Seksuele repressie terug van nooit weg geweest

Kleinbeeld

De boezem van Marieke


Een bijschrift hoeft niet, denk ik. 
In Knack deze week een artikel over een seksschandaal in het elitecollege bij uitstek, Saint-Michel in Brussel. Op zich moet men er geen aandacht aan besteden, maar het blijft verbazing wekken dat men jongeren die seks hebben met elkaar de deur wil wijzen. Juist, het ging om een retraite, maar goed, het lichaam mag men niet uit het oog verliezen en misschien zit daar wel de crux van het probleem. Wij dachten vrij te zijn, bevrijd ook van onnodige preutsheid en toch ook bij machte, denk ik, mensen te ontmoeten in allerlei omstandigheden, van vrijblijvend tot intiem. Hierbij dient misschien dat de gedachte aangedragen dat de Griekse principes uit de aard van de samenleving toen, leidde tot homoseksuele handelingen, maar dezer dagen is de vrijheid groter. Alleen, merken we, dat men zich veel voorstelt van dat alles en mensen chantabel acht. Et alors?

Een meisje zou een vijftal jongens van de derde klasse, vandaag spreken we van het vierde jaar, seksuele diensten verleend hebben. Men zegt dat zij nymfomane trekjes vertoont, maar wat als er meerdere aan de slag waren geweest? Zou dat de zaak anders maken? Voor de school misschien wel, maar dat is dan het gevolg van de zo gewenste co-educatie, waarvoor onze titularis in de derde klasse nog een lans gebroken heeft, nu een eeuwigheid geleden. Die klassetitularis was een jezuïet die wel een boontje had voor dames, soms voor de moeders van zijn leerlingen.

Maar goed, de vraag is of men de zaak niet anders had kunnen behandelen en waarom uitgerekend journalisten smullen van dit verhaal. Is het maatschappelijk relevant? Volgens een bericht zou er een federaal minister bij betrokken zijn, maar zelfs dan blijft het gevoel dat men hier iets schrijft dat die jongeren meer belast dan de seksuele strapatsen ooit vermochten of vermogen. Het verhaal dat men ervan spint, maakt het alles vies en vuil en dat wekt anno 2014 mijn verwondering.

Het gaat er ook om dat de heer directeur met de adellijke naam nu wel de school van smet heeft gezuiverd en het probleem geëvacueerd heeft, maar daarmee verzaakt hij wel aan de opdracht die de school heeft, ook al staat in het reglement van de school dat leerlingen zich niet aan lichtzinnige danspartijen mogen overgeven en wuft gedrag moeten mijden, het blijft een reglement. De opdracht van de school? Precies, de kinderen, leerlingen op een verstandige, milde manier vertrouwd maken met de betekenis van dat reglement. Voor de goede orde, ik citeerde min of meer vrij uit het schoolreglement van een zustercollege.

Hoe nu zal men zo een meisje diets maken dat ze zich ongepast heeft gedragen? Het blijft de vraag in welke mate men het ongepast vindt en hoe men dat kan duiden. Want dat een knaap en zo een maagdje zich plots tot grootse dromen bewogen weten, dat komt voor en hoeft niet meteen een hele machinerie aan repressie op gang te brengen tot schorsing aan toe. Een consilium abeundi aan het eind van het jaar kan wel, als men niet tot goede afspraken komen kan. Maar wat zal men dan afspreken? Laat dat maar aan de betrokken leerkrachten over, daar moet niet zoveel van in de pers aan bod te komen. Wel is het nodig dat ze begrijpt dat ze zichzelf schade kan toebrengen door teveel voor kwantiteit te gaan of zichzelf vergetelheid te bieden. En de jongens? voor hen geldt in feite hetzelfde, maar het verhaal zal anders zijn.

Mocht men uit het voorgaande afleiden dat ik voor dat meisje een bijzondere aanpak wenselijk acht en mij daarmee aan het verwijt van seksisme bloot stel, dan kan men ook bedenken dat mannen en vrouwen nu eenmaal anders in elkaar zetten, zonder dat men moet vervallen in clichés, zoals dat vrouwen van Venus zouden komen en mannen? van Pluto of van Mars, wat is het verschil? Ten gronde gaat het wel om het psychische leven van jonge mensen die voortdurend bestookt worden met tegenstrijdige boodschappen, meisjes ook weer anders dan jongens.

 Wat zal men dan dat meisje vertellen? Wat krijgen de jongens mee? Seksuele opvoeding zit in het leerpakket, de evolutietheorie ook en de oude kerkelijke huwelijksmoraal, zoals dat lang aangeduid werd, zal men niet zo gauw aan de orde stellen. Men kan natuurlijk doen zoals sommige verstokte conservatieve katholieken die abortus, maar ook de pil nog steeds afwijzen en menen dat men met de natuurlijke methode de vruchtbaarheid voldoende kan beheersen. Dat is niet alleen ouderwets, al kan men milieuredenen aanvoeren om het gebruik van de contraceptieve pil in vraag te stellen, maar dat de mogelijkheden het leven van vrouwen verbeterd hebben, kan men niet ontkennen.

En toch, zo lijkt het wel, is men daar vandaag niet zo heel zeker van, dat wil zeggen, opvoeders weten even weinig te vertellen als een halve eeuw geleden, omdat men wel de fysiologische kant van de zaak kan uitleggen, maar hoe zo een leven verlopen kan, van jongens en van meisjes, dat lijkt al veel moeilijker te bespreken.

Men kan natuurlijk eens proberen een paar betere films bekijken, een paar boeken lezen, zoals Sexus van Henri Miller. Overdreven? Ik denk dat men evengoed Casanova of Pietro Aretini ter hand kan nemen, waarin de lotsbestemming van mensen overdacht wordt. Het komt mij voor dat men de plaats van erotiek in het leven best ook in het onderwijs kan bespreken, naar waarheid, er de boeiende, maar ook soms pijnlijke kanten van kan aanreiken. Het probleem uit de weg gaan, lijkt me geen oplossing. Dat wil zeggen, het leven zelf is niet het probleem, maar wel onze omgang met het leven. Nu kan men natuurlijk wel stellen dat we niet over een vrije wil beschikken en dat we dus, als de lust ons overvalt er niet aan kunnen weerstaan. Hoeven we ons niet in te houden, des te beter, maar als het niet anders kan, om allerlei redenen van persoonlijke en sociale aard, dan kan men stellen dat dit voor de meesten onder ons doorgaans geen probleem is, maar jongeren die, zoals men weet graag experimenteren, zal men toch niet zomaar de deur wijzen. Al weten we niet of er een voorgeschiedenis is natuurlijk.

Aan het einde van het verhaal kan men aan de directeur vragen of hij zich opgelucht voelt dat hij de zaak zo fraai heeft opgelost, aan de media kan men vragen of hun informatieplicht hier wel aan de orde was. Voor een keer geen pater die een jongen tegen zijn gillet trekt, zoals ook Maeterlinck dat beschrijft, maar om jongeren die elkaar even wat genoegen schenken. De media roepen dat het een schandaal is, men meldt dat er een telg uit een ministeriele familie bij betrokken zou zijn. En dan? Als men ziet hoe men nu tegen die gebeurtenissen aankijkt en men zou vragen hoe het dertig, veertig jaar geleden was, men zou verrast zijn over de vrijmoedigheid, over de openheid waarmee toen de dingen gebeurden, ook al volgden er wel eens sancties, doorgaans waren die wel goed afgewogen en kon men daarna vrolijk verder met het leven.

Nog eens, in feite hoeven we het allemaal niet te weten wat in een school, weze het een eliteschool gaande is, tenzij als het onderwijs ondermaats zou zijn, de discipline te hardvochtig en de leerlingen zouden klagen over een gebrek aan goed onderwijs, maar helaas horen we daar heel wat minder over.

Want dat is dus het opvallende, het onderwijs, dat ons moet sterken in onze mogelijkheden terwijl het aan de menswording in feite weinig doet, wat ik wel verwijtbaar vindt. De school moet niet opvoeden, zegt men, maar zonder in duister moralisme te vervallen, mensen worden geboren en moeten leren te leven. Men kan niet verwachten dat jongelui nooit eens een voet verkeerd zullen zetten en als het voorvalt zoals men zegt dat het was in de tijd van toen, domweg straffen. Maar waarom zou men niet, als men dan toch een aantal oude katholieke praktijken terzijde heeft geschoven proberen aan levenskunst aandacht te besteden? Dan wordt het thema niet meer al dan niet ongeoorloofde seks, maar vooral de wijze waarop men met anderen omgaat.

Ik weet dat dit melig klinken kan. Waar het om draait dat we een moraal ontwikkeld hebben die om het eigen geluk en welbevinden draait, maar dat in de traditie uit het oog verloren lijkt te zijn gegaan, tot enkele vrouwen filosofisch aan de slag gingen, dat we wel ons eigen geluk kunnen, mogen nastreven, maar dat we daar niet zo goed in staat toe zijn, als we niet iets met anderen delen. Men kan nog altijd een "egoïsme à deux" beleven, maar er is meer in de wereld dan die relatie die symbiotisch kan worden. Het geluk en welbevinden, wist Maslow is niet zo eenvoudig te  bereiken en er zijn nogal wat randvoorwaarden. Een ander aspect is dat het beeld van het persoonlijke geluk in meer dan een opzicht gelijkt op wat de kerk heeft geleerd, zowel de RKK als protestantse gezindten, namelijk dat de hemelse zaligheid in de wereld, alleen moet het nu hier bereikt worden.

De directeur verzaakte zijn plicht, maar dat is natuurlijk niet helemaal fair, want die man doet ook maar zijn werk. Bovendien merkt men dat sinds de generatie van de antiautoritaire opvoeding de geesten enigszins bevrijd heeft, men geen autoriteit meer durft uit te oefenen. Nu zal men zeggen dat zijn houding wel heel autoritair is, maar eerder is het een angstige repressie, omdat hij over geen manier beschikt om de jongeren aan te spreken, vaderlijk, welwillend en toch bereid zijn gezag te gebruiken. Wat hij en zijn leraren, leraressen ook niet vermogen, dat is de gedachte uitbannen dat een school gezagsproblemen heeft, maar dat is nu precies wat een school is, een gezagscrisis. De leraar wiskunde wordt het niet zo vaak lastig gemaakt, de leraar geschiedenis of godsdienst mag het al eens uitzweten, moet behagen, of stroef en strak de schemaatjes als looprek gebruiken. Maar het ergste is dat de leraren die talen adstrueren, wat in zo een Belgisch Franstalig college een hel moet zijn, zich niet te enthousiast mogen tonen over de letteren, maar ook geen grammatica mogen adstrueren. Wat rest? Gezwam, gezeur en geneuzel.

En toch, de letteren verschaffen leerlingen de taalvaardigheden die men nu telkens weer meent te moeten heruitvinden. Jacques Brel, niet bepaald een modelleerling, heeft vaker dan we denken uit de grote literatuur geput. Het kan natuurlijk ook met kleinere literatuur, al weet ik niet waar men dan het verhaal van Dino Buzatti, De Woestijn der Tartaren, moet plaatsen, want het is bijzonder werk. Overigens, literatuur en chanson, ze komen wel vaker samen. Maar, zoals aangegeven, de literatuur is in het onderwijs verdacht gemaakt. De leeslijsten van mijn jeugd, ik kon er maar zelden iets in vinden dat me echt kon bekoren. Althans, voor Nederlands was dat vaker zo, want Louis Couperus die vond je niet, Jos Vandeloo en andere Ruyslinks des te meer. De moeder en de drie soldaten van Ernest Claes? Dat was geen spek voor onze bek, terwijl het exquise novelle mag heten.

Zelfs als men hedendaagse literatuur wil brengen, al kan dat toch niet de doelstelling zijn, dan zijn er werken genoeg waarmee men het leven kan larderen met boeiende teksten, die al eens tot wat gewring op de stoeltjes zorgt. We weten nog onvoldoende dat auteurs schreven voor een publiek dat ze wel min of meer kenden, anders dan we ons vandaag voorhouden. Bovendien ontstond de roman in de late 18de eeuw toen de toegang tot letteren snel toenam en mensen ook anders gingen leven, minder in de openbaarheid of beter, er ontstond een binnenwereld, waarin men zich niet meer gestoord wilde weten door de wereld buiten. Vrijheid was een voorwaarde en een noodzaak. Maar ook veranderde er iets in de opvoeding van jongeren, want al was niet iedereen het eens met Jean-Jacques Rousseau, iets van authenticiteit moesten jongeren wel zien te bewaren.

Kijken we vandaag naar het onderwijs, dan kunnen we nog nauwelijks een programma, een mensbeeld onderkennen. De doelen liggen niet meer in de vorming tot min of meer kritische adolescenten, maar tot instrumentalisatie in een economisch dan wel sociaal systeem, de rechtvaardige verdelen van onderwijskansen dus. Talenten ontwikkelen, ook als de sociale omstandigheden tegen zitten, dat was lang de kracht van het (Vlaamse) onderwijs, maar de hervormers wilden verder dan de noodzaak aanbracht, want tja, de leerplicht, de verlenging ervan hebben jongeren kansen gegeven, die men vandaag misschien te elitair vindt.

De nieuwe moraliteit is ontdaan, zo blijkt, van een menselijke inbreng, maar wettelijke beschikkingen kregen de overhand. Dat wil zeggen, men houdt de wet als moreel scherm op, maar tegelijk zegt men dat wat niet verboden is, legitiem moet zijn. Daarom ook zijn er ampel politici die alles in wettelijke regels willen gieten. Jonge mensen die met elkaar experimenteren, misschien niet altijd in wenselijke vorm, niet wenselijk voor moraalridders, moet men dus niet straffen als waren het misdadigers. Alleen, het vergt zoveel tijd en schooldirecteuren hebben er geen tijd meer voor. Maar vooral de mediamensen moeten er met hun tengels ver van blijven, want de school is niet zomaar publiek domein.

Bart Haers





Reacties

Populaire berichten