VLD en liberalisme rijmen niet per se

Brief

Aan Sophie in 't Veld
over het liberalisme & nationalisme

Johan Thorbecke, Nederlands
staatsman, maar ook mee
grondlegger van het liberalisme
in Nederland, als rechtsfilosoof en
auteur van de grondwet van 1848.
Toen woedde in Duitsland een
kleine revolutie, met het Frankfurter¨
Parlement dat helaas niet tot een
een goed resultaat kwam. Helaas voor
de Duitsers? en voor het liberalisme. 
Brugge, 21 juni 2014

Mevrouw,

misschien komt een open brief u wat overtrokken voor, maar u heeft naar aanleiding van politieke gebeurtenissen afgelopen dagen een kwestie - althans voor mij - op scherp gesteld: wat kan het liberalisme vandaag betekenen? En waarom zou men elke aandacht voor het behoren tot een natie afwijzen, als was het een psychische afwijking?

Twee vragen die op zich al veel overdenking vragen, al lijkt men dat vandaag niet meer zo nodig te hoeven, want alles is duidelijk. Meer nog, we zullen u ervan overtuigen dat zonder nationalisme goed beleid niet mogelijk is. Maar eerst moet ik u een kleine verantwoording want het mag u niet ontgaan zijn dat ik een zwak heb voor uw partij, D'66. Laat mij toe het eenvoudig zo stellen, Hans van Mierlo op de grachten, Jan Terlouw en enkele andere figuren, zoals Alexander Pechtold, altijd weer komen er ideeën en voorstellen voor beleid, die het overwegen waard zijn. Maar hoewel de partij wel eens aanhang is verloren, kon ze vervolgens weer opveren. Dat blijft opmerkelijk, maar zegt iets over de kiezers: zij vinden altijd wat er echt toe doet.

Iets anders is het als ik in Vlaanderen mensen hoor dwepen met D'66; dat overkomt me al sinds de jaren aan de universiteit, wanneer men niet echt voor een maatschappelijk project durft te gaan, wanneer men de uitdagingen van de tijd niet goed in een duidelijke richting durft aan te raken, dan komt men aanzetten met uw partij. Erger nog, als men de complexiteit van een vraagstuk niet durft aan te raken, dan klinkt het: D'66. Dit is niet echt fraai voor uw partij en ik kan begrijpen dat men blijken van sympathie uit Vlaanderen niet altijd vertrouwen kan, want men blijkt dan de partij niet te begrijpen en vooral niet in te zien dat het liberalisme dat D'66  voorstaat en als grote krachtlijn heeft dat een oplossing voor een probleem bedenken echt wel een intellectuele activiteit is, terwijl andere partijen wel een mal klaar hebben liggen, waarin én probleem én oplossing ineens uit te voorschijn komen.

In 1982, toen dit land, België, politiek volkomen in het slop zat en ministers van PS (Franstalige socialisten) staakten, weigerden de sanering van de overheidsfinanciën onder handen te nemen en de economie zuurstof te geven, dat wil zeggen, burgers en ondernemers de ruimte geven om te investeren en om winsten te maken, toen mevrouw, verscheen de heer Guy Verhofstadt zo niet als een reddende Engel of een orakel voor een betere toekomst, neen, hij verscheen niet als het Vlammende en wrekende zwaard, maar hij kwam vertellen, jong politicus als hij was, dat we die onzin van stakende ministers niet moesten aanvaarden en in 1982 kon hij een hoop kiezers overtuigen: hij was nieuw, een onbeschreven blad en zijn ambitieuze aanpak was gewoon verfrissend. Als jonge kiezer kon ik mij wel voorstellen dat die GV wel iets te vertellen zou hebben.

In 1990 zat de PVV van Verhofstadt met een probleem: links had hen uit de regering gekegeld met de steun van de christelijke zuil - die mee in 1982 de omslag had mogelijk gemaakt - zodat Verhofstadt tot oppositievoeren veroordeeld bleek. Toen schreef en publiceerde hij zijn bevlogen burgermanifesten, waarvan velen onder de indruk waren. Er was wat mij betreft alvast een kleine bedenking, enerzijds zijn verwijzingen naar Popper en Von Hayek, maar ook bepleitte hij toen zonder voorbehoud het nationalisme zoals dat in Vlaanderen vorm had gekregen. De kerngedachte was evenwel dat burgers zonder intermediaire structuren met de overheid zouden moeten kunnen communiceren, zonder middenveld. Of het echt wel kan, dat de overheid met alle 10 nu 11 miljoen afzonderlijk kan redekavelen over beleid, besteding van overheidsmiddelen valt lastig te realiseren. Maar hij had gelijk als hij vond dat het middenveld in zekere zin de burgers wegdrukte. Aan de andere kant, burgerinitiatieven waren en zijn altijd mogelijk.  Nu, hij vond ook dat mensen het recht moeten hebben uit de samenleving te stappen en dat valt moeilijk te verantwoorden. Meer nog, hij vindt dat we de politieke klok gelijk moeten zetten met de stand van kennis in de wetenschappen en de inzichten in zoiets als de sociale ethiek. Verhofstadt meent dan ook:

In eigen land, en steeds meer ook in het democratisch totaal ontoereikende Europa, hoeven we geen communisme te verjagen want het is er niet. We hoeven de markteconomie niet te veroveren, die hebben we. We moeten alleen maar de democratie van een stille dood redden, door de klok van de politiek gelijk te zetten met het uur dat geslagen heeft in de wetenschappen, de economie, de cultuur en de sociale ethiek. Het uur van de vrijheid, vindingrijkheid en levenswil. 

Vindingrijkheid en levenswil? Vooral dat laatste verwijst dan toch maar naar Nietzsche, toch? Nietzsche pleit er inderdaad voor, zoals Sloterdijk opmerkt voor dat mensen zich zouden oefenen en zo telkens weer opnieuw proberen de eigen condities te overstijgen, maar als men dan uit te staat zou stappen, verbeurt men dan niet het recht over zaken van algemeen belang zijn stem te laten horen? Men kan niet behoren tot een samenleving, er de baten en lusten van genieten en tegelijk zeggen er geen uitstaans mee te hebben.  Dat men zich over die gedachte niet drukker heeft gemaakt, blijft me altijd verbazen, vooral omdat het liberalisme zich ontwikkelde in de 18de en 19de eeuw tot een weliswaar burgerlijke ideologie die de gedachte schraagde dat de staat de structuur was waarin de natie politiek vorm kreeg. Gelijkheid voor de wet, individuele vrijheid, eigendomsrecht dat niet betwist kon worden, vrijheid van vereniging en opinie, geen horigheid meer - tenzij soms persoonlijke onderworpenheid aan leidende figuren - waren en zijn de verdiensten van het liberalisme. De economische aspecten van het liberalisme moet men dan ook niet meer aandacht geven dan nodig, dat wil zeggen, economisch beleid op zich heeft geen zin, wel moet men, zoals de Nederlandse staatsman en rechtsfilosoof Johann Thorbecke vond, ervoor zorgen dat de invloed van de staat niet verder reikt dan nodig, maar vooral zorgen dat iedereen in de samenleving voldoende rechten geniet.

Guy Verhofstadt, mevrouw, huldigde de ideeën van Friedrich von Hayek, waarbij diens werk "the road to serfdom" essentieel moet zijn geweest, als we ons goed de redevoeringen en uitlatingen van de liberale leidsman herinneren, maar heeft von Hayek het wel bij het rechte eind? Als von Hayek stelt dat in het liberalisme, enfin in het denken over individueel burgerschap impliceert dat het doel de middelen niet kan heiligen... terwijl dat in collectivistisch staten wal het geval is, dan moet men toch niet vergeten dat bijna alle politieke partijen dezer dagen echt wel druk doende zijn de reflectie over de middelen te vergeten en domweg voor het doel gaan. Een paar uitzonderingen zijn er wel, want niet enkel D'66 geeft er zich rekenschap van, maar ook bijvoorbeeld de beweging "nous citoyens" in Frankrijk, dat de politieke zeden en het politieke tweestromenland op de schop willen; de politici zouden teveel zichzelf in de etalage zetten en de natie vergeten, de burgers negeren. Nu, als ik mij goed herinner, heeft Verhofstadt, met de hulp van een meegaande pers de dioxinekippen gebruikt om de zittende regering af te doen serveren. Aan het einde van de rit? De omvang van het voedselschandaal was zeer beperkt, de afhandeling door de zittende regering was naar behoren en vervolgens, mevrouw, kwam er een regering, die qua collectivisme echt niet moet onderdoen voor de regering van Joop den Uyl.

Maar het probleem is dat Verhofstadt, Karel de Gucht en anderen menen dat liberalisme en nationalisme niet samen gaan, maar ook dat nationalisme de drijvende kracht was achter het beleid van Adolf Hitler, zelfs van fascisten. Stalin, zo blijkt evenwel was een nationalist en Joop den Uyl, die wilde zijn model in Nederland realiseren en daarom Europa afhouden. De VSA kent  aldus John Lukacs, een mild en ruimhartig nationalisme, maar altijd weer is er de vraag hoe men broederschap kan beoefenen in een anonieme samenleving, als er geen gedeelde identiteit zou zijn. Nog eens, Johann Thorbecke, die in 1848 de grondwet wist te laten tekenen door de  koning, dik tegen 's konings zin, blijft als inspirator voor het liberalisme in de Lage Landen belangrijk, al noemt men hem een saaie Droogstoppel, maar wellicht is dat het gevolg van enige animositeit over zijn erfenis.

Het actuele liberalisme blijft zorgwekkend lichtvoetig over de moderniteit heen stappen. Wie zegt dat de grote verhalen ten einde zijn, is gedoemd steeds weer het wiel en het warm water uit te vinden. Verhofstadt is bij uitstek het icoon van voluntarisme, politiek voluntarisme die op zijn kudde vooruitloopt, maar liberalisme en gregair gedrag vallen moeilijk met elkaar te rijmen. Als er mensen zijn die de aandacht waard blijken, dan zeker een Vaclav Havel en een Joachim Gauck. In ons deel van Europa valt het moeilijker die status te halen omdat politici hier, anders dan van Hayek dacht, niet gespeend zijn van opportunisme, wat nog te velen valt, maar ook blijkt men zich om de middelen niet zo vaak te bekommeren als wel nodig is.

Hier komt de ontstaansgeschiedenis van de N-VA aan de orde: het product van de discussie binnen de Volksunie, waarbij een deel van de partij zich tot linkse benaderingen van de samenleving neigde, waarbij men ook de positie van de Nederlandstaligen in België en dus de politieke machtsverhoudingen tussen Vlamingen en Franstaligen, die dus niet per se Walen zijn, niet meer prioritair achtte. Het is cruciaal om aan buitenstaanders uit te leggen dat Vlaanderen wel niet het grootste deel van 's lands oppervlakte beslaat, maar dat er wel het grootste deel van de bevolking woont en dat die ook nog eens in grotere mate bijdragen aan de fiscale inkomsten en tekenen voor 83 % van de uitvoer. De mensen die de N-VA zouden opzetten vond dat men ondanks alle staatshervormingen nog niet voldoende het machtsevenwicht had gerealiseerd dat zou beantwoorden aan de Belgische realiteit, waar de Vlamingen ongeveer 60 % van de bevolking vormt, maar politiek een aantal evenwichten zou accepteren.

Sterker nog, als John Lukacs schrijft dat de korte 20ste eeuw als voornaamste kenmerk het feit laat zien dat de staatsmacht niet langer een zaak van minderheden is, maar dat juist de meerderheid de macht overneemt, dan is België in dat opzicht in zekere zin een uitzondering op de regel. De verworvenheid van de 19de en 20ste eeuw  bestaat er ook in dat de staat geen zaak meer is van het kabinet alleen, zoals oorlogen, zeker WO I geen kabinetsoorlog meer was, want er was een grotere steun van de bevolking, net omdat in populaire bladen en door bekende schrijvers een beeld van de natie werd opgehangen, waaraan iedereen deel kon hebben, zou moeten hebben. Het nationalisme dat zo ontstond zou inderdaad tot overspannen verwachtingen leiden, zou in de late negentiende eeuw in sommige landen tot excessieve opties leiden, zoals het irredentisme van de Serven, met een paar kleine Balkanoorlogen en de grote oorlog tot gevolg. De Serven kregen grote leningen uit Parijs en steun uit Petersburg, maar tegelijk liep het land achter op Bosnië-Herzegovina, dat bestuurd werd door Wenen. Meer nog, Christopher Clark wijst erop dat Frankrijk en Rusland meenden dat Oostenrijk-Hongarije geen natie was, verouderd en niet het morele recht had zich te verzetten: de toekomst was aan de (homogene) naties, zoals Servië. Quod non.

Men kan dat nationalisme principieel afwijzen, zoals Guy Verhofstadt en anderen doen, onder meer omdat het zou voortkomen uit een reactie tegen de Verlichting. Die lezing van zowel het nationalisme als van de Verlichting, zo blijkt toch maar weer, houdt geen steek: Johann Gotlieb Herder behoorde tot die lieden die in de 18de eeuw gebaande paden verlieten als hij voor nationalisme pleitte, dan was dat merkwaardig genoeg niet enkel voor een land, ten koste van anderen, maar voor elk land op zich. Het was ook de man die zijn heimat, Königsberg verliet om naar Bordeaux te reizen en later via Straatsburg naar Weimar te reizen. Jawel, hij behoort ook tot de Weimarer Klassik. Maar er is een andere probleem dat met het nationalisme kan opgelost worden en dat niet per se eng denkend hoeft uit te pakken. John Lukacs spreekt van het ruimhartige nationalisme van de burgers van de VS, maar in Europa verwijzen we liever naar grenzeloos geborneerd nationalisme. Het kan voorkomen, zoals men merkt als zich verdiept in de eerste jaren van de Republiek van Weimar, maar Henri Pirenne, een liberaal historicus was verontrust toen zijn zonen hem schreven vanuit Berlijn, rond 1910 dat ze in Duitsland bij studenten en ook wel professoren een nationalistische demon ontwaarden die in niets leek op de geest die hijzelf rond 1880 had gevonden.

Een "-isme" afserveren kan men altijd natuurlijk, maar de geest van verbondenheid die nodig is solidair beleid mogelijk te maken rond onderwijs, infrastructuur en andere zaken, het blijft noodzakelijk omdat anders, zoals Guy Verhofstadt bepleitte, lopen mensen weg. Natuurlijk, de idee van Verhofstadt in het Burgermanifest verwoord kon mensen aanspreken, omdat de overheid, de politiek zich niet bewust was van haar mateloosheid als het op het promulgeren van wetten aankomt. Maar de Paarse regering van Verhofstadt en Di Rupo was voor mij waarlijk een deceptie, omdat er geest van verlicht despotisme uitsprak, ook wel verwoord als voluntarisme.

Wanneer moeten politici door middel van wetgeving optreden voor het algemeen belang? De klassieke liberalen waren zeer terughoudend, maar het wil niet zeggen dat ze bijvoorbeeld tegen goed onderwijs voor zoveel mogelijk jongeren waren of tegen bepaalde maatregelen rond gezondheidszorg. Het is niet zo, valt te vrezen, dat we als individu, maar ook als politicus m/v uit kunnen gaan van een duidelijke lezing van de samenleving, laat staan dus dat we eenduidige oplossingen kunnen voorzien. Het voluntarisme van de heer Verhofstadt laat ook geen discussie meer over. Hannah Arendt legt in een lezing uit naar aanleiding van de Lessingprijs die de stad Hamburg haar in 1959 aanbood dat een opinie niet meer is dan een andere opinie en dat het gevaarlijk is een opinie zonder meer te verkiezen boven alle andere. Voor Arendt stelde Lessing het zo voor dat niemand zonder meer gelijk kan hebben en dat lijk me een mooie definitie van liberalisme. En toch mevrouw, verschilt de houding van Lessing zeer van het postmodernisme, waar Verhofstadt, gevoelig als hij is voor salonfähigkeit, naar verwijst als hij de oude verhalen afwijst. Lessing meende namelijk dat men wel gelijk kan hebben, maar als men een inzicht als de waarheid naar voor schuift, dan blijkt dat die al gauw een opinie is naast andere. Dat hangt samen met een dialectische visie op opinievorming, in plaats van (moreel) relativisme. Daar telt geen enkele visie en dat was Lessing vreemd. Maar hij vond het godsonmogelijk dat een mens de waarheid in pacht zou hebben, laat staan bezitten.

Het voluntarisme van Verhofstadt gaat uit van het axioma dat de baas altijd gelijk heeft en dat debat met "leken", met "tegenstanders" alleen maar tijdverlies oplevert. Want alles is toch duidelijk en dat, mevrouw is pas strijdig met wat mij voorstaat liberalisme te zijn: geen onderscheid tussen de the inner circle en het volk, maar het volk naar waarde schatten en mensen als individuen in hun kwaliteiten erkennen, in hun uniciteit. De overheid moet geen samenleving willen maken, maar een samenleving en de burgers die er deel van uitmaken hun kansen laten opnemen en ondersteunen indien nodig. De maakbare samenleving? Dat lijkt me strijdig met het liberalisme. En ja, wie burger kan zijn? We maken het laatste dertig, veertig jaar mee dat liberale politici mensen buiten zetten, zogezegd om een leugen, zoals IJzeren Rita deed met Ayaan Hirsi Ali, zoals Maggy de Block deed met een jongeman, een eenvoudigeloodgieter uit Waregem, die weg werd gestuurd naar een land van herkomst dat hij op zijn vierde had verlaten. Het liberalisme kan pleiten voor civic nationalisme en burger is wie zich inschrijft in het leven van het land waar hij of zij is geboren of terecht gekomen om allerlei redenen. Daarom ook is het onderscheid tussen publiek en particulier voor Hannah Arendt zo wezenlijk, maar die discussie voeren liberalen dezer dagen niet meer.

Neen, de invectieven aan het adres van N-VA zijn ingegeven door politieke afwegingen maar worden vertaald in een moreel taalgebruik dat alles behalve liberaal uitpakt. De samenleving is niet organisch, zeggen mensen die de gedachte aanhangen dat de samenleving het product is van een sociaal contract. Ik denk dat bij de gedachte van het sociaal contract veel kanttekeningen bij de plaatsen vallen. De idee van het sociaal contract als enige bron van lidmaatschap tot de samenleving spoort immers niet met de idee van de evolutietheorie die wil dat mensen voortkomen uit savannedieren en dat ze dus geleidelijk zijn ontwikkeld tot wat ze, tot wat we nu zijn: mensen in een complex netwerk van relaties die niet altijd even aangenaam zijn, maar ons ook de kans geven onszelf als persoon, elk voor zich, te ontplooien en vooral dus om anderen te geven, met mate. Het zal me niet verbazen als sommigen deze benadering afwijzen wegens apert verouderd, maar de Westerse traditie is geen grabbelton voor ideetjes, maar een klankbord om eigen inzichten over hoe we de toekomst kunnen voorbereiden kunnen toetsen.
Alleen de theoretische overwegingen, geredigeerd aan de schrijftafel kan tot ongelukken leiden, niet het nazisme, niet het communisme, niet een ouderwetse en verwerpelijke vorm van slavernij. Neen, een al te theoretische benadering kan ertoe leiden dat mensen een instrument worden van een technocratische elite die zich ontslagen acht van verantwoording omdat de mensen het toch niet begrijpen. Oh ja, dat laatste zou gebleken zijn op 25 mei, in Nederland ook op 22 mei, al viel dat dan weer goed uit voor uw partij, waarvoor mijn gelukwensen. Maar als de uitkomsten zo verschillend zijn, mevrouw, dan kan het toch ook maar een keertje zo zijn dat mensen niet al te zeer moet bevoogden en vooral niet minachten, ook al deelt men hun keuzes niet.

Daarom ben ik de visie van Hans van Mierlo nog altijd genegen, omdat hij onderkende dat politiek gemakkelijk tot narcisme kan leiden, tot arrogantie van de macht en tot zelfoverschatting. Ook u en Alexander Pechtold geven blijk van die benadering van liberalisme, dat mensen de ruimte geeft tot ondernemen en tot zelfbeschikking, zonder betutteling, maar ook zonder overschatten van soms discutabel talent en onderschatting van de middelmaat, want daar kiemen de zaden van het succes.

met vriendelijke groet,

Bart Haers






Reacties

Populaire berichten