Waarom de morele meetlat tekort schiet

Kritiek

Gevoel voor het leven
De angst fouten te maken

Georges Mandel, politicus die zich verzette
tegen extreem-rechts, tegen Pétain en Laval,
vaandeldragers van VIchy en toch was hij
vooral democraat. Vermoord in het bos van
Fontainebleau nadat hij Marokko was gevat
door de Duitsers en even ook in Duitsland,
Sachsenhausen, gevangen had gezeten. Moord
had  plaats op 7 juli 1944.
Bij nader toezien zal men het verhaal van de maakbare mens niet zomaar verheerlijken of afwijzen. Dat schreef ik al, maar het komt me voor dat er toch verschillende aspecten zijn, die men dient te bekijken omdat de filosofische benaderingen niet altijd blijken aan te sluiten bij wat we doen of wensen. Het probleem is dat we in een samenleving, economie, cultuur terecht gekomen zijn waar we massa’s informatie te verwerken krijgen die zelden gefilterd wordt en waar we zelf niet altijd mee om kunnen.

Moeilijker ligt het als men op dilemma’s stuit, waarvan de aard ons pas in geval van nood overkomt, want in theoretische overwegingen kan men dergelijke conflicten tussen tegengestelde noodzakelijke handelingen vermijden, op het terrein is dat niet goed moeilijk. Aan de andere kant zien we, om het maar over mobiliteit te hebben, waar de kostprijs een randvoorwaarde vormt, maar waar de gedachte dat de overheid niet mag optreden in het openbaar vervoer. In feite gaat het om de vraag hoe men verschillende opdrachten met elkaar kan verzoenen, wetende dat men geen maximale oplossing kan vinden, terwijl tegelijk verwachtingen niet goed ingevuld kunnen worden.

Aan de zijde van de overheid kan men pleiten voor goed openbaar vervoer, maar telkens men erop wijst dat de zaak als collectieve aangelegenheid moet gelden, waardoor de kost voor de mobiliteit een zorg die niet alleen voor het woon-werkverkeer van belang is, maar ook voor andere aangelegenheden van individuen van gewicht, terwijl het collectief verkeer voldoende uitgebreid moet zijn wil het mensen ertoe bewegen hun auto aan de kant te laten. De inzichten van de VLD lijken logisch, maar dragen ertoe bij dat de uitgaande burger bij voorkeur de eigen auto gebruikt. Want de kostendekkingsgraad is een belangrijk element, maar tegelijk kan men afspreken, ook op Europese schaal welke inbreng de overheid mag hebben. Treinen en bussen bedienen in het weekend niet afdoende de reizigers en sommige lijnen, jawel, daar gaan we weer, tussen Brugge en Antwerpen maar tussen Kortrijk en Antwerpen onvoldoende uitgebouwd is, te korte en dus altijd overvolle treinen, maar ook met teveel haltes op de routes, zodat de treinrit alles behalve aangenaam en vlug verloopt.

Hoe we de zaak ook bekijken, er zijn meerdere redenen om zich aan de hand van dit voorbeeld een idee te vormen van wat economische redeneringen kunnen bereiken: een slabakkende besluitvorming. Maar het is wel zo dat men tegelijk de kosten dient te bewaken, zodat de investering in openbaar transport niet onnodig duur uitpakt. Tegelijk dient men te weten hoe men de dienst optimaal verzekeren kan, net om onnodige uitstoot van CO2 en fijn stof te beperken, maar ook om de veiligheid te verbeteren op de wegen. Het zijn en blijven zinvolle afwegingen die ons moeten bewegen de kostprijs van het openbaar vervoer zo te evalueren dat de verschillende elementen in de afweging hun plaats krijgen.

Tegelijk zijn er nog andere domeinen waar een eenduidige benadering, ook van de ethische kant, niet straffeloos genegeerd kan worden, een eenduidigheid die leidt tot een bizar moralisme. Bizar, omdat men niet goed begrijpt dat men zich tevreden stellen kan met een rechtlijnige berekening van het goede en het kwade. Het maakt deel uit van de moderniteit, valt op meerdere plaatsen te lezen, maar blijkt zelden stof tot reflectie te bieden. Net daarin schuilt naar mijn inzicht het probleem van wat actiegroepen aanpakken, maar ook politici. Er ontstaat een geruststelling van het moment dat men het doel als juist en betamelijk kan onderkennen. Nu blijkt het na de oorlog zo te zijn geweest dat mensen die in Duitsland waren gebleven, min of meer met het regime een modus vivendi hadden gevonden: een stille weg om te overleven en zich minimaal te engageren, toch in de ogen van de mensen die in exil waren gegaan, soms zelfs hadden gestreden tegen hun eigen land en broeders, zoals bijvoorbeeld Klaus en Golo Mann, maar ook Thomas Mann zelf niet afdoende de strijd waren aangegaan. Mann die zelf had bezworen aan zijn zoon, Klaus, en dochter Erika, dat hij niet zomaar publiekelijk zijn afkeer kon uitspreken, vanwege belangen voor hemzelf, zijn schoonouders en anderen, de uitgeverij, die Mann dus zou oude vrienden nu duidelijk maken dat hun houding te lauw was geweest. Laten we maar vaststellen dat het voor ons moeilijk is de vele afwegingen van al deze mensen goed te vatten, maar vooral dat het nagenoeg onmogelijk is, zoals later ook gebleken is, de verwoesting van het ethische kader zelf te vatten. Nu, als men, zoals Guy Vanden Berghe meent dat het ethische kader van de Nazi’s en vooral de SS gewoon een ander systeem was, dan geldt toch dat het even eenduidig is als de meeste stelsels die in de traditie van Kant onder te brengen zijn.

Het McCarthyisme, dat door wel meer politici in beginsel gedeeld werd, dat onamerikaanse daden geen plaats konden hebben en socialisme, communisme in de VS niet konden, waardoor Roosevelt zelf voor sommigen onder vuur kwam te liggen,  vormt een ander voorbeeld. Men kan zeggen dat dit zo kon omdat het verhaal duidelijk is, het waren excessen, maar het waren excessen omdat we nu weten dat hun benadering omwille van de bewezen geachte doelmatigheid niet meer aan kritiek onderworpen werd. En men mocht niet afwijken van het doel, ook als de middelen onbehagen opwekken. Onbedoelde neveneffecten? Waar gehakt wordt vallen spaanders. Een rechtlijnige ethische visie ontwikkelen, moet dus wel leiden tot… excessen.

Maar hoe gaat het dan toe in het echte leven? Ik zou kunnen grijpen naar evidente voorbeelden zoals daar zijn de arts of de leraar, de psychotherapeut, waar men gemakkelijk enkele regels kan bedenken, waaraan we hun morele handelen kunnen afmeten, meer nog, we beschikken over een kristallen meetlat met inkepingen, aangebracht met een uiterst precieze diamantzaag. Hoever komen we met die vormen van ethisch oordelen? Omdat we vaak gemakkelijk oordelen over anderen,  heeft die meetlat maar een relatief belang, want hoogstens maakt het mogelijk dat we zelf geen fouten maken. Het is al moeilijker, denk ik, als we ons eigen handelen tegen het licht houden, bijvoorbeeld als blogger of deelnemer aan een forum. Het gaat dus om het participeren aan een debatcultuur, maar gezegd mag worden dat de ruimte steeds beperkter wordt, omdat mensen die tien jaar geleden mail, fb en blog hoog de hemel in prezen als nieuwe vehikels voor een open debatcultuur. Goed, er is wel eens een uitschuiver, maar gemakzuchtig hoor ik zelfs verstandige mensen als Rik Torfs wel eens verzuchten dat die blogs etc. geen betekenis hebben omdat er wel eens geschopt wordt. Bij nader toezien zag ook hij wel uitzonderingen.

Maar als deelnemer aan het debat, hoe beperkt de actieradius ook is, kan ik mij niet van de vaststelling ontdoen dat de brede media vandaag een gebrek aan ethische bevlogenheid ten toon spreiden, hoewel ze om de haverklap met morele oordelen uitpakken. Een eerste voorbeeld is de vaststelling van journalisten dat een bepaalde visie, omtrent onderwijs bijvoorbeeld heel desastreus uitpakt als men niet tijdig zou hervormen. De kennis van pedagogen en sociologen laten immers zien dat de samenleving opnieuw met een steeds breder en dieper wordende kloof behept zou raken, maar de nulmeting ontbreekt en het is niet moeilijk met percentages te werken. Of men daarmee, in tegenstelling tot die kapelaan in Sint-Truiden voor de jonge August van Istendael deed, werkelijk iets verandert, blijft maar de vraag en of men het rechtvaardigen kan ouders te schofferen die voor hun bloedjes van kinderen het beste voorhebben en dat ook nog eens kunnen omdat ze én hooggeschoold én over een goed inkomen beschikken, lijkt mij een vraag die men niet stellen wil. Hoeft ook niet, want die kloof, beste heer Haers, is nu eenmaal zo onrechtvaardig dat eerst die moet weg gewerkt en niet met hulp aan toevallige hulpbehoevenden, maar grootschalig en voor ieder geldig. De wetgeving als instrument om een goed doel te bereiken. De neveneffecten kunnen er zijn, maar die kloof, dat is waar het om gaat.

Een ander voorbeeld waarover men niet echt morele vragen heeft gesteld was de defenestratie van mevrouw Ayaan Hirsi Ali. Ik weet het, ik ben hardnekkig in het bereiden van stokpaardjes, maar wie kan zich met voorbijgaan aan de vraag naar de proportionaliteit in de reactie van Rita Verdonk dat zij, Ayaan Hirsi Ali had gelogen over haar identiteit en derhalve haar Nederlandse burgerschap en dus haar lidmaatschap van de Tweede Kamer der Staten-Generaal verloor. De proportionaliteit van de reactie valt nergens aan te geven, bovendien waren er goede redenen voor mevrouw Ayaan Hirsi Ali om zich te beschermen tegen mogelijke erewraak van verwanten in Duitsland… Dat Ayaan Hirsi Ali zeer geporteerd was door de visie van Jonathan Israël over de Verlichting terwijl ik daar eerder afstand wens te houden, neemt niet weg dat ik de hele affaire ethisch volkomen onmogelijk acht en dat er nog liberalen in de VVD te vinden waren die Rita Verdonk tot fractievoorzitster van die partij wilden maken, vond ik helemaal onbegrijpelijk.

Maar het gaat verder, want ook vandaag ziet men dat politici zich beroepen op wetgeving om zich over bijzaken als proportionaliteit en doelmatigheid – dat wil zeggen of de actie die men ondernemen wil wel bijdraagt tot het doel zonder onbedoelde schade – niet te hoeven buigen, vind ik bezwaarlijk. Neem nu het zinnetje bij gesprekken in de wandelgangen, dat een afwijzing bij een sollicitatie niet persoonlijk bedoeld zou zijn. Helaas, het slachtoffer weet dat het hem of haar raakt. Maar dit geldt ook wanneer politici over burgers de vernietigende gedachte formuleren dat het volk nu eenmaal niet beter weet. Hoe zou dat komen? Juist, omdat zijzelf noch de beroepsklasse van journalisten bepaalde, minder voor de hand liggende visies in het geding brengen en onderzoeken.

Bovendien, men durft ook geen fouten te maken, men wil leiderschap tonen en journalisten doen er alles aan om politici op hun vermeende fouten te wijzen. Ach, een slippertje van de president, dat is geen pixel op het scherm waard, maar toch, een man als Hollande die geen manier vindt om het vertrouwen van de Fransen in de politiek te herstellen en/of hun eigen weg dan maar te gaan, ondanks de politiek, kan zich vooral geen politieke fouten veroorloven. Een lame duck, met dank aan de media. Echter, dichter bij huis, de aanleg van een behoorlijke verbinding over het water tussen Zeebrugge en het hinterland werd in de kiem gesmoord door mensen die zich op wetenschappelijk onderzoek beriepen, maar minstens een deel van de burgeractivisten beriepen zich op publieke aangelegenheden maar waren bezig met hun eigendommen. Dat laatste mag, zeer zeker, maar dan moet men dat ook aangeven. Zeggen dat alle politici allemaal postjespakkers zijn, overtuigt mij niet, maar tegelijk, men zal moeten erkennen dat het overwegen wat de actie van deze of gene politicus m/v waard is, zal men vele considerabilia in de weegschaal moeten leggen, van economische, ecologische, sociale en zelfs filosofische vragen over epistemologische aspecten – wat kunnen we weten -, ontologische – wat is er – en dus ook ethische aard. Doorgaans blijft dat soort vragen achterwege.

Wie niets doet maakt geen fouten? Soms, maar soms kan het niets concreets ondernemen voor een politicus een grotere wijsheid blijken dan mee te roepen dat deze of gene ramp niet meer mag voorvallen. De hele discussie over de liberalisering van het openbaar vervoer, laat zien dat men met zeer beperkte benaderingen in de weegschaal werkt en dus dat de argumentatie tekort schiet. De discussie over kosten en baten blijft cruciaal, maar de berekeningswijze is ook wel van belang. 

Het punt is dat men merkt dat politici en leden van tal van beroepsgroepen zich via ethische commissies vrij trachten te houden van (morele) aansprakelijkheid. Deels is dat begrijpelijk, maar neem nu een leerkracht die een leerling naar de spraakkamer uitnodigt om te spreken over enkele persoonlijke, misschien wel intieme kwesties – zonder daarom seksueel van aard te zijn -, mag die leerkracht zich dan in dat persoonlijke leven mengen? Het blijkt vandaag riskanter, omdat leerlingen gemakkelijk dingen zouden interpreteren, maar misschien zijn het derden, collegae van de leerkracht of de directie die een al te vertrouwelijke omgang tussen een leerkracht en een leerling met een kritisch oog bekijken. Of de leerling er dan baat bij heeft dat iemand hem of haar bij de arm of de hand neemt om zich opnieuw in te zetten, dan kan er toch geen bezwaar tegen zijn? Toch blijkt men zich liever dossiergewijs met de betrokkene in te laten. Let wel, dat laatste belet niet dat men die leerling echt aanspreekt, maar het blijft moeilijk de grenzen aan te geven, zegt men en dus moet men niet de vaste grond van een gedegen professionele ethiek verlaten.

En toch, soms komen er voorbeelden zomaar aandrijven, want toen Philippe Moureaux zijn typische controversiële uitspraken deed over Vlaanderen en de niet zo slimme ondernemers, dat ook Hitler op hun steun had kunnen rekenen, vond ik dat een faits divers, waar vooral N-VA weer eens zou van profiteren, maar nu Paul Goossens een paar stappen verder zet en beweert dat de voorzitter van die partij erin geslaagd is de zogenaamde “reductio ad Hitlerum” tot een taboe om te werken in Vlaanderen, kan het niet anders dan dat we de zaak onderzoeken. Is het zo dat Hitler alleen met de steun van de Duitse grootburgers aan de macht zou zijn gekomen? Als hij 32 % haalde bij de laatste vrije verkiezingen voor hij de macht in handen kreeg, dan kan dat nooit alleen op basis van de steun van niet zo slimme ondernemers geweest zijn. Cijfermatig alleen al blijkt dat niet te kloppen. Maar een socioloog als Jacques A.A. van Doorn (†2010) heeft aangetoond dat de SPD in de jaren voor en na 1918 zware inschattingsfouten gemaakt heeft, zoals het vasthouden aan het ideaal van de Vaderlandloze gezellen en tegelijk de arbeiders, die hun eigen beroepstrots hadden, ook nog eens hard raakte door de gelijkheid zo te presenteren waar die “edelarbeiders” en specialisten in de staalindustrie, de machinebouw etc er zich niet meer mee kon vereenzelvigen. Men kan natuurlijk altijd beweren dat die arbeiders (klein-)burgers waren geworden, maar dan verandert het beeld van Goossens niet en blijft het duidelijk dat wat hij zegt historisch gezien bedenkelijk is. Letterlijk lezen we dit:

Wat Moureaux over de nauwe band tussen het nationaal-socialisme en de Duitse concerns zei, was niet origineel, gedurfd of controversieel. Het was een vaststelling, wetenschappelijk bewezen en door niemand tegengesproken”.
(De Standaard 11 januari 2014)

Duitse Concerns? Tja, zijn die managers of aandeelhouders dan niet zo wijs? Maar in Vlaanderen – en overigens ook in Duitsland – is de kracht van de economie het familiebedrijf. En jawel, Wibke Bruhns schreef over het land van haar vader en de familie Klamroth die in Halberstadt een heel concern van Landbouwgebonden activiteiten opbouwde. Maar er waren er andere, kleine zelfstandigen, ondernemers die vonden dat Hitler niet de beste oplossing waren. Nu is het waar dat Hitler eerst de communisten en vervolgens de sociaal-democraten tot op de grond probeerde af te breken en dat er verzet kwam vanuit die kringen, maar tegelijk mag men niet blind zijn voor de anderen die nauwelijks hun stem konden laten horen, zoals Johannes Fest of de vader van Hans en Sophie Scholl, handelaar en burgemeester die van meet af aan weigerden mee te dansen. De uitspraak van Moureaux en dus van Goossens rammelt en wordt gedaan met een politiek doel dat voor een deel van de bevolking niet enkel lasterlijk voorkomt, maar ook wat Vlaanderen betreft, misplaatst is, want Bruno de Wever liet zien dat de aanhang van het VNV in Vlaanderen wellicht ruim uitpakte, de werkelijke collaboratie bleef eerder marginaal. En dan kijken we niet naar Frankrijk, dat tot in de jaren 1990 verscheurd bleef door de ervaring van Vichy. Mag Moureaux dan zijn uitspraak doen? Natuurlijk, maar het laat onverlet dat we zijn uitspraak niet enkel dom vinden en misplaatst, maar ook ethisch onjuist. En dat geldt a fortiori voor Paul Goossens, die van het werk van J.A.A. van Doorn weet zou kunnen hebben. Bovendien, wie de jaren dertig alleen in het licht van de rol van Hitler wil zien, doet de geschiedenis geweld aan. En dus kan men ook die periode niet enkel zien in het licht van de machtsgreep van Adolf Hitler, toch?

En dan komt het journalistieke verhaal nog scherper aan dan het geneuzel van de oude politicus, want Paul Goossens schept een kader waarin hij kan beweren, onder meer, naar eigen zeggen, dat Vlaanderen nog altijd gekenmerkt wordt door een bevolking van niet zo slimme burgers, c.q. ondernemers. Dat de heer Goossens zich nooit vragen heeft gesteld over de roep om een leider, zoals Bart Somers die wel eens pleegt te slaken, lijkt me daarom des te verdachter.

Ons politieke handelen, i.e. het doen van uitspraken over het heden en verleden mag en moet vrij zijn, ook voor journalisten, maar tegelijk blijkt men zich vooral te willen hoeden voor een vorm van de afbraak van de democratie. Het voorbeeld was apert en blijft opmerkelijk, want Hitler had, zoals onder meer John Lukacs het stelde na de Putch van 1923 begrepen dat hij gebruik diende te maken van de democratische mechanismen.

We zouden het dan ook kunnen hebben over de wijze waarop in de VSA de NRA het  2de Amendement misbruikt om mensen aan te praten dat ze zelfs hun kindjes wapens mogen in handen steken, want niet de wapens schieten, het is de schutter. Nou moe. Toch ziet men dat we zelf, in Europa, zelf voor het geweld van lobbyisten – mits die deontologisch handelen blind lijken. Enfin, sommige lobbyisten, zoals de tabakslobby kan er niet mee door.

De moeilijkheid is niet dat we over alle informatie moeten beschikken om ons een oordeel te vormen, voor ons eigen handelen, maar dat we in overweging kunnen nemen of wat we voorop stellen als juist, ook werkelijk zo zal uitpakken. Politici die zich aan een losse scharrel laten kennen, hoeven geen banvloek te krijgen, maar politici die stelselmatig in discussies delen van beschikbare informatie, waarvan de juistheid misschien niet onwrikbaar is, maar waarvan duidelijk is, dat de resultaten niet zullen brengen wat men er met luide stemme van verwacht, handelen naar mijn inzicht niet ethisch. Tegelijk zien we dat we ons kunnen indekken tegen dergelijke overwegingen door ons te beroepen op het werk van ethische commissies. Dat 200 Afghanen een dwaallicht volgen, zal men niet gauw zeggen maar slechts weinigen hopen dat de staatssecretaris voor migratie zich zal laten vermurwen en erkennen dat Kaboel nog steeds een stad in het strijdgewoel is, waar de internationale coalitie zich snel aan het terugtrekken is, maar waar de zittende regering niet over alle middelen noch over het gezag beschikt burgers veiligheid te garanderen. Dat laatste kan men niet ontkennen en dus is de claim van de mensen correct. De ambtenaren en de politici, commentatoren ook die Maggie de Block steunen, zullen zich hierover toch wel eens moeten buigen.

Maar uit angst fouten te maken, uit angst de vox populi te mishagen, schept men een klimaat van groeiend onbegrip. En als men dan ook nog eens in een moeite de lof zingt van Nelson Mandela en Malala, dan heb ik daar bezwaren tegen. Men kan geen opperste rechtvaardigheid, dat wil zeggen men kan geen mensen rechtvaardig behandelen als men de wet volgens het boekje toepast, dat wil zeggen een paar rechtsregels in acht neemt en andere elementen, andere considerabilia over het hoofd ziet, bewust. Mogen politici dan niet slagvaardig en besluitvaardig wezen? Uiteraard wel, meer nog, zij horen minder dan nu het geval is rekening te houden met het feit dat hun actie misschien een verloren zaak is, rationeel bekeken dan. Zoals de Gaulle tot twee keer toe presteerde, in juni 1940 met zijn beruchte adres aan de vrije Fransen en in 1959, waar hij de Algerijnen het recht op zelfbeschikking toezegde – de Fransen meegaf dat hij hen begrepen had – waardoor hij de wrede oorlog in Algerije kon stoppen. In mei 1940 was Charles de Gaulle getuige van de onmacht van de legerleiding en de manipulaties van de president en van Pétain (we denken aan het lot van Georges Mandel en anderen die door het regime op de Massilia, een schip dat de parlementsleden naar Marokko bracht, maar het werkelijke doel was hem onschadelijk te maken wegens zijn kritiek op de regering…) en koos hij voor een verderzetten van de strijd aan de zijde van de Britten, ondanks de koele relatie tussen de generaal en de Britse Prime Minister. Overigens was Mandel niet precies een linkse politicus en daarom, zeker ten onzent al lang en breed vergeten. Maar ook kan men opmerken dat lijnen in de geschiedenis zoeken nuttig is, maar wel eens kan botsen op de werkelijkheid, c.q. de complexiteit.

Toch kan men dat vermijden door de zaken zo eenvoudig mogelijk te houden, zoals in de brede media te vaak gebeurt. Euthanasie voor minderjarigen die ondragelijk lijden, ook psychisch? Veel mensen lijken de gedachte te steunen, maar zien niet hoe ouders vechten opdat hun dochter die aan anorexia nervosa lijdt genezen zou. Bij uitstek een complexe aangelegenheid. Omwille van de angst fouten te zullen maken, verengen we het speelveld en vermijden we dilemma’s, door de ethische commissies aan het werk te zetten. Maar of we daarmee aan de problemen ontkomen, c.q. de onmogelijk te beantwoorden vragen en toch, net dan, de verantwoordelijkheid op zich te nemen, dat blijft maar de vraag.


Bart Haers  

Reacties

Populaire berichten