenaamd in naam van de rede, ligt me toch niet. De rede, redelijkheid laten een rijker denken toe, zonder God, maar gericht op het menselijke. En dan vergt het, zoals Peter Sloterdijk oefening. Op dat terrein zal men wel een goede vorming en dus oefening nodig hebben. Willen we anderen veranderen? Dan zijn er oefeningen nodig – maar hier komt voor sommigen toch weer de aap uit de mouw: de geestelijke oefeningen van Ignatius? Inderdaad, als exercitieterrein niet kwaad, maar wat men overdenkt, kan zeer profaan wezen. Een beknopte reflectie op de woorden van paus Franciscus, kan daarbij helpen.

Bart Haers    

Reacties

Populaire berichten