Wie wordt de Palestijnse vredebrenger?

Dezer Dagen

De weg naar vrede
Afwezigheid van oorlog en politiek
met andere middelen

David Grossmann bejegend de Israëlische regering
en de strijdbare partijen kritisch, zonder zich daarom
deloyaal  te keren tegen de Israëlische samenleving.
Zou hij politieke macht moeten nastreven? Of moet
hij met zijn pen blijven ijveren voor een meer
terughoudend beleid, bvb inzake het bouwen
van nieuwe nederzettingen? 
De ramp met het vliegtuig boven Oekraïne, de gijzeling en moord op Israëlische en Palestijnse jongeren, de raketten op Israëlische dorpen, de bommen op Gaza... het lijkt wel alsof meteen alle ellende van deze tijd is opgesomd, maar of daarmee ook het beeld van deze tijd geschetst is. Hoe belangrijk een en ander mag zijn, de vragen over deze tijd blijven ons bezoeken en het moede hoofd schudden, zal helaas niet helpen.

Bovendien, met vraagt van onze regeringen sterk te zijn tegen de Russen, tegen Poetin de rug recht te houden, maar ook tegenover Israël moeten we stoer zijn, zeggen linkse politici die ooit Israël door dik en dun steunden. Aan de andere kant, aan Hamas wordt weinig gevraagd, laat staan de beschietingen met raketten te stoppen. Actie en reactie en wie nu in het verweer is, wie agressief, het blijft moeilijk vast te stellen.

Hoe kan, vragen mensen zich af, kan men vrede bereiken? De vraag is waarom men de gewapende acties niet kan stoppen. En hoe men eens als broedervolkeren naast elkaar zal kunnen leven. In Israël zijn er vredesbewegingen aan de slag, ook als mensen daarmee zichzelf onbetrouwbaar heten te maken, maar zeker in Gaza wordt het moeilijk mensen te vinden die nog voor vrede willen gaan, zegt men. Want hoe zou men zoiets verifiëren? Maar vrede, zegt men ook, moet eervol zijn, moet de Palestijnse bevolking in haar rechten herstellen of beter nog, eindelijk toelaten een behoorlijk bestaan op te bouwen. Dat klopt en daar moet men dan ook alle aandacht aan besteden. Al sinds mijn kindertijd evenwel konden we boeken lezen van jonge kinderen, die door de al Nakba genoemde, de ramp, betitelde onafhankelijkheid van Israël uit hun huizen werden gedreven en later met jonge Israëli contact vonden. Maar wie probeert de geschiedenis sinds 1948, sinds 1917 en de Balfourverklaring, maar ook andere schikkingen van de Britten die na de oorlog Arabisch land aan de Arabieren wilden geven, te begrijpen botst op een impasse omdat de keuze van de VN om via resolutie 181 het bestaansrecht van Israël te erkennen voor hen, de Palestijnen een miskenning met zich bracht. Men kan vaststellen dat de situatie die men had laten ontstaan, onoverzichtelijk was geworden. Dat de Palestijnen en Arabische leiders beloofden de zionisten, joodse immigranten terug in zee te drijven, mag dan ook geen verrassing heten, maar of men bijna 70 jaar later niet op een vindingrijkere manier tot een stabilisatie kan komen, blijft verbazen. Neen, men kan de haat van Palestijnen begrijpen, zoals men de hardnekkigheid van Israëli kan begrijpen hun land te verdedigen. Maar men kan niet begrijpen dat er, ondanks pogingen aan de basis om het haatdiscours te temperen en te zoeken naar een modus operandi om politiek te bedrijven aan de onderhandelingstafel, niet uit liefde voor de tegenstander, maar terwille van de eigen kring, met het opzet de komende generaties niet weer met de oude twisten en haat op te zadelen.

In Europa gaan betogen voor een van beide partijen, lijkt stoer, maar draagt niets bij aan oplossingen. Sommige mensen vragen zich af waarom de EU geen gewicht in de schaal kan werpen, maar Europa verleent al decennia bijstand aan de Palestijnen, ook voor scholenbouw, ziekenhuizen en noodzakelijke infrastructuur. Hoe het geld aangewend wordt, blijkt van tijd tot tijd tot krantenberichten te zorgen al blijkt bijvoorbeeld het EU-parlement zich wel degelijk bezig met de kwestie, onder meer de ondersteuning van de Palestijnse Autoriteit en de bevolking op de Westelijke Jordaanoever regelmatig in te laten. We moeten begrijpen dat de situatie altijd ook geopolitieke connotaties heeft gehad en dat bijvoorbeeld de Arabische liga en regeringen van Arabische landen vaak meer aangestookt hebben om eigen belangen te dienen dan ten behoeve van de Palestijnen (in ballingschap). Israël verdedigt zich, zoals elke staat hoort te doen en kan niet anders dan dit goed doen, want een nederlaag, zo leerde ik al dertig jaar geleden, is hen niet toegestaan. Het blijft dus moeilijk om zomaar te zeggen, deze of gene heeft het recht voor en de andere dwaalt, is gevaarlijk, onverantwoordelijk.

De Europese Unie zou samen met de VS en andere instanties kunnen proberen de zaak anders te benaderen en de militaire aanpak van beide zijden inperken. Maar er circuleren dezer dagen zoveel wapens en er zijn voldoende mensen die graag wat bijverdienen, dat de Palestijnen altijd voldoende wapens zullen vinden, zoals de raketten waarmee ze geheel Israël kunnen bestoken. De vraag is overigens niet of de oorlog van beide zijden gelegitimeerd is, want daar hebben beide goede antwoorden op. De vraag blijft of ze bereid zouden zijn tot een goede vrede, krijgt intussen geen antwoord.

Intussen worstelen we nog altijd met de dertigjarige oorlog, niet die van de 17de eeuw, maar die van de twintigste eeuw en blijven journalisten over de oorlogsperiode 1914 en volgende jaren spreken, zonder zich om Versailles te bekommeren. Het is inderdaad zo dat de generaals, regeringen en andere besluitvormers toen niet wisten hoe de oorlog zou aflopen, maar het is wel zo dat onder meer Marc Reynebeau ons deze week - in aanloop naar 4 augustus - zal overweldigen met allerlei stukjes over het begin van de oorlog. Omdat hij overduidelijk beseft dat "Sleepwalkers" van Christopher Clark echt wel een benadering biedt die precies de beeldvorming post factum, waarin het Verdrag van Versailles een cruciale plaats inneemt, doorprikt, moet hij die wel vermelden, maar wanneer hij dan bronnen kiest, van de Belgische gezant in Berlijn, die de "oorlogszucht" van het Keizerrijk aan de orde stelt, zou men de vraag kunnen stellen welke berichten diens collegae in Parijs, Moskou, Londen en zelfs de Heilige stoel te vertellen hadden, om Wenen uiteraard niet te vergeten. Reiynebeau kiest zijn bronnen met zorg, dat weten we, maar moet een historicus niet de voorhanden zijnde bronnen goed onderzoeken en dan tot een synthese komen, na grondige historische kritiek? Reynebeau kiest voor een set bronnen, zo lijkt het wel, die zijn verhaal, de Franse lezing van Juli 1914 moeten ondersteunen.

Een van de elementen die Reynebeau dus niet behandelt, luidt: waarom heeft Wenen tot 20 juli 1914 gewacht om Servië ter verantwoording te roepen? En vervolgens, als het antwoord luidt dat Wenen - en Boedapest - het niet geheel eens zijn over de aanpak, dan blijft de vraag hoe Wenen een gedeeltelijke mobilisatie had kunnen uitvoeren, want voor ons is mobilisatie van een leger iets geheel abstracts? De machinerie, de transporten, de logistiek, het lijkt allemaal met een vingerknip geregeld te kunnen worden. Ook voor Marc Reynebeau, zo blijkt. Maar dat Wenen zocht naar een oplossing voor het dilemma dat zich stelde, ligt voor de hand: 1) niet de indruk wekken dat de moord op de erfprins ongemoeid zou blijven; 2) een derde Balkanoorlog vermijden, waardoor Servië en de Zwarte Hand niet nieuwe brandstof zouden vinden voor hun irredentistische politiek. In het verhaal van Reynebeau, over de moord op de erfprins ontbraken die vragen al en eerlijk is eerlijk, ik had Clark niet nodig om tot dat soort vragen te komen. Maar hij bracht wel antwoorden, die tot nu toe in het debat en de herinneringsagenda aan de orde komen.

In bijkomende orde is het de vraag hoe we de posities van de verschillende regeringen kunnen begrijpen? In een stuk in The Economist, dat ik kon beluisteren, was er sprake van het boek van Clark, om de huidige positie van Duitsland in Europa en in de wereld beter te begrijpen. Het stuk eindigde ermee dat Duitsland nu de andere zonde zou kunnen begaan, te weten dat ze nu te weinig haar mogelijkheden zou aanwenden die ze een eeuw geleden zeer daadkrachtig zou hebben aangewend. We mogen dan niet vergeten dat Clark de Duitse diplomatieke positie sinds 1871 bekeken heeft en moest vaststellen dat Bismarck lang een zeer terughoudende positie verkoos, want nadat Duitsland een was gemaakt en de vijanden, vooral Frankrijk begrepen dat het niet zomaar iets tegen Duitsland kon beginnen, wilde de prins niet zomaar de aandacht op zich vestigen; nog ter gelegenheid van de conferentie van Berlijn in 1883 kon ene Leopold II daarvan profiteren om Congo voor zich en voor zijn organisatie in te palmen, opdat het UK en Frankrijk er de hand niet op zouden gelegd hebben. De positie van Frankrijk na 1871 was er een van revanchisme, dat onder meer in de politiek ten aanzien van Rusland en vooral van Servië tot uiting kwam. Sinds François I heeft de Franse Diplomatie wel vaker het devies gehanteerd dat de vijanden van mijn vijanden mijn vrienden kunnen zijn. De strijd van de Weense Habsburgers en het gehele gebied tegen de Ottomanen, iets wat in de Westeuropese geschiedenisboekjes zelden een plaats kreeg, heeft ertoe bijgedragen dat Frankrijk, toen Duitsland eengemaakt was in 1870-1871 met een gigantisch probleem te maken had: een sterke Oosterbuur, terwijl voorheen Duitsland, sinds 1648 een lappendeken van welvarende, maar machteloze kleinstaten was. Toen Duitsland ineens ook nog eens snel bleek te industrialiseren en bijzonder dominant werd op het terrein van de Wetenschappen, was het voor Frankrijk kristalhelder dat ze goede bondgenoten van node had.

Laten we wel wezen, die dynamiek heeft er mee voor gezorgd dat Parijs Belgrado van goedkope, dure leningen voorzag, dat Rusland in de Balkan een eigen politiek kon voeren, maar ook, wat ook maar niet bovengespit geraakt, de Franse en Russische opiniemakers in Europa de indruk wekten en voortdurend aanscherpten dat Habsburg en de Dubbelmonarchie haar langste tijd had gehad, zelfs als men tot het inzicht zou komen dat een veelvolkerenrijk moeilijk te besturen valt, dan nog is die these zeker ook geldig voor Rusland zelf, dat toen een deel van Polen bezette en ook de Baltische staten ingelijfd had. Er waren, onder meer in Tsjechoslowakije wel degelijk mensen die hun eigen nationale identiteit huldigden, met een eigen nationale school in de muziek - Bedrich Smetana is er een mooie vertegenwoordiger van. Men zal dit alles dus met de nodige zorg aan de orde stellen, als het over de maand juli 1914 gaat, want er was veel in beweging.

De weg naar vrede? Soms kan men wanhopen aan de vredeswil in vele delen van de wereld, maar tegelijk is duidelijk dat er nog een massa conflictstof is, die tot binnenlandse conflicten aanleiding geven, waarbij religieuze argumenten en aanhorigheden hun belang hebben. Men zal dus in Europa, dat instellingen vond om de vrede vorm te geven ten gunste van de burgers, best overwegen hoe we dat gewicht van 500 welvarende burgers in de wereldpolitieke arena gaan aanwenden. Dan dient men inderdaad de Duitse slapende reus zachtjes te wekken, zodat het niet (weer) in overdrive zou gaan. Maar wie de geschiedenis sinds 1989 gevolgd heeft en ook enkele discussies kon volgen in Duitsland, begrijpt dat de columnist in The Economist misschien kan overwegen dat Duitsland begrepen heeft dat andere hoofdsteden dan Berlijn een zinvolle actie foro externo nog altijd bemoeilijken. Foro interno zal men dus moeten zoeken naar meer cohesie in het internationale beleid, maar noch Parijs, noch Londen hebben vooralsnog deze gedachte enige aandacht waardig geacht. Duitsland, dat nog maar een enkele keer besloten heeft, onder invloed van Joska Fischer om buiten Europa enige militaire bijdrage te leveren aan een gevechtsmissie, zal zich wel hoeden voor kritiek, zolang zelfs den Haag - in de kwestie van de Oekraïnsche kwestie van het neergehaalde vliegtuig - het bestaat zich zelf op de borst te roffelen, zonder eerst goed overleg te plegen. Duitsland verzorgt, zoals de columnist stelt, goed haar economische belangen binnen en zeker ook buiten de Unie, maar blijft als diplomatieke en militaire actor terecht op de achtergrond. Natuurlijk kan men Lady Ashton verwijten maken over het gebrek aan actie, maar zij had net als Berlijn te maken met lidstaten die een gemeenschappelijk beleid op het internationale forum niet willen, niet accepteren. Lidstaten die lid zijn van de VN-veiligheidsraad, terwijl Duitsland er buiten blijft - om historische redenen begrijpelijk - willen hun rol foro externo blijven spelen, terwijl Europa, Herderiaans, zelfs Kantiaans, kan bijdragen aan een werkelijke vrede voor langere tijd, niet de mogelijkheid krijgt om echt een eigen stem te laten horen. Parijs en Londen? Die zijn doof aan dat oor. Intussen zorgt Polen zelf voor een versterking van de eigen krijgsmacht, zonder dat dit voor de (Vlaamse) media een bron van nieuwsgierigheid kan vormen.

Ik zal me wel vergissen, maar artikelen als die in De Standaard over het begin van WO I laten niet toe het geïnteresseerde publiek tot een genuanceerder inzicht te komen: nog steeds wil de historicus buiten dienst  ons doen geloven dat Duitsland de oorlog begonnen is, terwijl het nog in juli 1914 probeerde aan de tonen dat en vreedzame oplossing mogelijk was. De bezoekers in Moskou, de Franse president Poincarré en zijn minister van Buitenlandse zaken rond 20 juli 2014? Die komen niet in beeld. De rol van Apis? Oeps, dat doet niet ter zake. En ja, binnen Duitsland hadden auteurs als Heinrich Mann veel in te brengen tegen de Keizer en het bestel, maar dat neemt niet weg dat de regering - hoewel minder geneigd zich aan de aansporing tot de terughoudende politiek van Otto von Bismarck te houden - toch niet geheel bereid bleek de oorlog aan te vatten. En nog eens, waarom lezen we niets over Agadir? over de conflicten tussen Moskou en Londen over Perzië, elementen die mee de keuzes van Lord Grey hebben bepaald, waardoor het inderdaad zo was dat Londen in theorie Berlijn wilde steunen bij een mogelijke de-escalatie, maar omwille van een bericht als zou Berlijn Wenen carte blanche hebben gegeven, zou Grey de bestaande bondgenootschappen niet op de proef hebben willen stellen. Londen had met Berlijn wel een discussie over de spoorlijn van Istanbul naar Bagdad, maar tegelijk had het in eerdere kwesties met Berlijn gezocht naar vreedzame oplossingen. Maar het heeft dus niet mogen zijn.

Het is moeilijk, overrompelend om het gehele terrein van de geopolitieke situatie anno 1914 goed te overzien, Christopher Clark reikt een aantal argumenten aan om de oude theorie van de Duitse morele schuld op de schop te nemen, maar er is natuurlijk ook nog eens de onbekendheid met de militaire geplogenheden anno 1914 en hoe chefs van staven met hun mensen en materiaal omsprongen. Ach, we kennen de klacht dat ze hun plannen hadden en dat ze hun oorlogsdoelen goed hadden afgewogen, maar tegen 1916, toen oorlogsmoeheid iedereen leek te bezoeken, waren zij geneigd nog een laatste inspanning te vragen. Pas in 1918 zou de wapenstilstand er komen, maar het werd ook voorgesteld als een overgave vanwege Duitsland, er kwam Versailles en de rest van de Duitse geschiedenis wordt dan ook mee het product van handelingen van derden...

Dat in de nasleep van die oorlog ook het Ottomaanse rijk onderuit ging, dat grote gebiedsdelen mandaatgebieden werden waarover Europese machten zouden regeren, maar dat tegelijk de spanning tussen joodse immigranten in Palestina en autochtone inwoners werd opgebouwd, het zijn andere facetten die tot vandaag doorwerken. Positie kiezen? Het kan, maar wil men rechtvaardig wezen, dan zal men het gedrag van respectieve leiders niet onder het tapijt vegen of vergoeilijken en dan, vrees ik, zal men zich afvragen wie de opgebouwde rancune en haat zal kunnen opheffen? Nelson Mandela kon het voor zijn eigen mensen in zijn eigen land, Vaclav Havel slaagde ook in een fluwelen revolutie, maar dat zijn de grote uitzonderingen.


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten