Glimlach van een paus

Brief

Aan paus Franciscus
Over het omhelzen van de wereld en mensen die erin leven

Thomasso Campanella, die in 1602 een boek
publiceerde, de Zonnestad, waarin hij voortbouwde
op het denken van Marcilio Ficino en Giordano
Bruno. Het blijft altijd wel de moeite om ermee
bezig te zijn, maar helaas blijven we vaak verstoken
van behoorlijke publicatie hierover. En de band met
de paus? Misschien past die vandaag zowel
in de hermetische traditie als in het realisme
dat we van leiders verwachten. 
Brugge,2 april 2014

Zijne Heiligheid

Een jaar geleden verraste u Rome en de wereld door uw verschijning, maar vooral door uw woorden: “zusters en broeders, goede avond”. Maar nadien werd het nog anders, want u liet zien dat u zich zorgen maakt over enkele obsessies van de kerk. Maar wat ons vooral interesseert is het feit dat u, meer dan uw voorgangers wel gelooft in mensen en hen hun onvolmaaktheid niet kwalijk neemt. Nu, de invloed en impact van wat u, uw voorgangers maar ook andere morele leiders, of mensen die dat pak aangemeten krijgen, is veel groter dan ooit voordien omdat veel uitspraken, helaas wel eens veel te beknopt, door de media worden opgepikt, waarbij niet zelden de eigenlijke opzet van zo een uitspraak verloren kan gaan. Aan de andere kant hebben de kerken en vooral de RK zich wel eens bezondigd aan een obsessie met sex, want dat het sowieso zondig zou zijn, daar moesten wij als leken niet aan twijfelen. Aan de andere kant was het ook klaar als pompwater dat we ons moeten vermenigvuldigen en dat we aan mensen niet mogen raken, tenzij ze al te zeer zouden dwalen of mits het de bescherming van de kudde ten goede zou komen.

Nu behoor ik niet tot die ex-katholieken die menen dat de kerk ons van alles zou hebben op de mouw gespeld, ons zou hebben gemanipuleerd en geïndoctrineerd, want hoewel zeker vanaf de negentiende eeuw de kerk daar wonderwel vergaand in geslaagd was, waren de leken lang niet  altijd bereid zomaar het spel mee te spelen. En er was het sacrament van de biecht, dat vele gelovigen zagen als een soms lastig moment, maar ook voor priesters moet het niet altijd duidelijk geweest zijn wanneer een biechteling oprecht was. Aan beide zijden was er ruimte voor (zelf-)bedrog, al is dat natuurlijk ook weer een zonde, maar tegelijk was het inderdaad een disciplinerend instrument, dat soms leiden kon tot verregaande scrupuleusheid, waardoor mensen het dagelijkse leven niet meer aankonden. In die  zin zal de kerk, of liever zullen soms weinig zachtzinnige priesters hun boekje te buiten gaand wel mensen diep gekwetst hebben. Maar goed, de ontkerkelijking ging en gaat veel verder en toch, de plaats van de kerk in de geschiedenis is daarmee niet zo best geduid.

Men hoort doorgaans dat de kerk staat voor inquisitie, onverdraagzaamheid, morele superioriteit en uiteraard hypocrisie, maar de rol van machthebbers daarbij mag men niet ontkennen en soms waren er gelovige priesters of zusters die net weigerden mee te gaan in die verhalen van machtswellust of diepe angst voor de eigen positie. Maar hoort men wel eens over de beschavende rol van de kerk spreken? Werkelijk, dit is ernstig want de kerk was voor het jaar 1100 nog niet echt bij machte veel invloed te hebben op plaatsen waar het wereldlijk gezag niet echt uitblonk. Maar net door de inbreng van de  kerk, met “vredes” die werden ingesteld om plaatsen en momenten van vrede te scheppen, waar of wanneer geen wapens gedragen, laat staan gehanteerd mochten worden, is minstens zo een belangrijke bijdrage van die kerk tussen ongeveer het jaar 1000 en 1200, waardoor markten bijvoorbeeld veilig voor  goederen en voor mensen konden verlopen. In Vlaanderen is er zelfs een graaf voor uit zijn ambt gezet, met name Willem Clito die in 1128 in Torhout de marktvrede had geschonden. Enfin, Willem verloor kort nadien een veldslag tegen Diederik van den Elzas, die de rest van de eeuw, met zijn zoon Filip Vlaanderen zou mogen besturen. De klerk Galbert van Brugge vroeg zich af hoe of dat te begrijpen viel en legde daarmee ook een begin van een fundament voor het nieuwe denken over macht en machthebbers.

Uiteraard, als Bruggeling kan ik ook verwijzen naar de rol van religieuzen in de ziekenzorg want in Brugge, met het oude Sint-Jan, werd al vroeg een institutie ontwikkeld waar zusters de verpleging op zich namen. Men zal ook opmerken dat de stedelijke magistraat en de kerk hier de handen in elkaar hebben geslagen om het project te laten slagen en 800 jaar later genieten we nog altijd van de goede zorgen, maar het zijn niet meer de oorspronkelijke Augustinessen die de zorg op zich nemen, maar vooral leken. De samenleving is immers behoorlijk veranderd.

Het onderwijs veranderde ook en men wilde – zoals in Frankrijk in 1905 het geval was – het onderwijs helemaal laïciseren, wat gezien de tijdsgeest nog niet zo onbegrijpelijk zou zijn, maar wel blijkt te botsen op de vragen en verwachtingen van ouders. Maar waar gaat het vandaag om in het onderwijs? Inzetbare mensen maken? Of mensen die als erom spant neen durven zeggen, maar ook ja. Het gaat immers om wat men doorgaans autonomie noemt, maar het gaat, zo mogen we vermoeden, om meer dan alleen moeten beslissen, want we leven niet alleen. In het onderwijs leven oude vormen verder en ouders hebben er wel vertrouwen in, terwijl ze de onderwijshervormers verdenken van overdreven dienstijver, waarbij ze de vorming van mensen vergeten. Merkwaardig is het vast te stellen dat in de hervormingsprojecten het persoonlijke vormingsproces onderuit is gegaan.

Dat maar om vast te stellen dat uw aantreden de klassieke twistpunten tussen behoudsgezinde en hervormers op een zijspoor lijken te raken. Omdat u, van begin af aan, een andere invalshoek hebt gekozen, waarbij u de dogmatiek met enige soepelheid hanteerde, kon u bij Vaticaanschouwers en anderen een gunstige indruk geven. Het gaat immers om de mogelijkheid, kan men vaststellen over het overdenken van de menselijke conditie in een nieuwe context. U riep dat de doden die op de zee rond Lampedusa gevallen waren een schande genoemd moest worden, waarbij u zich afvroeg hoe we die mobiliteit van mensen beter kunnen sturen om dergelijke rampen te voorkomen. Maar ik had de indruk dat ook u begreep, zoon van Italiaanse emigranten, dat migratie op de schaal die we nu kennen niet zo gemakkelijk  te sturen valt. Er zaten, voor wie oplette, heel wat schakels in het verhaal van de scheepseigenaren over de passeurs tussen, maar ook veile ambtenaren in Lybië en andere Afrikaanse landen waardoor die overtocht mogelijk werd gemaakt en zelfs voorgespiegeld aan mensen die een beter leven willen.

Maar “Schande” roepen, volstaat dat? U en ik en vele anderen weten dat dit niet eenvoudig was en ik had de gedachte dat u met die schreeuw de gevoelens van velen uitriep, maar dat het vooral een wanhoopskreet was: zelfs als iedereen zou meewerken de overtochten tegen te gaan, zou  men toch nog met zware problemen af te rekenen hebben, want de snelle bevolkingsgroei in Afrika zorgt voor nogal wat ongerief en vooral conflicten, die vaker dan verwacht religieuze tintjes krijgen, zoals in de Centraal-Afrikaanse Republiek het geval bleek. In oorsprong waren de ongeregeldheden het werk van losse groepen die pas naderhand een religie opgekleefd kregen: eerst werd een groep moslim en vervolgens begonnen ook de christenen hun belangen te behartigen met machetes in de hand.

Nu zijn net dat soort voorvallen en ernstige conflicten er mee oorzaak van dat een aantal opiniemakers menen te mogen stellen dat de betekenis van religies en religieuze instituties voor de samenleving eerder negatief is, zoniet nefast. En daar valt echt wel over te redetwisten. We moeten het ook niet beter willen maken dan het is, maar tegelijk kan men maar moeilijk volgen als men de verwijten ten aanzien van religies blijft opstapelen en bovendien oude verwijten zonder kennis van de context blijft herkauwen.

Het is zo dat de kerk bij momenten een monopolie had op de levensbeschouwingen, maar zowel tijdens de eerste Middeleeuwen als tijdens de  hoge Middeleeuwen en later waren er altijd stromingen die zich nog niet met de kerk vertrouwd hadden gemaakt of er afstand van namen. Goethe en Schiller noemden zich Heidenen en waren er trots op, Voltaire beschreef hoe Engeland de religie van minder gewicht was omdat het een nationale kwestie was en omdat – abstractie gemaakt wellicht van de hardliners onder de dissenters – de meeste mensen zich pro forma bekenden tot de Anglicaanse kerk en verder filosofisch hun eigen wegen volgden. Dat was de situatie die Thomas More had beschreven in Utopia. Nu, in de negentiende eeuw slaagde de  kerk erin grote massa’s te bereiken met een sterk uitgebreid heir aan priesters, want hier  bleek het Gentse model van volkskerstening, als deel van een katholieke restauratie in Europa na de revolutionaire tijd (1789 – 1815) wel geslaagd mag heten. Er was overigens volk beschikbaar dat graag sociale promotie wilde maken en via studie omhoog kon komen. Ik sprak van het Gentse model zoals Prof. Jan Art dat beschreef, maar ook Stendhal geeft er kennis van, want in “Le Rouge et le Noir” komt Julien in een seminarie in Besanςon terecht, waar hij zich ergerde aan een bende lompe boerenknechten, die via de kerk aan het zware labeur poogden te ontsnappen. U zal begrijpen dat men niet altijd echt geloofde, ook al moest men wel heel wat opgeven.

En toch mag men niet blind zijn voor de gunstige en beschavende werking van de kerk. Weet u, ik kan dit nu  zonder meer schrijven omdat ik de mening ben toegedaan dat de tijd van strijden tegen de kerk wellicht niet veel zal opleveren aan inzichten. Bovendien strijdt het met de idee van tolerantie als men de ander steeds weer blijft verketteren. Enige reflectie heeft me geleerd dat de kerk sinds Vaticanum II op een aantal punten de stap naar de twintigste eeuw wel had gezet, maar dat het punt was dat enkele dogma’s niet mochten sneuvelen, zoals de moeilijke kwestie van leven en dood. In Vlaanderen is er een facebook-groep actief die de oude Mechelse Catechismus opnieuw in ere wil herstellen, maar het lijkt me een weinig aantrekkelijke en vooral van creativiteit gespeende oefening te zijn. De vraag hoe we ouder worden mensen een waardig levenseinde bezorgen reikt veel verder dan de vraag om euthanasie of de  weigering euthanasie toe te laten. 

Patrick Lateur sprak onlangs in Brugge over zijn vertaling van de Ilias naar het Nederlands en liet ons weten dat hij zich er wel eens over verwonderde hoe gemakkelijk men zaken van geloof terzijde schuift en nauwelijks wenst of durft te accepteren dat men nog een geloof kan aanhangen. Is het Hegels Tijdgeest? Of speelt mee dat we zo gewoon zijn de nadelen van een lidmaatschap bij een kerk te overschatten en de betekenis die mensen eraan kunnen hechten te onderschatten. Sociologisch onderzoek lijkt nu wel voortdurend aan te duiden dat mensen met een uitgesproken levensbeschouwing, meestal een religie ook op andere vlakken nauwer betrokken zijn bij het maatschappelijk leven en zich meer inzetten voor vrijwilligerswerk. Ook zouden gelovige mensen minder vatbaar zijn voor populisme en extremisme dan mensen die er geen uitgesproken opinies of religieuze inzichten op na houden. Klopt dat werkelijk? Dat valt moeilijk zonder verder onderzoek te betogen?

Het is wel zo dat sinds de jaren van het concilie de kerk er niet meer in geslaagd is te communiceren met de steeds hoger geschoolde leken. Goed, over de wondere verhalen in de Bijbel kan men inderdaad niet veel zeggen, maar dat geloof wel voor redelijk denken vatbaar is, ontgaat velen, ook zeer erudiete mensen, want zij gaan voorbij aan de traditie van enkele eeuwen van het schrijven van commentaren bij de bijbel en commentaren bij commentaren en soms keerde men nog eens verbaasd terug naar de eerste teksten, vaker ging er een nieuwe laag commentarenijver overheen. Was het resultaat niet overdonderend en ook wel eens onthutsend – ik denk aan de interpretatie van het hooglied, dan zijn die nu zo goed als uit het geheugen verdwenen, wat ook de classicus Patrick Lateur leek te betreuren.

Voor sommigen, zoals Erasmus en Thomas More drong een hervorming zich op, maar niet op de wijze die eerst Luther en later, in een nog scherpere zin Calvijn in de zin hadden. Maar deze heren waren misschien min of meer uniek, de traditie waarin zij stonden en waaraan zij nieuwe impulsen gaven laat toe vast te stellen dat de zogenaamde almacht van pausen en kerk ook toen best gerelativeerd wordt. Maar er waren er nog anderen, zoals Ignatius van Loyola of kannunik Triest die andere invullingen gaven aan een christelijk leven dan de seculiere kerk presenteerde. Ook de protestanten overigens kenden hun richtingenstrijd, zodat wie zich over de godsdienstgeschiedenis van Europa, al was het maar tot 1648 wil uitlaten, zal zich best hoeden voor het afsnijden van de bochten, want het meanderen van de stromen van ideeën zelf maakt er allicht de kern van uit.

Wat weten we nog van Augustinus, Abelardus of Thomas van Aquino? Wat te denken van die talloze tussenstations, zoals Beda, Alquin, Burchard van Worms, Rupert von Deutz? En dan kwamen er ook wel eens zijscheuten, zoals Marsilio Ficino en Giordano Bruno, die in het Neoplatonisme gingen grasduinen en uiteindelijk verwijderd geraakten van de rechte leer door zich abusievelijk te beroepen op pre-Mozaïsche teksten, c.q. het Corpus Hermeticum, dat mee de basis zou leggen voor nieuwe, esoterische stromingen in het westerse denken. Frances Yates heeft over deze stroming een paar boeiende werken geschreven, maar journalisten en commentatoren dezer dagen vinden het niet nodig er aandacht aan te besteden. Uiteindelijk, zeggen zij met grote zelfvoldaanheid, blijken die zaken de tand des tijds niet te doorstaan. Maar als Jacques Le Goff een zaak duidelijk gemaakt heeft, voor mij althans, dan is het dat de historicus en vooral de ideeënhistoricus zich niet alleen met een geschiedschrijving kan tevreden stellen waarin de zaken als evident in een richting zouden evolueren en dus wat nergens toe zou leiden ook geen plaats zou hebben in de officiële geschiedenis. Maar goed, nadat de stervende kerk – in Europa -  de triomfalistische toon en zelfzekerheid heeft afgelegd, zijn er anderen die zich beroepen op het rationalisme, maar vergeten hoe innig verweven Descartes altijd nog was met de oude christelijke antropologie en tegelijk hoe vijandig hij in werkelijkheid stond tegen meer empirische vormen van onderzoek, net omdat hij zijn eigen observaties meende te moeten wantrouwen.

Want als de Verlichting iets betekent voor Europa, dan is dat alweer min of meer haars ondanks aan de kerk toe te schrijven. De Verlichting was in eerste instantie een zaak van mensen uit de elite en de bourgeoisie, want hoewel men graag vertelt dat Denis Diderot arm was, was zijn familie behoorlijk welgesteld en dreef zijn vader een smidse voor het betere werk, messen en chirurgijnsinstrumenten. Maar net als Voltaire een generatie vroeger kreeg ook Diderot zijn vorming bij de Jezuïeten en werd hij er gevormd tot een autonoom denkend man. Maar wie hem onderbrengt bij de zogenaamde radicale Verlichting, moet zich wel afvragen wat dat kan betekenen, want zelfs zijn atheïsme was vooral gericht tegen de machtsaanspraken van de kerk en van de vorst – die nog putte uit het zonnestaat-idee dat Tommaso Campanella had aangedragen bij het Franse Hof en door Louis XIV voor eigen gebruik werd aangewend.

Natuurlijk draait het vanaf Abelardus over Thomas van Aquino tot Einstein om de ratio, natuurlijk kunnen we als mensen maar beter proberen een goed inzicht te verwerven in de aard der dingen – inderdaad, de rerum natura ­– maar evengoed is het wenselijk er rekening mee te houden dat men de emotionele kant van mensen niet kan ontkennen noch zomaar kan gaan sturen. Onder meer Rudiger Safranski heeft er in zijn essays op gewezen dat mensen ervoor beducht moeten zijn te vergeten dat de ratio geen slaaf kan zijn van de emotie, want dan gebeuren er nare dingen. Maar de emotie verdrukken of wegdrukken, zal altijd weer blijken, kan evenmin veel heil brengen.

Sinds ik kennis maakte met de Stoa stond me erbij tegen dat die filosofie, hoe heldhaftig men ook het aardse leed en de verleidingen weerstond – juist aan het vermogen voorbij ging van mensen om zich met andere mensen te verhouden. Hannah Arendt schreef over Amor Mundi, maar nog altijd zijn veel filosofen vandaag behept met een onmiskenbare afkeer van de wereld. Zoals Plato al leerde – maar zo niet de oude Socrates – moet men deze wereld niet te ernstig nemen. Maar goed, binnen en buiten de kerk blijft men zitten met een onstilbaar verlangen naar zekerheid, duidelijkheid en sluitende richtlijnen. De kerk heeft zich, sinds de moderniteit de hele samenleving veranderde - vaker ten goede dan anderszins – en de technische en technologische vooruitgang onze levensomstandigheden grondig hebben gewijzigd, we denken aan de introductie van contraceptiva, aan ivf maar ook aan talloze mogelijkheden om het leven van personen te redden en in redelijke kwaliteit te verlengen, te vaak restrictief zo niet verbiedend opgesteld omdat men een mens- en wereldbeeld bleef hanteren dat uitging van de zwakheid van de mens en ook wel vanwege een onmiskenbare angst mensen hun vrijheid en verantwoordelijkheid en dus een eigen oordeelsvermogen te gunnen. Maar, bekeken anno 2014 moet ik vaststellen dat het paternalisme vanwege kerkelijke autoriteiten weliswaar blijk gaf van eng denken, maar ook dat de hiërarchieën niet alleen stonden in die houding.

Nu u een jaar de titel van bisschop van Rome en Paus van de Roomsche Kerk draagt, moet ik vaststellen dat u veler hart heeft veroverd, maar dat van uw exhortatio enkel onthouden werd dat u de vrouw niet tot het priesterambt wil toelaten, terwijl u toch wel meer te vertellen had. Natuurlijk, zoals elke machthebber bent u gebonden aan de traditie en aan wat uw pairs u toelaten te zeggen of te veranderen. Toch meen ik mij te herinneren uit mijn studie middeleeuwse geschiedenis dat lange tijd de gedachte gold dat elke paus eerder de opvolger was van Petrus en net zoals de rotssteen de eerste stedehouder van christus op aarde mocht heten dan opvolger te zijn van de directe voorganger. In theorie liet dat pausen toe zonder omzien naar het werk van de voorganger de eigen prioriteiten uit te voeren. Maar een instituut verdraagt geen echte breuken en dus kon Johannes XXIII wel een concilie op stapel zetten maar eens het concilie achter de rug was, kon niemand verhinderen dat behoudende krachten een deel van zijn intenties vergaten en vele stukken van het concilie liever onbesproken lieten. Het is Paus Paulus VI gelukt zowel voortgang te geven aan inzichten van het concilie als aspecten ervan in vergetelheid te laten verzinken. Ook Johannes Paulus II was niet bij machte de opzet van het concilie recht te doen, deels omdat hij bepaalde vernieuwingen in liturgie en theologie liever niet zag doordringen tot de dagelijkse praktijk, deels ook omdat een steeds sterker wordend heir van mensen met een hang naar het verleden greep kregen op de communicatie omtrent kerkelijke zaken. Want mensen als Hans Kung of Schillebeeckx werden in Rome met de vinger gewezen, omdat ze de kerk te zeer zouden ondergraven en vooral – uiteraard – de dogma’s zouden afwijzen. Ook de bevrijdingstheologie kon niet op veel steun rekenen en hoewel de link met het marxisme evident was, ook voor Leonardo Boff en anderen, was het zo dat hun theologie in andere delen van de wereld misschien invloed had kunnen uitoefenen en zelfs voor een burgerlijk sujet als ik staat niet vast of de uitwerking daarvan a priori op een eenduidige marxistische benadering zou uitgelopen zijn. Want er zaten bij het denken van Boff ook andere consideraties in de weg opdat dit het geval was geweest.

Maar u hebt zelf in Argentinië een en ander meegemaakt, waar wij West-Europeanen ons niet altijd voldoende rekenschap van geven, de dictatuur van 1976 tot 1983, de grote monetaire crisis goed tien jaar geleden (1998 – 2002). Wellicht moeten we ook daar de aspiraties van de burgers naar een beter leven aan toevoegen en de ontreddering die dat met zich kan brengen als die alleen vertaald wordt in streven naar overvloed en overvloedige consumptie. Overvloedig betekent dan inderdaad dat men meer tot zich neemt dan goed en wenselijk is. Misschien is het dat wat u met zich draagt net als stille verwijten aan uw adres dat u tijdens de jaren van Videla en Viola niet oplettend genoeg zou zijn geweest en eventueel zelfs medeverantwoordelijk voor de dood van twee confraters zou zijn geweest. Men heeft dat al te ras willen toedekken, al denk ik dat de aantijging vooral geuit is geworden om uw gezag al van begin af te ondergraven. Want hoe kunnen wij, in Europa en nog enigszins verblind door de verhalen over Juan en Isabella (Martinez de) Perron de gebeurtenissen van 1976 en later inschatten. Goed, er zijn goede werken over verschenen, maar het is nog altijd iets anders in het systeem te leven dan wel vanuit een redelijk democratisch bestel ernaar toe te kijken.

Ik bedoel, hier spelen inderdaad oordeelsvermogen en verantwoordelijkheid een cruciale rol en dan nog iets, wat wij in het politieke niet vanzelfsprekend opnemen, amor mundi. Men stelt dat burgerschap, ook in de civitas Dei, te maken heeft met rechten en plichten, maar dat lijkt mij, met een atheïst als Fernando Savater in steun een te beperkte en bekrompen benadering: goed samenleven vergt meer dan het naleven van de geboden en verboden, maar tegelijk ook moet men zelf aan dat samenleven een eigen bijdrage willen leveren, maar dus ook kunnen en mogen betrouwen op het eigen oordeelsvermogen. En dan blijft de vraag die in deze tekst altijd meezoemt: kunnen we van deze wereld voldoende houden opdat ze voor ons en de samenlevingen waarin we leven iets goeds betekenen kan en opdat wij ervoor zorg zouden dragen. En wat onze relatie met medemensen betreft, die is afhankelijk van concrete omstandigheden, maar kunnen we ervan uitgaan dat we onze eigen belangen of rechten niet laten gelden zonder ook met die van anderen begaan te zijn?

Het komt mij voor, zoals bijvoorbeeld Lieve Joris stelde, maar ook een Chantal Mouffe laat verstaan dat onze democratieën met zichzelf in de knoop liggen, maar anders dan mevrouw Mouffe ben ik de mening toegedaan dat de eigen inbreng van mensen, aan te top én aan de basis wezenlijk is voor het revitaliseren van zo een burgerlijk democratisch bestel. Lieve Joris meent dat we in Europa de zin voor omgang met anderen verloren zijn en tegelijk de moed om zelf iets in te brengen. Hoewel zij die opmerking maakte in een gesprek/lezing over haar boek, op de vleugels van de draak, lijkt het me belangrijk er hier naar te verwijzen. Want als we terugdenken aan mensen als Diderot en Voltaire, Spinoza en Wittgenstein, maar ook aan Emilie de Chatelêt of  in onze tijd Tomas Sedlacek, dan weten we dat er een zekere rigueur in de opvattingen van doen is. Tegelijk kan men ook denken aan het werk van Huizinga, waarmee meteen ook weer die andere vraag op de voorgrond komt: kunnen we alleen maar pessimistisch naar de samenleving kijken, zonder onszelf tekort te doen en vooral medemensen?

Als kerkvader lijkt u die kant ook op te kijken, weg van een onbetwistbare afwijzing van de mens, omdat u weet dat De mens nu eenmaal niet bestaan kan. Elk specimen heeft eigen mogelijkheden en ook wel gebreken, maar wat is een gebrek? Laten we die discussie nu niet openen, want het zou ons brengen tot inzichten die in deze tijden, waar men het heeft over de maakbare mens tot praktijken die misschien niet zo mensvriendelijk zijn als ze lijken. Maar het was nu net Arendt die vond dat men mensen omwille van hun gebreken niet kon afwijzen. Maar als ze na de oorlog wel contact zoekt met Heidegger, is het niet om hem te vergeven. Heidegger, zo viel onlangs te lezen zou meer antisemitisme aan de dag gelegd hebben dan hij lange tijd zijn omgeving heeft voorgehouden. Arendt heeft zich met aspecten van Heidegger ook nooit kunnen verzoenen en dan al zeker niet diens idee dat we niet aan onze existentie kunnen ontkomen en die is niet bepaald positief. Net daartegen zou Arendt zich vanaf haar doctoraal proefschrift met de titel “het liefdesbegrip bij Augustinus”  verzetten. Maar toch wordt die discussie vandaag niet meer gevoerd: kan men deze wereld en de mensen die erin leven wel in het hart sluiten. U lijkt daar toe bereid het te beproeven en dat lijkt me in deze tijd van fobietjes wel een pro.

Vale,


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten