Bij het afscheid van een bijzonder mens

Kleinbeeld
Wat leeft in Vlaanderen


Waarom men Vlaanderen provinciaal noemt, waarom men geen oog heeft
voor bijzondere mensen, tenzij ze ergens om bekend zijn, blijft mij
intrigeren. Tegelijk blijkt men wel zeer provinciaal als men geen oog heeft
voor wat in Frankrijk, Nederland, Duitsland aan gedachten gepubliceerd
wordt. Maar vooral, het leven van ongewoon gewone mensenlijkt
van geen tel te zijn en toch, het zijn die mensen die de samenleving maken.
Men hoeft niet alleen in geschrifte het afsterven van bekende lui, van staatslieden te boekstaven, ook in het werkelijke leven komt men merkwaardige mensen tegen. Het woord "merkwaardig" wil ik overigens niet lichtvaardig aanwenden, maar hoe zal ik mensen ervan overtuigen dat men toch wel eens zou kunnen kijken hoe zo een lang leven van 89 jaar betekenis kan hebben.
Voor de nazaten? Uiteraard, daarom hadden de ouden twee woorden, pater, vader en progenitor, stamvader. Het lijkt vanzelfsprekend, maar als men bedenkt dat die man in zijn jonge jaren aan tbc heeft geleden en toch deze respectabele ouderdom mocht bereiken, dan is het wel weer wonder dat die vier generaties die daar aanwezig waren meteen ook de ontwikkelingen in Vlaanderen weerspiegelen en bovendien, dan wordt duidelijk hoe rijk en verscheiden het allemaal wel niet is. Het blijft mij verbazen, maar ook verontrusten dat zovele opiniemakers zoveel hebben aan te merken op Vlaanderen en de Vlamingen. Mag men dan niet kritisch wezen? Uiteraard wel, maar als men vertrekt vanuit een of ander ideaalbeeld, wordt men vanzelf blind voor de werkelijkheid.

In die zin, denk ik, valt het op dat politici, maar ook mediamensen en -stemmen ons dag na dag vertellen hoe fout we bezig zijn, niet over het feit dat ondanks die foutenlast er nog zoveel goed gaat in Vlaanderen omdat zoveel mensen plichtsgetrouw hun leven leiden. Waar zit het probleem? Wel, bij deze uitvaartdienst, de begrafenis, kreeg ik weer die bijzondere sensatie dat we wel degelijk van het leven kunnen houden. De loftuitingen aan het adres van Dehaene zullen wel gemeend zijn, zij betreffen vooral de politieke figuur, minder de mens. Bij de begrafenis die ik bijwonen mocht, konden kinderen en kleinkinderen hun verhaal doen over hun (schoon-)vader en grootvader, maar waar het om ging? De mooie tekst van Johannes, waarin de apostel zegt dat niemand God ooit gezien heeft, maar dat het niettemin een aansporing moet zijn elkander lief te hebben, bracht aan het licht dat men wel wist wat de aflijvige in gedachten had. De priester legde ons uit waarom hij over de man die we naar het graf begeleidden niet veel zou zeggen. De man had hem zelf immers gevraagd niet over hem te preken, want iedereen heeft hem gekend. Een vreemde gedachte? Een blijk van bescheidenheid? Of realiteitszin, want ook ik heb de man, van op een afstand gekend en wist dat hij zorgzaam leefde voor zichzelf maar vooral voor zijn vrouw en kinderen, kleinkinderen. Dan is het moeilijk iets zinnigs te zeggen.

Maar net omdat zoveel stemmingmakerij aan de orde is, tegen wat Vlamingen beweegt, tegen wat zij, wij zeggen, denken en doen, moet het wel even gaan over het feit dat er wel meer mensen zijn die zorgzaam en toch met volle teugen genietend van het leven in hun familie een verantwoordelijke rol opnemen. Er is de ernst, maar er is de vrolijkheid ook. Er is de lach, maar soms ook een traan, want het leven gaat niet zomaar voorbij doch kan ons ook diep raken. Ook hem overkwam het wel, dat zijn kinderen anders waren dan hij had gedroomd, maar hij wist voor een en ander een grote lankmoedigheid aan de dag te leggen. Meticuleus als hij was in zijn werk als fiscalist en bij het adviseren van mensen die hem om bijstand vroegen, zo vrolijk kon hij ook tegen de dingen aankijken.

Het kan zijn dat u alleen maar verhaal kent van patriarchen die het gezin terroriseren, van vrouwen die als sloren van hun heer en echtgenoot door het leven gaan, als men eerlijk is, weet men dat het niet zo is. Het kan niet zo zijn, omdat we in onze omgeving, toegegeven, doorgaans middenklasse mensen, juist die paternalistische, heersende vadermodellen die de overhand zouden halen, domweg niet aantreffen. Menselijkheid, lankmoedigheid en ook wel liefde, warme liefde hebben een bestaan en kleuren het bestaan van mensen.

Lev Tolstoj begint zijn roman "Anna Karenina" met de onmogelijk te vergeten gedachte dat gelukkige huwelijken alle eender zijn, maar dat ongelukkige dat altijd op een heel eigen manier zijn. Ik heb, zoals zoveel andere lezers altijd gedacht dat Tolstoj hier echt geloofde dat een gelukkig huwelijk saai moest zijn. Zelden heb ik iemand horen beweren dat Tolstoj hier een gevoel voor ironie aan de dag legde. Inderdaad, Anna Karenina was lange tijd domweg gelukkig met haar minister en civil Servant, Karenin, tot ze onverwacht graaf Wronski ontmoette, de verloofde in spe van haar schoonzusje en viel voor hem als een blok. Plots werd zij zich bewust van het bekrompen leven met Karenin en kreeg alles een andere kleur. Haar affaire met Wronski loopt uit de hand... en dus geeft zij zelfs haar zoontje op, uiteindelijk het leven, als Wronski en zij gebrouilleerd raken. Intussen vond Kitty, dat schoonzusje haar geluk bij het warhoofd Konstantin Levin het geluk.

Het goede leven en dat vorm te geven, dat is een persoonlijke zaak, zo merkte ik tijdens de begrafenis op en ook tijdens de maaltijd naderhand. Maar met persoonlijk, bedenk ik mij, gaat het niet enkel om de eigen persoon, maar juist om de kunst van het samenleven. 62 jaar leefden zij samen in goede en kwade dagen, wat voor mijn aanvoelen niet zo banaal is als sommigen het voorstellen. Maar als ik dan hun kinderen en kleinkinderen zie, dan weet je dat de goede dagen zeker overwicht hadden.

Maar we weten het, de banaliteit van het leven, daar houden we niet van. Van het gewone kleine geluk van mensen, daar hebben we geen boodschap aan. Het verhaal van gewone mensen is niet altijd zo gewoon, hoe indrukwekkend de prestaties van de groten der aarde ook mogen lijken. In die zin kom ik dan toch uit bij Nussbaum, die bepleitte dat het familiegeluk van burgers, hun liefde voor hun partner en kinderen ook voor de politiek van belang is. Misschien niet voor de partijstrijd, maar wel voor het vermogen van mensen iets van de liefde voor hun kinderen, de geniale en de minder begaafde, kunnen overdragen op het algemeen.

Het is dus niet onbelangrijk dat mensen een gelukkig leven leiden, dat mensen hun leven in gemoede met elkaar uitbouwen, want het laat toe dat de komende generatie ook die liefde voor het leven mee kan krijgen. Want dat vitalisme, van die generatie, mensen die nu negentig zijn, valt mij wel op. Maar het is niet enkel levenslust voor zichzelf, maar ook het aanstekelijke ervan, dat mij altijd weer met vreugde vervult.

Zou ik dan ophouden kritisch te wezen? Ik weet niet of een filosoof, zoals Pluizer in het boek van Frederik van Eden, de Kleine Johannes zo bedroefd, ontgoocheld moet zijn in de mens. Hanna Arendt, die toch ook een zware tijd heeft meegemaakt in het kamp van Gurs, bij de Pyreneeën, omdat ze als Duitse verdacht werd te behoren tot de zogenaamde vijfde colonne, terwijl ze al sinds 1933 in Parijs had getracht te overleven. Ook in de VS heeft ze na haar aankomst nog moeilijke jaren meegemaakt, heeft ze zelf ook wel eens voor moeilijkheden gezorgd, zoals toen ze bij de nakende oprichting van de staat Israël een aantal bedenkingen uitschreef en die naderhand helaas zeer pertinent zijn gebleken. Die vrouw dus, na alles wat ze had meegemaakt kon niet anders dan het leven omhelzen, wist niet beter of het is goed te leven. Niet de moeilijkheden hebben haar klein gekregen, ook niet het ostracisme toen ze over de banaliteit van het kwaad had gesproken en over de rol van de leden van Joodse raden die in Bezet Europa waren opgericht. Ondanks dat bleef zij de mening toegedaan dat de amor mundi goede gronden had, maar ook dat ze van mensen kon houden, concrete mensen om haar heen. Naties, zegde ze, kende ze niet, wel vrienden, voor wie het waard is op te komen.

Ook Boris Cyrulnik is zo een denker die niet vertrekt vanuit de contemptus mundi, de afkeer en verachting voor de wereld zoals die is, voor mensen zoals ze zijn. Als psy weet hij beter, maar het opnieuw onderzoeken van het relaas over zijn overleven terwijl zijn ouders en zovele anderen door Vichy en door de Nazi's zijn vermoord, laat zien dat het niet evident is, ons verleden goed in beeld te krijgen. Maar Cyrulnik ontleende aan zijn eerste, niet geheel correcte relaas de idee van de weerbaarheid, resilance, waarmee volgens hem mensen die een trauma hebben opgelopen opnieuw de draad van het leven op te nemen. Want als ik het wel heb, was de man die ik mocht begeleiden op zijn laatste tocht, ooit door tbc aangetast geweest en is het wat wonder dat hij 89 jaar mocht worden.

Wie zegde het ook weer: "Kinderkens, bemint elkander!"? Het is een gedachte, zegt men mij, die tot meligheid stemt. Wie echt nadenkt, zegt men mij, zal toch tot de conclusie komen dat de ander de hel is, dat onze vrijheid ons als een loden mantel om de schouders ligt. Wie diep de dingen doorgrondt, moet wel besluiten dat de mens een verdorven soort is, niet in staat tot enige vorm van nobel gedrag, een Martin Luther King of Ghandi uitgezonderd. Met Martha Nussbaum, maar ook met Richard Sennett en Boris Cyrulnik, maar dus ook, denk ik, met Alicja Gescinska, kan men ook tot andere inzichten komen, zoals ook Hannah Arendt die te berde bracht, dat het de moeite waard is van het leven te houden.

Denkend aan Jules, aan zijn familie, kan ik niet van de gedachte afgebracht worden dat het leven voor hem en voor hen iets meer betekende dan het banale wat anderen ervan lijken te maken, die op grond van enquêtes komen vertellen waar we in geloven, waar we waarde aan hechten en zo meer. Neen, die Jules was niet voor een gat te vangen, zoals zoveel zogenaamd gewone mensen en dus moet men zich er maar eens toe aanzetten en begrijpen dat gewone mensen niet bestaan. Vooral dat misprijzen in de stem van een Hugo Camps, voor boeren en buitenlui, is exemplarisch. Er zijn dus ook andere mensen die, zoals Sennett het beschrijft in zijn essay "Respect" in al hun gewoonheid zeer ongewoon blijken. Sociologie en psychologie zijn best interessante wetenschappen, maar als men Boris Cyrulnik leest, begrijpt men precies waar het kalf gebonden ligt: vanuit de wetenschap naar mensen kijkend kan men ertoe besluiten dat alle mensen in een matrix passen, of men kan aannemen dat die matrix nooit een enkele persoon geheel kan vatten. Cyrulnik kiest voor het laatste en hij zou dus wel degelijk, zoals ik, onder de indruk zijn geweest van het oprechte verdriet, maar ook van de grote dankbaarheid bij het verscheiden en afscheid nemen van de stamvader. En deze zelf zou mij goed hebben uitgelachen als ik hem zo genoemd had. Maar toch, een stamvader is geen grijze, stuurse patriarch, doch wel, kan zijn een vriendelijke mens met een zwak voor het jonge leven.

Kan dan zo een begrafenis echt aanleiding zijn voor gedachten als deze? Een katholieke uitvaartdienst? Ik ben al langer verlost van de verplichting de kerk, de rituelen en gebruiken af te wijzen omdat het allemaal berust op een fabel. Mensen maken verhalen, oefenen zich doorheen rituelen in het leven en als het ertoe leiden kan dat het uitdraait op een goed leven, waarom zou men dan niet eens ter kerke gaan. Deze mensen die daar in dat kerkje verzameld waren, waren geraakt door hem die hen verlaten had en wilden dat ook zeggen, zingen, vertellen. En dat is iets waar nogal wat filosofen en opiniemakers last van hebben, dat is dat mensen hun eigen verhaal best wel kunnen vertellen en al heeft het alleen betekenis voor hun kleine kring, het heeft dan toch minstens die betekenis. Bemin elkaar? Wie durft het dezer dagen te zeggen? Toch kan men zich afvragen of Martha Nussbaum het niet bij het rechte eind heeft als ze die emoties in de politiek, in de samenleving een grotere plaats wil geven. Oh ja, er werd gezongen in die dienst, in het Nederlands, Will Tura, in het Latijn, het "in Paradisum" en dus ook "Non, je ne regrette rien". Vlaamser kan men het niet maken, mooier ook niet. Maar dat is dus wat men doorheen de media niet zien kan, ook zal het niet blijken uit onderzoeken zoals die van Diederik Stapel, excuus, ideologisch aangestuurde objectieve analyses.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten