Racisme bestrijden of een nieuw verhaal over de republiek

 Dezer Dagen

Religie, samenleving, métissage
streven naar een ander samenleven

Ik ben nog bezig het boek te lezen, maar
de discussie die Joël de Cuelaer in Knack van
2 juli aanscherpt, noopt me het boek
toch al aan te geven als bijzonder boeiend.
Onze kijk op onze eigen samenleving en
cultuur gaat van overschatting tot zelfhaat
en racisme is de nieuwe doodzonde, terwijl
ik zelden of nooit heftige uitbarstingen zie. Precies
daarom stellen sommigen vast dat het racisme
er niet minder op werd, maar ondergronds is gegaan.
Dit kan gedeeltelijk kloppen, maar dan blijft
het nog altijd zo dat men geen spijkers op
laag water moet zoeken.
Enkele dagen geleden zat ik in de abdijkerk van Grimbergen, te luisteren naar het orgelspel van een man die zijn 85ste verjaardag vierde. Bach is wellicht het meest iconisch als het erom gaat kerkelijke kunst in deze wereld toch betekenis te blijven geven, ook als men niet meer gelooft. In Knack staat deze week een essay van Joël De Ceulaer over het bestrijden van racisme, waarbij de man opmerkt dat Links ermee volstond tegen het VB te strijden om zich niet over racisme te hoeven uitlaten. Een kritiek die hout snijdt en toch niet ter zake doet, denk ik. De auteur wil ons ervan doordringen dat we meer en heftiger tegen de hele zooi moeten ingaan, want racisme kan niet blijven bestaan. Waarom dat zo is? Omdat we anders die mensen die vergeefs zitten te wachten op erkenning verder tegen ons opzetten en omdat we meer empathie zouden moeten opbrengen voor hun lot. Ik denk dat de benadering te beperkt blijft en te weinig ambitie vertoont na te denken over wat er dezer dagen aan de orde is een samenleven die wellicht onvolkomen zal blijven maar toch put uit de culturen die nu samen zijn gekomen, lokaal, maar ook globaal.

Terug naar Bach, omdat die muziek, zijn wereldlijke en kerkelijke muziek velen kan bekoren, maar die niet altijd een breder publiek bereiken kan. Nu ben ik zelf er niet de man naar om barok of hedendaagse muziek boven alles te stellen. Men kan, denk ik dan, maar beter enigszins omnivoor zijn, enfin, we consumeren de kunst ook niet, maar genieten die, als uitvoerder of als toehoorder. Wie kan onberoerd blijven bij het lied van Reinhaldo Hahn, à Chloris? Of een versie van Sheherazade, door Rimski Korsakov of Richard Strauss en men merkt dat onze cultuur op verschillende manieren en in verschillende epoches onderhevig is geweest aan metissage, maar dat lijkt dezer dagen geen item meer.

De samenleving veranderde op vele manieren, maar als Bart Somers - met instemming van de journalist - zegt dat hij net zo goed een nieuwkomer is als Sadijah of Mehmet, dan moeten we daar verzet tegen aantekenen, niet dat we niet zullen moeten leren omgaan met anderen al blijf ik het vreemd vinden dat we na veertig, vijftig jaar de veranderingen nog maar nauwelijks verwerkt hebben. De wereld is veranderd, Europa is nieuwer geworden en ook Vlaanderen leerde andere keukens kennen en nieuwe muziek, maar tegelijk kan men zich afvragen of we niet ook meer oog kunnen en moeten hebben voor het patrimonium dat door onze voorzaten werd opgebouwd en dat zowel onvoorstelbare wrede en lelijke bladzijden kent als andere, bijzonder fraaie. Maar we kunnen toch niet voorbij aan de evolutie van het denken in allerlei gremia en vormen sinds Karel de Grote en die onze cultuur een invulling laten geven aan de dingen des daags en andere zaken die we als waarden zijn gaan omschrijven. De betekenis van Thomas van Aquino, John Dun Scottus of Petrarca kan men maar moeilijk negeren, maar tegelijk kan men er ook niet aan voorbij dat die namen slechts namen blijven als men zich niet op hun werken, hun denken richt en probeert na te gaan of en hoe ze een tijdgeest vertalen dan wel heroriënteren. Het is die complexiteit van het denken in Europa, waarbij men de dialectiek van oorspronkelijke denkers en hun omgeving nooit uit het oog mag verliezen.

Al vaker liet ik blijken mij te ergeren aan de verenging die men aan het begrip "Aufklärung" of "Lumières" wenst te geven, omdat er behalve de inbreng is van individuele filosfen en auteurs, Montaigne, Erasmus, Simon Stevin of Spinoza, maar ook andere invloeden zijn, want Spinoza, aldus Henri Krop, had veel zelf bevonden, maar tegelijk was hij ook kind van zijn tijd, bijvoorbeeld van de Ware Vrijheid, zoals Johan de Witt die vorm heeft gegeven met de regenten in Nederland tegen de eerder populistische partij der Orangisten - al is die term dan weer wat anachronistisch. De Verlichting valt niet te herleiden tot enkele begrippen, zoals men dat placht te vernemen van politici en het commentariaat. De Verlichting kende bijvoorbeeld een niet te onderschatten Joodse inbreng, terwijl in de tijd van de Verlichting, zeventiende en achttiende eeuw, ook bijzondere Godsdienstige bewegingen zag opkomen en soms weer verdwijnen, zoals het Socinianisme, een beweging die door een Italiaan werd opgezet en uit Italië verbannen werd en in Polen een beweging opzette waar ook Hugo de Groot door geraakt werd.

De Verlichting is ook de tijd waarin ernstig aan het publiek en privaat recht werd gesleuteld, waarbij opgemerkt kan worden dat mensen als Hugo de Groot, die met "De iure pacis et belli" een grote invloed had op de wijze waarop staten (in wording) hun onderlinge verhoudingen gingen afstemmen. Ook Jean Bodin moet men in dit opzicht vermelden, omdat hij precies de theoretische grondslagen legde voor het begrip soevereiniteit en verder zowel het vorstelijke absolutisme als de moderne bestuurscultuur van de republiek vorm gaf.

Kan men in het licht van dit alles - en alles waar we in stilte aan voorbij gaan omdat anders de zaken wel heel onoverzichtelijk zouden worden - spreken over Europese waarden? Ja en neen. Neen omdat we dan zouden moeten erkennen dat we die waarden in de praktijk niet altijd recht hebben gedaan en er zelf wel eens met genoegen aan voorbij zijn gegaan. Jawel, men kan spreken over Europese waarden, die in de cultuur van de VSA en zelfs in Japan ook vorm kregen, uiteindelijk gemundialiseerd werden, zij het onvolkomen, omdat ze mee de architectuur en het functioneren van actuele samenlevingen hebben  vormgegeven en waar we in het banale leven van alledag gedachtenloos mee omgaan, maar we van tijd tot tijd wel handelend mee bezig moeten zijn, als de grondslagen van de republiek in het gedrang komen. Men denkt dan vaak vooral... zo lijkt het toch aan het opdringen van de Islam in onze samenlevingen, maar ik denk dat dit een te beperkte visie is van wat onze basisconcepten, zoals de uniciteit van het individu of de erkenning van de gelijkheid ondanks de individuele verschillen, staan ook binnen de zogenaamde autochtone cultuur op de helling. Dan worden we zelf wel eens de vijand van die waarden die we hoog in het vaandel voeren.

Mevrouw Karen Armstrong krijgt in Knack (week van 2 juli) een mooi interview, maar ook zij meent dat de Kerk als instituut en onze cultuur op een aantal vlakken tekort is geschoten. Ik kan haar visie wel volgen, maar het blijft moeilijk het verleden moreel te beoordelen, omdat het onomkeerbaar is. Aan de andere kant begrijpt ook zij, denk ik, dat men niet alleen de zwarte legende van de Kruistochten hoeft te lezen: het feit dat de Kruisvaarderstaten in de 12de eeuw vijftig jaar lang konden co-existeren met  de Moslimwereld erom heen, maar door een nieuwe instroom van kruisvaarders, die vonden dat de principes van het christelijke Europa door die bestaande structuren en aannames met voeten was getreden die co-existentie op scherp stelden en zo het einde inluidden van die kruisvaardersstaten, mag ons niet ontgaan. Want co-existeren gaat niet zonder vormen van métissage, vermenging van culturele kernwaarden en inzichten, maar ook van dagelijkse gebruiken.

Als ik in contact kom met mensen die migratie-achtergrond hebben, Algerijn of Marokkaan, Turk of Rwandees, dan merk ik dat die métissage wel mogelijk is, waarbij we merken dat beide partijen soms vertwijfeld tot de vraag komen waarom we bepaalde aannames zo hard willen onderscheiden van die van de anderen. Joël De Ceulaer, die zegt van de harde wetenschap te zijn, merkt blijkbaar niet dat die mensen die in andere culturen hun wieg hadden staan, maar nu hier onder en met ons leven die wetenschap juist zeer kritisch of afwijzend negeren, althans als we het hebben over de Big Bang of de evolutietheorie. Nu gun ik hem, zoals ook anderen hun, zijn  eigen kleine en grote inconsistentie gun, maar toch, als hij zich verzet tegen het racisme dezer dagen, denk ik dat zijn oplossing nergens toe kan leiden.

Ten eerste zal men toch wel eens moeten meegeven wat we verstaan onder racisme, wanneer racisme schadelijk wordt voor de slachtoffers maar ook voor degene die aan racisme zou lijden, als was het een ziekte. Maar de belangrijkste reden is dat de man van Knack alles inzet op empathie en daar, denk ik, loopt het fout. Empathie is op zich ethisch neutraal, omdat men datgene wat empathisch omgaan met de andere, zowel gunstig kan aangewend worden om te begrijpen wat die andere heeft te ondergaan, maar ook kan men die empathische ervaringen inzetten om mensen nog meer te kraken. Een beetje pester, valt te vrezen, gaat zeer empahtisch te werk.

Compassion is het begrip dat Karen Armstrong is daarom een betere kaart om uit te spelen als het erom gaat de negatieve spiraal die racisme kan veroorzaken tegen te gaan of in te perken. Maar racisme in het geding brengen kan tot zelfhaat leiden bij intellectuelen die vergeten dat mensen ook onder invloed van emoties staan. Emoties worden doorgaans verbonden aan populisme en afkeer, haat, maar Martha Nussbaum laat zien dat men ad primum emoties als iets menselijks moet erkennen dat er dus negatieve en positieve emoties zijn, maar zelfs angst en afgunst niet per se negatief zijn. Haar advies kwam in het maatschappelijke debat over het tegengaan van racisme niet aan de orde, namelijk dat politici, commentatoren en intellectuelen, maar ook eeniegelijk die er zich mee inlaat, emoties a priori negatief invullen, terwijl angst soms wel degelijk een goede leermeester kan zijn en meer nog, wanneer men de angst van medeburgers onderkent, respecteert, kan men hen er ook toe brengen de gegrondheid van die angst te betwijfelen. Maar dat gaat niet als men de pastoor van vroeger imiteert en met hel en verdoemenis dreigt. Dan is het advies van Karen Armstrong wel degelijk ook ter harte te nemen: geen zoetsappig medelijden, maar een betrokken mededogen, enige lankmoedigheid en tegelijk de discussie aangaan, kan veel verder reiken.

We hadden het hoger over métissage, omdat ik, met dank aan een goede vriendin heb leren inzien dat de acceptatie van andere culturele inzichten en praktijken ons ook verrijken kan - maar dat lijkt me een egocentrische benadering - maar vooral een nieuw verhaal kan mogelijk maken. Het probleem dat we moeten oplossen en waar sinds de twaalfde eeuw aan gelaboreerd is,  bestaat hierin dat we het samenleven van velen die elkaar niet kennen en hoogstens via stereotypes kennen, toch als medeburgers zullen moeten omarmen, niet letterlijk, maar in gedachten. De ware tolerantie? In meer dan een opzicht vergt de moderne republiek, dat wil zeggen de samenlevingsvorm die zowel een staat als een natie impliceert en van bestuurders verwacht dat zij iedereen gelijk acht voor de wet, maar tegelijk voor een aantal probleemsituaties gerichte voorzieningen instelt.

Het onderwijsprobleem waarbij jongeren uit bijvoorbeeld Marokkaanse gezinnen onderpresteren kan men niet oplossen door hen de illusie te geven dat ze in een nieuwe onderwijsstructuur beter zouden meekunnen. Hier merkt men dat scholen die ook aandacht besteden aan wat Boris Cyrulnik "veerkracht" noemde, wellicht betere aansluiting van de jongeren kunnen bereiken. Helemaal zeker is dat niet, omdat onderwijs iets anders is dan het vetmesten van varkens. Het resultaat hangt af van wat individuele leerlingen aanvangen met de leerstof. Dat sommigen uiteindelijk kiezen voor een afwijzing van de Westerse waarden - ut supra - mag ons niet doen vergeten dat velen wel degelijk die waarden waarderen en ze vorm geven in een mengvorm, waarbij ze religieuze praktijken van de Islam niet loslaten.

Metissage, mededogen en betrokkenheid, het blijven maar naakte woorden, daar geef ik mij ten volle rekenschap van. Het zal ook niet altijd vanzelf gaan. Maar ons handelen, nog eens, ik denk hier aan de omschrijving die Arendt eraan heeft toegekend, politiek optreden in de res publica, kan wel ertoe bijdragen dat we erkennen dat we onze Europese waarden, hoe diffuus en veelomvattend ik die ook benader, iets bereiken wat Nussbaum ons in haar essay over politieke emoties voor ogen hield: dat we met erkenning van variatie, zelfs deviant gedrag moeten omgaan omdat het eigen is aan complexe samenleving, maar tegelijk kunnen we zo ook een grotere cohesie in de samenleving bewerkstelligen. En ja, soms moet men daarom voorbij het cynisme of realisme tot een "seconde naïvité" zien te komen.

Wellicht zal ook die gedachte van Paul Riqueur nieuwe vragen oproepen, want hoe kan men naïef naar zo een groot probleem als racisme kijken? Wel, zijn tweede, volwassen naïviteit erkent de ontoereikendheid van onze betrachtingen, van onze inzichten en dat we de donkere zijde van de medaille onderkennen en toch geloven dat we als samenleving zonder grote conflicten kunnen samenleven zonder in onverschilligheid te verzanden. Het wordt dus een tocht tussen Scylla en Charibdis. Ik weet dat ook dit een cliché is, maar soms zijn die oude mythen verdomd sterk als het erop aan blijkt te komen gewenste resultaten te boeken zonder al teveel ongewenste neveneffecten te bereiken. Naïviteit zal racisme niet bestrijden, maar mijnheer De Ceulaer, de strijd tegen racisme waarbij het doel duidelijk is mensen hun gevoelens of negatieve ervaringen in een kwaad daglicht te stellen, zal vooral de zelfhaat bevorderen bij intellectuelen in het wel ingerichte koekoeksnest in de wolken.

Métissage, zo zegt het woordenboek, betekent rassenvermenging. Moeten we dat negatief duiden of net accepteren als een noodzakelijke voorwaarde voor een levensvatbare samenleving. In de fokkerij weet men dat teveel binnen een beperkte bloedlijn kweken inderdaad bedenkelijke gevolgen kan hebben. De culturele métissage vormt voor mensen in hun anonieme samenleving de mogelijkheid eigen inzichten te berde te brengen en na te gaan hoe we met die visies gezamenlijk iets kunnen aanvangen: wat we van waarde achten komt dan extra in schijnwerpers te staan. Racisme onderkennen betekent nog niet die vergoelijken, of verschonen, maar de erkenning dat mensen met hun emoties af te rekenen hebben. Vanuit het koekoeksnest kan men hen voor dom houden, of hen met mededogen aanspreken en hun emoties niet als een hinderpaal zien voor een goed samenleven. Finaal is opnieuw de klassieke humaniora in het geding.

Bart Haers   


Reacties

Populaire berichten