Politiek en de kracht van het meevoelen


Dezer Dagen


Politiek medegevoel


Ondersoeckt de Geesten ofse van den Duyvel syn of niet; opschrift boven een spotprent op de gebroeders De Witt, waarop twee monsters, de een met masker en sleutel (Johan), de ander met dolk en manteltje van geveindsheid voorzien(Cornelis) boven de Hollandse tuin zweven, waarin zich Willem III bevindt, die het woord richt tot de provincies Utrecht en Gelderland en tot enige officieren, terwijl de Hollandse leeuw varkens (de Fransen) uit zijn tuin verdrijft. Voorts nog een menigte figuren die op de gebeurtenissen van 1672 tot 1674 zinspelen.
De crisis in de republiek van 1672 is voor Vlaanderen geen geschiedenis, maar het is wel een paradigma voor de vraag hoe heftig gevoelens kunnen oplaaien, maar de hisorici moeten achteraf vaststellen dat de Prins en Johan de Witt voor
een gemeenschappelijke opdracht stonden en die gelijkaardig hebben opgelost. De Republiek blijft een belangrijk moment in de Europese geschiedenis.
Over verontwaardiging bij (beginnende) politici hebben we het al gehad, over solidariteit hebben velen het, maar ik prefereer het begrip "Fraternité". Niet omdat het Frans is, maar omdat broederlijkheid een sterkere betekenis heeft dan solidariteit, hoewel ik wel de visie van Nussbaum kan volgen dat solidariteit te maken heeft met inleven in het leed van anderen, die voor ons absoluut niet gekend zijn, zoals de slachtoffers van de genocide in Rwanda of van de burgeroorlog in Syrië. Maar solidariteit noopt niet onmiddellijk tot actie, terwijl broederschap dat wel doet.

Francis Fukuyama schreef in "The origin of political order" (deel I) over de genese van de politieke orde, waarbij hij vooral het proces ontwikkelde dat de politieke orde niet ooit  is uitgevonden, of de vorm heeft aangenomen van een contract, dat elkeen dan weer zou accepteren, maar dat de natuurlijke omstandigheid dat mensen van de apenrots zijn vertrokken en geleidelijk complexere vormen van overleven hebben gevonden tot instituties heeft geleid, zoals het feit dat we ten onzent ongewapend plegen rond te struinen. Hoe langzaam die ontwikkeling ook is gegaan, pas vanaf ongeveer 10.000 jaar hebben we reële sporen van hoe samenlevingen zich gingen vormen, die geleidelijk de kleine groep overstegen, die van jagen en verzamelen konden leven.

De landbouw zorgde voor stabiliteit, meer zekerheid, maar ook een nieuw begrip van wat mijn en dijn is. Al bleef het lang zo dat mensen ook veel deelden, bijvoorbeeld gemene weidegronden. Maar de samenleving organiseerde wel rond die aspecten van de landbouwtechnologie, zoals landeigendom, het bewaren van oogsten en andere zaken. Die ontwikkeling heeft ook andere facetten van onze cultuur tot ontwikkeling gebracht, waaronder het ontwikkelen van de taal, van kennis van de natuur, die ertoe leiden dat men van culturen kan spreken. Maar cruciaal is ook, zoals Francis Fukuyama betoogt, dat men gemeenschappen vorm gaf, die niet meer op verwantschap gebaseerd zijn. Van Babylon over Alexandrië, Rome ... zien we steden ontstaan, maar ook grote rijken, waarvan de finaliteit er voor een deel in bestaat de welvaart en stabiliteit te verzekeren, terwijl aan de andere kant cohesie wordt bevorderd en tegelijk het individu onmiskenbaar een grote eigen inbreng heeft. Het volstaat de epigrafische bronnen die het Romeinse imperium heeft nagelaten, om te begrijpen dat Rome niet enkel groot was omwille van de legioenen, de generaals, maar ook, vanwege de inbreng van de burgers.

Hier bekijken we de ontwikkelingen van maatschappijen niet vanuit het zelfbeeld dat ze zichzelf voorhouden, maar vanuit een beschavingsstudie, waarbij beschaving staat voor wat we kunnen beschrijven als de wijze waarop samenleving existentiële problemen oplossen, van de voedselproductie, de arbeidsverdeling tot precies dat zelfbeeld zelf. Men kan bij Fukuyama lezen hoe dat in China in het werk is gegaan, maar ook Tom Holland heeft ons bijzondere inzichten over het fenomeen samenleving bijgebracht. Nieuw waren ze volgens sommigen niet, maar daarover valt te discussiëren. Zijn geschiedschrijving van de oorlog tussen de Perzen en de Grieken, maar ook de ontwikkeling van de Islam in de 7de tot 9de eeuw brengt hij als antropologisch onderzoek: hoe functioneerde de Griekse, respectievelijk de Perzische cultuur - waarbij we ook meteen meekrijgen hoe verbonden die culturen wel niet zijn en het feit dat hun onderlinge concurrentie leidde moest tot wederzijdse beïnvloeding - brengt namelijk inzicht in de cohesie van samenlevingen. De strijd die chroniqueurs, de hoeders van al dan niet sacrale annalen weergeven, laat ook toe te zien hoe die strijd vaak mee de instituties van een samenleving weergeven. De discussie in Athene of het zilver van Laurion verdeeld diende te worden, dan wel ingezet om een volkomen nieuwe vloot te bouwen om een mogelijke dreiging vanwege de Perzen voor te bereiden, heeft Athene gedurende een halve eeuw sterker gemaakt dan de Spartanen. En de Perzen, die verloren hun oorlog. Maar, ook de Perzen, die vaker dan wij denken bezoek kregen van Grieken, hebben ook bestuursmatig een en ander overgenomen van de Griekse cultuur en omgekeerd ook een en ander door te geven.

Men kan ook zien hoe een dubbeltje rollen kan en Rusland voor 1917 bekijken en aan de hand van gedegen onderzoek vaststellen dat die samenleving, waarvan wij vooral de adel en de zogenaamde zwakke tsaar voor ogen hebben, een veel complexer weefsel vormde, waarbij bijvoorbeeld de invoering van de industrie veel verder gevorderd was dan wij later hebben vernomen, omdat de Sovjet-Unie geen zin had het oude regime enige verdienste toe te kennen. Maar niet enkel het Russische leger was sterker dan men naderhand heeft voorgesteld, want wie de geschiedenis van WO I in het Oosten enigszins wil kennen, komt te weten dat er een paar generaals en bestuurders waren die het succes van de Russen wisten waar te maken. Graaf Sergej Witte? Ik vermoed niet dat er veel zijn die de naam iets zegt. Het verhaal van het verdrag van Brest-Litowsk waarbij Rusland als een zwakke partij in de oorlog moest voorgesteld worden, wat dus Lenin en Stalin goed uitkwam, negeert dus een aantal fundamentele tegenindicaties. Onder meer de vraag hoe Rusland zichzelf zag in de periode van 1905 tot 1917 blijft totaal buiten beeld en of de Tsaar dan al of niet blind was voor het wel en wee van zijn onderdanen, komt al helemaal niet aan de orde.

De kwestie brengt ons ook bij een figuur als Johan de Witt, die van 1651 tot 1671 raadspensionaris van Holland en daarom ook de leiding had over het dagelijkse bestuur van de Republiek. Een van de opvallende kwesties die onder anderen Luc Panhuysen aan de orde stelt, is het gegeven dat precies in de Republiek gedurende de 17de eeuw, vooral gekend als de Gouden Eeuw, de regenten met Johan de Witt op kop, erin slaagden de republiek ook een eigen identiteit te geven. Natuurlijk waren er conflicten, tussen de Staatsen en de Orangisten, waarbij de Staatsen staan voor de partij van lieden die menen dat alle soevereiniteit voortkomt uit de Staten-vergaderingen, met die van Holland op de eerste rij. Maar de Orangisten wilden dat de stadhouder terug zou keren, wat na 1650 nogal moeilijk viel, omdat de Stadhouder, Willem II de euvele moed had getoond de macht te willen opeisen. Een andere breuklijn was die tussen de overtuigde calvinisten, die eerder als, enfin, hun voorgangers, en meer liberale geesten, zoals de groep rond Johan de Witt, waarin enkele Amsterdamse families maar ook Bento de Spinoza toe behoorden, of de Koerbachs. Die conflicten werden alles behalve zachtzinnig uitgevochten, dat klopt, maar toch moet men vaststellen dat Willem III, eerst als Stadhouder en later als Koning-Stadhouder de politieke lessen die hij van Johan de Witt had gekregen belangrijk genoeg vond om er zich aan te houden. Mijn punt is hier dat in die Republiek een vorm van politiek meevoelen mogelijk werd, dat men ook in de stadstaten in Italië had gezien, alleen op een andere schaal met onmiskenbaar succes. Het gaat over meer dan de traditionele machtsconflicten, maar over de vraag hoe de overheid en wie daarvoor geplaatst zijn dat politieke meevoelen vorm geven. Johan de Witt heeft dat zeer expliciet gedaan met zijn verhaal over de tuin van Holland.

Nu we voor verkiezingen staan op verschillende niveaus, ook dus het Europese, wordt duidelijk dat het politieke functioneren nu vooral gericht is op de machtsverwerving, op regelgeving die de burgers liefst niet teveel vrijheid gunt en bovendien lijken kandidaten ervan uit te gaan dat zij het allemaal wel voor elkaar zullen krijgen: we zullen dat regelen. Iedereen in de politiek zal wel eens zeggen dat hij of zij het wel regelen zal, niet de deportatie van medeburgers naar hun zogenaamde land van herkomst, maar ook zoveel andere zaken, zoals het scheppen van banen, doorgaans niet mogelijk ex nihilo. Of men wil de vrede dienen door de eigen militaire slagkracht helemaal teniet te doen. (Ik ben geen aandeelhouder in het industrieel-miitair complex, maar een land niet willen verdedigen, zoals sommige politici al decennia bepleiten, kan ook niet anders beoordeeld worden dan als een vorm van plichtverzuim. Wel ben ik de mening toegedaan dat den armée belge/belgisch leger echt niet afdoende uitgebouwd kan worden, tenzij in een ruimer verband en dan is samenwerking met de Noorderburen zeker in overweging te nemen. Maar zo te zien zal dat geen thema zijn in de verkiezingen, net zo min als de vraag dat is hoe Vlaamse politici kunnen bijdragen aan sterker buitenlands beleid, vanwege Europa).

Want een van de taken die een natie heeft, blijft nog altijd het bewaren van de integriteit van het land, maar sinds Boudewijn I lijkt men de mening te zijn toegedaan dat die integriteit vooral van binnenuit bedreigd wordt. Natuurlijk kunnen we nu vermoeden dat Parijs en Berlijn niet meer zo snel tegen elkaar zullen optrekken als in 1870 of 1914 het geval was, maar tegelijk hebben Europese politici een aantal knopen door te hakken, sinds in 1954 de Europese defensie Unie door Frankrijk werd afgewezen. Principieel tegen bewapening strijden, moet kunnen, maar als men er geen rekening mee houden wil dat mensen zich niet veilig voelen als er geen institutie die voor die externe veiligheid kan en wil zorgen, het leger dus, ontstaat er een probleem van legitimiteit. Moet Europa zich dan tot de tanden bewapenen? Wellicht moet het zo bewapend zijn dat mogelijke agressors afgeschrikt worden. De interactie met het Kremlin stelt de Europese legers dezer dagen voor een moeilijk op te lossen probleem, want voor Poetin heeft Europa geen afdoende afradende militaire macht dat hij zich in Oekraïne echt zou inhouden.

Politiek medegevoel aan de dag leggen betekent dan ook niet dat men op sentimenten moet spelen, kan spelen, want dat wreekt zich eerder vroeg dan laat. Ook hoeft politiek medegevoel er niet toe te leiden dat politici hun besluiten niet zouden hoeven te verantwoorden, maar wel dat ze bij het kiezen van de toon en de formuleringen wel degelijk rekening houden met het feit dat burgers iets van hen verwachten; weinigen zullen nog geloven dat een politicus alles anders maken kan en het is de vraag of ze dat ooit moeten kunnen. Wel is het zo dat in het maatschappelijk bestel politici onbetwistbaar de rol hebben ervoor te zorgen dat burgers die hun ding doen, vooropgesteld dat die idee, dat project oirbaar is en niet tegen de wet ingaat, beschermd zijn tegen wederrechterlijk optreden van derden, dus ook de fiscus of politie. De wet regeert het land? De wet zorgt voor passende regieaanwijzingen, waardoor wij, burgers weten wat we met elkaar als wettelijk beschouwen. Neen, politici moeten er niet naar streven ons geluk te bewerken, maar wel zorgen voor de mogelijkheden en waarborgen... moet ik weer over het onderwijs beginnen, of over infrastructuurwerken en het onderhoud van wegen, over overlast en verdraagzaamheid, over cultuurtempels en cultuurschuren...? Toch zijn dat belangwekkende taken voor de overheid. Maar de prins van heden is geen pharao, die Paut kan zeggen en er staat, 30 jaar later een heuse tempel of een piramide. Overigens, de Akropolis in Athene en de belforten in Vlaamse steden waren niet het werk van vorsten, maar van gemeenschappen. Ook hospitalen kwamen er meestal op voorstel van de stedelijke vroedschap.

Hierover verwonder ik mij dan ook telkens weer, dat we dat handelen als gemeenschap in de politiek niet zo vaak meer zien opduiken - waarbij de vraag niet is of er al dan niet sprake is van kritiek of verzet, maar over wat zo een gemeenschap kan bereiken. Sinds de crisis van 2008 zijn er maar weinig politici die erin slaagden aan te geven dat we ernstig moeten nadenken over hoe we de zegeningen van onze samenleving in stand willen houden en de wegen voor de toekomst vrij willen houden. Men verwijt N-VA dat die partij het bestaande systeem wil afbreken, pensioenen, sociale zekerheid in het algemeen, de gezondheidszorg, maar met permissie gezegd, denk ik dat bijvoorbeeld de liberalen vooral de kiezer wil verleiden terwijl de SP-a en Groen de angst instrumentalisberen. Alleen CD&V kan, net als N-VA een maatschappelijk project voorleggen, want in beide staan centraal 1°) het functioneren van het maatschappelijk bestel en 2°) de betekenis van het individu. De ontgoocheling in verband met de Open VLD gaat erover dat zij nu geen antwoord meer hebben op de vraag hoe mensen uit vrije wil samen aan de toekomst kunnen werken en daarbij elk eigen plannen koestert en uitwerkt. Angst niet consistent te lijken, zorgt ervoor dat politici van nagenoeg alle partijen om in het debat afzonderlijke kwesties ook afzonderlijk te behandelen maar tegelijk ook de eigen betekenis van die kwestie in een ruimer perspectief te bekijken: anders valt moeilijk te verklaren waarom de handhaving van wetgeving die men met veel gedoe heeft uitgevaardigd zo vaak in de knoop geraakt. Teveel wetgeving? Of bracht men niet voldoende aandacht op voor de vraag hoe nieuwe wetgeving zich verhouden zou tot de bestaande? Het debat bereikt zelden de brede media, tenzij burgers over de tegenspraak gaan klagen.  

De overheid in België zit met een ongemeen zware molensteen, de meubelen redden die het ter ziele gegane Dexia heeft nagelaten. Karel de Boeck treedt op als de ideale sherpa, maar wee ons als er iets misgaat bij de afdaling van de berg. Hij treedt op namens... de regering, maar, zelden, heb ik de indruk, had iemand echt zo een uitgesproken mandaat namens de samenleving, namens elk van ons; maar goed, wie Dexia bestuurde, die heeft zich nooit voor die verantwoordelijkheid gesteld geweten. Men kan op goede grond de betrokkenheid van het ACW bij het debacle in vraag stellen en zich afvragen wie de misleide eigenaren van deelbewijzen schadeloos hoort te stellen, maar de lankmoedigheid van de gemeentebestuurders in Dexia, de leden van de raad van Bestuur van de Gemeentelijke holding, die ook betrokken was, daarover is sinds 2012 niet meer gehoord. Of er echt ooit debat is geweest over de intrede van dat vehikel nadat men het florissante, zij het als een oude magnoliaboom, Gemeentekrediet had opgeofferd om een wereldspeler te vormen met een totaal ander soort kredietverstrekker voor de lokale besturen, het Franse Credit Communale, kan ik mij niet herinneren. Als er nu een institutie die echt als een gemeenschapsproject mocht heten, dan was dat wel het Gemeentekrediet, die ook jonge kunstenaars vleugels gaven, met wedstrijden als pro civitate... maar ook met uiterst interessante en al even saaie - voor wie het niet interesseerde - publicaties over gemeentelijk bestuur.  Wie overigens Dexia in de steigers zette, is die politieke verantwoordelijke ooit ondervraagd? Ach neen, dollartekens, Eurotekens in de ogen en men was verblind. Intussen kunnen gemeenten hun rol in het lokale weefsel, van het bouwen en onderhouden van zwembaden tot kinderopvang tijdens de vakanties, niet meer waarmaken. De ratio zegde immers dat gemeenten erin moesten stappen... tot de verkiezingen van 2012, toen de brede media ermee voor zorgden dat het thema taboe kon worden.

In die zin, denk ik, ontbeert het ons systeem vooral aan politiek medegevoel, worden politici die op hun verantwoordelijkheid gewezen worden bij successen, maar uiteraard vooral bij falen, onmiddellijk in een legalistische kramp gedwongen en blijven de gevolgen voor medeburgers onmiddellijk in financiële termen vertaald. Het persoonlijke leed... en intussen zullen brave onderwijzers kleine Einsteintjes blijven vormen, zal een onderwijzer of juf proberen een nieuwe Cicero te vormen, met de handen op de rug gebonden, want men mag vooral de zwakke medeleerlingen niet op hun zwakheid drukken. Dat gebeurt overigens niet zelden met valse statistieken bij de hand.

Dat is dan ook de reden waarom we dit wilden bespreken, want medegevoel gaat niet over sentimentaliteit noch over het vermogen van politici sorry te zeggen. Neen, de zaak is dat we de afgelopen decennia de idee uit het oog verloren hebben dat we als samenleving, als individuele samenleving ook voor die gemeenschap moeten durven denken. Kan kunst de samenleving redden? Kan denken de wereld redden? Soms wel, soms niet. Adolf Eichmann, zegt men, was een verdienstelijk violist, Stalin voerde persoonlijke de censuur tegen Sostakovisch, maar het is niet aan de overheid om kunst te maken, maar te begrijpen dat mensen met talenten die vaak ontwikkelen buiten het circuit, omdat dit laatste, c.q. het DKO, vaak in de greep is van experimenterende pedagogen, terwijl een instrument studeren, beeldhouwen of toneel op de planken brengen iets zeer eigen is, waar elke kandidaat zich gedurende vele jaren onledig moet houden. En soms komen zo een kunstenaars met bizarre uitspraken, soms uitgesproken links, maar dan echt paternalistisch links, soms even idioot rechts.

Besluit

Wil men zinvol politiek debat voeren en deelnemen als luisteraar of participant zonder mandaat, dan kan men toch eens proberen de voor en tegens van de huidige samenleving onder ogen te zien. De ene partij gaat voor de kracht van verandering, maar wil dat realiseren door na te denken en te handelen. Anderen willen op de vleugels van het optimisme zich laten meedrijven op de stroming van een verlichtingsdenken dat misschien wel echt duister is geworden etc. Maar weinig partijen en nog minder kandidaten vragen zich af of de samenleving voor wie ze zeggen al die inspanningen te doen, niet op zichzelf functioneert en dankzij de burgers en ambtenaren zijn er ook geen brokken gemaakt. Maar tegelijk, de lange periode van regeringsvorming heeft wel laten zien dat de politici zich vergisten als ze dachten dat het land niet zonder hen kon. Maar wij vergissen ons ook als we de werking van de democratische instituties denkbaar achten zonder politici. Met een pc, een systeem dat draait op algoritmes, kan men veel en snelle uitkomsten verwachten, maar of zij de sfeer in het land kunnen snuiven, die algoritmen, valt nog te bezien. Daarom dienen politici (met en zonder mandaat) zich ook over hun menselijke inbreng te bezinnen en dus zoiets als medegevoel te blijven onderhouden, als het al niet gevormd moet worden.

Dit stuk schiet dus onze politici niet af, maar ik vraag mij wel af, eens te meer, of ze soms over medegevoel beschikken en het antwoord is helaas bedroevend. Zich verschuilend in jargon, in een ondoorzichtige wetgeving en goede intenties, bereiken hun smeekbeden van de kiezers, maar die is het stilaan moe. Bij gebrek aan genuanceerde en soms meer technische, meer gedetailleerde berichtgeving, moet men ook geen beterschap verwachten. Maar het zijn wij die en journalisten en politici ervan moeten overtuigen dat hun keuzes niet altijd passende resultaten opleveren. En neen, politici hoeven zich aan dossiers niet dood te vreten, ook daar kan matigheid inzicht brengen.

Bart Haers   

Reacties

Populaire berichten