gevaarlijk leven van de bourgeoisie

Kleinbeeld

Bourgeois en niet conservatief
De samenleving begrijpen

Was Bento de Spinoza een bourgeois?
Een ambachtsman? zelfvoorzienend? of
leefde hij gevaarlijk? Veel van dat alles
is op hem, deze held uit vroeger eeuw, maar
voor ons van deze tijd, van toepassing
De vermeende afkeer ten aanzien van de bourgeoisie springt weer van de bladen en kranten, terwijl ik mij nu al een paar decennia afvraag wie nu wel conservatiever is, de bourgeoisie, de hogere middenklasse aan de ene kant en de arbeiders en kleinburgers? Nu denk ik dat het benaderen van de samenleving als een samenspel en samenstel van klassen voor een beter begrip wel nuttig kan zijn, maar dat de afkeer van de bourgeoisie een fobie is die men dringend dient uit te roeien en wel precies omdat bourgeois niet zo stompzinnig en egocentrisch zijn als Brel ze te kijk zet in ´Les Bourgeois’, waarbij Brel wel in de spiegel keek. Het marxisme kan wel enig inzicht brengen, maar de hele zooi rond de vraag of het proletariaat dan wel de bourgeoisie de uitverkoren klasse zou zijn, lijkt sinds het einde van de Sovjet-Unie wel een beetje raar. Men vergeet, zoals Eugen Ruge dat beschreef dat ook de DDR haar eigen Bourgeoisie had.

Waarom we er ons aan begeven, het nadenken over de rol van de bourgeoisie? Omdat het me opvalt dat in het actuele klimaat de houding van links in Vlaanderen wel erg refereert aan de vergane glorie van de jaren 1960, overigens zonder zich er rekenschap van te geven dat ook die rebellen zonder doel of inzet zelf bourgeois in de  knop waren, zonder dat iemand enig verwijt in deze vaststelling hoeft te lezen. Het punt is immers dat de burgers, in de betekenis van bourgeois inderdaad op een of andere manier wel degelijk excentriek kan zijn.  Of nog, de eeuwige verwijten van zelfvoldaanheid en bekrompenheid kan men niet in stand houden. Zeker nu de overheid minder kan doen voor sport en cultuur kijkt men terug naar… de bourgeoisie om toch iets van het festijn te redden.

Nu zal een bourgeois zichzelf niet altijd als bourgeois identificeren of er zich mee verzoenen dat hij of zij aan de clichés beantwoordt, wel integendeel. Vandaag is het nog altijd een adeltitel als men uit een milieu van arbeiders zou komen, maar na de snelle democratisering van het (hoger) onderwijs en het verdwijnen van vele grote productiebedrijven, is de arbeider zoniet verdwenen, maar wel zelf een lid van die bourgeoisie geworden. Het verrichten van handenarbeid was voor zowel de socialistisch geïnspireerde opiniemakers als voor mensen die streefden naar sociale promotie eerder een straf, ook als die arbeid  niet meer een zaak een van bandwerk bleek. Nu de zogenaamde maakindustrie in de oude vormen inderdaad zwaar onder druk staat van concurrentie uit lage loonlanden, waar bedrijven hun massaproductie heen verhuizen, is er met onze opvattingen over sociale klassen een probleem: hoe meer de arbeid gespecialiseerd werd en wordt – dat dus in tegenstelling tot de massaproductie zoals in het Gent van voor 1980, toen er nog grote textielfabrieken draaiden – kan men nog moeilijk een reëel klasseverschil merken in de middenklasse. De samenleving functioneert nu anders.

Nu, ik zag onlangs een stukje van “The sky is the Limit” waarin Vlaamse superrijken geportretteerd worden, wat een vreemde idee is voor de meeste bourgeois, want die leven verborgen en gelukkig, dan  in de kijker te lopen. En toch, er zijn er die het niet kunnen laten in de kijker te lopen, als politicus m/v of als sponsor van sport- dan wel culturele activiteiten en verenigingen. Doorgaans gaat het daarbij niet om eenmalige bijdragen, maar om gestructureerde en duurzame inzet voor een bepaald doel.

Nu kan men zeggen dat sport steunen niet zoveel maatschappelijke invloed heeft, maar ik denk toch dat men de zaken dan wel heel beperkt bekijkt. Ook sport emancipeert, niet enkel de idolaat bejegende Flandriens, zoals Roger de Vlaeminck of Johan Demuynck, die eertijds mee het wielerleven kleurden, maar ook sponsors als Ter Beke waren nodig om de judoclub in Waarschoot in leven te houden. Ter Beke, dus Daniël Coopman steunde ook de lokale voetbalploeg. Het is nogal wat, als men de rol van zo een bedrijfsleider in het lokale weefsel bekijkt. Men moet begrijpen dat de man zelf zich nooit als een bourgeois heeft gepresenteerd.

Maar in de discussies over kunstenbeleid, over sportbeleid ook wil men wel eens de grieventrommel roeren, want die financiële steun zou hen teveel macht hebben gegeven, zoals de brouwer in het werk van Gerard Walschap. Maar Walschap liet zien dat die brouwers en andere welstellende mensen in Vlaanderen vaak zeer emanciperend zijn tussen gekomen. Wat we dan ook niet mogen vergeten dat die financieel slagkrachtige lui vaak effectief kunstenaars ondersteunden, wat bijvoorbeeld in de beeldende kunsten voor (jonge) kunstenaars een mooie start  bood.

Men doet dezer dagen veel onderzoek naar armoede en wil de samenleving een geweten schoppen, maar men jaagt tegelijk op de rijke medeburgers, die van egoïsme en nog veel meer beschuldigd worden, maar er was in Europa in de negentiende eeuw en de twintigste eeuw naast het conflict tussen marxisten en burgerlijken ook wel een redelijke inspanning van die burgerlijken om de samenleving en het lot van concrete mensen te verbeteren. De inspanningen om slimme jongentjes naar een betere school te sturen kan men toch niet negeren? Af en toe mocht ook een meisje dat geluk proeven… en nu zijn er dus mensen die allochtone kinderen proberen te helpen…

Het probleem is dat het marxisme, als utopie, alles verwacht van een grondige en plotse omwenteling van de samenleving, waarbij men zich het recht voorhoudt de enige juiste aanpak te propageren. Bourgeois zijn doorgaans mensen die over het algemeen tevreden zijn met de samenleving, maar hun eigen verwachtingen omzetten in maatschappelijke actie, zonder revolutie. Al mag men niet vergeten dat de traditie van de musea iets was van de burgerlijke durfals en ook het SMAK werd door vrienden van het museum werd opgezet, met eigen middelen en nog wat subsidies. Kunstenaars die met de traditie wilden breken konden overigens ook lang niet altijd op gevestigde financiers rekenen en kregen dan steun van excentrieke bourgeois.

Is elke bourgeois nu breeddenkend? Geenszins, maar ze niet allemaal grenzeloos geborneerd en soms zeer roekeloos, zowel als ondernemers als in hun hoedanigheid van mecenas of sponsor. Clem Schouwenaers schreef in een van zijn romans over Gerard Holmens van wie een beeld, zuil in het Leopold II-park te zien. Holmens was goed bevriend met Fernand Kessels, een ondernemer die met fietsen en auto’s bezig was. Holmens lijkt goed en wel vergeten, maar hij was een redelijk excentrieke kunstenaar die verbluffend werk heeft gemaakt.

Het verhaal van een samenleving, van een verstedelijkende samenleving vertellen zonder aandacht te hebben voor ondernemers, (hogere) ambtenaren en zelfs, hoe benepen kan het worden, onderwijzers, dokters en notarissen, lijkt mij onmogelijk, maar als men een aantal historici volgen zou, dan zou men de rol van die groep volkomen moeten negeren. Maar de versiering van het leven, ondanks de geest van het kapitalisme, zoals Max Weber dat zag, was toch wel iets dat aan de bourgeoisie was toevertrouwd. Natuurlijk waren er mensen die niet uit de toon wilden vallen en vooral zich bij “ons soort mensen” goed te voelen. Maar evengoed waren er die net daarom zich van geplogenheden niet veel wensten aan te trekken.

In die zin kan men ook de merkwaardige roman van Felix Timmermans Pallieter lezen, want Pallieter, die aan een depressie leed en geneest in het ouderlijke huis, blijkbaar een klein kasteeltje is nu precies geen boer, maar hij gaat om met enkele bijzondere figuren in de omgeving van Lier… en hij wil de vooruitgang niet aanvaarden zoals  die zich aandient. In die zin is Timmermans behoorlijk visionair en kan men zich afvragen waarom men zijn werk steevast als boerenromantiek wil wegzetten, want zelfs Boerenpsalm is meer dan romantiek, hoewel het niet duister is.

Het komt me voor dat we het recente verleden, laten we zeggen de periode 1870 tot 1968 niet echt weten te schatten, noch wat de vooruitgang betreft, als de mogelijkheden die mensen te baat namen of daar net niet in slaagden. Het gevaarlijk leven zou strijdig zijn met de aard van de bourgeois, maar als we zien hoe ondernemers en zelfs artsen vaak sporen trokken die van alles blijk gaven behalve zelfbehoud en zekerheid, dan moeten we toch onze ver- en bewondering uiten. Het gevaarlijk leven en de bourgeoisie, het lijkt vandaag niet echt aan de orde. Maar toch zien we nog altijd sporen van de moed en soms de zelfverachting van die suffe bourgeois. Ik denk bijvoorbeeld aan het initiatief van Denis Payre, die door journalisten – en welke beroepsklasse beantwoordt beter aan het begrip bourgeois dan juist de journalisten ? – weg gezet als iemand die een paar treinen heeft laten passeren. Denis Payre  startte “Nous Citoyens” op om het falen van het politieke bestel opnieuw bij de burger te brengen. Hier gebruik ik wel de term De burger, omdat de heer Payre niet weet wie hij al dan niet zal aanspreken, maar wel wil hij precies burgers aanspreken. Ik denk, lezende hoe hij zich ook met de meest van alle zekerheden verstoken mensen, mensen in de armoede dus, wil bijstaan, dat Payre en de zijnen echt wel meer doen dan alleen kijken naar het geld en de geldstromen. Het is van belang te begrijpen dat een goede samenleving de armen niet mag laten schieten, maar tegelijk dient men zich af te vragen hoe men een samenleving kan bedenken waarin mensen als Payre geen plaats hebben.

Edoch, afgelopen jaren waren er nogal wat discussies over de meritocratische samenleving, over neoliberalisme en telkens bleek men het falen van het (economische) systeem toe te schrijven aan de burgerlijke klassen, maar iedereen, zegden anderen, wilden toch wel deel hebben aan die burgerlijke idealen. Het is nuttig te begrijpen dat juist de bourgeois zelf die waarden weet te relativeren. Ambitie? Natuurlijk, maar niemand zegt dat die ambitie zonder een grond, een basiscompetentie kan. Wie dus wil uitblinken en  toch een metier heeft of een goede beroepsactiviteit, kan niet anders dan bizarre paden betreden. Kunstenaars steunen, of zelf bohemien worden, gedurende enige tijd, kan helpen.

Men ziet vandaag wel eens dat mensen menen dat een leven best op rolletjes verloopt, maar het is niet gezegd dat dit de beste weg is. Men heeft al eens weerstand nodig om iets te bereiken. Het bijzondere is dat bourgeois het geschikte evenwicht lijken te zoeken tussen risico nemen en zekerheid. Maar het een kan blijkbaar niet zonder het andere. Overigens, nogal wat helden van deze tijd, die zich graag als ontsproten uit bescheiden milieus voorstellen, blijken in een behoorlijk zekere omgeving te zijn opgegroeid. Dat ze vandaar eigen avonturen konden aangaan, doet niets af aan hun verdiensten wel aan hun adelbrief als working class hero.

Het zou dus wenselijk zijn en daarom schrijf ik dit  stuk ook, de veelzijdigheid én de inconsistenties van een samenleving laat niet toe sommige groepen, zoals de midddenklasse, c.q. ondernemers of notarissen als overbodig te kwalificeren - en dan vergeet ik nog de Belgian dentist. Het gaat niet op de eenduidigheid van de dingen als eeuwige waarheid voorop te stellen. Nog eens, wie de prosopografie van de opposanten tegen het nazisme bekijkt, merkt zowel hoogadelijke lieden als eenvoudige lui in Berlijn die gedurende twee jaar brieven en kaarten schrijven om Hitler aan te klagen. Maar ook de jongeren van de Witte Roos waren niet bepaald leden van de arbeidersklasse. En de aanhangers? Albert Speer was ook middenklasse, zoveel is zeker maar ook de top van de SPD of de BWP zoals Destrée, Hendrik de Man of August Vermeylen behoorden tot de  betere klasse. Dat engagement vanuit de geschoolde hogere middenklasse voor het socialisme lijkt vandaag vaak vergeten, omdat het niet past in het verhaal. Echter, het Gentse socialisme was dan wel weer zeer ingebed in de arbeiderscultuur, zoals Guy Vanschoenbeek het heeft beschreven. Links was, kan men wel eens verzuchten een burgerlijke uitvinding. Maar goed, dat past niet in het zelfbeeld en dus zal men dat graag negeren.

De bourgeoisie, zoals Brel die bezong bestaat wellicht niet meer. De bourgeoisie zoals men dat soms ziet in programma’s over superrijken blijkt weinig aantrekkelijk. Alleen is de kwestie dat men met veralgemeningen wel iets vertellen kan, maar niet per se de werkelijke situatie weet te vatten. Het falen van een bedrijf is vandaag maar nieuws als er een naam aan verbonden is, maar vele kleine bedrijven die onderuit gaan, omwille van de onvoorspelbaarheid van kosten en baten, om de regelgeving niet te vergeten, in deze crisistijd, blijven vaak onbelicht. Zij scheppen niet enkel meerwaarde, dat ook, maar vooral bieden zij ruimte aan werkgevers en werknemers een goed leven op te bouwen. Het vergt dus wat meer doorgedreven reflectie, wil men de samenleving verlossen van precies deze groep in de samenleving. Partijen die afgeven op de bourgeoisie? Vergeef het hen, want ze weten niet hoezeer ze zichzelf verloochenen.

Moeten we dan pleiten voor een sterkere cohesie in de samenleving? Dat valt zo moeilijk aan te geven, denk ik, hoe dat zou moeten. Maar misschien helpt wel als we de rol van mensen wat ruimer bekijken dan alleen in functie van hun economische meerwaarde of sociale rol. Een gezonde meritocratie ondersteunt mensen met ambitie, maar spot niet met mensen die iets aandurven, een bedrijf opzetten of een eigen visie ontwikkelen en daarbij blijkbaar falen. Grote ontdekkingen, zoals de afgelopen week weer eens duidelijk werd, toen men de inflatie van het zich expanderende heelal, enkele microseconden nadat de singulariteit zich ontbond, kon vaststellen, hebben vele vaders en vaak ook zeer veel mislukkingen als voorwaarde om tot passende inzichten te komen. Met moet niet moedwillig  falen, maar af en toe kan men proberen en onverrichterzake afhaken, omdat de onderneming niet werkt. Jammer maar helaas en dat is nog geen reden om er de spot mee te drijven. De bourgeois die niet durft, tja, dat is misschien geen burger.


Bart Haers  

Reacties

Populaire berichten