Wat een goed gesprek leert en Abu Jahjah niet deert

Kleinbeeld

Mensbeelden

Hoe het mogelijk is tegen racisme in het geweer te komen
en vervolgens  1 op 3 Vlamingen zonder meer racist
te noemen, blijft me een raadsel. Ik had de tekst grotendeels
geschreven toen dat bericht binnenviel via de mailbox,
maar toch, in het dagelijkse leven kan men veel ervaren
dat met de wijsheid van de heer Abu Jahjah in strijd
blijkt. 
De zon schijnt en mensen lachen, soms luid, soms fijntjes, maar de lucht lijkt opgeklaard, de duffe sfeer weg te spoelen in de zomerlucht; maar onweer is nooit ver weg. Daarom is het nuttig na te denken over wat er nu eindelijk van te denken valt: waarom we de vreemde niet herkennen, tenzij we hem of haar ontmoeten?  

's levens weg van onszelf, van elk van ons brengt, brengt ons wel eens in contact met mensen die in een andere wereld opgroeiden, of die even verlieten, de onze, de burgerlijke samenleving van oplettende mensen. Maar het leven leiden blijft een uitdaging en toen ik dat kindje zag, een Vlaamse moeder en een vreemde vader, uit de wereld van de Berbers, toen veranderde er niet zoveel, alleen bleek zo iemand, die man dus, perfect burgerlijk door het leven te gaan: werken als broodwinning en als levensvervulling, maar toch niet vergeten te leven.

Toch is het boeiend na te gaan, in het licht van de discussies over integratie, hoe mensen persoonlijk met die kwesties omgaan. Het gaat immers om veel en nog meer. Het gaat om tegelijk het persoonlijke leven van mensen en om het samenleven, het goede samenleven, zoals Fernando Savater dat beschreef. Men kan inderdaad niet voorbij aan de gedachte dat het goede leven een persoonlijke aangelegenheid is, maar leven in een complexe samenleving, met tal van mogelijkheden, maar ook, het dient gezegd, een pak moeilijkheden. Tegelijk maakt men vandaag op levensbeschouwelijk vlak een aantal evoluties mee die tot nadenken stemmen. Immers, we vinden dat wie zich aan voorschriften houdt, of het nu Joodse of islamitische voorschriften gaat, dat die mensen niet vrij zijn. We vinden dat namelijk een vorm van onderworpenheid aan regels die we zelf niet ontwikkelden, maar die ons door de religie zijn aangepraat. Wie vrij is, kent geen voedselregels, kent geen taboes en leeft naar eigen inzicht. Of zou het kunnen dat men dan geen leven volgens nieuwe inzichten, over vleesgebruik, over eigen seksualiteit en dergelijke. Men zegt dat dit autonoom bedachte inzichten zijn, maar om maar iets te zeggen, zo een moslim die gaat feesten en geen alcohol drinkt, heeft geen problemen bij alcoholcontroles...

Men kan tegen de reinheidsgeboden in Joodse en Islamitische cultuur, culturen veel inbrengen, onder meer dat het niet rationeel of wetenschappelijk onderbouwd zou zijn, maar men kan bedenken dat zo een varkenskweek op industriële wijze echt niet kan en geen goed vlees kan opleveren, wel goedkoop natuurlijk. Maar waarom hadden Joden al vroeg, in Deuteronomium zoveel regels nodig, zeker als het om voedsel gaat? Weekdieren moet men niet eten, dieren die glijden over de grond... het zijn beelden die zich hebben geconcretiseerd in steeds meer voorschriften om toch maar de oorspronkelijke aanwijzingen van de jaloerse god niet te overtreden. Maar zoals Spinoza al opmerkte, kan men op die manier ook wel het leven mislopen. De regels hadden redenen van bestaan, zoals de reinheidsregels rond de vruchtbaarheid van vrouwen, maar toen de mensen niet meer in legerkampen leefden maar in hun huisjes een nieuw leven waren begonnen... Of misschien ging het nog anders, zoals sommigen voorhouden, dat de regels de macht van een priesterkaste moesten legitimeren. Wat er ook van zij, de regels hebben tussen mensen van verschillende obediëntie voor nodeloze discussie gezorgd en vaak ook voor discriminatie een zekere grond geboden.

Toch mag men niet vergeten dat het probleem pas ontstaat als de traditionele gemeenschappen met elkaar verweven raken in grotere politieke entiteiten, wat dus niet zo recent is. Alleen, waar de christenen in Syrië voor 1923 deel uitmaakten van een rijk waar ze bestaansrecht hadden, mits ze tribuut betaalden, werd hen in Europa, na 1964 een toekomst geboden, maar aansluiting vinden in de nieuwe samenleving, dat moesten zelf uitzoeken. In Europa hebben Joden vaak rustig kunnen leven, maar zoals in 1096 het geval was, kon er plots een heftig gevoel van wraak en weerstand ontstaan, dat zich uitte in pogroms. De pogroms in Europa, vooral Frankrijk en Engeland, maar ook in het Rijnland hebben het spoor bijster gemaakt  maar vanaf de zeventiende eeuw kwamen ze in de Republiek terug en vonden er een goed bestaan, waarna ze in de loop van de 18de eeuw in verschillende landen opnieuw burgerrecht kregen. Tolerantie was het ordewoord, maar hoe die emancipatie verliep, blijft vaak op de achtergrond.

Voor het goede samenleven kwamen er vanaf de 16de eeuw al aanzetten, zoals Erasmus liet zien, maar pas in de 18de eeuw leek men bereid andersdenkenden echt te accepteren, dat wil zeggen dat die zich opener dan voorheen konden manifesteren, maar tegelijk ziet men dat Joden in West-Europa steeds minder zichtbaar werden omdat ze zich aanpasten, meer nog, velen onder hen gingen tijdens de negentiende eeuw een prominente rol vervullen in de wetenschappen, de kunsten, maar ook het zakenleven. Dr. Alette Jacobs is zo een voorbeeld van iemand die voorop liep in allerlei seculiere bewegingen, zoals de vrouwenbeweging, maar ook de verbetering van levensomstandigheden van arbeiders en de vruchtbaarheidsproblematiek van vrouwen.

Maar blind blijven voor het feit dat de "Leitkultur" zich vaak toch weer afsloot voor deze nieuwkomers is ook geen optie. De moderniteit kwam op gang, maar tegelijk ziet men dat in verschillende Europese landen vormen van nationalisme vorm kregen die anderen uitsloten. Het ging vooral over deze groep, die al eeuwen min of meer onmerkbaar onder ons leefden. De moderniteit zette namelijk op scherp dat de natie aan bepaalde criteria beantwoorden moest en zeker ook dat de burgers tot die specifieke groep behoorde. Ook in de VSA kregen Joden voet aan de grond en dankzij het Virginia Statute for religious freedom konden ze zich gewoon manifesteren als anderen.

Het moderne samenleven stelt burgers en overheden vaak voor de uidaging verschillen te erkennen en herkennen als burgers al wie in het land leeft en zich aan de wetten houdt, niet aan religieuze wetten de voorkeur geeft. Tolerantie was een belangrijk item, maar merkwaardig genoeg weet men steeds redenen voor exclusie te vinden, maar dat blijft moeilijk aan te brengen. Men kan evenwel altijd wel mensen vinden die anderen zullen uitsluiten. Sinds Zwarte zondag is op die grond het nationalisme in Vlaanderen, het Vlaams Nationalisme als drager van uitsluiting met de vinger gewezen. Maar men stelt toch vast dat net de achterban van het VB gedurende twee decennia niet per se iets hadden met Vlaamse leeuwen en andere symbolen, maar vooral die evolutie van de samenleving ter harte nam: de instroom van mensen uit alle hoeken van de wereld en zich vooral onderaan de maatschappelijke en sociale ladder nestelden en nestelen. Net mensen die zichzelf gevangen achten in diezelfde sociale omgeving, voelen zich des te meer bedreigd, net omdat zij, naar eigen zeggen dagelijks de gevolgen van de immigratie zien. De houding tegenover de VB-kiezer werd dus, ongemerkt, van linkse zijde, zeer stigmatiserend: een moreel superieur gedrag van een deel van de middenklasse keek opnieuw en indringender neer op die mensen die men het grauw durft te noemen.

Met goede bedoelingen zocht men naar oplossingen voor het racisme, maar bejegende vervolgens arme drommels, die zichzelf vertrapt achtten met het grootste dédain. Voor het goede samenleven leverde dat weinig op en dat is wat me uit gesprekken met mijn gast kon overhouden.

Het is misschien verrassend dat zo een man, een jaar of dertig op vele terreinen echt wel de waarden van de handeldrijvende bourgeoisie incarneert en op andere vlakken - tot onze ontsteltenis - er zo een strakke inzichten over religieuze voorschriften op na houdt. De gedachte is, denk ik, dat wie rationeel denkt, vanzelf areligieus wordt, maar vervolgens komt men bij de vraag uit welke waarden zo iemand dan wel ter harte zal nemen. Zoals men bij mensen als Herman de Dijn, maar ook andere, eerder vrijzinnige denkers kan vinden, is de kwestie vaak deze: zijn onze waarden uitsluitend gericht op het eigen bestaan, als persoon? Of kan men tolerantie ook zien als een vermogen de omstandigheden in acht te nemen en ter harte te nemen?

Opvallend in Vlaanderen blijft vooral dat een aantal mensen die menen te hebben doorgeleerd andere Vlamingen, die ze doorgaans niet kennen, opzadelen met de schuld voor de problemen met de immigratie. Dat zit zo, door hun racisme, xenofobie etc. zouden die brave mensen, die een bedrijf leiden of een eigendom te huur aanbieden die medemensen in problemen brengen. Die angst is immers volkomen irrationeel en dus kunnen alleen blijken zij schuldig te zijn aan het falen van de integratie. Maar in een moeite door drukken ze hun zelfhaat uit en hun sociale bekommernis keert zich niet tegen de 1 % maar tegen de middenklasse. Het gaat niet om vergissen inzake de zogenaamde vijand, het gaat om een gebrek aan inzicht in hoe complex het samenleven wel niet is en dat precies die zo gehate 1 %, niet door mij, zich doorgaans maar heel weinig zouden aantrekken van het wel en wee in de samenleving, maar zelfs dat is een veralgemening, waar we toch even bij stil zouden kunnen staan. Ook binnen die zogenaamde 1 % is er wel eens en ander aan het schuiven, waarbij men vaststelt dat zij wel belastingen wil betalen, maar die moeten goed besteed worden. Maar in de politiek gaan, zich engageren ligt moeilijk. En dus kunnen we er wel over denken, moeten we er wel over denken.

Maar niet nu, want nu gaat het erom vast te stellen, dat hoe verschillend mijn gastvriend, xenos, en mijn nichtje hun leven ook inrichten, in wezen is hun zorg, zeker ten aanzien van hun kinderen zeer middenstanderig: zorgen dat ze goed opgroeien, goede scholing krijgen en hun weg in het leven vinden. Ik weet zelfs niet, bedenk ik mij, of zij hun dochter van 3 zullen vastpinnen op hun eigen geloof. Dat is nu immers nog niet aan de orde. Maar anderzijds, de familie heeft geloofsafvalligheid ten aanzien van de RKK altijd weten te overstijgen... Of nog, de godsbeelden verschillen, maar het beeld van wat, hoe een goed mens is, ligt dichter bij elkaar dan zij, bij wie het woord racist op de lippen bestorven ligt, kunnen bedenken.

Bart Haers  





Reacties

Populaire berichten