Historiografie en de worsteling met het eigen verhaal

Recensie

Wat oorlog met zich brengt
Oude rancune en nieuw ressentiment

Jan Brokken, De Vergelding. Een dorp in tijden van oorlog. Atlas Contact 2013 (7de herziene) druk. 383 pp. Prijs: 19,95 €

Het boek werd inderdaad besproken in de media hier te lande, maar de recensies waren gefixeerd op wat Geert Mak ervan zegde, namelijk dat het leest als een detective van de beste soort. En allemaal echt gebeurd. Dat valt me dan wel tegen van Mak, want het is niet zeker wat er nu allemaal gebeurd is, wie wat gedaan heeft en vooral waarom? Het is dan ook veeleer historisch onderzoek dan detective, al weten we sinds de publicatie van "Montaillou" (ik dacht dat de Nederlandse vertaling in 1984 verschenen was - de herziene versie dan toch) van Emannuel Leroy Ladurie dat uitgevers historisch hoogstaand werk als detectives in de markt zetten. Historiografie kan immers maar saai zijn. 

Het boek had ik al eerder opgemerkt, toen Jan Brokken te gast was bij Boeken, waar hij het heel specifieke geval vertelde van een man die gevochten had in de Brigade Prinses Irene, de Nederlandse troepen die in Londen geformeerd waren en betrokken waren bij de bevrijding van Nederland, maar wiens echtgenote van mei 1940 af in feite zonder middelen was komen te zitten en het dan maar, zij het pas in 1943 met de moffen had aangelegd. Hij kreeg na de oorlog geen heldenstatus en werd bovendien – uiteraard – in zijn eer geraakt door het gedrag van zijn vrouw. Zij scheidden en hij slaagde er niet in na de oorlog een ordentelijk bestaan op te bouwen. Maar Jan Brokken kon dit maar ontdekken als hij een andere aangelegenheid goed onderzocht had, de represailles op 7 burgers van Rhoon die op 11 oktober 1944 standrechtelijk waren geëxecuteerd.

Aandacht voor de twee oorlogen van de vorige eeuw blijft gaande en we, wij allen, houden die om allerlei redenen ook graag levendig. Nederland heeft zo te zien meer last met de verwerking van WO II, net omdat ze gelukkig aan de Eerste ontsnapten. Had dat te maken met de aanwezigheid van het vredesmuseum of verkoos Duitsland een neutrale buur om eventuele handelsblokkades tegen te gaan? Maar WO II was voor de Nederlanders een onverwachte ervaring, waarbij wij ons wel eens lijken te ergeren aan hun houding ten aanzien van de oorlog, de foute medeburgers en wat al niet meer. Hoe fout was Nederland? Of hoe weinig betrokken bij de oorlog? Het zijn moeilijke vragen. Jan Brokken die pas na de oorlog ter wereld kwam en in Rhoon opgroeide, ontdekte pas laat dat de verhalen die hem verteld werden, over een represaille van de bezetter niet geheel klopten. Kon hij er een boek uit puren, zoals sommige recensenten het voorstellen, of wilde hij het verhaal ontrafelen en duidelijkheid verschaffen, zodat men zou begrijpen dat de gebeurtenissen in Rhoon, niet enkel op die 11de oktober 1944, maar ook later, toen de gevolgen de levens van betrokkenen bleven beïnvloeden, aan mensen overkomen kan. In het eerste geval zou men het kunnen hebben over waargebeurde feiten, niets meer, maar verder zonder verdere betekenis, terwijl dit boek wel degelijk ruimte biedt tot nadenken.
Geen onverwachte oorlog

Wat mij telkens weer verbaasd als het om WO II gaat, dan is het verhaal van de onverwachte oorlog, want iedereen wist sinds 1938 dat de oorlog eraan kwam. Alleen, de aanval zelf werd niet verwacht. Toch lezen we in dit boek dat verschillende mensen op Rhoon – omdat het voorheen, in een ver verleden een eiland in de Maasdelta was geweest woont men niet in maar op Rhoon – wel doorhadden dat na de aanvallen op Denemarken en Noorwegen ook België en Frankrijk aan bod zouden komen. Kon men hopen dat de Nazi’s de Nederlanders met rust zouden laten? Het bizarre is, nu, na 73 jaar dat men er geen zicht op had de burgers voor te lichten. Hoe zou dat vandaag zijn? De bezetting voorbereiden had wellicht de Nazi’s nog woester gemaakt. Men mag niet vergeten dat de legerleiding zwaar gefrustreerd was dat Nederland beter wist te weerstaan dan de regeringsleden en de koningin (Wilhelmina) hadden bevroed. De beschrijving van wat de luchtmacht aanrichtte in Rotterdam in dit boek is dan ook bevreemdend: men zag op Rhoon alleen een witte wolk boven de stad uitstijgen, terwijl het geluid ten Oosten van Rotterdam tientallen kilometers verder te zien en zelfs te ruiken was. Opvallend is verder dat de vijand wel Rotterdam heeft gebombardeerd, later zou men spreken van coventrieren, zware bombardementen die een hele stad in as moest leggen, wat in het oorlogsrecht niet geheel als legitieme oorlogshandeling wordt voorgesteld. Aan het einde van de oorlog zouden de geallieerden hetzelfde doen in Duitsland. Maar of dat de burgerbevolking demoraliseerde? In Nederland was de koningin met de regering vertrokken op 4 mei, samen met een deel van het leger, waaronder de man van Dirkje Veth-De Ruyter, die gedurende vijf jaar zijn vrouw en dochters niet meer zou zien. Maar er was blijkbaar voor hem of voor haar geen mogelijkheid om haar inkomen veilig te stellen. De diensten in Nederlanden vernamen niet dat hij veilig in Londen was aangekomen, maar hadden ook geen weet van zijn overlijden of krijgsgevangenschap. Men had dus niet de eventualiteit voorzien dat soldaten en officieren die in Londen terecht kwamen mensen hadden achtergelaten in Nederland en die door het stilvallen van handel en industrie minder kansen hadden op arbeid en dus inkomen.

Dorp op de dijk

Rhoon ligt nu vlakbij Rotterdam, aan de overzijde van de Waalhaven, maar de afstand leek mentaal lange tijd groter dan wij ons kunnen voorstellen. Nu ligt er een metro, toen was het een eind fietsen en mensen gingen niet zo gemakkelijk naar Rotterdam, tenzij om te werken in de haven.

Opvallend is ook dat de bevolking in het dorp en in de buurtschappen, de meer afgelegen wijken in de jaren voor de oorlog wel al meer vermengd was geraakt. Want de namen klinken niet altijd even Hollands of Nederlands, er spelen zelfs ook Belgen mee, als ik het goed overzie. Maar dat valt wel makkelijk te verklaren, want de haven van Rotterdam was toen natuurlijk een interessante plaats voor mensen die elders wel eens op hun donder zouden kunnen krijgen. Aan de andere kant was het dorp ook wel gekenmerkt door de tuinderij, die rond grotere steden altijd hun stempel drukken op de landbouw.

Opvallend in het verhaal is dat wie figureert in deze roman, op de dominees na, op de directeur van de Vlasfabriek op het eerste zicht tot de bescheiden mensen behoren, maar al gauw is het maar de vraag hoe men dat anno 1940 en zeker anno 1945 zal omschrijven. Overigens, wie een rol krijgt in deze studie van een dorp in de oorlog,  wordt bepaald door wat aan Brokken en zijn researcher verteld wordt, door mensen en door de bescheiden in archieven. Soms spreken mensen via hun (nagelaten) geschriften en telkens blijkt de blik op de ander minder evident dan de onderzoekers eerst voor ogen hadden gestaan.

Strijd tegen illegaliteit

Het gevaar tegen de wensen en eisen van de bezetter in te gaan zijn ons volkomen vreemd, maar precies het gebrek aan rechtszekerheid, waarbij handelingen soms ongenadig afgestraft worden, zijn ons volkomen vreemd. Insa Meinen beschreef hoe de Shoa zich in België kon voltrekken en legde uit dat elke daad van weerspannigheid als een illegale, dus te bestraffen daad bestemd werd.

Hoe zat het dan op Rhoon dorp vlakbij de haven van Rotterdam, vlakbij de luchthaven Waalhaven? Jan Brokken beschrijft hoe de gemeenschap volledig afgestemd werd op het leven rond de grote stad, dus met veel tuinbouwers, die leefden van de tuinderij. Er was ook een vlasfabriek, waar linnen werd geproduceerd voor de Duitse legers.

De gebeurtenissen van 10 en 11 oktober, waarbij een Duits soldaat van de marine geëlektrocuteerd werd omdat een hoogspanningskabel op de weg was getrokken, zou uiteindelijk 7 mensen het leven kosten, maar voor de gemeenschap diepe sporen nalaten. Wie iets wist, kon er niet over spreken. Lang na de oorlog waren de betrokkenen bevreesd oude wonden open te rijten. Was dit onwil of was dit een heilzame hypocrisie, minstens voor henzelf? Maar het kon ook anderen ten goede komen.

Een van de redenen was dat de reactie van de bezetter, in hoofde van de locale militaire instanties prompt was en zonder veel onderzoek. Ook de baas van de vlasfabriek werd geëxecuteerd, omdat hij kwam pleiten voor de levens van de reeds aangesproken en ingerekende veroordeelden, ook al hadden ze niet direct iets met de dood van de Duitse matroos te maken.

De illegale strijdkrachten, die in het dorp goed aanwezig waren, wisten dat represailles op hun hoofd konden neerkomen en dus werden acties in Rhoon vermeden. Illegale strijdkrachten waren er wel, maar zij wisten hun mensen te beschermen door geen dwaze acties te ondernemen. Wel waren er enkele mensen die probeerden te verhinderen dat schepen afgezonken zouden worden op de Nieuwe waterweg. Dus werden die maar aan kade tot zinken gebracht. Bravourestukjes waren daar dan wel weer voor nodig, want men diende plasticbommen onder de waterlijn aan te brengen en soms behoorlijk die te kunnen duiken om zoeklichten en zo te vermijden.

De waardering van het verzet

De oorlog voorbij kwam het uur van de afrekening en die bleek naderhand bijzonder onrechtmatig te zijn verlopen, want mensen die zich tegen de bezetter hadden verzet werden naderhand als gevaarlijke lieden weg gezet, omdat er rapporten gemaakt waren. Wat de chefs van de Binnenlandse strijdkrachten of de Landelijke organisatie hadden neergeschreven, werd na de oorlog anders gelezen, zo te zien. De zorg van die chefs was er een voor de organisatie, voor hun eigen mensen en voor de onschuldige burgerbevolking. De lectuur nadien leek sommige mensen daarom scherper weg te zetten als niet geheel betrouwbaar, terwijl de rapporteur dat doel zelfs niet in gedachten had gehad, mag men hopen.

Zelfs een soldaat van de brigade prinses Irene zou zich na de oorlog bekocht voelen, de zelfde Veth wiens vrouw met de bezetters had geheuld omdat ze gegeven de omstandigheden niet over middelen kon beschikken. De oorzaken en de gevolgen? Het vormt een van de interessante thema’s van het boek, hoe handelen tot onverwachte gevolgen kon leiden.

Jacques Pijnacker, van de vlasfabriek werd neergeschoten terwijl hij een aantal gijzelaars wilde redden. Bovendien hadden de Duitse bezetters op dat ogenblik voor de represailles een aantal opgepakte Nederlanders in Den Haag zitten die per 10 werden geëxecuteerd. Maar ook dan bleef men verstoken van onderzoek naar schuld of onschuld. De bezetter was bepaald wreed.

60 jaar rancune

Opvallend in dit boek is dat de gemeenschap van Rhoon gedurende al die jaren de gebeurtenissen heeft verteld zoals men het had aangemaakt, waarbij de verklaringen van politie en Duitse overheid samen werden gevoegd. Liever dit verhaal dan echt weten wat er gebeurd was. Omdat andere verhalen de zekerheden hadden doorboord en vooral de menselijke verhoudingen ernstig hadden beschadigd.

Het duidelijkst komt dit aan het licht als we het verhaal van Dien en Sandrien de Regt bekijken, die beide ook met Duitse militairen van doen hadden. Na de oorlog werd ons verteld dat moffenhoeren niet beter waren dan andere hoeren. Hoe het echt zat, blijkt ook in dit boek. Hoe ondoordacht ook, die meiden zochten niet enkel vertier of zelfs liefde, maar ook een veilige toekomst. Zoals gezegd was Dirkje Veth een zwaar slachtoffer van de gebeurtenissen, maar of ze daarom maar met Duitse militairen had aan te pappen?

Een oordeel blijkt gauw gereed, toen al, maar ook 60, 70 jaar later. De vraag of we er een goede uitleg voor hebben, hoeft niet gesteld. Dirkje had twee dochters, waar ze voor te zorgen had. Na de oorlog zou ze niet meer met haar dochters kunnen leven, ze zou scheiden van Arendt-Jan en een nieuw huwelijk aangaan, maar dat liep ook niet zo goed.

De familie de Regt woonde in dezelfde buurt, was niet veel of minder welstellend, een aantal kinderen hadden aan de Engelse ziekte geleden waardoor de ledematen krom groeiden en zelfs het hoofd enigszins uit proportie groeide. Alleen Sandrien had daar geen last van gehad en was met haar 14 een pronte meid die gerust drie jaar meer kon laten gelden. Ze ging met een van de matrozen, maar de gebeurtenissen van 10 en 11 oktober 1944 deden haar inzien dat er iets vreselijk mis was. Alleen haar broer Tobias zou later met Jan Brokken het verhaal kunnen doen, het verhaal dat bij hen verteld werd. Sandrien vertrok na WO II naar Canada en pogingen om haar alsnog te spreken, werden subtiel geboycot.

De rancune en de weigering te aanvaarden dat mensen hun weg gingen, soms zonder zich al te zeer over de gevolgen te bekreunen, maakt dit boek tot een wonderlijke schets van het leven van mensen in dramatische en finaal tragische gebeurtenissen. Een de van notabelen in het dorp was zelf zeer geneigd het fascisme te omhelzen, met dominee de Vos van Marken, wiens zoon, om welke reden dan ook in het verzet stapte, met andere notabelen. Toch mag men niet aannemen dat het kiezen van positie de gewone houding was. Niemand verzette zich echt, maar bleef liefst onder de radar, bij het verzet en bij de bezetter.

Wie het wel deed, kiezen voor het verzet of voor collaboratie, de NSB, had daar gegronde redenen voor, die soms zeer persoonlijk waren, zoals de jongeman Wout Wachtman was een van die figuren die het boek kleurden bij het lezen, gewoon omdat hij omwille van zijn kleine gestalte afgekeurd was maar ging om die en ongetwijfeld zijn overtuiging al in het verzet, toen vele Nederlanders nog nadachten over het begrip illegaliteit

Begrijpe wie kan

Hoe meer we ons met het leven tijdens de oorlog, maar ook met de trauma’s die na de oorlog menig mensenleven vergalden inlaten, hoe duidelijker het wordt dat men als verzetsheld niet minder te lijden had – na de oorlog – dan andere slachtoffers. Het feit dat verschillende leden van de groep Wachtman, ik noem het elitekorps maar even zo, na de oorlog vroegtijdig afgekeurd werden voor beroepsactiviteiten, of omdat ze fysiek uitgeput waren geraakt maar vooral omdat ze als persoon onherstelbare schade hadden opgelopen, moet ons wel bezig houden.

Te bedenken valt wat Jan de Laender schreef over het toegenomen vermogen van soldaten om de vijand uit te schakelen sinds 1914 en dat tot de oorlogen in Afghanistan en Irak. Geleidelijk zou men er door training in geslaagd zijn die 1 op 20 soldaten die koelbloedig konden schieten op te drijven tot 15 of meer. Nu ben ik nooit in omstandigheden geweest om zelfs maar iets van die training te vernemen, maar weet ik wel dat veel soldaten die uit Vietnam kwamen, maar ook recenter uit de oorlog in Afghanistan en Irak, zwaar getraumatiseerd waren. Uiteraard gebruikte men, zoals Stefan Hertmans optekent in Oorlog en Terpentijn drank en amfetamines, wat in WO II nog vaker voorkwam. De grendels wegnemen, de angst overwinnen waren twee verschillende zaken. Maar finaal was en blijft het neerschieten van een mens, zeker van een ongewapende mens een zaak die men niet zomaar achter zich laat.

In dit verhaal speelt de bereidheid het eigen erf schoon te houden duidelijk ook een rol, maar ook de angst om in de verkeerde positie te komen. Iedereen, zeker ook het verzet wilde nutteloze represailles voorkomen. Iedereen die erbij betrokken was, moest de anderen altijd weer tot redelijkheid brengen. Vergeten we overigens niet dat na die dagen in oktober nog een Hongerwinter volgde en dat het verzet niet veel vermocht binnen vesting Holland. In Rhoon verbleven toen 400 soldaten die deels ingekwartierd waren bij burgers en dus lang niet alleen bij mensen van de NSB.

Opinies en daden

Het boek van Jan Brokken gaat over een relatief eenvoudig feit, maar hij opent een venster op een wereld die voor ons gemakkelijk ondoorgrondelijk genoemd kan worden.  Kan Rhoon als dorp model staan voor de verschillende posities op het ogenblik van de bezetting en de toenemende druk op de bevolking, waarbij de oorlog wel degelijk gekanteld is. Dolle dinsdag, de dag in september dat de troepen van de bezetters maar ook hun maatjes bij de bevolking de hete adem van de wraak in hun nek voelen. Het feit dat de succesvolle herovering van delen van België en Nederland spaak loopt, op een tekort aan brandstof en de lange aanvoerlijnen, ook al komt Antwerpen vlug genoeg in bedrijf, zal voor de bevolking in Rhoon en verder in de Randstad wellicht een onvoorstelbare ontgoocheling geweest zijn. Pogingen om via luchtlandingstroepen de bruggen in Arnhem (bekend als operatie Market Garden) te veroveren en zo de tocht van 1940 te hernemen naar Den Haag, mislukken in september 1944.

Wat iedereen in deze periode doet, ook Dirkje Veth en de andere meiden die de moffen te vriend houden, speelt dus in een perspectief van fundamentele onzekerheid, temeer omdat veel burgers hun radio hebben moeten overdragen en soms nog worden aangedragen. Veel mensen begrijpen dat men de vijand niet te vriendelijk moet bejegenen, maar represailles uitlokken helpt ook niet. Vijandschap uitdrukken aan de biljarttafel kan misschien nog net, de moffenhoeren aanpakken is al op het randje, de draad, met 5000 volt erop op de dijk doen vallen, zodat wie er tegenaan loopt, zich verwondt, valt voor ons moeilijk te begrijpen. Maar die mensen leven in een tijd van verduistering, waarbij het minste straaltje licht door de nazi’s bestraft zal worden. Zelfs een sigaret aansteken lijkt een heikel punt. Het gevolg is wel een soort nachtelijk duister dat wij in Vlaanderen en Nederland doorgaans niet meer kennen. Op zee, ver genoeg van de kust zal men die diepe duisternis wel ervaren, of ergens ver weg in het bergland, maar dan mogen er nog niet teveel dorpen in de buurt zijn.

Toch heeft iedereen een kijk op de evolutie, hoop en verwachting. Voor de Nederlanders zijn er die vooral wraak wensen, maar ook daar zoekt men de gemoederen te temperen en de eerste dagen na de bevrijding is er feest, maar vervolgens begint het uur der wraak. Toch zal in Rhoon het feest van angst en pijn niet zolang duren als sommigen hadden gewild.

Bij dit alles spelen opinies mee, maar vooral soms (fout) begrepen handelingen van anderen. Men kent niet elk verhaal afdoende, schrijft Jan Brokken, waarbij hij ook nog eens opmerkt hoeveel mensen bijna hun hele verdere leven hebben gezwegen, zelfs over het uur der wrake.

Het menselijke

Wat Jan Brokken biedt is een portret van mensen, die niet wisten hoe ze op de noodsituatie zouden reageren. Ook is maar een deel van de bevolking echt betrokken, maar tevens kan aangegeven dat verschillende lagen van de bevolking elkaar hier treffen. We lezen over de soms onmogelijke verwerking, het vasthouden aan een verhaal waar men van weet dat het niet klopt, maar dat het minst belastend is.

Bovendien ontbrak het na de bevrijding instanties in de samenleving die opheldering hadden kunnen brengen, aan moed, bijvoorbeeld bij de ondervraging van Duitse militairen die na de oorlog voor een aantal oorlogsmisdaden, zoals de executie in Rhoon er een was, verantwoording dienden af te leggen. Er werd niet echt naar motieven gezocht bij de Duitse chefs in Rotterdam en Rhoon. De vijand, voor hen, dan was al behoorlijk dichtbij, maar hoe men de haven zal verdedigen, blijkt niet altijd van orders in daden omgezet te kunnen worden.

Het feit dat er een dominee is die wel het Italiaanse fascisme steunt maar finaal niet meer mag meewerken met de propaganda van de NSB laat zien dat men niet zomaar elke stroming acceptabel acht. De geschiedenis van de bezetting ligt vaak besloten in de eerste meidagen van 1940, de Hongerwinter en de langdurige weigering van de legerleiding in Vesting Holland om zich over te geven. De Februaristaking en het langzaam opstartende verzet kennen we ook min of meer, de razzia’s tegen Joden en werkweigeraars, dat alles is bekend, maar in dit boek echoën die grote feiten na en laten zien hoe na de oorlog al vlug de details met de mantel der liefde bedekt werden.

Jan Brokken levert onderzoekswerk, maar of we het een detective moeten noemen? Het gaat inderdaad om de waarheidsvinding, maar de historische kritiek is belangrijker dan de schuldvraag. Wie de hoogspanningskabel op de weg gelegd heeft en waarom en hoe dat leidde tot de executie van 7 medeburgers laat toe het wel en wee van een dorp aan de rand van Rotterdam te beschrijven. Zal men dat zomaar uitbreiden naar heel Nederland? Wellicht niet, maar men kan zich wel inbeelden dat mensen elders hun eigen tragische of dramatische overlevingsstrijd hebben gestreden en gekend. Soms werd dat later bijgesteld aan de hand van wat historici boven wisten te spitten. Een enkeling die vond dat Lou de Jong of anderen naast de kwestie bezig waren, werd zelden aanvaard. Brokken laat zien dat historici de menselijke ervaring kunnen wegmasseren en dat moet toch wel eens onderzocht.

Prince

Dat is wat mij na lezing bijblijft: deze mensen, van Dirkje Veth tot Jacques Pijnacker en Wout Wachtman waren van hun leven niet zeker. Het zou verleidelijk zijn voor mensen, voor ons dus die elke rimpel in de veiligheidsdispositie als een bedreiging wensen te zien, in die roerige dagen een avontuur te zien, niets meer dan dat. Maar het gaat om roeien met de riemen die men heeft, zich behelpen. Zou men al die mensen die voor een grijze zone kozen, om niet tegen de zere schenen van de bezetter te schoppen, maar soms wel duikelingen opvingen, als men maar buiten beeld bleef, laf noemen?

De oorlog zorgt twee, drie generaties later in Europa nog altijd voor discussie, maar Jan Brokken laat zien hoe beperkt de interesse vaak is, gefixeerd op veeleer ideologische en politieke benaderingen, of in het slechtste geval op militaire heldendaden. Mensen die het meemaakten hebben naderhand gekozen voor een veilige interpretatie. Onlangs werd de opstand in Sobibor herdacht, waar één Nederlander die het overleefde er later, vele decennia later over verteld heeft. Jules Schelvis die aan Sobibor ontsnapte omdat hij in een werkkamp was ondergebracht en na de opstand in 1943 naar andere kampen werd ondergebracht, heeft 40 jaar gezwegen. Pas na zijn pensionering ging hij ermee aan de slag. Hij was aanwezig bij de inhuldiging van het gedenkteken in Sobibor. Voor ons zijn dit gebeurtenissen die zonder meer onvatbaar zijn. Maar dat is niet het probleem. De vraag die we ons beter kunnen stellen heeft betrekking op onze houding tegenover de situatie vandaag, maar dan komen we uit, denk ik, bij het werk van David van Reybrouck over de verkiezingen, of bij Paul Frissen. De technocratische verleiding stelt ons voor andere vragen dan Dirkje Veth of Sandrien de Regt, Jacques Pijnacker en dominee de Vos van Marken en diens zoon. Maar de vragen lijken zo theoretisch dat we er de betekenis onvoldoende van zien. Levensgevaar is in onze dagen iets voor anderen, die eenzaam ver van huis de wacht houden, in Mali of Afganistan. Zelfs niet voor Navid Sharifi of die Angolese jongeman, die werden teruggestuurd. Volgens de regels? Ongetwijfeld, maar toch, denkend aan dit werk van Jan Brokken, gaat het handelen in troebele tijden dan alleen het handhaven van de wet. Dan wordt het menselijke iets waarover men nadenken moet.

Bart Haers





                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

Reacties

Populaire berichten