Noodzaak van nationaal bewustzijn

Reflectie

Opstand in Kiev, Lviv, Oekraïne dus
Politiek debat in Europa blijft verwonderen

Kiev, Maidan... onafhankelijkheidsplein, maar wie die
letters "democratie" erop gezet heeft, is niet duidelijk. 
Kiev? Ligt ver weg van Brussel en toch, sinds 1991 volstaat dat niet meer, want iedereen die wil, kan er komen. Oekraïne, het land waarvan Kiev de hoofdstad is, heeft een lange geschiedenis waarvan we ons doorgaans slechts enkele elementen herinneren. Kiev als eerste hoofdstad van een Russisch rijk in opbouw, tot de troepen van Djengiz Khan over de Euraziatische vlakte hun rijk hadden gevestigd. Het is een moment waar wij weinig van weten, net als de drie eeuwen dat grote delen van Rusland onder Mongools bestuur stonden. Later kwamen er in centraal Europa rijken tot stand, waaraan Oekraïne min of meer deel had, zoals de tijd toen vanuit Krakau een Pools-Oekraïens rijk dat vervolgens een vereniging aanging met Litouwen tot bloei kwam.

De geschiedenis van Oost-Europa is voor ons geen belangrijke kennis, maar ook de meer recente geschiedenis van Oekraïne en het gebied ten oosten van de Oder-Neisse blijft voor ons doorgaans van ondergeschikt belang, terwijl die geschiedenis toch wel van belang is voor Europa en dus zal een goede omgang met Kiev en Oekraïne van belang blijken. Maar dat kan men niet zonder oog te hebben voor de gevoeligheden van het land.

Men sprak over nationalisme, zelfs extreem-nationalisme, over voetbalhooligans en ons werd verzocht voor waar aan te nemen dat het schoelies zijn, terwijl de afgelopen maanden gewone burgers juist die voetbalfans de helden van het plein hadden genoemd. Alleen, de laatste dagen was er nood aan een nieuwe framing. En dat is in het hele verhaal, maar meer globaal altijd weer opnieuw de kern: men wil evoluties vlot kunnen duiden en dan hoeft men niet op de details te letten, terwijl de duivel net in de details kan zitten.

In Rusland was het al in de tijd van de Tsaren mogelijk dat anarchistische en andere groepen geïnfiltreerd waren door agents-provocateurs die het vuile werk opknapten voor de veiligheidsdiensten en soms zelfs als oppositionele krachten opmerkelijke resultaten boekten. Ten koste van burgers en overheidspersonen, maar het doel heiligde de middelen. Dat geldt overigens ook voor de tijd van Lenin en Stalin, die dezelfde onduidelijke praktijken hanteerden om de tegenstander, de vermeende tegenstander onderuit te halen. Veel paranoia dus en minder aandacht voor het algemeen belang.

Was nu net dat niet de kern van de opstand in Kiev, de tweede in tien jaar? Dat men vond dat politici alleen bezig waren met het eigen belang en elkaars zaakjes toedekten, terwijl het algemeen belang helemaal ondergesneeuwd raakte. Misschien zal het Guy Verhofstadt onwelgevallig zijn, maar dat algemeen belang kan men niet formuleren, als men niet een zekere begrenzing en omschrijving geeft van de mensen voor wie en het territorium waarover men gezamenlijk besluiten dient te nemen. Nationalisme kan, dat is waar, ontaarden, maar ik ken maar weinig ideologieën die niet op enig moment ontaarden kunnen, ook het imperialisme, socialisme en liberalisme. Men heeft de afgelopen dagen een deel van de betogers afgeschilderd als ultranationalisten, maar het probleem van de Oekraïners was en is dubbel: corruptie en een onmiskenbare verkleefdheid van de elite aan Moskou. Corruptie is een moeilijk in te dammen probleemgedrag van machthebbers en ondergeschikten, maar de criminele afhandeling lost niet alles op.

Het onderkennen van het algemeen belang en van een behoorlijke regelgeving die het formuleren van het algemeen belang ondersteunt, kan helpen. Corruptie kan men misdadig noemen, de bestraffing valt in een corrupt regime altijd lastig te regelen, omdat de rechters vaak (in)direct betrokken zijn bij het gebeuren. Als men corruptie wil inperken tot wat wij in Europa nu kennen – het heeft geen zin te ontkennen dat er geen gevallen van corruptie zouden zijn, al lijkt het doorgaans net min of meer in orde – dan moet men een klimaat bereiken waarin corruptie gezien wordt zoals het is, een benadelen van het algemeen belang. En dat kan pas als men de notie van gemeenschappelijke doelen en van algemeen belang opnieuw introduceert. We weten hoe lastig het is in landen als Roemenië om de corruptie in te dijken, maar kan men burgers in die landen, na een zeer gewelddadig en rechtloos regime van meer dan veertig jaar zoveel verwijten? Het blijft een moeilijke kwestie, ook al menen we nog zo gauw te weten dat we corruptie met het gerecht kunnen bestrijden.

Men zal dus ook oog moeten hebben voor het probleem dat zich voor de inwoners van Oekraïne stelt, namelijk een ontbreken van een nationaal bewustzijn. Dat men dan oplossingen zoekt in het herdefiniëren van de eigen identiteit en daarbij naar Europa kijkt, mag ons niet ontgaan. Het industriële Oosten bleek de afgelopen maanden ook best bereid de kastanjes uit het vuur te halen, meer dan in onze brede media aan bod kwam. Het punt is dat het volk van Oekraïne tot tweemaal toe in de afgelopen 10 jaar massaal in het geweer komt en opkomt voor het algemeen belang, waardoor men kan veronderstellen dat deze mensen de grenzen kennen van wat eigen is en wat anderen of het algemeen belang behoort. De zorg is duidelijk voor elk van die mensen, maar ze vonden elkaar in een gezamenlijke strijd rond in eerste instantie een handelsovereenkomst met de EU maar vervolgens verhoogde de regering zelf de druk door steeds strengere wetgeving, inzake censuur en massabijeenkomsten, af te kondigen. Het volk beschouwde niet enkel het plein als hun domein, maar uiteindelijk bleef men doorgaans voorzichtig.

Het is daarom van belang dat men de positieve, zelfs helende werking van nationalisme kan erkennen, omdat als die notie er niet is, er niemand is die het algemeen belang kan inroepen als focus voor beleid. We konden de residentie zien van de president en begrijpen dat hij goed heeft geboerd. Dat een regeringsleider en staatshoofd representatief moet overkomen, zal niemand betwisten, maar als de bevolking, de burgers het gevoel hebben dat ze bestolen zijn, dan is er iets mis en zal men dat na verloop van tijd niet blijven aanvaarden.

Het doel van het verhaal? Wij weten nu niet hoe Oekraïne er verder aan toe is en hoe de toekomst eruit ziet. Oekraïne ligt waar het ligt, half in Europa, half gericht op Moskou en die realiteit zegde men, moet men respecteren. De vraag is en blijft of Europa Oekraïne zinvol kan steunen, tenzij men het land ook als identificatiemodel gaat ondersteunen. In revoluties nemen jonge mensen die weinig te verliezen hebben vaak de rol op van stoottroepen, van beschermers en dienen vooral bij de les gehouden worden. Naar men zegt is dat bijzonder goed gelukt. Als mensen als prof. Idesbald Goddeeris nu verwijzen naar de ultranationalisten, als een mogelijk gevaar, dan merken we op dat zonder hen de vasthoudendheid van de burgers weinig uitgehaald zou hebben. Hoe zal het land nu tot de orde van de dag overgaan, die vraag lijkt me belangrijker dan de mogelijke ontsporingen van enkelingen. Want die enkelingen zullen wellicht profijt hebben bij het herstel van de openbare orde, omdat iedereen daar nu eenmaal wel bij vaart. Het is wat onze samenleving kenmerkt en die is er niet op een dag gekomen.

Het is in die zin dat bepaalde principes dragend zijn voor een goede samenleving, zoals het geweldmonopolie, het vermogen van de rechter om iemand die zwaar in de fout is gegaan te veroordelen en vervolgens zorgt men voor humane gevangenissen. We weten dat ook bij ons alleen al dit principe voor sommigen op de helling staat, omdat de gevangenissen te humaan zouden zijn, omdat de zorg voor geïnterneerden van minder belang is. Maar als we ons daar niet afdoende van bewust zijn, kan de zaak altijd weer ontaarden, zoals in Italië het geval is (geweest). De heerschappij van de wet is dan ook belangrijk, maar misschien zal men dan ook proberen niet te kwistig om te springen met nieuwe regels, ook al lijken de doelstellingen op zich gerechtvaardigd. We moeten vaststellen dat parlementaire assemblees er niet altijd in slagen hun dadendrang in te perken, waardoor burgers zich steeds meer ondergeschikt voelen aan een systeem dat zij niet willen. Het debat over de gelijkheid, zoals dit nu gevoerd wordt wekt de indruk dat elke vorm van ongelijkheid, ook al ligt die in het verlengde van allerlei omstandigheden van persoonlijke en maatschappelijke aard, weg gewerkt moet worden of niet mag bestaan, botst met andere consideraties, zoals goede zorg voor de kinderen, ondersteuning op school, disciplinering ook, zonder daarom geweld een toevlucht te moeten zoeken, zodat de eigenheid en eigen inzichten van mensen als bedenkelijk van tafel worden geveegd. Men kan zich afvragen of die benadering wel gunstige effecten zal afwerpen. Ook hier geldt wellicht dat een maatschappelijke verbondenheid veel problemen kan oplossen, maar tegelijk zal men opmerken dat men de burger als drager van het bestel de afgelopen decennia is gaan ondergraven. Nu kan niemand zich als “de burger” presenteren, maar iedereen die de nationaliteit heeft, kan zich als burger beschouwen.

De herinnering aan de opstand van de Nederlanden, de 17 Provinciën is in onze contreien vervaagd tot nauwelijks nog een herinnering, een kwade dan nog, want het resultaat heette te zijn: Een ongelukseeuw van armoede, ontvolking, verlies aan rechten. Dat klopt ook maar het blijft staan dat de revolutie tegen Filips II en de afwijzing van zijn plaats in het bestel, in 1581, afgekondigd in het Plakaat van Verlatinge ook anderen heeft geïnspireerd. Moet men die langdurige strijd vergeten? Maar ook de uitkomst, de Republiek der Verenigde Provinciën? En het burgerschap zoals Simon Stevin dat in zijn werkje “Het burgerlijke leven” formuleerde? Geenszins, al moet men zelf wel nadenken over de actuele betekenis ervan. Precies dat is wat me opviel de afgelopen maanden, dat we naar Oekraïne kijken met de ogen op onze eigen belangen en soms, vaagweg, enige sympathie voor de burgers op het Onafhankelijkheidsplein aan de dag legden. Want zij deden het, hun Plakkaat van Verlatinghe formuleren toen het geweld de spuigaten uitliep.

De discussie over burgerschap, over burger zijn, wordt dezer dagen niet altijd gevoerd en dat heeft tot gevolg dat ook de bestuurders wel eens vergeten dat ze niet al te paternalistisch uit de hoek moeten komen. In Frankrijk is er afgelopen weken en maanden ook veel reuring geweest over het familierecht en over een ecologische maatregel, c.q. rekeningrijden voor vrachtwagens, waar boeren en transporteurs tegen in het verweer gingen, met rode mutsen als herkenningsteken. Het mag duidelijk zijn, dat kritiek op het beleid vele vormen kan aannemen, maar dat als er geen gehoor komt, dan nemen mensen het zelf op. Men kan in principe instemmen met maatregelen die de mogelijke ongelijkheid tegen gaan, maar tegelijk valt het wel op dat mensen daardoor net in hun identiteit geraakt kunnen voelen. Dat mensen zich dan beduveld voelen als de overheid steevast de standpunten van drukkingsgroepen overneemt, lijkt sommigen te verbazen, maar het kan wel zo zijn dat men op die manier excuses aanreikt om voor populisten te stemmen.

Oekraïne riep soms de idee op van de barricades in Parijs, in 1871 en ook wel in 1968-1969, maar die romantiek vinden sommigen misplaatst en wellicht klopt dat ook. Voor de mensen in Kiev, Lviv en andere steden, zelfs op de Krim, was de zaak te ernstig voor veel romantiek, maar goed, dat zal in 1870 en 1871 ook wel het geval geweest zijn. Het probleem is nu evenwel dat als de Oekraïners er niet in slagen een moderne staat op te bouwen en zich als burgers in die staat in te schrijven, dat een nieuwe revolutie misschien minder weerklank zal vinden. Men zal nu dus moeten timmeren aan de weg, maar men mag ook niet vergen dat het allemaal in een keer op orde komt, want zo een opstanden duren hun tijd en scheppen nieuwe werkelijkheden die men niet altijd kan voorzien.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten