De zware last op de schouders van partijvoorzitters

Reflectie

Strategische zetten op alle fronten
Hoe de politiek bewegingen inzet en de media
Volgen of net niet

Politici houden ons graag voor dat ze het
politieke spel in de vingers hebben. Soms lijkt
dat te kloppen, maar Macchiavelli zou veeel
werk hebben gehad om Bruno Tobback en
Gwendolyn Rutten bij te praten. Intussen
blijven we wachten op een goed overlegd plan
om de crisis althans in ons land een halt
toe te roepen en vooral om dat Europees
hard te maken.  Oh ja, Macchiavelli was eerder een
hoge ambtenaar in Fireenze dan een politicus
in de moderne zin van het woord. Maar
toen het mis was gegaan volgde ballingschap. 
Soms vergt het enig nadenken om te weten waar partijen mee bezig zijn. Vorig  week-end hadden we een congres van de SP-a, later een boekpresentatie van mevrouw Rutten en aan het einde van de week kwam er nog een debat over het arbeidsmarktbeleid. Het probleem? Dat er veel voor de bühne gedaan wordt, maar dat politici zelf lijken te vergeten dat hun woorden wel niet altijd beklijven, maar wel blijven hangen.

De doelstellingen van Toback en co zijn nobel, daarover kan geen twijfel bestaan, maar de uitwerking op het terrein vergt geduld, vasthoudendheid en de moed de toorn van de kiezer te doorstaan, wat doorgaans het verst te zoeken is. Nu we stilaan overtuigd zijn geraakt van het feit dat de crisis niet vanzelf zal oplossen, mag men van de verkozenen verwachten dat zij er hun schouders onder zullen zetten, maar waaronder is dan helemaal niet duidelijk en waartoe heel vaag. Dus wordt het politieke debat er een van opbieden, maar eindelijk moet men erkennen dat er voor deze crisis geen wondermiddelen zijn.

Intussen is er in Nederland een en ander te doen over de besparingsmodus en hoe men die aan het publiek kond moet doen. Het mag duidelijk zijn, het besparingsregime zoals we het nu kennen houdt zichzelf in stand. Er komt geen begin van een aanzet, als de politici het al zouden kunnen tot meer enthousiasme te komen, al zegt Mark Rutte dat nog zo graag – waarmee hij in dezelfde kramp zit als Guy Verhofstadt maar ook als Balkenende. Want dat is mijn vaste overtuiging: de economische, financiële modellen en zelfs politieke schema’s blijken nergens te sporen met redelijk handelen van overheden of burgers, ondernemers. Het idee dat men de toekomst kan voorspellen met een grote mate van zekerheid op basis van goed doordachte modellen, blijkt als maar moeilijker te overtuigen, terwijl econometrie nu net behalve een verhaal van grootheden en simulaties ook een zaak van waarschijnlijkheid is. Falen de modellen niet in een wetenschappelijke context, in het aanwenden om het handelen van een samenleving te vatten en te sturen, kan men niet voorbij de stugge werkelijkheid dat mensen niet altijd handelen naar de premissen van de vereenvoudigde modellen.  Het is goed een worst case scenario te kunnen inschatten, maar men moet ook de waarschijnlijkheid ervan voor ogen hebben.

Het functioneren van een samenleving wordt zelden alleen top down aangestuurd, al wil men dat wel graag geloven. Politici zoals Gwendolyn Rutten koesteren de idee dat mensen zomaar afwillen van de staat, van de voorzieningen, maar begrijpen niet goed dat die staat voor mensen inderdaad een zeker nut en vooral concreet mogelijkheden schept. Iemand als Bruno Tobback gelooft dan weer dat de samenleving echt wel van bovenaf geregeld kan worden, dat mensen verwachten dat de staat in alles voorziet, terwijl mensen al eens vragen hebben bij voorzieningen die anderen ten goede komen. Het gaat er dus om dat sommige politici teveel staat willen, anderen, omfloerst de afbraak van de staat bepleiten, maar beseffen dat dit niet zal aanslaan en daarom vragen om geëngageerde burgers.

Ik moet het boek van Rutten nog lezen, maar wat ik deze week opving, stemt me niet bepaald gerust. Een geëngageerde burger? Manu Claeys is een geëngageerde burger, net als die mensen die niet willen weten van het kanaal van Zeebrugge naar het hinterland; andere geëngageerde burgers zetten zich voor goede doelen of inderdaad, zijn actief in een partij, hebben een lokaal mandaat. De geëngageerde burger is professioneel bezig en besteedt een deel van zijn vrije tijd aan de publieke zaak. Maar als we naar het verhaal rond Oosterweel terugkijken, dan merken we dat het project dat in 2003 goedgekeurd werd door de Vlaamse regering het resultaat was van jaren soebatten en dat men niet goed weet of die besluitvorming naar behoren verlopen was. Ik weet het niet geheel zeker, maar ik denk dat er een aantal vragen te stellen vallen bij de kwestie of mensen het belang van die derde Scheldeoeververbinding inzagen. Nu wil men, om hommeles te vermijden bij het begin van een project en voor de studies uitgevoerd worden mensen overtuigen. We weten natuurlijk dat vage boodschappen de afkeer alleen maar voeden. Intussen kan Karel De Gucht, EU-commissaris en destijds voorzitter van de Open VLD maar ook minister van Buitenlandse zaken in de federale regering wel zeggen dat het dossier hopeloos verward is geraakt, de problemen rond de afwikkeling dateren niet 2009 maar van voor 2003.

Ook in verband met het kanaal waren de coalities snel gesloten en niemand maakte zich bedenkingen bij de argumentatie, zoals de gedachte dat de haven van Zeebrugge nauwelijks meerwaarde zou opleveren, terwijl de werkgelegenheid in de regio Brugge echt wel verbeterd is sinds de grote haven in gebruik is genomen. Dat die havenuitbreidingen er gekomen zijn zonder groot protest dat in de media gehoord werd, mag een wonder heten. Kritiek als zou het grondwater verzilten of dat er watertekort zou zijn, om het nieuwe kanaal en het bestaande kanaal Gent-Terneuzen te vullen, heeft men nooit goed hard kunnen maken. Maar ook hier blijkt hoezeer voorstanders van zo een onderneming vooral particuliere belangen zouden behartigen en wie tegen is, zou het algemeen belang voor ogen staan. Er waren tijden dat zo een kanaal groot enthousiasme kon opwekken bij de burger, maar vandaag lijkt alleen de last en blijkt alleen de hinder van doorslaggevend belang. Met andere woorden, oplossingen verzinnen voor het mobiliteitsprobleem blijkt volstrekt onmogelijk geworden, omdat net de telkens de door politici en de administratie aangedragen oplossingen als vanzelfsprekend onvoldoende of ronduit fout worden afgewezen. Zaak is dat deze projecten zelden door (een deel van) het publiek gesteund worden, of beter dat dit deel van het publiek dat achter zo een project staat zelden gehoord wordt. Men rekt daarmee wel de spanning tussen publiek en overheid op, waardoor het debat er één wordt van wij, de experten en de overheid versus zij, de niet goed geïnformeerde burgers. De vraag van mensen naar betere wegen, kan men nog wel begrijpen, maar zo een grote infrastructuurwerken? Ik denk dat hier een groot communicatieprobleem aan het licht komt, dat telkens weer speelt. Mensen die een overheidsinitiatief gunstig beoordelen, worden niet interessant geacht, waardoor het publieke debat onmogelijk gemaakt wordt. Dat is e contrario gebleken toen het ging over de afschaffing van het ASO en het afbreken van schotten tussen de bestaande onderwijsvormen. Nu herinner ik mij dat verschillende organisaties van leerkrachten vonden en vinden dat de leerlingen sowieso recht hebben op een dosis Algemeen vormend onderwijs, maar voor de ministers en zijn experten is het vooral van belang dat niemand nog frustraties oploopt in het onderwijs noch uitstroomt zonder diploma. Hoe kan men de verdienste van het slagen in examens valoriseren als het niet mogelijk zijn zou dat er ook zijn die niet slagen? Herexamens en zittenblijven? Hoe kan men het gevoel van succes ervaren als men weet dat het falen niet mogelijk is, waarom zou men zich dan nog inspannen? De hele onderwijsfilosofie, inderdaad, ik heb die leren kennen bij de paters van de Societas Jesu, werd omgedraaid, ondanks het feit dat juist iemand als Voltaire laat zien hoe belangrijk die onderwijsfilosofie was en is om recalcitrante geesten voort te brengen, enfin, mensen die het systeem niet als alleenzaligmakend beschouwen.

Maar ik weet het wel, de doelstelling van de onderwijsvervormers is bruikbare mensen af te leveren, geen autonoom denkende mensen, al moet men dat autonome vooral zien in relatie tot wat anderen voorkauwen, zoals overheden, journalisten en experten allerhande. Aan de andere kant moet wel aangegeven dat zo een recalcitrante geest niet zomaar alles afwijst wat wordt aangedragen. Het punt is dat zo iemand vooral de aangedragen kennis, methodes, informatie weet te hanteren zonder zich daarbij al te zeer door vooroordelen te laten leiden. En hier is het dat politici als Tobback, Rutten en anderen zich vergissen. Een deel van de burgers laat zich graag leiden door journalisten, door de bladen en dan vooral De Morgen, De Standaard en Knack en inderdaad, er staat veel in die bladen dat we ernstig nemen. Maar soms is de sturing te apert om niet op te vallen en dat blijft voor de krantenlezer geen aangename zaak.

Sinds 14 jaar geleden, toen de dioxinecrisis Verhofstadt in de 16 bracht, heeft een nieuwe generatie ervaren dat de berichtgeving soms niet moet onderdoen voor stemmingmakerij. De hoeveelheid kippen die besmet had kunnen zijn met dioxines was al bij al beperkt en bovendien bleek dat de regering die boodschap niet goed had afgegeven, omdat we nu eenmaal als de dood zijn voor vergiftiging. De hele crisis werd later in een proces herleid tot minder dramatische proporties en toch blijf men ons vertellen dat het mis had kunnen gaan. Voor wie ouder is 30 en dus de ramp in Tsjernobyl beleefde, weet dat dit gebeuren genadeloos onderschat is geworden en verder weten we dat Herman Pien, de toenmalige, bijna goddelijke weerman, op last van de regering heeft moeten liegen over de overkomst van de wolk met nucleair stof en al helemaal over de gevolgen voor de gezondheid en de risico’s op ziekte van de mogelijke straling. Men heeft die leugen nooit ernstig genomen en dus niet onderzocht, zodat toen men alarm sloeg over dioxine veel mensen het wel geloofden. Pas later kwam die leugen van de weerman aan het licht. U begrijpt, de communicatie tussen overheid, inbegrepen de rol van de media wordt dan wel heel riskant, want de betrouwbaarheid in concrete momenten van gevaar is dan wel altijd gekleurd. Nog een ander facet van de ramp in Tsjernobyl is de verhoogde afhankelijkheid van Oekraïne van gas en petroleum uit Rusland door de algehele sluiting van het nucleaire park. Toch werd daarvan tijdens de hoog oplopende ruzies tussen Rusland en Oekraïne niet gesproken. Het vergt dus voor de burger enig zoeken om zaken bij elkaar te brengen, zonder er zeker van te kunnen zijn dat zo ook samen horen.  

Daarom valt het des te sterker op dat het engagement van een partijvoorzitter vaak herleid wordt tot behalen van succes in de verkiezingen en de krantenjongens en –meisjes zullen dat niet tegenspreken, behalve als het om de verkeerde partij gaat. Deze week werd duidelijk dat we ons niet voldoende bewust kunnen zijn van deze fout gegroeide idee van politiek engagement. Maar we weten dat niemand zal ontkennen dat een partijleider m/v die de zaak niet naar eigen hand kan zetten vlug van het schild tuimelt. Maar tegelijk, hoe snel de humeuren bij de bevolking evolueren is zeker in Vlaanderen de afgelopen 25 jaar duidelijk geworden en nu kan men die burgers wispelturigheid verwijten, maar het is nog maar de vraag of men daarvoor de goede verklaringen heeft gevonden. Het bewijs? Men heeft van 1988 tot 2004 de opgang meegemaakt van het Vlaams Blok, later, het Vlaams Belang. Men heeft de deïficatie van Robert Steve Stevaert meegemaakt, juist, de man die de werken rond de Oosterweel wilde versnellen, men heeft Verhofstadt horen pleiten voor een modelstaat België en men heeft vervolgens Yves Leterme zien optreden als een succesvol minister-president, maar in moeilijkheden zien komen als federaal premier, toen onmogelijke bankendossiers op tafel kwamen.

Soms vraag ik mij af hoe een respectabele omroep als de VRT en een krant als De Standaard erbij komen een valse noot in de opiniepeiling te stoppen. Toen Stevaert al weg was, bleef hij nog even in de lijst van mogelijke voorkeurpolitici staan, vervolgens stopte men er onlangs Elio di Rupo in, terwijl de kijkers van de VRT of de lezers van DS niet voor de man kunnen stemmen. En wie zal dan zeggen dat hij of zij voor Di Rupo zou stemmen… Dan zou men ook Reynders en nog een paar andere Franstalige politici moeten inbrengen. Ook is het de vraag bij wie gepeild wordt naar zijn of haar kiesintenties. Het kan dus nuttig zijn dat we voor onszelf eens uitmaken voor men nu of de eerstkomende zondag zou stemmen. Alleen, zoals Erdogan niet opmerkte, zal men dat verkiezingsproces best niet zien als de enige manier van betrokkenheid bij het bestuur uit te drukken. De verschuivingen bij opiniepeilingen kunnen op verkiezingsdag eigenaardig uitpakken, soms gunstig, soms zeer ongunstig, zoals Guy Verhofstadt in 1991 en 1995 mocht ervaren.

De vraag is dan ook of grote strategische bewegingen van partijen en partijvoorzitters in deze tijden wel veel uithalen. Mevrouw Rutten vindt dat de Vlaamse overheid geen openbaar (bus-)vervoer hoeft te organiseren en dat vrij kan laten aan de particuliere sector. Voor een deel is dat overigens ook het geval. Maar los van het vervoer van schoolkinderen is het aanbod van De Lijn ook voor het toerisme van groot belang geworden, bijvoorbeeld voor toerisme. In die zin schiet het publieke busbedrijf tekort omdat er bijvoorbeeld op zondag in landelijke gebieden geen diensten meer aangeboden worden. Wegens te duur? Maar hoe kan men dan mensen ontraden te gaan cruisen door landelijke gebieden, zoals de streek van Sint-Margriete? Men begrijpt dat men niet echt een collectivist hoef te zijn om de mogelijkheden van de Lijn voor het publieke belang, zoals plattelandstoerisme te ondersteunen.

De pogingen van Bart Brinckman om de positie van de N-VA tegenover de andere partijen helder te krijgen, iets waar de journalist zich regelmatig aan waagt, waarbij het altijd de vraag is of de partij van Bart de Wever nog zo kan surfen op golven van enthousiasme, ontbeert een afweging van de publieke belangen en de antwoorden daarop vanwege politici. Het kan zijn dat nu de partij moet besturen velen menen dat het wat minder is, maar tegelijk krijg ik er alvast het heen-en-weer van als men nu bijna wekelijks over de verkiezingen van 25 mei 2014 begint te spreken en vervolgens van politici wil vernemen dat ze er echt niet mee bezig zijn. Die verkiezingen komen er en men heeft gewild dat ze samenvallen, tot daar geen probleem. Men kan evenwel niet roepen een democraat te zijn en vervolgens menen dat er teveel verkiezingen georganiseerd wordt. En dan is er de vraag of men meer België wil behouden dan wel Vlaanderen institutioneel sterker maken. De hele discussie blijkt telkens weer vast te lopen in symbolen en invectieven. De problemen die men te behandelen heeft, bijvoorbeeld over de rijksschuld, over de besteding van gezamenlijke middelen en de verantwoordelijkheden van Wallonië als gewest en Brussel… in het beperken van de overheidschuld, daar spreken liberalen en socialisten niet over. Die vergissing is bedenkelijk, omdat we zo geen kijk krijgen op de gedeelde belangen en wat we echt solidair willen oplossen.

Daarom vind ik de hele heisa over het boek van mevrouw Rutten, of het congres van de SP-A waar men zegt een meer linkse koers te willen varen veel geblaat om weinig wol. Echter, wie herinnert zich nog het beleid van wijlen Pierre Mauroy, burgemeester van Rijssel en premier onder Mitterand van 1981 tot 1983, de man dus die de communisten meenam in de regering, waarna ze helemaal uitgemergeld achterbleven? Maar ook de Franse middenklasse lag uitgeteld op het canvas, terwijl de corruptie rond genationaliseerde bedrijven tot in de jaren 1990 voor processen heeft gezorgd, zoals Roland Dumas mocht ervaren. Kortom, we zullen het wel geloven dat Tobback jr. goede ideetjes heeft, dat hij het voor tewerkstelling heeft en daarvoor met de werkgevers wil spreken…

Het past journalisten de partijen tegen het licht te houden, maar de hele discussie over (con-)frederalisme, over de bestaande constitutionele waarborgen, waar mevrouw Rutten mee uitpakte, kwam alvast mij bevreemdend voor. Als een partij de bestaande evenwichten in het geding brengt om meer soevereiniteit aan de regio’s toe te schuiven, dan is het Warandepark te klein; wie dit doet om België te versterken, krijgt schouderklopjes.

Besluit

Ik denk dat politici en opiniemakers het publiek best niet te ontwetend benaderen, want dat publiek weet nog wel foute grote beleidsdaden gesteld werden, zoals de invoering van het VSO, zoals het langdurige getouwtrek rond een nieuwe oeververbinding in Antwerpen, waarbij sommige politici op een paar jaar tijd helemaal hun kazak hebben gedraaid. Het grote politieke verhaal drukt zich uit in vele kleine dossiers en dat vergeet men te gemakkelijk. Maar goed, mevrouw Rutten vraagt geëngageerde burgers? Die zijn er, alleen hebben ze vaak de indruk dat hun stem maar gehoord wordt als ze tegen de schenen van journalisten en politici stampen. En dat maakt constructieve omgang tussen burgers met en burgers zonder mandaat bijzonder moeilijk. Burgers met een mandaat krijgen dus veel te verstouwen, maar hebben ook mogelijkheden iets klaar te maken en soms lijken we dat van elkaar te vergeten. Ook is het waar dat niemand gezegd heeft dat we het altijd roerend met elkaar eens moeten zijn, maar toch, als we er geen van hebben wat we samen met dit samenleven aan moeten vangen, als er dus geen minimum van wij-gevoel aanwezig is, dan werkt een democratie ook moeilijk. Maar hierover moeten we een volgende keer maar eens van gedachten wisselen.

Bart Haers  

    

Reacties

Populaire berichten