neutraliteit van het ambt


Brief

Aan de pleitbezorgers
Van neutraliteit in het openbaar
Ambt

Brugge, 2 mei 2013

De ambtenaar en het dienstbetoon van de overheid

Ik hoop maar dat dit inderdaad het ambtsuniform
is dat Napoleon of zijn opvolgers ooit voorschreven
voor de studenten van de ecole polytechnique.
Het ambtsuniform was bij Napoleon een belangrijk'
instrument om de neutraliteit en de waardigheid
van overheidsambtenaren voorop te stellen. 
Geachte Dames en Heren,

Ik begrijp uw bekommernis wel, of liever, hoe meer ik het tracht te begrijpen, hoe naïever het mij lijkt. Nu, neutraliteit van het openbaar ambt blijft een belangrijk principe, maar tegelijk blijft het maar de vraag hoe men het principe het best in de praktijk vorm geeft.

Ik vraag me af of het namelijk (nog) zo is dat de belangrijkste beslissingen van de overheid ten aanzien van individuele burgers aan een loket tot stand komen. De dienstverlening is immers complex geworden, gelijk opgaand met de toenemende rol en opdrachten die de overheid op zich heeft genomen. We zijn immers al ver af van de overheid die er zich toe bepalen kon de wet te handhaven.

Wel is het zo dat de overheid onderwijs en zorg in hoge mate uit handen heeft genomen en lang was ik het er mee eens dat dit overbodige kosten kon meebrengen, maar de idee dat zorg niet enkel vanuit een overheidsgedreven neutraliteit wordt verleend, blijkt in de praktijk moeilijk vol te houden. Men kan zich afvragen of het grote gewicht van instellingen die onder de kerk ressorteren of er levensbeschouwelijk mee verbonden en verweven zijn, de best mogelijke situatie is, maar dat is even niet aan de orde. Het zorgt wel voor een nuancering van de eis tot neutraliteit.

Belangrijker immers is de kwestie waar beslissingen over mensen en over hun zaak tot stand komen, want mij komt het voor dat heel vaak die beslissingen in een ambtelijke molen komen en dat pas als de ondertekening ergens bovenaan de hiërarchie op een document is gezet, kan het naar het loket. Men begrijpt dat de beslissende rol van de loketbediende niet zo groot is. De schijn van neutraliteit kan gewekt worden, de vraag is of we zeker kunnen zijn als die neutraliteit ook bij de behandeling van (moeilijke) dossiers aangehouden wordt.

De schijn van neutraliteit is niet voldoende, maar we moeten vaststellen dat heel wat wetgeving sinds WO II tot stand gekomen is, die veel te maken heeft met beslissingen, van studiebeurzen tot zorgverstrekking maar ook vergunningen, voor het vissen of andere zaken… geleidelijk verstrekkender werd voor personen en de wetgeving valt   moeilijker in formulieren te gieten die voor de loketambtenaar gemakkelijk door te nemen zijn. Maar het gaat om belangwekkende zaken voor burgers en ook ambtenaren weten zeer goed hoe ver hun beslissing kan reiken voor de betrokkenen. Afgezien van een enkele machtsgeile pipo, zijn de meeste mensen die met burgers te maken hebben en over belangrijke zaken te spreken hebben wel degelijk betrokken bij de uitvoering van hun opdracht.

In feite volgt hier een andere vaststelling uit, want die klantvriendelijkheid, een weinig gelukkige term, was gedurende twintig jaar op gemeentelijk vlak, maar ook op andere beleidsniveaus vaste prik: klantvriendelijk(er) worden. Nou, hoe neutraliteit, in de kleding te rijmen valt met die klantvriendelijkheid, kan men nog wel uitleggen, hoewel het toch maar bizar blijft dat de neutraliteit alleen de kleding betreft, een sieraad, een hoofddeksel betreft.

Het komt er dus op aan dat het pleidooi voor neutraliteit op het vestimentaire vlak, waar we kunnen volgen, slechts schone schijn betreft, als op het niveau van de afhandeling van dossiers, klachten en verzoeken finaal tot moeilijke situaties kan leiden. Nu de film over Hannah Arendt verschenen is, waarin verteld wordt hoe de politieke denkster, die in haar onderzoek naar de betekenis van het radicale kwaad in Totalitarisme een notie muntte die ons, niet in het bijzonder mezelf, ergerniswekkend voorkomt, omdat met die term, het radicale kwaad de idee ontstaat dat het kwaad voor haar een volkomen karakter kan aannemen. De kwestie is, denk ik, dat haar notie van het radicale kwaad ook bij Kant aan de orde komt. De moeilijkheid is dat de notie niet spoort met de idee van de relativiteit van het goede en het kwade. Voor haar kwam het er echter op aan dat de absolute machtsmiddelen waarover de NSDAP en de Bolsjewieken konden beschikken in technische zin en de middelen waarmee macht wordt uitgeoefend, zoals angst en willekeur inderdaad niet de opzet hadden de mens met respect te behandelen of hun vrijheid te respecteren. Hoe ernstig gestoord moet men een kwade opzet vinden opdat men het als een kwaad dat berust in de opzet zelf beschouwen kan? De idee van het 1000-jarige rijk of de klasseloze samenleving, waarbij de zuiveringen en het doden van mensen in onoverzichtelijke aantallen niet het probleem was, maar de techniciteit ervan. Daar stond dan weer Eichmann voor centraal. De notie van het radicale kwaad heeft voor Hannah Arendt betekenis op het niveau van het systeem, de doctrine, maar het begrip ´banaliteit van het kwaad’ heeft betrekking op de wijze waarop mensen hun job uitvoeren. In latere essays heeft Arendt dat andere idee naar voor geschoven, namelijk het onnadenkend handelen dat er dan op neer komt dat mensen in een job kunnen functioneren zonder dat ze zich op de consequenties van de beslissingen na te denken. De wet de wet zijnde en door ambtenaren gehandhaafd zijnde, hoeft niet te betekenen dat ambtenaren niet de best mogelijke beslissingen overleggen, die de wet toelaat.

In ons bestel zal men de situaties die voortvloeien uit totalitaristische maatschappijmodellen en bestuursvormen niet aantreffen. Maar het pleidooi voor de neutraliteit op het niveau van de kledij en elementen die blijk geven van een levensbeschouwelijke betrokkenheid kunnen de gedachten niet tegenhouden, de goede niet, de minder goede evenmin.

Neutraliteit van het openbaar ambt? Scheiding van kerk en staat, van levensbeschouwingen als instituties in onze samenleving en de overheid zal men maar best handhaven. Kern van de zaak is dat ambtenaren – verwijzend naar Yes Minister en Yes, Prime Minister! – door hun lange staat van dienst wel eens een grote invloed hebben op het functioneren van het overheidsapparaat. Men mag hopen dat deze mensen weten dat het hun taak is als civil servants de publieke zaak te dienen. Er is weinig reden om aan te nemen dat daar door de band de problemen niet zo groot geweest zijn.

Kortom, de discussie over neutraliteit aan het loket, verhult dat de belangrijke besluitvorming, ook in concrete dossiers die personen betreffen, vaak niet aan het loket genomen worden maar op de kantoren ver van de gebruiker. In feite kan men ook niet verhullen dat zelfs daar contact tussen de burger en de besluitvormende instantie onmogelijk is. Mogen we hier verwijzen naar Victor, die leidt aan een ziekte die behoorlijk zeldzaam is en waarvoor nu wel medicijnen bestaan, maar de toedoening ervan blijkt voor de patiënt, een kind van 7 behoorlijk duur uitvalt. Het zijn adviescommissies die hier de minister voorstellen doen. Zijn dit ambtelijke commissies? In zekere zin wel en hun opties blijken grote gevolgen te hebben. Solidariteit zal in de mate dat er meer middelen gevonden worden om zeldzame ziekten te behandelen, meer vergen dan een afweging over een behandeling. Dat een bedrijf niet zomaar door de knieën gaat om een behandeling die nu 230.000 € kost niet goedkoper kan, ergert velen, maar het blijft ergerniswekkend dat men als overheid de wijze van besluitvorming niet beter volt: in 2000 werd vanuit Europa een programma opgezet om weesziekten – zeldzame ziekten – beter te behandelen. Maar de uitrol ervan lijkt per land te verschillen. Hier hebben de ambtelijke diensten van de minister toch een belangrijker rol? Zonder aanzien des persoons? Dat is in deze niet meer mogelijk. In Nederland deed zich hetzelfde met de ziekte van Pompe, ook een weesziekte met een dure behandeling en waar ook een ambtelijke commissie aanvoerde dat het duur zou zijn…

Mag de loketbediende dan burgers afsnauwen of wandelen sturen zonder goede uitleg als die een request indient voor een vergunning of andere zaken? Uiteraard niet, maar de behandeling van vele dossiers blijft een zaak van ambtenaren op een ander niveau. Een uniform? Dat heeft men veertig jaar geleden afgeschaft bij de post, de RTT en andere overheidsdiensten, die vaak geliberaliseerd of gecommercialiseerd zijn geworden.
De gedachte die bij maar niet wijken wil? Dat men het dossier over hoofddoeken aan het loket niet wil voeren, maar die vrouwen die een hoofddoek dragen, hoezeer we ook kunnen vinden dat de religie voor ons niets betekent en niet past in onze cultuur, vormen in feite geen cruciaal probleem. De vrijzinnige organisaties en hogepriesters spelen weer een geliefd spel, waarbij ze lustig over driebanden spelen. Echter, de werking van de overheid, de ethiek van de ambtenaar, waar we maar moeilijk over kunnen oordelen als buitenstaander, de deontologie die ontsporingen moet voorkomen, dat draagt er toe bij dat de wezenlijke vraag niet aan de orde komt: Hoe komen burgers en overheden met elkaar in contact en wat betekent een concrete beslissing van een ambtenaar voor een persoon. Lex, sed lex, dura lex? Wellicht is dat wel eens onvermijdelijk, maar tegelijk moet ook de overheid zelf die conflictsituatie vermijden, net als de burger overigens.

En dan als uitsmijter nog een gedachte van Hannah Arendt in haar boek over Eichmann in Jeruzalem, over de Schreibtischmörder waarbij zij aangeeft dat door heet beleid van overheden, ook in een democratie, door stapeling van besluitvorming mensen zonder pardon aan de kant geschoven kunnen worden. Natuurlijk, er zijn geen uitroeiingskampen meer en dat tot ieders welbevinden, maar we moeten niettemin toch opletten dat de overheid niet te zeer alleen de weg van het professionaliseren inslaat: de overheid dienen is zeker dezer dagen met toenemende mogelijkheden tot controle en opvolging een delicate aangelegenheid omdat men de vrijheden van personen niet in het gedrang mag brengen.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten