Over Gesinnungsethik


Brief

Brief over Max Weber

Brugge, 6 april 2013

Geachte heer Patrick Loobuyck,

Ik las uw stuk in De Standaard en vroeg me af of we wel dezelfde tekst van Weber voor ogen hebben. Maar misschien ligt het eraan dat ik de redevoering van Weber ook probeer te begrijpen in de tijd waarin de ouder wordende wijsgeer zich geroepen wist een aantal aangelegenheden met de nodige urgentie aan de orde te stellen: hoe kan men de politiek opnieuw op de sporen zetten zodat de mensen, burgers opnieuw vertrouwen krijgen in de politiek. U meent dat Verantwortungsethik de sleutel is: de overheid moet niet kijken naar hoe en waarom, als de resultaten maar gehaald worden. Plots begreep ik dat er iets aan de hand is met de redenering. 

De offshore leaks? Het feit dat een onvoorstelbaar groot bedrag op rekeningen zijn geparkeerd die veilig zouden zijn voor de fiscus, verrast lang niet iedereen. U gaat er daarbij vanuit dat mensen moeten voldoen aan de fiscale verplichtingen. Ik zou daar op het oog onmiddellijk moeten mee instemmen, maar er is een probleem. Als mensen om levensbeschouwelijke redenen bepaalde bestedingen van de overheid niet accepteren, bijvoorbeeld uitgaven voor defensie, dan denk ik dat u daar weinig tegenin zou brengen. Als mensen hun kinderen massaal blijven sturen naar scholen van katholieke signatuur, dan kan ik het mij voorstellen dat u liever scholen zou hebben zonder god en het Franse model zou volgen, van de volkomen gelaïciseerde samenleving en dus ook dito onderwijs. Nu heb ik me al enkele jaren om redenen van verwondering met de Franse politieke strijd rond de scheiding van kerk en staat ingelaten die in 1905 bij wet werd opgelegd. Een bron daarbij was Marcel Pagnol, die zelf in de Midi mee die kar getrokken heeft. Misschien overtuigt u niet helemaal, maar voor zijn verhalen waarin hij die strijd heeft gegoten,  zoals in La gloire de mon père  heeft mij ervan doordrongen dat men een sterke overtuiging kan hebben en toch coulant omgaan met mensen van een andere gezindte. Dat lijkt mij vandaag een prangende zaak, want er zijn nauwelijks discussies waar de prinzipienreiterei  niet aan de orde is en de werkelijkheid onder de wade van de gewenste werkelijkheid verdwijnt.

Ik denk aan de merkwaardige strijd die de heer Dirk Van der Maelen voert tegen de belastingfraude. Ach, wie kan tegen die strijd gekant zijn? Alleen, de heer Van der Maelen bekijkt de zaak, zoals u overigens ook, vanuit de gedachte dat de staat ervoor moet zorgen dat mensen moeten betalen wat de keizer toekomt. Bien étonné de se retrouver ensemble, maar dat is wat Steven Vanackere nu met bedoelde met zijn pleidooi voor maximalisatie van de belastinginkomsten. Pers de burger uit, want de verplichtingen van de overheid moeten gehonoreerd. Wie het er niet mee eens is, blijkt dan asociaal, rechts en conservatief. Ooit woedde er in de Nederland een vrij heftige oorlog, die zogenaamd rond godsdienst draaide, maar in even grote mate over de verhouding tussen de centrale overheid in Mechelen – neen, niet het bisdom, maar het hof van de landvoogdes – en Madrid enerzijds en anderzijds de steden, adel en ondernemers van de Nederlanden. De belastingen waren te hoog en dienden doelen die de gestelde lichamen en de burgers in de Nederlanden niet echt konden waarderen. Godsdienst en financiën gaan wel vaker samen, zullen we maar denken.

Nu denkt u allicht: wat zit die man over de twintigste, tiende, vijfde penning te zeuren? Wel op het spaargeld dat u en ik opzij zetten als de maand rondgemaakt is en we wat overschot hebben, of dat we vooraf opzij zetten, betalen we eindelijk al inkomstenbelastingen. Als dan nog eens een vierde penning wordt geheven op de krozen van dat spaargeld, de interesten dus, dan komt de overheid twee keer langs bij de burger. Zou men daar geen hoofdpijn bij krijgen? Natuurlijk iedereen moet zijn bijdrage leveren aan het algemene belang, naar godsvrucht en vermogen zoals wijlen mijn vader niet zonder enige schamperheid opmerkte.

Nu doemt er wel een probleem op, want als men een maatschappijbeeld hanteert waarin een notie als algemeen belang niet kan bestaan, omdat dit niet consistent zou zijn met de gedachte dat het individu de maat der dingen is en dat samenleven gebaseerd is op het realiseren van het goede leven voor zichzelf. Het probleem met een levensbeschouwing kan zijn dat we de inherente inconsistenties wegmasseren tot een consistent geheel dat bij voorkeur overzichtelijk is. Het probleem is dat als een levensbeschouwing de waarneming gaat sturen, dat we dan niet meer zeker kunnen zijn van onze benaderingen. Bovendien maakt een goed uitgebouwde levensbeschouwing het niet altijd mogelijk de complexiteit van de samenleving, de wereld onder ogen te zien. Ik kan niet beweren dat u er deze opvattingen over het fenomeen levensbeschouwing op na houdt, maar als ik u visie bezie op het probleem dat offshore leaks stelt, denk ik dat u toch enkele contradicties over het hoofd ziet.

Het is waar, ik ben geen filosoof von gewerbe, volgens sommigen helemaal geen filosoof, maar het belet niet dat ik over deze kwestie wens na te denken en er enkele bouwstenen voor ter beschikking heb. Zoals gezegd, het probleem dat het individualisme best kan samengaan met het erkennen van het algemeen belang? Het sociaal contract als basis van de samenleving veronderstelt een overeenkomst tussen leden die uit vrije en wil en met overtuiging lid worden van een club, de samenleving. De oorsprong van de politieke orde, zo stelt Fukuyama dan weer, is gegroeid uit een biologisch gegeven dat de mens altijd in groepen heeft geleefd en zelfs de gletsjerman die op een bergflank tussen Oostenrijk en Italië was gevonden, was op weg ergens heen, naar zijn mensen. Wie in de wildernis alleen bleef, zonder perspectief zich bij een groep, de eigen groep te kunnen aansluiten kon het schudden. Nog in de middeleeuwen gold verbanning, excommunicatie als de zwaarste straf. Neen, het betreft hier niet om de christelijke notie, maar die is er wel uit voortgekomen: wie zware vergrijpen pleegt, kan niet in de groep blijven. Schade berokkenen wordt afgewezen en afgestraft. De grond voor het sociaal contract denken lijkt mij wankel, of liever, het lijkt een gedachtenoefening die Hobbes nodig had om zijn betere samenleving vorm te kunnen geven. Na hem hebben Rousseau en in recentere tijden John Rawls dat experiment niet zozeer overgedaan als voor geldend paradigma gehouden. De samenleving die Hobbes kende was immers in hoge mate onderhevig aan hevig geweld en bovendien werd dit geweld ook niet meer van argumenten voorzien. Maar als men de filosoof niet mag begrijpen in de eigen tijd kan men daar moeilijk over discussiëren en wordt het niet enkel een paradigma, maar gewoon een dogma. 

Vandaag kijken we naar die oude samenlevingen met een zekere meewarigheid, maar ons vooruitgangsdenken belet ons blijkbaar dat we de grotere en kleine gebreken van het ons vertrouwde systeem onder ogen nemen. De rijken helpen in de pas te lopen? Waarom zou er geen overreding mogelijk zijn die deze rijken ertoe brengt hun houding te veranderen. Ooit schreef en zegde Guy Verhofstadt dat men uit de samenleving mag stappen. Maar als de samenleving niet meer bestaat, als niemand zich bekommert om het algemeen belang, tenzij de staat, de overheid dus, dan ontstaat een klimaat van algemeen wantrouwen en moet de overheid wel hard ingrijpen. 

De afgelopen weken mochten we uit Nederland horen dat de Benelux te duur was en weinig meerwaarde levert. Maar waarom zou het Nederland niet goed uitkomen, zoals dat sinds 1936 ongeveer het geval geweest is bij tijd en wijle, als de nood hoog was gezamenlijk de tegenstanders, de toenmalige grootmachten teweer te staan, toch verbaal. Later werd dus de positieve samenwerking tussen drie staten die ook wel eens de Lage Landen gevormd hadden en het nog wel waren. Maar het kost te duur en levert geen meerwaarde op, financieel dan. Politieke meerwaarde zou er kunnen zijn, maar beide hoofdsteden, Den Haag en Brussel hebben inderdaad onvoldoende oog voor wat ze samen aan de Europese tafels zouden kunnen bereiken. Ook hier wordt de idee van een gemeenschappelijk belang op ogenschijnlijk rationele gronden afgewezen. Geen meerwaarde, dus opheffen die boel. Ik durf hier nauwelijks aan toe  te voegen dat in dit eigenste land de discussie over meerwaarde niet mag gevoerd worden, althans volgensVlamingen die vinden dat we solidair moeten zijn en dus het algemeen Belgische belang moeten dienen. Het wordt en blijft duizelen met zulke redeneringen.

Greenpeace vindt dat de Belgische overheid meer moet doen om de veiligheid bij een kernramp in onze eigen kerncentrales op te vangen. Het doel is de kerncentrales te sluiten. Nu, bij nader toezien kan men de kerncentrale zien als een quintessens van het samenleven. Toch is het beheer van de kerncentrale helemaal anoniem, zoals banken, mega-ondernemingen helemaal anoniem zijn en dus ook geen persoonlijke betrokkenheid meer vergen. U noch ik zijn in staat bij te dragen tot de zorg voor die kerncentrale(s), maar toch dienen zij, die centrales een algemeen belang. Onze energiezekerheid zou er wel bij inschieten. De kansen op grote incidenten? Mag men de ingenieurs van Doel of Thihange niet vertrouwen? Het zijn geen Russische apparatsjiks in de Sovjet-tijd? Wantrouwen is gepast, zegt Greenpeace zonder daar argumenten voor te geven. Maar goed, dat zit in dezelfde hoek als problemen rond proefvelden met ggo-gewassen. En Fukushima? Aardbevingen? Zeebevingen? Tsunami’s. Ongelukken kunnen altijd nog, maar als de incidentie zo laag is dat de probabiliteit niet berekend kan worden, hoe kan Greenpeace dan de overheid voor de rechter dagen, op onze kosten, want de advocaten van de overheid zullen wellicht betaald krijgen met overheidsgeld. Hier heb ik als burger bedenkingen bij.

Rijken hebben misschien wel wat scheef geslagen, maar niemand kan elke welvarende of superwelvarende burger zomaar van fraude betichten. Overigens is men ook genoodzaakt, omwille van de vigerende wetgeving dat vermogen veilig te stellen: om afbrokkeling en vervreemding te voorkomen moet men wel voor fiscaal optimale oplossingen zorgen. Met andere woorden, de overheid legt bij wet vast dat we dat moeten doen, de belastbare basis zo beperkt als mogelijk houden en dus minimaal belastingen te betalen. Hier is niet iedereen gelijk voor de wet, zodat de staat door een politiek van maximalisatie van belastingen te voeren twee keer onrecht bedrijft want ze boort die bronnen die het gemakkelijkst aan te boren vallen, de inkomens uit arbeid en verhoogt stelselmatig de druk. Wie kan ontsnappen, zal dat ook doen. Overigens, mijnheer Loobuyck, heeft u dat ook gevraagd aan de dame en heren van het ACW of zegt u met Luc Huyse dat N-VA de beweging heeft aangevallen? Wie maakte de fout? De Nazi’s die West-Europa binnenvallen of de Amerikaanse piloten die per vergissing Oude God (Mortsel) bombarderen?

Maar, blijft dan de vraag, kan men van mensen vragen dat zij zich ethisch gedragen? Als we moraal of ethiek neutraal en objectief wetenschappelijk benaderen, dan is elk gedrag ethisch. Maar ethiek heeft ook te maken met de omstandigheden die hic et nunc gelden. Vele ethische discussies streven een universele geldigheid na. Tegelijk aanvaardt men de ware natuur van de mens: een dier met enige intelligentie, maar toch gedetermineerd. U begrijpt dat ik even ril bij deze voorstelling van zaken. Intelligentie betekent dat men in het contingente, eindige dingen kan doen, laten, bedenken of naderhand interpreteren. Wie beweert dat de mens bovendien van nature een eenling is die alleen node een verbond heeft gesloten, een sociaal contract, kan al wie dat contract niet (langer) erkent, niet verwijten zich als eenling te gedragen, als een predator. Maar niet meer als lonely wolf die werd uitgespuwd uit de dorpsgemeenschap, meestal ook, tot in de tijd van de landbouwgemeenschappen, een familieverband. En ja, die mens lijkt bij filosofen bijna altijd een man te zijn. Als man vind ik dat een rare vooronderstelling.

U zegt dat Max Weber vond dat de staat zich alleen met de resultaten diende in te laten en erover waken dat die bereikt werden. De kwestie is dat Max Weber zag hoe in de nadagen van wereldoorlog I zijn eigen SPD erin slaagde de Stahlhelm te betrekken bij het neerslaan van burgerprotest, dat nota bene bedoeld was om de… SPD te steunen om de chaos in Duitsland op te ruimen. Jacques Van Doorn beschrijft die paradox in zijn essay over het falen van de SPD. Men kan Derrida afwijzen en dan hoeven we niet te weten in welke omstandigheden een filosoof, hij of zij, een prachtig theoretisch concept heeft gesmeed. Maar de rede “Politiek als beroep” was een hartenkreet van de man die begreep dat het kluwen van rondtrekkende gedemobiliseerde troepen, de onzekerheid van de nieuwe bestuurders en de economische nood die de burgers ervoeren, factoren van onzekerheid vormden. In die tijd kwam ook een Oostenrijkse korporaal tot enkele bevindingen die precies die Verantwortungsethik uitgebreid zou hanteren. De Gesinnungsethiek gaat nu net uit van de intenties van wat men wil bereiken. Het marxisme overigens koos ook voor een verantwortungsethik: de geschiedenis zal ons gelijk geven.

Daarom denk ik dat u de rijken niet kan helpen hun geld opnieuw in het systeem te pompen. Gelukkig hebben we Klara waar Hans Rieder en professor Frank van Dun tot mijn verrassing ertoe kwamen aan te geven dat onze rechtsstaat faalt omdat de overheid… teveel een verantwortungsethiek hanteert én omdat met de idee van een onbestaande samenleving, een gemeenschappelijke betrokkenheid verbrokkeld is.

Als u dus de rijken wil helpen, zal u een misschien voor een andere benadering moeten kiezen, met een scheutje Camus, zoals hij dat in L’homme révolté” verwoordde: De mens komt in opstand om redenen die hem moveren, maar als hij in de opstandmodus blijft steken en niet langer révolté is, maar révolutionaire, dreigt hij, aldus Camus zijn doel te missen. Maar goed, ik vrees dat voor u Camus geen interessante gesprekspartner is. Misschien moet ik toch te rade bij Mevrouw Susan Neiman, die in Morele Helderheid betoogt dat men niet kan beweren dat er geen normen zouden zijn die we zelf kunnen aanvaarden. Of nog, zoals Hannah Arendt het voorop stelde, kan men aannemelijk maken dat mensen (noodzakelijk slechts in het meervoud te hanteren) wel degelijk, voorbij arbeid en werk tot handelen kunnen komen, dat wil zeggen niet enkel in de private sfeer optreden, waar het dagelijkse overleven en de materiële activiteit primeren, naar het publieke domein kan gaan, waar een persoon publiek gaat handelen en dus ook de gemeenschap ernstig nemen wil.

Daarom kan u, mijnheer Loobuyck, de Rijken slechts helpen, als u eens in gesprek zou gaan met Peter Sloterdijk. Deze stelde dat elkeen aan de oproep gehoor kan geven zich op te richten en er alles aan doen het (eigen) leven te veranderen, door oefening, door te leren denken in een andere context, die van meer mens worden. Sloterdijk verwijst ook naar Friedrich Nietzsche, naar de Uebermensch, maar hij maakt duidelijk dat die Uebermensch zich niet onderscheidt door fysieke, raciale of financiële superioriteit, door meer prestige of bankrekeningen op de Kaaimaneilanden… nee, de Uebermensch bij Nietzsche en bij Sloterdijk is de mens die oefent in het ondermaanse een mens te worden. De uitkomst van dergelijke oefeningen is onzeker. Maar die mens zal misschien de staat ernstig nemen als die bijdraagt tot een goed samenleven en tegelijk voldoende subversief blijken om de macht van de staat van binnenuit te beperken.

Of hoe uw pleidooi de rijken te helpen er onherroepelijk toe leidt dat een discussie gevoerd moet worden over de staat en welke ethiek mensen hanteren die bekleed zijn macht, door verkiezingen gelegitimeerde macht. Niet altijd hebben zij de geestelijke oefeningen die Peter Sloterdijk aanreikt, maar die ook Hannah Arendt of Camus presenteerden mogen kennen en indien wel, ernstig genomen. Men moet macht niet te gemakzuchtig aan anderen doorspelen, zoals de Duitsers in 1914 hebben gemerkt. Ik verwijs naar Thomas Mann die het duidelijkst verwoordde hoe de democratie in het Wilhelmitische Duitsland problematisch bleek: de burger trok zich terug in de cultuur en liet de politiek over aan de bestuurders. Hij heeft later zelf het ultranationalistische discours van de tekst betreurt, maar het kenmerk van het Bildungsburgerschap weerhouden als een verklaring voor de ellende. Nu we de Fransen onder leiding van François Hollande zien zwalpen met ministers en penningmeesters die – hoe zegde u het weer ?- gebruikers van perfide fiscale constructies bleken. Nu moet Hollande hen wel opsporen en aanpakken (ik verwijs naar het laatste zinnetje van uw inleiding.) Morele transparantie, zoals mevrouw Neiman bepleit, lees ik evenwel niet in uw tekst, juist niet vanwege Hollande en cie.  

Vriendelijke groet en waardering voor uw standpunt, maar niettemin vond ik het nodig dat inzicht te onderzoeken, Excuses dat ik ook nog eens putte uit wat de actualiteit aandraagt aan overdenkenswaardige berichten. Voor een filosoof getuigt dat wellicht van onze gevangenschap in de waan van de dag. Ach, dat is het, de grot van Plato, ik zie alleen de schaduwen, niet de werkelijke dingen. Verantwortungsethik of Gesinnungsethik? Ik kom tot de veronderstelling dat Max Weber van beide de sterke en de zwakke elementen zag en dat een politicus niet mordicus voor een van de twee kan gaan. Maar dat wordt dan wel een boeiende discussie over levensvisies. 

Vale

Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten