Over ggo oftewel vooruitgang tot nut van 't algemeen

Kritiek


De gevaren van vooruitgang
strijd tegen ggo en armoede


Moeten deze politiemensen eigendom beschermen of de
vooruitgang van de weteenschappen? 
Verwondering was mijn deel, toen ik de reacties las over het voorstel om de natiestaten, lidstaten van de EU toe te laten zelf te kiezen voor of tegen ggo, waarbij de standaardsituatie zou zijn dat ggo is toegelaten, maar staten kunnen het ook verbieden. Nu, mijn vraag blijft dan maar hangen: waarom is men zo mordicus tegen biotechnologie als men voor het overige elke vooruitgang blind accepteert?

Het gaat wellicht vaker dan gedacht om vormen van vooruitgang die ons persoonlijke levenscomfort verhoogt en zoiets als schuldgevoel niet aanjaagt. De behandeling van HIV was en is een opmerkelijk verhaal, maar het feit dat in delen van Afrika, waar de ziekte veel vernietigender werkte dan hier, krijgt men niet de beschikbare geneeskunde. De reden zou economisch zijn, maar zou er geen model zijn dat die bedeling van werkende medicijnen aan mensen in zuidelijk Afrika kan bezorgen.

Kanker bestrijden kan vandaag steeds meer met trefzekere medicijnen die niet meer en masse aangemaakt worden. Het industriële model om tegen lage kostprijs massaal middelen te produceren is zeker mee de basis van de toegenomen kwaliteit van leven, waarbij mensen meer aandoeningen overleven, waarbij zelfs een aantal aandoeningen als mazelen nagenoeg verdwenen zijn. Maar het gevolg is dat mensen ouder worden en langer fit blijven, wat men toch wel mag waarderen. Als mensen dan oud, zeer oud geworden toch nog aandoeningen krijgen, blijken ze niet altijd even vernietigend als dezelfde aandoening uitpakt bij jongere patiënten.

Nog eens en voor een goed begrip, het avontuur van de geneeskunde als bron en baken van vooruitgang sinds de 18de eeuw, maar vooral sinds het begin van de 20ste eeuw mag men best hoog op de verdiensten van menselijk vernuft plaatsen. Daaraan valt niet te twijfelen, terwijl het toch ook voor een rits vragen zorgt over wat het betekent voor de condition humaine. En dat komt niet alleen omdat we de parameter gezondheid/fitheid hebben kunnen wijzigen, maar ook omdat het leven, dat voorheen slechts 50 jaar, of in de betere gevallen 70 kon beslaan, iets wat overigens niet altijd met sociale achtergrond te maken had, nu zeer is uitgebreid; Bovendien blijken mensen van 70 nog bijzonder actief en willen ze niet zomaar terzijde geschoven worden. Ze zetten doorgaans het leven verder dat ze voordien geleid hadden, bijvoorbeeld als het om hun smaak, inzake kunst, voeding, aankleding van het leven gaat. Kortom, de mens leeft langer en is vooral meer autonoom gebleven dan ooit voordien. Ook inzake gezondheidszorgen zijn deze mensen meer dan ooit veeleisend en zelfbewust wat voor gezondheidseconomen een nachtmerrie moet zijn, want hun modellen gaan niet uit van de eigen wil van deze senioren.

Nu is er een domein waar de gemoederen zeer hoog oplopen, dat is wat de biotechnologie aan mogelijkheden te bieden heeft: gaat het om de gezondheid, dan is elke vooruitgang winst, gaat het om toepassing bij landbouwgewassen, dus de gewassen die gekweekt worden om de dieren te voeden, dan is het probleem al behoorlijk, maar komen voedselgewassen, van tarwe en maïs tot tabak, dan is de kwestie heel wat meer voer voor heftige discussie.

De angst leeft namelijk dat we op enig ogenblik de natuurlijke biodiversiteit zouden bedreigen, maar dat is een beetje een rare voorstelling van zaken, want de landbouw zorgt al vanaf het begin voor veranderingen in de biotopen waar men aan landbouw doet. De massaliteit van de landbouw heeft dat proces de afgelopen eeuwen alleen maar versterkt. Zouden gewassen die genetisch gewijzigd werden een groter gevaar vormen dan de grote monoculturen in zowel de Sovjet-Unie van weleer als in de westerse agro-industrie?

Een paar jaar geleden werd een onderzoekster van de Universiteit van Leuven geschorst en uit haar ambt gezet omdat ze protest aantekende tegen het telen van aardappelen die meer zetmeel moeten produceren, voor onder meer de chemische industrie. Het industriegewas zou het gebruik van petroleum in de chemische industrie kunnen verminderen, maar blijkbaar is het moeilijk aanvaardbaar te maken dat deze aardappelen op vrij liggende akkers zouden geteeld worden. Dat het een voordeel kan bieden om de uitputting van de petroleumvoorraden uit te stellen en ook nog eens de uitstoot van gevaarlijke gassen, een voordeel in het licht van de klimaatverandering, zou beperken, blijkt in het debat niet aan de orde te zijn.

Het is dus niet zo dat ggo alleen belastend zouden zijn voor de natuur, voor de biosfeer, maar ook dat er aperte voordelen aan verbonden kunnen zijn. Nu die onderzoekster, Barbara van Dyck kon terug naar de universiteit en dat is een goede zaak, net zoals het feit dat de KU Leuven een metaforum een visietekst over GGO[i] liet redigeren, waarin de argumenten gewogen worden, de risico's in kaart gebracht worden en het potentieel bekeken. Toch is dat debat niet, ik herhaal dit ten overvloed, niet in de publieke media gekomen. Geen item in Ter Zake, geen issue in Reyers laat. Er was wel een documentaire over de professoren Shell en van Montagu, die als pioniers op dit terrein niet over het hoofd konden worden gezien.

Niettemin blijft het een heet hangijzer hoe men zonder zich aan "politics of fear" te bezondigen met de kwestie kan omgaan. Nu de wereldbevolking blijft toenemen en oorlogen om bijvoorbeeld watervoorraden dreigen - de conflicten in Sudan lijken evenzeer petroleum als water tot inzet te hebben, met ontelbare slachtoffers. Tegelijk doet men onderzoek naar voedingsgewassen die economischer met water omgaan, zodat ook in meer aride gebieden voedsel gekweekt kan worden. Overigens is er nog een probleem, dat te maken heeft met onze onstilbare dorst naar petroleum terwille van de mobiliteit: het aanplanten van grote plantages ten behoeve van de productie van ethanol ten faveure van de biobrandstof heeft zowel nadelige effecten op het regenwoud in Brazilië als in Indonesië.

Europa voert een zeer restrictief beleid als het om ggo in de landbouw gaat, maar moeten we daar niet tot een beter onderbouwde visie komen, zoals het metaforum van de KU Leuven aangeeft? Het gaat om veel meer dan de bermen van de beemden in Jabbeke, het gaat bijvoorbeeld ook om de bijen, de wilde bloemen en planten, maar tegelijk, om het welzijn van mensen. Kan men voedingsproducten kweken waarbij men minder pesticiden moet gebruiken en wat zijn de gevolgen van overdracht van gewijzigde genen op aanverwante planten? Die vragen moeten we in de overwegen meenemen.

Politiek ligt de discussie zeer gevoelig, net omdat de "politics of fear" zo gemakkelijk te voeren valt, terwijl er niet altijd goede argumenten voor zijn. Sommie partijen die zich ronduit progressief noemen, leggen de grootste terughoudendheid aan de dag en een deel van hun zorg kan men ernstig nemen. Maar het blijft bedenkelijk dat men daarbij zomaar de onderzoekers en de bedrijven met de vinger wijst. Vlaanderen blijkt op het gebied van biotechnologie een goed kweekvijver te zijn voor nieuwe toepassingen, maar het blijkt anderzijds een zeer vruchtbare bodem voor weerstanders, omdat onze verhouding tot de natuur zo complex is geworden of beter, we kennen de natuur nog zo weinig, dat we discussies over ggo en ggt niet kunnen voeren vanuit de vraag hoe we een aantal prangende problemen kunnen oplossen. Nu weet ik ook dat een beperkt aantal bedrijven een enorme greep zouden hebben op het genetisch materiaal van landbouwgewassen. "Zouden" want hoewel ik het weet, valt het zeer moeilijk dat zomaar hard te maken. Als Monsanto in beeld komt, dan zit het bedrijf in het beklaagdenbankje. Blijft deze of gene aantijging zonder grond, dan krijgen we dat zelden te horen. Het bedrijf doet ook niet zo heel veel om zich populair te maken, net omdat het in feite maar zelden eindgebruikers bedient, maar vooral de agro-industrie als speelveld heeft. Hierbij speelt dan nog eens die andere grote, maar niet te vatten discussie over intellectuele rechten. Niet te vatten, omdat men het dan heeft over het assortiment koffies van een bekende keten van koffiehuizen - als u het mij vraagt zonder ziel - maar ook over patenten die niet altijd aangewend worden omdat ze andere ondernemingen zouden schaden.

Toch kan men er de media maar niet van overtuigen dat een kritische bejegening meer is dan de winstgedreven actoren op het speelveld aan te pakken. Er is in een vrije markt geen andere mogelijkheid dan na te gaan hoe het winstoogmerk niet schadelijk uitpakt, maar het winstoogmerk kan men niet buiten de wet stellen. Zolang de brede media zich kritisch noemende alleen de berichten van tegenstanders als nieuws beschouwt en de evolutie op het terrein niet belangrijk genoeg acht voor verspreiding tenzij er ergens een breedvoerige persmededeling op een werktafel komt, zal men het debat op de publieke fora steeds met gebonden handen voeren.

Er staat veel op het spel voor onze samenlevingen, van gezond en betaalbaar voedsel met de nodige diversiteit aan smaken tot het beperken van schadelijke uitstoot van gassen die de klimaatverandering kan stimuleren. Maar er is ook het ethische appel aan ons om ertoe bij te dragen dat in een aantal landen waar de inkomens van personen laag is, de autonomie onbestaande en mensen voortdurend onder de armoedegrenzen moeten leven de lotsverbetering mogelijk te maken. Zijn wij, u en ik, verantwoordelijk, lees: schuldig, aan de armoede in Zimbabwe? Niet echt, maar als we niet deelnemen aan het debat en uitzoeken wat er kan gebeuren, zijn we wel nalatig.

Maar oplossingen komen dan wel niet van burgers uit de Europese landen, men kan wel meedenken en de politiek eventueel van voorkeuren op de hoogte brengen. Men klaagt vaak over de slechte smaak van mensen op het internet, blogs, facebook en twitter, over het geschreeuw, maar waarom zouden deze uitstekende platformen niet kunnen functioneren voor diepgravende debatten, waarbij men niet zomaar in de comfortzone dient te blijven, zonder daarom meteen grof gebekt aan het schelden te gaan? Maar van de brede media mag men wel verwachten dat ze vooruitgang op het vlak van wetenschappelijk onderzoek ernstig brengen en er zich niet al te vaak op laten betrappen mee te lopen in de persmanipulatie door sterke spelers, zowel bedrijven als actiegroepen. Objectiviteit? Het lijkt eenvoudig dit te betrachten, maar het blijkt soms moeilijker die werkelijk te bereiken, omdat de criteria niet altijd zo evident zijn. Het verhaal van Diederik Stapel heeft alvast bij de Vlaamse media nooit tot meer geleid dan enig besmuikt leedvermaak, terwijl het ook wel journalisten waren die zijn bevindingen, c.q. het feit dat vleeseters agressiever zouden zijn dan vegetariërs, breed hebben uitgesmeerd. Of we denken aan de bedenker van de voedselzandloper die voortdurend met papers zwaait van Harvard University. Alle respect voor die instelling, maar de papers niet op tafel leggen of er niet de beperkingen van aangeven, want onderzoek verloopt altijd in zeer gecontroleerde omstandigheden, waardoor de correctheid van de bevindingen altijd beperkt zijn tot wat die omstandigheden toelaten te besluiten. Mevrouw Dehue heeft een aantal jaren geleden een boek geschreven over de wijze waarop de psychopharmaca door bedrijven en artsen in de markt gezet worden en hoe dat wel eens schadelijk uitpakt voor de patiënten. Heus, geachte journalisten, het publiek is heus wel geschoold en in staat tot goed overleg en tot het maken van doordachte doch al te vaak onvolkomen keuzes: de voordelen laten doorwegen, wetende dat er ook risico's zijn dan wel het omgekeerde, ook dat is deel van burgerschap.

We kunnen dus alleen maar hopen dat het debat over ggo en ggt in de toekomst niet meer in het spectrum van voor en tegen wordt gevoerd, maar dat men de vele afwegingen ook weet aan te brengen. In het andere geval blijft het een dovemansgesprek en dat komt de samenleving noch personen met specifieke vragen en behoeften niet ten goede.
Bart Haers.





[i] http://nieuws.kuleuven.be/ggo

Reacties

Populaire berichten