Confituur als smaakmaker en de kranten

Reflectie

De krant en de onafhankelijke
Boekhandel
Over kritiek en marktverstoring

Het is feest in de onafhankelijke boekhandel en uitgerekend op die dag krijg van mijn lijfblad te lezen dat ik zaterdag het boek van Sophie de Schaepdrijver zou krijgen. De uitgever heeft het boek overigens niet meer in de aanbieding voor de onafhankelijke boekhandel, wat die uitgever misschien een mooie stunt lijkt, maar hem tegelijk doet lijken op de deserterende soldaat die zich een kogel door de voet schiet.

De krant kan door deze actie niet meer kritisch over dit boek,  “De groote oorlog” van die dame, Sophie de Schaepdrijver berichten, nagaan waarom zij bij de eerste versie, nu al vele jaren her, zoveel heeft opgestoken bij Henri Pirenne, zonder diens werk over WO I te vermelden. Maar ook had het de uitgever en de auteur gesierd, in die eerste versie uitgebreider in te gaan op de vraag of die oorlog wel goed belicht kan worden. Zij beschrijft de wreedheid, de stank, de waanzin, maar laat de generaals als Haig en Foch nagenoeg ongemoeid op hun sokkels staan.

Er zijn vele interessante werken over WO I, nog meer over WO II, maar toch, het blijft een legplaatje en iedereen die erover schrijft, moet zichzelf beperken, om niet oeverloos te worden. Maar tegelijk, een van de interessantste bijdragen, denk ik, is van Philipp Blom, de duizelingwekkende jaren, waar hij de jaren voor WO I beschrijft zonder die in het licht van de komende ramp te benaderen.

In de onafhankelijke boekhandels heb ik vaak prachtige vondsten gedaan, zoals het boek van Blom, of Frances Yates, Giordano Bruno, maar naarmate de jaren vorderen is mijn benadering niet echt veranderd, wat betekent dat ik inderdaad een aantal boekenbijlagen zoals van de NRC of een magazine als het filosofiemagazine bekijk. Met boekhandelaren een gesprek aangaan over Georges Duby, Pierre Chaunu en Philippe Ariës. Dat kan je dus niet met bedienden in Fnack en ook niet altijd bij de keten, hoe vriendelijk het personeel ook is.

Bij Joos hoorden we twee vertegenwoordigers van de onafhankelijke boekhandel, Passa Porta en Limerick vertellen over hun boeiende bestaan. Dat men nog eens verwijst naar mensen die een halve titel onthouden hebben of andere rare vragen stellen, tot daar aan toe net omdat men ook vertelt dat er wel een goede feedback blijkt te bestaan tussen de boekhandelaar en zijn of haar klanten.
Daarom is het zo bedroevend dat de krant de Standaard mensen een boek cadeau wil doen, waaraan men dus behalve extra autoriteit ook nog eens het gemak van betaling toevoegt. Gratis dit boek aanbieden, Neen, bedankt. Dat de Morgen een aantal jaren boeken meegaf tegen zeer lage prijs, heeft me wel een boek van Blaman opgeleverd, maar verder vind ik het niet pluis, een kwestie van verstoren van de markt, maar ook, denk ik, een zaak van zelfcensuur, want die kranten kunnen geen kritiek brengen op de werken die ze zelf meegeven aan hun lezers.

Overigens, als lezer en boekenliefhebber heb ik het er moeilijk mee omdat die praktijk mijn boekhandels, boekhandelaars in het gedrang brengt. Het is zoals met de kritiek op de praktijk van grootwarenhuizen die gebak verkopen. Ga toch naar de patissier, want als het zo doorgaat, verdwijnen die ook van de markt.

De krant moet vervolgens ook niet klagen dat er dus problemen zijn bij de onafhankelijke boekhandel, want ze werken eraan mee. Ook de uitgevers moeten zich dringend beraden, maar niet minder is het aan ons, boekenliefhebbers, vooral als het om het betere werk gaat, het literaire werk: Austerlitz van Sebald, maar ook Een nieuwe Staat, Het begin van het koninkrijk der Nederlanden, historisch en vooral reflecterend over de vele moeilijkheden die de jonge staat had te overwinnen. Ik heb niet de indruk dat de krant veel aandacht wenst op te brengen voor wat er bij onze noorderburen aan de hand is. Ook wat de literaire productie betreft is de aandacht ronduit beperkt en schamel.

Paul Luyten, van boekhandel Walry, heeft naar mij liet weten de naam van het samenwerkingsverband Confituur bedacht. Op de boekenbeurs zag ik het beeld en vond ik het een beetje lastig. Het klinkt ludiek, maar misschien had een meer literaire naam ook gemogen. Maar het belangrijkste is wel dat boekhandels zich wel verdedigen, maar zonder ons, het clientèle gaat het toch ook niet. Sommigen mogen zich dan klanten noemen, in wezen zijn we ook stakeholders en moeten we er mee toe bijdragen dat de zaak/zaken blijft bestaan.

Het lijkt alsof we nogal de blinde verbazing van de jaren zestig en zeventig nog niet voorbij zijn, toen een grootwarenhuis een grot van Ali Baba leek, waar je wel diende te betalen voor de waren die we eruit mee naar huis namen. Maar zoals nu de kritiek groeit op Amazon.com dat het bedrijf een al te grote greep krijgt op het aanbod en het editiebeleid van de uitgevers, daar moeten we toch over gaan nadenken.

De markt wordt daardoor monopolistisch en zo ontstaat een vorm van censuur en in hoofde van uitgevers, zelfcensuur over wat ze gaan uitgeven. Nogmaals, mijn sympathie voor André Schiffrin blijft groot, maar ook Karl Drabbe van Pelckmans en de mensen van Bijleveld, de Historische uitgeverij en al die andere kleine huizen blijven van belang. Ja, ook Emile Brugman van Atlas heeft mooie dingen gedaan, om Godfried Lannoo niet te vergeten. Maar de dwang te groei en zich op concentratie te gooien, heeft die grote uitgeverijen ook veel lasten opgeleverd, wat hen dwingt te hopen op nog maar eens een megaseller als Vijftig tinten, want anders wordt het moeilijk. Het is niet enkel hun zaak, valt te vrezen. Harold Polis van de Bezige Bij blijft een bezig baasje, maar de druk om zich staande te houden binnen WPG lijkt voorlopig de creativiteit niet te schaden.

Nu blijft het maar de vraag of we ueberhaupt boeken horen te lezen. Laten we stellen dat het inderdaad een bezigheid is naast andere, maar het is ook wel zo, denk ik, dat een aantal werken meer zijn dan aangename tijdkortinge voor jongedochters, al mag men dat aspect niet minimaliseren of banaliseren. Het gaat immers om het begrijpelijk maken van dingen die men niet in 144 tekens gezegd kan krijgen, of zelfs niet op een krantenpagina. Reflecties over het goede leven, levenskunst, de betekenis van wetenschappelijke inzichten… Er is geen onderwerp dat niet wel eens een uitgewerkte behandeling verdraagt.

Tot slot, onze gang naar lijstjes, naar namen ook, maakt dat we het beeld altijd weer kleiner maken dan het is. Lees je op woensdag de boekenbijlage van De Morgen of op vrijdag die in De Standaard, dan heb je de indruk dat het allemaal gezegd is, maar in een werkelijk goed boekenprogramma als Boeken of La grande Librairie, waar ook elke week een onafhankelijke boekhandel in Frankrijk wordt bezocht, kan men onder de indruk komen van het brede aanbod. Ook de onafhankelijke boekhandel laat zien wat er allemaal op de markt beweegt, hoewel een grootwarenhuis als Fnack er alles aan doet om de indruk te wekken dat ze meer hebben… maar goed, dat is marketing strategie. Laat ons dus die onafhankelijke boekhandel in ere houden, zoals we de bakker en de beenhouwer, Slagerij blijven aandoen om onze voeding van kwaliteit in te slaan. En neen, krantendirecties, ik lees uw krant om de inhoud, niet om de toetjes en de kersen op de taart, want het gaat om de inhoud en u kan dus maar beter ook de onafhankelijke boekhandel in ere houden, want zij zijn in wezen even essentieel voor het democratische debat als de betere krant.


Bart Haers  

Reacties

Populaire berichten