Wiskunde? Minder, minder, minder of toch meer

Kritiek
Wijsheid ontdekken
over onderwijs en andere debatten

Nieuwe woon- en kantoortorens, die aan de skyline
van het Eilandje zullen kleuren. Hoe een nieuwe stad
kan groeien. 
De wandeling door de stad die niet van iedereen was maar waar bijna iedereen zich wel thuis kan voelen, voerde langs het MAS, naar het Kattendijkdok en de Scheldeoever en wat we zagen leverde stof voor allerlei gesprekken. Hoe de stad de oude stadsuitbreidingen opnieuw ontdekte en er een nieuw samenlevingsproject van maakte, met residentiële bewoning, kantoren en voorzieningen voor wie er zich woont. De bouw van torens, renovaties en heruitbouw van de Felix pakhuizen, het heeft alles een dynamische sfeer aan de stad. De gesprekken gingen niet echt over politiek, c.q. de strijd tussen partijen, wel over wat er met onze samenleving gaande is. Hoe kan men het aanbod voor patiënten verzekeren, wat is de rol van artsen? Maar ook hoe kan men in het onderwijs de discipline in positieve zin bewaren en toch ook de creativiteit bevorderen. En dan is er nog het gebruik van de ruimte oftewel: hoe vindt de stad zichzelf opnieuw uit?
Het zijn vragen die niet in geordende vorm op kwamen zetten, maar die hoe dan ook iedereen op de een of andere manier lijken te beroeren en sommige antwoorden die rond zoemen lijken ons te verontrusten. Maar laat dit alvast een vaststelling wezen: deze bourgeoisie is begaan met de wereld, maar weet dat ze daar niet altijd over moet zeuren. De vragen naar het goede leven worden dan ook in alle sereniteit al doende opgelost.
Antwerpen begon als een negorij aan een riviertje, die pas later enige majesteit zou verwerven. Oorspronkelijk lag de bedding meer in het westen en monde de Schelde bij Brugge uit, maar dan spreken we toch van een 15000 Jaar geleden. De loop van rivieren is dus ook hier geen feit dat voor eens en altijd was vastgelegd, wel integendeel, klimatologische omstandigheden hadden er hun invloed op. Nu lijkt dat logisch, maar toch, als we actuele discussies volgen over klimaatverandering en we bekijken de evolutie van de kustlijnen in Noordwest-Europa, de stroomgebieden van de rivieren, dan wordt het verhaal boeiend, maar blijkt hoe de geografie altijd weer volgens een eigen dynamiek functioneerde, tot mensen en bestuurders de zaak in handen namen en met een zeker succes de rivieren konden temmen... zolang het klimaat de verdeling van het hemelwater niet gaat herverdelen. En ook kan men niet buiten een goed beheer van het grondwater.
Nu, als Antwerpen in de loop van de veertiende eeuw van een kleine vestingstad evolueert naar een open handelshaven, waarbij het wellicht profiteert van de groei van Brugge, zal de stad in de vijftiende en vooral zestiende eeuw een snelle groei kennen en een wereldstad worden. Handelspraktijken werden meer voorspelbaar  en ook het geldverkeer werd gefaciliteerd, waarbij de vorsten hun rol opnamen. Hoe men de periode tussen 1492 en 1566 moet bestempelen, wat de Nederlanden betreft, blijft een fascinerende vraag. 1492 is het jaar van de gijzeling door de Brugse magistraat van Maximiliaan van Oostenrijk en 1566 vormt de aanzet van de Tachtigjarige Oorlog, die eindigde in 1648 met de erkenning van de Republiek en de blijvende blokkering van de Schelde. Na 1830 sloot Nederland de Schelde opnieuw en pas in 1863 werd de tol definitief afgeschaft, onder meer door tussenkomst van het UK en 24 andere landen.
Maar intussen hadden eerst Napoleon en later Willem I elk een dok aangelegd zodat schepen vrij van het getij konden laden en lossen. Was het Napoleondok nog een onderdeel van de continentale blokkade, waarmee de keizer overigens in eigen voet schoot, dan was het Willemdok een van die talrijke werken waarmee de kersverse koning van de Nederlanden in Noord en Zuid de handel wilde bevorderen en de verkeerswegen verbeteren.
Vandaag, anno 2014 zien we hoe Antwerpen aan inbreiding doet, door stadsdelen die voorheen door havenactiviteit gekenmerkt werden voor woning en andere economische activiteiten, dus ook voor woongebied te bestemmen, waardoor het Eilandje inderdaad een andere aankleding krijgt. De discussie over de ontsluiting van de stad is meteen ook weer aan de orde, want zonder een bijkomende ringweg, aan de Noordzijde van de stad, zal de stad alleen maar verder dichtslibben. In die zin kan men vragen stellen over het besluit de Oosterweelverbinding opnieuw ter discussie te stellen. De burgemeester die ooit zegde: walk and do not look back! was in deze discussie te lichtzinnig geneigd op de knieën te gaan voor enkele groepen zoals Straten-Generaal en Ademloos, die vanwege nogal wat mensen zonder meer steun kregen, omdat de overheid toch alleen maar de haven en de betonboeren wil behagen. Nog eens stond ik te kijken naar de wijze waarop men ons de situatie had voorgesteld, onder meer ook geleerde professoren Ruimtelijke Ordening, die de stelling onderbouwden dat met de bouw van de brug over de andere zijde van het Kattendijkdok, dus niet over het Eilandje de omgeving ernstig te lijden zou hebben. Vergelijkingen met de Fly Over in Gent of het viaduct van Vilvoorde, zijn discutabel en bovendien, zelfs ecologisch gestelde zielen denken dat die viaduct van Vilvoorde misschien niet zo dramatisch is als men voorwendt te moeten geloven. Het gaat immers om kunstwerken, technische hoogstandjes, waarvoor opiniemakers doorgaans niet geraakt worden. Maar er is meer aan de hand, een arts vertelde me dat de inspraakmodaliteiten rond grote projecten zoals de Oosterweelverbinding echt wel contraproductief blijken, maar toen ik hem voor de voeten wierp, dat we maar moeilijk overzicht krijgen op het geheel plaatje, moest hij dat nageven. Nu, ik heb nooit begrepen dat groen noch Rood hun visie op de plannen die ze eerst enthousiast en publiek hadden omhelsd vervolgens hadden laten varen, om niet met Manu Claeys in onmin te raken, door opiniemakers op de vingers zijn getikt. Zijn we geen tegenstander van het referendum, dan viel het ons in deze op dat men de kostprijs van de studies alleen al niet in het geding bracht, maar erger nog was dat men het voorstelde alsof de verspreiding van fijn stof alleen maar schadelijk zou zijn voor de woonomgeving van de nieuwe kunstwerken. Nu, momenteel is de situatie aan de zuidkant van de stad bedenkelijk en de Oosterweelverbinding zou daar net soelaas brengen. Maar nog verbijsterender is het feit dat de tangentendans van wegen rond de stad op bezwaren zou kunnen berusten die men best niet negeert: de Sevesorichtlijn maakt het aanleggen van druk vrachtverkeer aan de zijde van de industriële zones ten Noorden van de stad heel erg moeilijk.
Er is in het hangende debat nauwelijks aandacht besteedt aan wat de voordelen van de nieuwe weg zouden kunnen zijn. Herverdeling van het vervoer, het verminderen van het vrachtvervoer langs de Zuid-Westzijde en ja, misschien kan een bijkomende verder van de stad gelegen verbinding tussen de autowegen daarbij ook helpen. Maar de ring rondmaken is niet enkel voor Antwerpen van belang, ook voor geheel Vlaanderen.
Laten we dus nadenken over politieke wijsheid, zonder actiegroepen af te wijzen, maar ook hen met kritische aandacht bejegenen, want in hun voorstelling van zaken zijn ze vaak retorisch goed voorzien van argumenten, maar die mogen toch ook wel tegen het licht gehouden worden. Blijkbaar blijft men met nieuwe voorstellen komen om toch maar niet te moeten toegeven dat het Oosterweeltraject vooral voordelen had. De ingenieurs van de studiebureaus zullen er maar blij mee zijn, maar elk uitstel is voor burgers van 't Stad en ver daarbuiten niets meer dan schofferen. Maar goed, die ingenieurs, hoort men wel eens, willen zoveel mogelijk beton storten. Zou het?
Het blijft merkwaardig dezer dagen dat men wiskunde en technologie hoog in het vaandel zegt te voeren, maar in wezen klinkt in het debat tegen Oosterweel vooral een fundamenteel en als men het mij vraagt ongegrond wantrouwen tegen de vernuftelingen. Natuurlijk past het kritisch te blijven, maar wie zomaar een studierapport van ingenieurs wil afkraken, zal toch wel goede argumenten moeten hebben, maar het volstaat de idee warm te houden dat die ingenieurs geen onafhankelijke en autonome positie innemen, meer nog, dat ze gezagsgetrouw zijn, zodat de nood aan specifieke argumentatie komt te vervallen.
Ligt het aan "la pensée 68"? Ik weet het niet, omdat er zoveel aan wordt toegeschreven, dat het niet meer helder is wat er nu echt soixante-huitard is en wat niet. Bovendien blijft het boekje van Luc Ferry en Alain Renaut best een aanrader om te kunnen begrijpen hoe in Frankrijk na WO II een aantal filosofen zijn gaan stoeien met de grote Duitse wijsbegeerte en daar een eigen inhoud aan hebben gegeven. Men begrijpt, hoop ik, dat men die omwerking kan zien als een verzwakking of een omvorming, maar het werk van Michel Foucault wijkt ook volgens de auteurs af van het stramien, dat hij verder is gegaan dan het omvormen van gegeven materiaal maar dat het voor het overige een eigenaardige mengeling vormt van het afwijzen van de dingen die zijn, omdat ze niet werkelijk zouden zijn of niet gestaafd door feiten.
Net omdat we de geest van Mei '68 op een aantal terreinen wel kunnen waarderen en beseffen dat we naderhand veel van die inzichten, die niet politiek waren, maar eerder te maken hadden met het doorbreken van wat als gegeven werd aanvaard, moeten we vandaag niet doen alsof Mei '68 alleen maar doffe ellende en kleinzielig ressentiment zou hebben gebracht. Groots en meeslepend wilde men leven en die geest is doorheen de jaren 1990 en 2000 doodgebloed. Maar nagenoeg elke jongerenbeweging zingt een deuntje op dezelfde wijs.
Opvallend is vandaag ook dat men het determinisme dat de natuurwetenschappen zouden opleveren, vandaag zo een belangrijk inzicht acht, terwijl men evengoed zou kennen zeggen dat net waar het determinisme doorbroken wordt, het interessant wordt. Zoals de verdeling van de achtergrondruis van de Big Bang, die men nu zou hebben kunnen waarnemen of beter, men heeft het kunnen afleiden uit metingen van een stukje heelal, enfin, waarnemingen van dat stukje. Het blijft alles ongewoon spannend, maar wie nu net het determinisme als gegeven beschouwd, zal merken dat er binnen alle voorspelbaarheid, die gegroeid is doorheen vijf eeuwen astronomie en twee eeuwen onderzoek naar de structuur van de materie, vooral veel zaken zijn die men slechts lastig heeft kunnen begrijpen. Nu doen alsof het allemaal vanzelfsprekend is omdat het op Wikipedia na te lezen valt en dat is toch wat al te gemakkelijk en afwijkend van de werkelijkheid. Daarmee bedoelen we niet dat onze ontdekkingen, of beter, de gedane ontdekkingen en berekeningen het heelal zouden hebben opgebouwd, want zo is het niet, maar zo werd wel ons beeld gevormd.
Daarom is het van belang dat onderwijs blijft wat het in beginsel was, hoewel dat nooit ideaal was. Ideaal onderwijs? John Dewey had er ideeën over en Rudolf Steiner... maar men wilde verhelpen aan lacunes in het bestaande onderwijs, ondermeer door de leraar niet meer als een gezagsfiguur voor te stellen, wel als een welwillende coach. Echter, precies in de sport zien we dat zeer autoritaire trainers vaak de hoogste resultaten behalen, maar hier past een correctie, want het kan dat hun autoriteit niet op een hardvochtige wijze tot uiting komt, maar integendeel door ondersteuning en enthousiasmeren vorm krijgt. Trainen, onderwijzen, hoe vaak worden niet oplossingen geboden voor problemen in het onderwijs, terwijl in de beslotenheid van de sportschool of de klas, de leraar wel degelijk best weet hoe het kan.
Sinds 'Emile ou l'éducation' zijn er wel vaker programma's opgesteld voor de goede opleiding, vorming, opvoeding, waarbij Rousseau droomde van grote authenticiteit, maar in de praktijk, zo schreef Maarten Doorman, was het allemaal wel goed voorbereid, zoals bij de wandeling in het park in het bos. De jongen zou nooit verdwalen. Nu is authenticiteit wel een mooie deugd, maar zoals Maarten Doorman het aangeeft, komt het ook voor Jean-Jacques Rousseaus voort uit een afwijzing van de samenleving, de cultuur waarin hij en wij dus leven. De mens is van nature goed en wordt door de beschaving gecorrumpeerd. Andere visies, die juist aangeven dat opvoeding en vorming tot de verovering van vrijheid kunnen leiden, zoals Alicja Gescinska schreef, vinden in het onderwijsdebat weinig gehoor. Let wel, mevrouw Gescinska weet dat ze door het PMS, het CLB, naar een opleiding voor Snit en Naald zou gestuurd worden, maar nu wel onderzoek doet in Princeton. Maar zij weet evengoed dat mensen naar het ASO gestuurd worden, die misschien beter tuinbouw zouden doen of schrijnwerker.
Merkwaardig is hoe we vandaag opvattingen voor bewezen aanvaarden, zeker in verband met onderwijs, maar ook inzake gezondheidszorg, waarvan we de betekenis niet altijd goed doorgronden. Het vraagt heel wat aandacht om te begrijpen dat we de idee dat het memoriseren van teksten, van stellingen en bewijzen, van verbindingen in de chemie, wel degelijk van node is, omdat ze noodzakelijk zijn om creatief om te gaan met de bouwstenen, stellingen dus en ook wel een aantal axioma's. En ja, ook ingenieurs hebben een hele hoop basiskennis goed in het achterhoofd, wanneer ze problemen die zich stellen, zoals het ontwarren van verkeersstromen van oplossingen voorzien. Nu, als we respect opbrengen voor de ingenieur André Waterkeyn, die het Atomium bedacht,  waarom dan niet voor de mensen die in de jaren 1960 de autowegen verder aanlegden, waartegen dan weer kritiek kwam van milieubewuste mensen. Maar dat was het politieke probleem, de oplossingen van de ingenieurs lag specifiek in het terrein van de uitvoering van het regeringsbesluit: laat daar autowegen komen. En inderdaad, op dat beleid heeft men op enig ogenblik een rem willen zetten, maar in zekere zin had men geen oog voor het proportionele, zodat men auto's bleef verkopen en in het verkeer brengen, terwijl het wegennet niet afdoende uitgebreid werd. Grenzen aan de groei?
Het zou dus wijsheid kunnen heten als men al eens vaker afscheid nam van het principe maar ook aandacht ging besteden aan het concrete. In die zin kan de discussie over levensbeschouwingen best interessant uitpakken: waar Marc de Kesel schrijft over het afbreken van godenbeelden en goden, waar Ludo Abicht zich zorgen maakt over de haast dogmatische houding van vrijzinnigen, die zich beroepen op de (natuur-)wetenschappen en het determinisme, terwijl humanisme best wel veel rijker is, blijft dat debat vaak steken bij de onmogelijkheid van god of klein pierke.
Natuurlijk heb ik ook wel eens gevloekt op die stomme stellingen en bewijzen, op oefeningen van analytische wiskunde, functies, afgeleiden en integralen, maar juist bij die oefeningen kon je wel eens in een flow geraken, omdat ze veel om het lijf hadden. En toch, als men over wiskunde spreekt komt men zelden verder dan 1 + 1 = 2, terwijl men leerlingen in de lagere school de tafels van 1 tot en met 10 niet meer laat memoriseren, wat hoofdrekenen bemoeilijkt, maar, vernam ik onlangs, de prioriteit van de vermenigvuldiging op de optelling wordt ook niet altijd geoefend. Zelfs op dat niveau van basiskennis en vooral basisvaardigheden, vond men blijkbaar dat het niet nodig is de bloedjes van kinderen vertrouwd te maken met cijfers en allerlei bewerkingen. Ook ruimtelijk inzicht leert men maar door veel met vlakken en figuren te werken. Het is alles een zaak van oefening en soms kunnen die geestdodend lijken, maar als men het geheel achterwege laat, ontzegt men jongeren de weg ter verovering van de vrijheid
Het is van belang dat we begrijpen dat er een directe link is tussen dat eeuwige afwijzen van grote bouwprojecten, zoals we dat in Vlaanderen hebben mogen beleven en het onvermogen in het onderwijs denkpatronen bij te brengen. Latijn en Grieks zijn dode talen, maar ook Goethe en Shakespeare zijn voor velen terra incognita en de filosofische debatten in de brede media blijven ook vaak te zeer op de vlakte. Men kan begrijpen dat filosofische debatten vaak op muggenziften moet lijken, voor wie er niet direct iets van mee heeft gekregen, aan de andere kant denken mensen echt wel na, alleen, men kan zichzelf maar beter voorzien van goede instrumenten en een stevige gereedschapskist, ons brein dus. En dat vindt men helaas niet zomaar in de cloud, want eerst moet men stap voor stap onder leiding van een gezagsvolle leraar of lerares de vele handgrepen leren kennen. Per slot van rekening is dat wat ASO en TSO, BSO en KSO met elkaar verbindt: het leren van de handgrepen, want ook denken is een ambacht en slechts als het goed is en boven het ambacht uitstijgt, een kunst. Men denke aan Henri Van de Velde, die ons heel veel schoons heeft nagelaten.
Toch kan de conclusie helaas alleen maar terugvoeren naar het onderwijsdebat van afgelopen... 20 jaar, maar het volstaat de debatten in het Vlaams Parlement opnieuw in herinnering te brengen, niet zonder ook de debatten over VIA (Vlaanderen in actie) en het schreeuwen om creativiteit en innovatie om te beseffen hoezeer bij uitstek de VLD zichzelf tot een spreidstand gebracht heeft: meer techneuten, kennis, kunde, kassa! maar tegelijk merkt men dat de partij de voorstellen tot onderwijshervormingen onverkort steunt, waarbij aandacht voor Wiskunde bizar genoeg hoogstens lippendienst bewezen wordt, op het terrein toelaat dat wiskundeonderwijs waar mogelijk beperkt wordt. Overigens, nog maar eens over taalonderricht en talenkennis: men kan een taal best spontaan leren, dat klopt, maar op zeker moment kan het nuttig zijn met de structuur van de taal, van woordsoorten tot zinsconstructie vertrouwd te raken. Ook daar zeggen experten dat er geen bewijs is dat kennis van grammatica en syntaxis tot betere taalbeheersing zou komen. Daar zal wel geen bewijs voor zijn, omdat sommige mensen nu eenmaal spontaan veel vlotter spreken dan andere, maar dat wil niet zeggen dat kennis van grammatica en syntaxis, naast een uitgebreide woordenschat en zelfs, voor sommigen zou het een ware horreur zijn - taaleigen, staande uitdrukkingen, spreuken en zegswijzen. Pas zo kan men zichzelf en anderen aangenaam met taal(spelletjes) onderhouden.


Bart Haers, homo faber  

Reacties

Populaire berichten