Anus mundi als inspirerend oord

Kleinbeeld

Oswiecim
Nadenken over het leven

Wim Distelmans in het oog
van een zomerstormpje

Clemens Augsut van Galen: tegen euthansaie
op mentaal gehandicapten en geestzieken, maar
wel voor een aanval tegen Stalin... 
Professor Distelmans organiseert een studiereis naar Krakau en Auschwitz, de anus mundi, zoals Harry Mulisch het oord noemt, om er met anderen over levensvraagstukken na te denken en dat kan best goed gefundeerd zijn. Men, de Britse tabloids klagen erover dat hij dat oord een interessante plek noemt om over leed en dood na te denken, maar goed, wellicht mag men ervan uitgaan dat die bladen niet ter goeder trouw zijn. Maar het is goed gebruik dat onderzoekers, wetenschappers en filosofen met elkaar in debat gaan want om een gedragen consensus te bereiken is er veel overleg, uitwisseling van inzichten nodig. Het komt mij voor dat men dezer dagen die praktijk te gemakkelijk als tijdverdrijf en bezigheidstherapie wegzet. Gaat het over geneeskunde en moderniteit, dan komt de vraag vanzelf terecht bij de discussie over vooruitgang en het geloof of vooruitgang altijd verbetering brengen kan.

Laten we dus eens onderzoeken hoe of Krakau en Auschwitz iets met moderniteit te maken hebben en over de omgang met nieuwe technologie, want dat kan, denk ik, de aanklacht ondermijnen dat de heer Distelmans zich weinig kies zou gedragen. Dan wordt het boeiend want Krakau is ook de stad van Copernicus én van Johannes-Paulus II, de paus die op gespannen voet stond met theologische vernieuwingen, maar ook, moet gezegd, zelf ook wel de moderne technologie niet ongenegen was, wat overigens eigen blijkt aan mensen die er een conservatief mens- en wereldbeeld op nahouden. Het komt er wat mij betreft op aan na te gaan of wat we aan nieuwe technische, technologische middelen ontwikkelen ook ten gunste van een kwaliteitsvol leven aanwenden. Kwaliteit van leven valt natuurlijk niet zo eenvoudig af te meten, maar laten we het over de omstandigheden en wettelijke mogelijkheden hebben die de persoonlijke invulling van het leven mogelijk maken.
Waar staat Oswiecim dan voor, of beter, de kampen Auschwitz I en Auschwitz-Birkenau? Het antwoord ligt voor de hand: de Holocaust. Maar dat zegt veel, maar lang niet alles. De wil, die Hitler in zijn pamflet "Mein Kampf" beschreef om Duitsland opnieuw en voor eens en altijd de grote, alles overheersende natie te maken, vergde ook, meende hij, dat men alle belemmeringen zou wegwerken en ook dat men het ras, het Arische ras zou bevrijden van... smetten, maar ras en raszuiverheid zijn moeilijk te onderschrijven categorieën. Men weet dat de mensenrassen genetisch weinig van elkaar verschillen en zeker zal men leden van het Semitische volk niet licht onderscheiden van Europeanen, omdat er in de loop van de eeuwen veel vermenging is geweest. Maar zelfs indianen in delen van Canada en Amerika hebben in de loop van generaties seksuele invloeden ondergaan van Europeanen, zodat zelfs Indianen, leden van de First Nation, niet altijd zonder meer afstammen van de eerste bewoners van het continent. Dat mag om meerdere reden geen verbazing wekken, maar in de loop van de negentiende eeuw werd de obsessie met het ras sterker, zelfs nog voor Darwin zijn "on the Origin of species" publiceerde en onder anderen Arthur de Gobineau gaf aan de idee van de superioriteit van het Arische, Noordse ras een groot belang dat vervolgens door anderen zou worden uitgedragen. Toch leert men op scholen en ook nog wel in de media dat Gobineau en het racisme, wat staat voor de idee dat het ras de cultuur zou bepalen, een darwinistische inslag. De idee van evolutie begon al in de jaren 1840 vorm te krijgen, maar ook de zoektocht naar een verklaring voor de superioriteit van Europa kwam toen op kruissnelheid. 

Men kan het thema eindeloos uitwerken, maar duidelijk is dat het niet ondenkbaar was dat latent antisemitisme op een keer zou barsten en dan zou men verder gaan. Maar pas met het verwerven van de macht in Duitsland door de nazi's werden de voorwaarden gegeven om het antisemitisme en antijudaïsme ook in daden om te zetten. Frankrijk kende ook zijn Dreyfuss-affaire... Want al in 1900 was er in Wenen een burgemeester die apert zijn Jodenhaat uitsprak en Wibke Bruhns laat zien dat haar familie het vanzelfsprekend vond dat in hun kring geen Joden opdoken. Of ze handelden met bankiers of wetenschappers van die origine kon ze niet nagaan, maar bovendien was het ook zo dat reeds in 1914 de emancipatie van joodse mensen in Duitsland zover gevorderd was dat velen zich niet meer als zodanig presenteerden, wat in 1933 een moeilijkheid bleek die men niet zonder hulp van IBM kon oplossen. Of IBM zich bewust was van de vraag die gesteld was, valt uit de beschikbare gegevens niet direct af te leiden, maar dat ook die vorm van informatica ten dienste kon staan van de Endlösung mag men niet vergeten.

Overigens blijft het opmerkelijk dat men ook in de West-Europese bezette gebieden dezelfde moeilijkheden ontmoette te bepalen wie behoorde tot het Joodse ras en dat men onder meer door gegevens te linken de juiste mensen eruit kon pikken. Insa Meinen heeft dit voor België onderzocht en vastgesteld dat een dienst van de bezetter hier mee doende is geweest en dat de binnenlandse politie alleen bij de uitvoering betrokken werd en dan nog vooral voor het ophalen van de geviseerde leden van de bevolking. Ook hier kan men zeggen dat men uitermate modern handelde en zeer technocratisch.

Als het besluit dus is dat men op verschillende niveaus in het proces van de Endlösung alles behalve terughoudend gebruik ziet maken van de nieuwste technieken en inzichten, dan komt de vraag vanzelf ons bezoeken of we moderniteit niet met enige achterdocht moeten bejegenen. Maar die vraag, valt te vrezen, kan niet tot een goede reflectie omdat men de tegenstelling tussen moderniteit en het tegendeel, dat niet conservatief kan wezen of zelfs reactionair, maar de afwijzing van de wereld zelf, niet goed kan afwegen. De visie van Max Weber is wellicht interessanter, maar ook Karl Jaspers heeft zich hierover uitgelaten, een man die tot innere emigration was genoopt. Hannah Arendt heeft in 1958 de laudatio mogen uitspreken en waarin zij onder andere het probleem van de openbaarheid aansneed, net als het vraagstuk wat tegenover objectiviteit, eigen aan het wetenschappelijke zou kunnen staan. Zij stelt:

"Om hier de juiste maat te vinden, moeten we een onderscheid leren maken, niet tussen het subjectieve en het objectieve, maar tussen het subjectieve en het persoonlijke. Het subject legt inderdaad een objectief werk aan het publiek voor en geeft het aan de openbaarheid prijs. Het subjectieve element, laten we zeggen het creatieve proces waarin het werk ontstond, gaat het publiek helemaal niet aan. Maar als dit werk niet alleen academisch is, als het ook het resultaat is van een "leven vol van daden en dulden" dan treedt met het werk een levendig, door de persoon zelf handelen en spreken in de openbaarheid. Wat hier verschijnt, is onbekend voor degene die het laat zien, hij kan er niet over beschikken zoals hij beschikt over een werk dat hij voor de publicatie klaar heeft gemaakt. .."
Hannah Arendt, Karl Jaspers een lofrede

Hannah Arendt neemt ons in deze lofrede mee op een pad dat los staat van de vragen over moderniteit of wat dan ook, maar precies het pad dat ons hier aanbelangt, met name de humanitas uittekent. Humanitas blijkt dan geen ding, maar als een ruimte waarin we helderheid kunnen brengen. Het gaat in het geval van Karl Jaspers ook niet over kwesties die alleen maar in de studeerkamer tot stand komen, maar om het in de openbaarheid handelen en dulden. Jaspers heeft al in 1931 een poging ondernomen de crisis van de cultuur te onderzoeken, maar voor sommigen stond hij al te afwerend tegen de massasamenleving. Maar door zich in te laten wat particulier is, persoonlijk, wat subjectief en wat openbaarheid kan betekenen van het persoonlijke, brengt hij een remedie voor het probleem van de massasamenleving als randvoorwaarde voor humanitas en algemeen een menselijk bestaan.

Het zal hopelijk niet verbazen dat ik deze weg neem om mijn positie tegenover het werk van professor Distelmans op te bouwen. Neen, de wet die euthanasie toelaat onder welbepaalde omstandigheden kan men niet afwijzen, omdat ze spoort met de vraag hoe de condition humaine, de randvoorwaarden van ons bestaan de afgelopen decennia zijn gewijzigd: levensverwachting, kwaliteit van leven en toegang tot kennis, informatie, een goed beroep, al die parameters van het bestaan zijn gewijzigd. De kostprijs van gezondheidszorgen zijn niet miniem, maar worden enkel op het niveau van de totale kost bekeken. Lijden is zinloos, omdat men niet meer ten volle als prosument kan optreden. Zou het? In elk geval laat Hannah Arendt zien dat die benadering van het bestaan voor een persoon best goed overdacht wordt, willen we niet tot machines verworden. Mocht het zo uitpakken dat elke kritiek van de eigen tijd een afwijzing van die eigen tijd, als geheel of over het algemeen beschouwd, gelden, dan zal men al gauw uitgepraat zijn. De gezondheidszorg dezer dagen kan men niet voldoende naar waarde schatten en dus waardevol bevinden, het schept mogelijkheden voor een goed leven. Maar het blijft wel van belang te onderzoeken of alle mogelijkheden een enhancement, een veredeling en verbetering met zich brengen. Overigens, was veredeling ook geen doelstelling voor de Nazi's, al zal men wel menige boom opzetten over wat veredeling dan wel inhoudt.

De discussie over vrijwillige levensbeëindiging, euthanasie dus, kan men niet benaal afdoen, omdat het voor de sterfelijke mens ook een andere parameter van ons bestaan wijzigt: we kunnen zelf beschikken over ons leven en het nodeloze lijden doen stoppen. Ontkennen dat mensen in die omstandigheden terecht komen, heeft geen zin en getuigt ook van kwade wil. Ontkennen dat de vraag om een genadig sterven een moeilijke vraag is en dat personen dat in hun directe omgeving en met zichzelf overleggen, evenzeer. Twee angsten hebben de wetgeving gekleurd: dat de directe omgeving het afsterven zou bespoedigen om van de zorg af te komen of de erfenis binnen te rijven. De andere angst was precies dat derden een persoon die om euthanasie vraagt, onder druk zou zetten dit niet te doen. Beide angsten hebben te maken met een negatief mensbeeld en vergeten dat in de beslotenheid van de familie, de huiskring inderdaad kwaad kan bestaan en verhoudingen zeer onder druk kunnen staan. Maar het andere is evengoed mogelijk. Zij die moeten beslissen voor zichzelf over het eigen leven kan men dat echter niet alleen aan hen opleggen. Zoals Jaspers, via Arendt vaststelt, kan men in de persoonlijke levenssfeer misschien weinig contacten hebben, maar daarom hoeft me niet alleen te zijn, eenzaam. De moeilijkheid is en daarom kan een bezoek aan Oswiecim wel nuttig zijn dat we moeten begrijpen dat we inderdaad altijd voor onszelf moeten beslissen, maar dat we een deel van dat proces aan de openbaarheid kunnen aanbieden, zonder dat daarom het eigen oordeel ingesnoerd worden.

Een kwestie die meer van belang blijkt, maar zelden weinig ter sprake komt en evenzeer te maken heeft met de waanidee dat een samenleving zich dient te zuiveren van parasieten, want ook de minder begaafden en geestesziekten waren een last die men beter kon missen. Clemens August Graf von Galen, bisschop van Munster heeft zich bij Hitler verzet tegen het project T-4 waarbij mentaal gehandicapten door euthanasie verlost werden. Uiteraard stond zelfbeschikking niet in de agenda van de Nazi's. Overigens stond de bisschop van Munster niet vijandig tegenover een oorlog tegen de Bolsjewieken en ontketende daarmee de massale moord op joden in de nieuw veroverde gebieden. Maar toch blijft men deze praktijk met grotere terughoudendheid aan de orde stellen. Didier van Cauwelaert heeft in een roman van dit gebeuren een fascinerend relaas gegeven. "La femme de nos vies" werd tot nog toe niet als een belangrijk werk voorgesteld. Hoe van Cauwelaert de roman op de sporen zette is dan niet van belang, maar dat hij het presenteerde, maakt er iets van waar wij mee kunnen omgaan. In die zin is de roman een bijdrage aan het denken over het nazisme ten aanzien van minus habentes en zo blijkt de roman - ook nog om andere redenen - te passen in een humanistische traditie.

Bijna elke vorm van paternalisme evenwel, wat er ook de oorsprong van zij, ontkent het vermogen van mensen buiten hun eigen subjectiviteit te treden en dat lijken Arendt en Jaspers nu net te cruciaal te achten. Door de omgang met filosofisch werk, door het creëren van een ruimte waar men Plato evengoed als Thomas van Aquino of Jaspers zelf kan ontmoeten, kan men een ruimte betreden van humanitas, die niet tegen de moderniteit indruist, de oubolligheid van wat was afserveert, maar precies de ruimte vinden om als persoon en in gesprek met anderen te komen tot inzichten die voor het leven nu van belang zijn.

Nu we onze bestaansomstandigheden existentieel hebben uitgebreid, zal de discussie over een menselijk levenseinde voor elkeen cruciaal worden, waarbij de een zal aanvaarden dat het goed is zoals het is, ook al verliest men aan mogelijkheden om voor zichzelf te zorgen. Soms kan de vraag onvermijdelijk worden hoever men kan gaan met behandelingen en wie erom vraagt en de artsen kunnen op de vraag ingaan, moet zelf een waardige exit kunnen kiezen. Men zal wel waken, denk ik dat niet zozeer de familie, naasten zich gaan moeien met die exit, wel dat instituties er zich mee gaan inlaten. Het blijft wonderlijk, denk ik, dat we de vele nuances van die besluitvorming zelden aan de orde gesteld zien, want het gaat om het principe, het recht over het leven, het eigen leven wel te verstaan, te mogen beschikken. Dat principe kan men onderschrijven, zonder daarom over de concrete invulling, hoe men dat beschikken dus onderkent en beleeft meteen ook vastgelegd te hebben.

Om deze redenen denk ik dat prof. dr. Wim Distelmans een bezoek aan Oswiecim kan verantwoorden en onderkennen dat ook de anus mundi inspirerend kan zijn. Woorden krijgen dezer dagen vaak een zeer enge betekenis en zonder dat men hier van ironie moet gewagen, kan het zijn dat men in het bezoek aan Auschwitz, het kleinere en het grote KZ een inspiratie vinden. Daarom denk ik ook over de afwijzing door Bruno Bettelheim van de term "holocaust", die ook ik van tijd tot tijd hanteer, omdat de term in zwang is, maar, in wezen de betekenis van dat lijden van miljoenen negeert. Alleen voor de aanstichters kan de term "brandoffer" van betekenis zijn, in de mate dat wie de utopie van het Nazisme deelde, deelt, beseft dat men door het water, het bloed en het vuur gezuiverd moet worden. Er zijn weinig utopieën die een zuivering van de samenleving niet als noodzakelijke voorwaarde stellen, waarbij het nazisme en Hitler zelf de samenleving en de wereld wilden zuiveren. Daartoe dienden dus offers gebracht te worden, eigen mensen in de strijd en derden, willoze slachtoffers zoals gehandicapten, zigeuners, homo's en uiteraard Joden.

Men kan deze visie alleen verwerpelijk vinden, maar tegelijk moet men er zich rekenschap van geven niet zomaar immuun te zijn voor dit verleidingen van die aard. En ja, Bettelheim heeft, net als Lacan maar wellicht onafhankelijk van hem, heeft ook Bettelsheim de oorzaken van autisme bij de moeder gelegd, die al te afstandelijk tegenover hun boreling zouden staan. Maar zal men echt ontkennen dat moeders niet altijd tot moederliefde in staat zijn of lijden kunnen aan postnatale depressie? Dit alles benoemend, kan men wel iets zeggen, maar of het echt hout snijdt, moet altijd nog blijken. Autisme blijft te maken hebben met een eigensoortig bewustzijn, dat wellicht in het brein haar oorzaken heeft, zonder dat men culturele of familiale omstandigheden zomaar kan wegen, laat staan afwijzen.

Voor de generaties die na 1950 geboren zijn en zeker die van na 1970, 1980 heeft de oorlog en judeocide een abstracte betekenis, ondanks documentaires als Shoa en films als Shindler's list. Het zijn namen, gedragingen, keuzes die we nu gezamenlijk afwijzen, maar hoe het mogelijk is geweest en waarom er op het oog zo weinig oppositie is geweest, blijft vaak onderbelicht. Zelfs de oppositie in Duitsland blijft vaak onderbelicht, maar ook die oppositie past, zo te zien, niet in ons beeld.

Ga dus naar Oswiecim, bezoek er de kampen en betracht, het menselijke en de humanitas opnieuw gestalte te geven. Of u nu Distelmans bent of iemand anders. Maar laat u niet fotograferen bij de executiemuur, want dan vergeet u dat doden betekenis heeft, mensen herleid tot niets. De gaskamer als middel om te doden is dan nog een stap verder, want daar is de daad nog meer bemiddeld. De ontmenselijking van de slachtoffers is zeker aan de orde, maar dat mag het nadenken over daderschap niet uit de weg gaan. Of de vraag die Himmler positief beantwoordde: we hebben zware dingen moeten doen, maar we zijn fatsoenlijk gebleven... nu ja, in de ogen van Himmler, want de bijzondere commando's waren natuurlijk alles behalve fatsoenlijk: mensen zonder reden doden, zowel volkscommissarissen als joodse burgers en al wie weerstand wilde plegen. Omdat die aanpak te veeleisend werd, zou tijdens de Wannsee Koferenz besloten de uitroeiing zo industrieel als mogelijk te verrichten, ook al omdat Hitler dacht dat hij de tijd niet zou hebben die opdracht zelf nog af te handelen - al gaf hij blijkens de bronnen zelf nooit schriftelijk een bevel.

Mij blijft verwonderen dat men termen als Holocaust blijft hanteren, als men de hele opzet goed tot zich laat doordringen. Daderschap bij misdaden die elke menselijkheid te buiten gaan, mag men niet onbesproken laten. Ontkennen van de judeocide is onaanvaardbaar, maar wie vergeet hoe het proces, het systeem is opgebouwd, begaat niet minder een inbreuk op de menselijkheid, want te vaak kan men de indruk hebben dat de Holocaust niet door mensen verricht werd, van het speurwerk naar joodse mensen over het transport tot het afhandelen. Die zaken bekijkt men wel eens abstract en daar kan men Bettelheim wel volgen. De ontmenselijking die van begin af in het bedachte proces besloten lag, tot en met de rassenwetten zelf moeten ons dezer dagen goed van het desastreuze vermogen doordringen als we principes als doelen vooropstellen en vergeten de menselijkheid voorop te stellen. Totalitaire regimes drijven op die verleiding, maar ook in democratieën kan het serieus mis gaan, als onderzoekers de basis vergeten: mensen zijn geen gevallen, laat staan dingen.

Bart Haers  




Reacties

Populaire berichten