De Verlichting verduisterd

Ideologiedebat

Over het rauwe nationalisme
En wat er tegenin gebracht kan worden

Stephen Toulmin deed mij nadenken
over het dogmatische denken in onze
tijd. 
“We moeten af van het complex dat alleen iemand die te kwader trouw is de N-VA van Bart De Wever kan verdenken van dit soort bekrompen nationalisme. Wie eerlijk naar de actualiteit kijkt en dieper graaft, merkt dat een moderne ethische gemeenschap wat anders is dan het rauwe nationalisme dat De Wever nastreeft.”

Aldus schrijft in zijn ondoorgrondelijke wijsheid de heer EU-commissaris, Karel de Gucht in het dagblad De Standaard. Waarom zouden we er ons nog druk om maken? We – vele lezers van de DS maar hoeveel? – weten dat Karel de Gucht nog steeds een grote afkeer ten aanzien van de N-VA koestert en dat hij het nooit kan laten zijn inzichten kenbaar te maken, wat voor de krant blijkbaar ook gefundenes Fressen mag heten. Het debat, zo heet het dan, moet opgepookt. Ico Maly heeft vorig najaar laten weten hoe erg het gesteld is met de ideologie van de N-VA en het valt op, bij het lezen van het boek, dat hij weinig kritisch staat tegenover zijn bronnen, vooral secundaire bronnen. Maar een uitgebreide review volgt als ik het boek heb doorgelezen.

Het punt is dat deze ideologie van een partij steeds weer verbonden wordt met Edmund Burke, een Ierse jurist, parlementslid in Whitehall en ook wel een filosoof. Hij stond kritisch tegenover de Franse Revolutie en dus, zegt men vandaag, kan een politicus, zoals de Wever deed in dezelfde krant in 2003, niet ongestraft diens denkbeelden baseren op het denken van Burke, want dan bekent men zich tot de antiverlichting. Mali verwijst uitgebreid naar Burke, maar ook Karel de Gucht kan het niet laten. Maar in een krantenartikel geeft dat het bevreemdende gevoel met een dictaat geconfronteerd te worden en dan verkeert het Sapere Audi van Kant in zijn tegendeel.

Immers, men doet beroep op John Stuart Mill, op een resem auteurs van de negentiende eeuw, zoals Eric Hobsbawm – 20ste eeuw - , die toch niet zomaar een historicus was, maar de geschiedenis bestudeerde van een marxistische invalshoek. Natuurlijk mag Hobsbawm dat, maar het ontslaat de lezer niet van de noodzaak ook na te gaan of de benadering van Hobsbawm wel altijd de toets der kritiek doorstaan kan. Men geeft ons de afgelopen decennia met enige bekwaamheid laten verstaan dat een ideologie die niet de verdiensten van de Franse Revolutie – en de Amerikaanse – accepteert in feite tegen die traditie ingaat. Nu is het wel paradoxaal dat wie zegt zich te beroepen op een gedachtengoed dat de traditie zelf verwerpt als een set van onoverdachte waarheden, dus vooroordelen, niet zomaar kan zeggen in een traditie te staan, zoals de volgelingen van de Verlichtingsfilosofen doen.

Er is namelijk niet enkel het feit dat na de verfransing van Europa aan het einde van de zeventiende en tijdens de achttiende eeuw in verschillende landen een beweging op gang is gekomen de eigen cultuur en taal opnieuw ernstig te nemen. Zo was er Herder in Duitsland, die dan ook met de grootste vanzelfsprekendheid als een verdacht auteur wordt voorgesteld. Maar veel analyses van het denken van Herder heb ik recent niet gevonden. Bovendien was er de bekende Rede aan de Duitse Natie van Fichte, waarover de heer EU-Commissaris zelden spreekt, terwijl het wel paste in een strijd tegen de Franse bezetter. En is niet een van de verworvenheden van de Verlichting net dat het recht op opstand – zoals in de Nederlanden in de zestiende eeuw uitgedrukt – een onvervreemdbaar recht is, wat impliceert dat men de oproep tot meer nationaal gevoel van Fichte niet zomaar terzijde kan schuiven.

Ach, men kijkt met argusogen naar het Schoon verdiep, wat afgelopen jaren meestal enkel tot juichkreten leidde, maar nu kijkt men met argusogen, omdat men de burgemeester van Antwerpen niet vertrouwt. Karel de Gucht laat zien waarom: rauw nationalisme. Het zal me benieuwen, want ik heb niet de indruk dat het rauwe nationalisme van de heer Hollande evenzeer in de picture komt, de man die een bedrijf wil nationaliseren, die de eigen grote energiebedrijven steunt en op het oog niet altijd even sterk de concurrentie laat spelen. We hebben het wel gehad met dat voortdurende hakken op een ideologie, zonder dat die lui de eigen inzichten kritisch bejegenen. Natuurlijk hoeft niet iedereen die links is de gedachte te accepteren dat links vanzelf naar Kolima voert, de Goelag impliceert en de vrijheid van denken uitsluit. Een ideologie omhelzen kan betekenen dat men er de alfa en omega van onderkent en desondanks iets mee wil aanvangen.

Karel de Gucht spreekt van rauw nationalisme, maar ik geraak er niet wijs uit, wat hij daarmee kan bedoelen. Ethisch is de N-VA niet echt conservatief te noemen, wat men er ook van beweert, want de acceptatie van holebi’s in de partij is behoorlijk groot. Ook op andere ethische terreinen zie ik niet goed dat de partij ethisch retardair zou blijken.

De pragmatische benadering van de Sinksenfoor, een verhaal dat al vele jaren de bewoner van het Schoon Verdiep kwelt, kan men bespreken, maar blijkbaar wil men de verspilling van publieke middelen aanpakken. Mocht de rechter de klagers hebben laten weten dat hun particuliere belang niet opweegt tegen het belang van de stad en de andere burgers die naar de foor willen gaan, dan had de stad niets hoeven te doen. Maar de rechter vond dat die klagers plots wel goede gronden hadden.

Karel de Gucht weet, als titulair burgervader dat hij de zaak ook niet zomaar op stel en sprong had kunnen regelen, maar dat de stad een modderfiguur had geslagen als de befaamde foor niet plaats had gehad. Het komt me dus vreemd voor en onterecht dat op de aanpak van de problemen rond de foor zoveel kritiek is gekomen. En het voetbal? Wie kan begrijpen dat de grootste stad van Vlaanderen begrijpen geen topploeg weet te hebben. Moet elke stad dan een voetbalploeg in de topliga’s hebben? Niet dus en daarom is het tegelijk begrijpelijk dat er gezocht wordt naar oplossing, al blijkt die gezien de grote tegenstellingen in de stad zelf moeilijk; tegenstellingen die met trouw aan den Antwaarp dan wel aan het Kiel te maken hebben. Als er al ergens sprake is van rauw tribalisme, dan wel in het voetbal.

Maar goed, we weten dus niet of er in dit land, behalve bij een harde kern van Voorpost en andere groepjes sprake is van rauw nationalisme. Erger nog, soms hebben we de indruk dat er in de taalgemeenschap nu net wel sprake is van rauw nationalisme, met een diepe minachting als implicatie voor alles wat Vlaams is en Nederlandstalig. Zelfs is er een Vlaamse elite die zich de aanmatigende neerbuigendheid ten aanzien van Vlamingen aan laten leunen, die zonder goed weten waar de gedachten vandaan komen, het Nederlands en het Vlaamse Volk ervan verdenken niet tot rede bereid te zijn. Tja, als de familie in Spanje en Zwitserland, Algerije uitzwermt, kan men zich daarbij niet veel meer voorstellen. Die houding zal men minder vaak belicht zien, want een Belgisch nationalisme zou wel redelijkheid betrachten en uiting geven aan open denken, aan verlicht denken. Ik zou het niet weten. Als ik sommigen bezig hoor, zoals Karel de Gucht, dan denk ik vanzelf en zeer bewust aan Brel, “La Statue” of aan diens “Ces Gens-lá”… aan hoe mensen van zichzelf vervuld kunnen zijn. Bizar genoeg namelijk heb ik ook enige interesse voor de Franse letteren, van Marcel Pagnol kan ik wel genieten, net zoals ik wel eens graag le Roman de La Rose herlees, Pantagruel moet ik nog eens opnieuw lezen en dan zijn er de verdoemde dichters, Rimbaud, Baudelaire en Verlaine, maar ook andere werken kan ik best genieten. Echter, die interesse strekt zich verder uit.

Oh, natuurlijk, ik ben maar een eenling en een zwaluw maakt de zomer niet, maar ik weet dat er wel meer mensen in de Vlaamse Beweging waren en zijn die van cultuur hielden en houden, de eigen auteurs, maar ook buitenlandse, Franse, Engelse en Spaanse, zoals Miguel de Unamuno maar ook auteurs die verder van me af staan, zoals de Portugees José Saramago. Dat kan niet zomaar voor elke aanhanger of elk lid van de N-VA gelden, dat klopt. Maar hoeveel liberalen geven vandaag nog blijk van uitzonderlijke vertrouwdheid met de Europese en wereldliteratuur? Hoeveel hebben er interesse voor schilderkunst? Juist, ik zou het ook niet weten en het heeft ook maar een relatief belang. De zaak is immers dat wie naar de bezoekers van de musea kijkt, zal merken dat de interesse niet afneemt. Alleen, we weten ook dat velen menen dat de Vlaming er een conservatieve artistieke smaak op na houdt.

Over rauwe inzichten gesproken: Wat met het Futuristisch manifest? Ik heb mogen vaststellen dat gasten als Paul van Ostaijen daarvoor niet ongevoelig waren, voor het geloof in de mobiliserende kracht van het modernisme. Het Futuristisch manifest legde evenwel ook de grondslagen waarop een ideologie als het nazisme zou teren. De mens als ideale machine, zoals de beelden van Leni Riefensthal lieten zien. Men moet er zich dus van vergewissen dat een interessante stroming, zoals het modernisme wegen kan uitgaan, die we achteraf heel erg betreuren. Modernisme gaat immers vaak over techniek en fascinatie voor nieuwe mogelijkheden, maar minder over de gevolgen ervan voor mensen. De technische vooruitgang is indrukwekkend geweest, maar we merken dat nu, zo goed als 100 jaar geleden, juist, in 1913, toen de Sacre de Printemps voor het eerst werd uitgevoerd, de blindheid voor de consequenties, vooral de gemengde waardering die mogelijk is, al even opvallend is.

Technische vooruitgang heeft immers vaak verschillende gezichten en pakt ook op verschillende niveaus van het leven anders uit. Het is net omdat men doorgaans aanneemt dat technische vooruitgang vanzelfsprekend verbeteringen met zich brengen, dat we vaak meelopen in zo een evolutie, zonder er tijdig de mogelijke grenzen van te zien. Het is daarom bizar dat we vandaag op zo een beperkte manier kijken naar de verhalen over de Verlichting. Waarom zou men Maarten Doorman die de authenticiteit bij Jean-Jacques Rousseau onderzoekt, a priori afwijzen? Speelt dan ook geen vooroordeel mee. Doorman stelt immers dat het begrip Authenticiteit bij Rousseau op gespannen voet staat met het spontane handelen, waar Rousseau dan zelf wel door Voltaire over werd aangesproken.

In de krant valt vandaag ook een interview te lezen met Jonathan Israël. Nu heb ik vroeger al kanttekeningen uitgeschreven over zijn werkje betreffende radicale verlichting en ook heb ik Philipp Blom gelezen en besproken, Het Verdorven Genootschap, dat evenzeer het denken van de groep van Verlichtende denkers uit de doeken doet. Daarmee willen we niets afdoen aan de verdiensten van Jonathan Israël, maar toch kan het geen kwaad net meerdere bronnen te onderzoeken. Het valt op dat de discussie over de geschiedenis van de ideeën, die dus meer impliceert dan alleen het werk van de filosofen, maar ook de receptie en de uitstraling ervan niet grondig gevoerd wordt.

Het vreemde tot slot is dat men de indruk wekt, zoals Ico Maly ook doet dat er maar twee mogelijke posities zouden zijn: of men kiest voor de (radicale) Verlichting of wel voor een of andere vorm van antiverlichting, maar ook dat is uiteindelijk een vorm van modernisme. We merken dat men vandaag meer dan een generatie geleden hecht aan autoriteiten, wat in de discussie over de Verlichting wat mij betreft altijd zeer verrassend en contradictorisch blijkt.

Het nationalisme zelf wordt voortdurend geplaatst in een context van antimodernisme, terwijl het optuigen van de natiestaat met mythen en symbolen, met vormen van gevonden geschiedenis net een zaak was van de als modern aangevoelde natiestaat. Maar men weet ook, denk ik, dat al in de oudheid staten, Athene, Rome, maar ook Perzië zichzelf een narratief aan hebben gemeten.  En in de 11de eeuw, 12de eeuw deed zich dat ook voor in Normandië, na de slag bij Hastings, maar later ook in Vlaanderen, vaak door de aristocratie, maar in Vlaanderen vooral door de stedelijke bestuurders. Hier past het ook te denken aan Johan de Witt, die in Holland en de Republiek een hoop symbolen en verhalen aandroeg. Willen III, die ertoe heeft bijgedragen dat de Glorious Revolution kon slagen, heeft overigens donders goed begrepen dat hij zijn voordeel deed met dat narratief, ondanks het feit dat een deel van het volk voor Oranje had gekozen tegen de regenten, waarvan Johan de Witt de uitgesproken vertegenwoordiger was. En later werd de natiestaat het vehikel van het liberalisme en zorgde men in verschillende naties voor verhalen, symbolen, uitingen van het passend geachte patriottisme.

Duidelijk is het immers dat een Europa zonder een publiek met grote problemen te maken heeft en dat houdt niet op, want het euroscepticisme hanteert soms zeer antimoderne inzichten. Van N-VA is geweten dat het de EU steunt en toch vindt men het nodig dit verdacht te maken, want het zou als een oplossing gelden voor het Belgische probleem. Maar veel Vlamingen van mijn generatie zijn met de verkiezingen voor het Europees Parlement in 1979 ontwaakt op dat vlak. Toch lijkt het erop dat wie over de EU spreekt die awakening niet ernstig te nemen. En Europa als unie ook als een project van gemeenschap voorstellen kan niet als men de idee van een gemeenschap verboden acht, een identiteit die anders is dan een individuele identiteit maar toch die laatste niet uitsluit.

Alleen, vandaag botsen we op vormen van dualisme, waarbij iets of goed of fout is, wat in filosofisch opzicht zelf al problematisch is. Want men kan als er al een positie is en een invers daarvan, dan is er altijd nog een derde weg mogelijk. Daarom zijn binaire voorstellingen altijd verdacht. Daarom lijkt de kritiek op nationalisme in termen zoals die nu voorgesteld wordt, altijd weer bedenkelijk, omdat het en verweven zat in een burgerlijk, liberaal narcisme en omdat het nationalisme, zelfs in de meest verderfelijke vorm het modernisme niet als middel afwees. Want dat is wat me vandaag misschien nog het meeste bezoekt, dat is dat iemand vandaag, van de Paus tot Bin Laden nooit de moderne middelen zal afwijzen, ook al ziet elk van hen af van de moderniteit zelf als opvatting.

Men kan afwijzend staan tegen nationalisme, men kan ook nog in overweging nemen dat behoren tot een samenleving op redelijke gronden tot betrokkenheid kan leiden. Die betrokkenheid hoeft de individuele overwegingen niet te verduisteren of te verblinden. Dat probleem wil Karel de Gucht niet zien en dat draagt bij tot de gedachte dat hij wel intelligent kan zijn, maar daarom niet beschikt over veel inzicht in het denken zelf. Want het probleem is, zoals ook nu weer blijkt en eens te meer uit het interview met Jonathan Israël, dat als men slechts twee mogelijkheden heeft om iets te interpreteren, het weze de verlichting of het nationalisme, dat men dan altijd nog een derde weg kan vinden. Soms loopt die dood, maar soms gaat die verder. Het complex van denkbeelden dat we de moderniteit noemen, waar zelfs een zekere mate van nostalgie in schuilt, het stof waaruit men helden smeedt, nationalistische of rationalistische, kan vandaag niemand ontgaan of naast zich neerleggen. Toch is het noodzakelijk, zoals Erich Fromm met nadruk onder de aandacht bracht, na te denken over hoe we de mogelijkheden van de moderne technische verworvenheden oordelen. De voordelen zijn duidelijk, de nadelen minder en daar is het in vele discussies dezer dagen om te doen: de vraag naar ggo is er een van, maar ook hoe we de vorderingen van de geneeskunde interpreteren – concreet: wanneer we de mogelijkheid van medische hardnekkigheid gaan afwijzen -   zodat we vergeten dat ons leven ons gegeven is en het einde in wezen ongewis, ook al willen we daar meer greep op krijgen. De maakbaarheid van de samenleving is ook zo een zaak, maar die botst, zoals men zal begrijpen met het ideaal van de verlichting, want volgens dat concept is de mens vrij, ook als het erom gaat de foute richting in te slaan.

Bart Haers

PS het mag duidelijk zijn dat name dropping verwijten aan een auteur een gemakkelijk argument is om de zaak niet ernstig te nemen. Daarom ook kiezen we voor het werk van Stephen Toulmin en dus voor diens beeltenis om onze visie op de samenleving en het denken, het rationalisme, helder te stellen.


Reacties

  1. Weinigen zullen er aan twijfelen dat u een zeer belezen man bent. Maar ik houd meer van iemand zonder name-dropping , die een eigen ! mening klaar helder systematisch en met rationele argumenten kan uiteenzetten in korte eenvoudige ondubbelzinnige zinnen. Ik houd niet van mensen die als ijdeltuiten pronken met hun grote belezenheid, maar die in hun discours verraden dat zij er eigenlijk (niet eindelijk !) nauwelijks iets van begrepen hebben. Tot zover een bedenking, die u vermoedelijk niet zal publiceren. Ook het springen van de hak op de tak, een blijk van het hebben van een warhoofd, is uitermate storend.
    Een voorbeeld ? Karel De Gucht heeft enkele (dwaze) bedenkingen gepubliceerd in verband met de nva in het algemeen en Bart De Wever in het bijzonder. Moet kunnen en mogen, uiteraard. Maar what the hell heeft dat te maken met de Goelach, met Brel, le roman de la Rose, Pantagruel enz ? Een beetje bij de topic blijven en iets minder ijdeltuiterij omtrent het ten toon spreiden van kennis van literatuur kunst en cultuur, a.u.b. Misschien hebben sommige lezers daaromtrent meer kennis dan de auteur, waardoor deze laatste in zijn blootje komt te staan met zijn beweringen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Men kan van niemand vragen over wielrennen te spreken en niet over renners, laat staan dat een gesprek over voetbal kan gaan zonder namen van trainers en voetballers aan de orde komen. Wie dus spreekt over cultuur en over de vraag wat bekrompen nationalisme wel kan zijn, moet dus wel een cataloog van titels van werken en auteurs aandragen. EN ach, als ik als een uitschuiver zou maken of in de ogen van experten tegen de grond zou gaan, dan is dat maar zo. Want u kan toch niet anders dan vaststellen dat vele namen hier niet zo vaak in het vocabularium van Karel de Gucht voorkomen. Bovendien is er nog een ander probleem: hij spreekt van rauw nationalisme, omdat hij meent dat helder voor ogen te hebben, niet als een concrete houding, maar als een abstract begrip dat aansluit bij zijn visie van dan wel een goede attitude zou zijn. Dan denk ik dat het net wel nodig is even naar de werkelijkheid te kijken. Bij het onderwerp blijven? Tja, ik wil wel en probeer het wel, maar voor de een is dat een lemma in de Winkler Prins, voor de andere moet je het als tweet kunnen versturen. De Brockhaus encyclopedie of de Macropedia van de Brittanica hebben ook best boeiende lemmata. Het hangt er dus maar van af hoe men het bekijkt en wat men gezegd wil hebben.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten