Brave Little Belgium tendentieus

Dezer dagen

Oorlogsschuld, Versailles en de Bloedlanden
Brave little Belgium

De zeven soldaten die op 30 april 1918 deserteerden en
over de linies trokken naar het bezette België om
de grieven van de frontsoldaten bekend te maken. Wellicht
waren ze verblind door hun eigen strijdvaardigheid voor de
Vlaamse zaak, maar niettemin maakt het deel uit van de
gebeurtenissen aan en achter het front. Het is een van die
aangelegenheden die niet passen in het verhaal dat Canvas
bracht. Er werd over de Frontbeweging gesproken, maar
vooral relativerend, zo niet minimaliserend en dat
zonder goede argumenten. 
Omdat geschiedschrijving ook altijd de eigen tijd minstens impliciet in het vizier neemt, moet men zich afvragen waarom de openbare omroep aan mevrouw De Schaepdrijver carte blanche gaf om een reeks te maken over Brave Little Belgium, terwijl er best andere lezingen mogelijk zijn, zowel over de aanloop tot de oorlog als over de afloop, het verdrag van Versailles. Waarom worden we murw geslagen met een visie, terwijl ik mij niet kan voorstellen dat vakhistorici in dit land allemaal zonder alvast aanzetten tot nuanceren deze lezing aanvaarden. Sophie de Schaepdraver als enige specialiste van WO I, is dat niet schrijnend?

Groot was mijn verbazing toen ik mevrouw de Schaepdrijver afgelopen dinsdag in haar voorstelling van de geschiedenis van WO I, Brave little Belgium, hoorde poneren dat Duitsland niet zo een grote oorlogsschuld opgelegd kreeg, dat het dictaat van Versailles vooral misbruikt is door de nazi's en dat, boven alles, Frankrijk, het UK en de Amerikanen misschien wel een unfaire vrede hadden opgelegd aan Duitsland, maar dat het achteraf bekeken allemaal wel meeviel. Hoezo? Bovendien vergeleek men de Vrede van Versailles met ... het verdrag van Brest-Litovsk, tussen Duitsland en Rusland in revolutie. Die vredesvoorwaarden zouden voor de Russen veel zwaarder hebben uitgepakt. En pittig detail, net toen Lenin Duitsland de vrede aanbood die via geheime gesprekken in Zwitserland voor het vertrek van de revolutionair in een verzegelde trein naar Petersburg, waren de troepen van de tsaar op een aantal fronten in het voordeel gekomen. Alleen belet de persisterende blindheid voor de oorlog in Midden-Europa op zulke aspecten in te gaan.

Mag de VRT dit voorstellen als geschiedschrijving, dan is de vraag of de kijker gebaat is bij deze vertekeningen van het verleden. Over de vraag of 11 november een wapenstilstand bracht, dan wel een overgave van de Duitse troepen kan een meer dan semantische discussie gevoerd worden. Het probleem blijkt erin te bestaan dat die discussie ook implicaties blijkt te hebben voor de visie op Duitsland na 11 november 1918, terwijl op 9 november burgers in Berlijn en elders op straat waren gekomen, zoals Jacques A.A. van Doorn aangeeft, om het bewind van de sociaaldemocraten te steunen tegen extreem-links en tegen de militaire overheden. Ebert en co hebben de orde willen bewaren, maar ook dat valt weer te begrijpen want Duitsland stond op de rand van een revolutie, bevond zich politiek en maatschappelijk in vrije val. Maar over de oorzaken daarvan, was mevrouw de Schaepdrijver minder expliciet. De machtsgreep van Ludendorff en anderen in 1916 hadden zowel de kanselier als de Keizer buiten spel gezet, maar na het mislukte zomeroffensief van 1918 - een bijna gelukte aanval van alles of niets - gaven de militairen de macht terug aan de burgerregering en die mocht dan het puin ruimen, vooral een moreel puin, zo blijkt uit vele geschriften over die periode na de oorlog. Hierbij kan men ook verwijzen naar latere studies, naar het onderzoek van Wibke Bruhns naar de positie van haar grootvader en vader ten aanzien van het Nationalisme en Nationaalsocialisme in de republiek van Weimar en nadien. De uitermate oppervlakkige benadering van de evoluties en ontwikkelingen in Duitsland voor, tijdens en na de oorlog - en als men de schuld voor WO I dan toch bij Duitsland willen leggen is het minste wat men mag verwachten een meer exhaustieve bejegening van Duitsland in politiek, economisch en cultureel opzicht, dan in de televisiereeks aan de orde kwam - laten inderdaad niet toe de directe link tussen Versailles en Nurnberg te leggen, tussen de opgelegde vrede en de Landdagen na 1933. Maar de houding van "le tigre" Clémenceau, de Franse premier, had toch ook meer elucidatie oftewel opheldering verdient.

Het meest schokkend, mijnerzijds was dat mevrouw De Schaepdrijver nergens repte over de bezetting van het Ruhrgebied van 1923 tot begin 1925, waaraan België een bijdrage geleverd heeft. Ook al zegt ze, met een gesprekspartner uit Oxford dat de Britten en Amerikanen naderhand de vrede van Versailles naderhand unfair hebben bevonden en er metterdaad, via tussenkomsten van de VSA versoepelingen werden doorgevoerd. De oorlogsschuld werd op 132 goudmark vastgesteld, maar de omrekening naar actuele euro's lijkt een probleem, want 70 miljoen euro zou voor Duitsland met actueel een BNP van 3.322 miljoen dollar inderdaad een schijntje zijn. De goudmark verloor in de grote inflatie van 1923 uiteraard niet aan waarde, maar het was een rekenmunt geworden, terwijl het courante geld onvoorstelbaar aan waarde verloor. De vraag is en blijft hoeveel de terugbetaling van die 132 miljoen goudmark, exclusief de rente dan wel zou bedragen voor het jaarlijkse budget. Bovendien, zoals al aangestipt was Frankrijk zelfs zo gebeten op Duitsland dat het in 1923 de achterstallige betalingen wilde gaan innen in het Ruhrgebied. Deze gevolgen van het verdrag werden niet in kaart gebracht door mevrouw de Schaepdrijver. De afspraken werden na de bezetting door Frankrijk en België van het Ruhrgebied op initiatief van de VS vervangen door een nieuw plan, waarbij het Franse opzet, Duitsland helemaal te kraken terzijde werd geschoven. Amerikanen zouden Duitsland opnieuw geld lenen en de herstelbetalingen werden beperkt tot eerst 1 miljard en later tot 2,5 miljard goudfrank, maar in 1929 werd het plan Dawes vervangen door het plan Young, want het bleef moeilijk om de bedragen op te brengen.

Maar wat uit het gesprekje met de historica van Oxford nog meer opviel was dat de beide dames de psychologische aspecten volkomen negeerden: 1°) is het normaal dat een land niet bij onderhandelingen over vrede betrokken werd en achteraf gewoon maar een handtekening had te zetten? 2°) Kan men het Duitse bevolking en opiniemakers verwijtend dat ze geen vrede hadden met die vrede van Versailles? Voor de historicae was het duidelijk, Duitsland had, zoveel is duidelijk elk moreel recht op consideratie verloren omdat het de oorlog begonnen zou zijn. En de klachten achteraf van Hitler en co? Die waren uiteraard pure uitvindsels. Het is mij hier niet te doen om de heer Adolf Hitler vrij te pleiten van wat dan ook, mij gaat het om de ronduit eenzijdige voorstelling vanwege mevrouw De Schaepdrijver. Men zal haar niet horen spreken over Walter Rathenau, vermoord in 1922,  maar ook de moorden op Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht moeten vermeld worden, naast het ontbreken van een ernstige poging de situatie in Duitsland te onderzoeken. Dan is er nog het beleid van Stresemann... kortom, wie dieper op de zaken ingaat, zal merken dat de geschiedenis na 1918 niet zo eenvoudig te interpreteren valt als men denkt. Bovendien, vergeet men zich af te vragen waarom men in Parijs zo gebrand was op die herstelbetalingen - Parijs moest ook leningen aan de VS terugbetalen - en bovendien kan men zich nog altijd ook afvragen waarom in Versailles het volkerenrecht noch het gewoonterecht niet gerespecteerd is geworden.

Het komt er dus weer op aan dat de historicus voor een berg van feiten staat en moet proberen de samenhang, eventuele correlaties en het verhaal van actie en reactie te herkennen. De Fischer-Controverse die in de Bundesrepublik ontstond over de these dat Duitsland inderdaad de Alleinschuld zou aanvaarden, is niet vrij van implicaties over Weimar en het Nazisme, maar tegelijk kan men 60 jaar later niet zomaar bij die afhandeling ophouden, want er is natuurlijk het Elysée-vriendschapsverdrag, er is ook een nieuwe geopolitieke realiteit ontstaan. Voor historici is het dus zaak, meen ik, te aanvaarden dat de oceaan van feiten doorploegd wordt en dat wat relevant is in de ene zin, de "Alleinschuld" maar ook in de andere, wat Christopher Clark heeft betracht in zo samenhangend mogelijk verhaal gebracht wordt. Eventuele inconsistenties kan men niet zomaar wegmoffelen. De vragen gaan dan niet enkel over de vraag of Duitsland voor 1914 een Hegemonialpolitik bedreef, zoals men zegt, dan wel of men, ondanks een luide roep om grotere assertiviteit vanwege Duitsland - wat in de pers en allerlei vaderlandslievende organisaties aan de orde was - in de feiten de buitenlandpolitiek van Otto von Bismarck bleef volgen, dat wil zeggen terughoudendheid aan de dag werd gelegd, zoals in de eerdere Balkanoorlogen. Het beeld blijft dan wel diffuus, maar niettemin kan men vaststellen dat in de Agadirkwestie Duitsland achter de feiten aanliep om de afgesproken neutraliteit van Marokko al lang door de Franse politiek achterhaald was.

Het blijft overigens verbazingwekkend dat men in dit land niet of nauwelijks spreekt over de politiek van Parijs, van de president, Poincaré en het ministerie van Buitenlandse zaken, het Quay d'Orsay, gelegen aan de Quay d'Orsay, voor 1914 en dat men aan de Franse these dat het "lafhartig" werd aangevallen door het keizerrijk voor de eeuwigheid blijft vasthouden. De zegevierende naties hebben inderdaad deze these kunnen doordrukken, ook in de artikelen van het verdrag van Versailles, maar het is aan historici net dergelijke voorstellingen te onderzoeken en te weerleggen. De houding van Parijs voor 1914 verdient aandacht, ook al omdat het in de Franse samenleving blijkbaar nogal buiten beeld bleef, vanwege de impliciete consensus, mag men veronderstellen, dat Parijs nog steeds op revanche uit was voor de ramp van 1870, toen Louis-Napoleon zijn keizerskroon en 's lands glorie verloren zag gaan. Hoe diep de nederlaag van Sedan er heeft ingehakt, mag blijkbaar niet meer aan de orde komen. Het is me altijd opgevallen dat de gevolgen voor de Franse politiek van die nederlaag nooit goed aan de orde zijn gesteld. In feite kan men, wat het publieke forum en de brede media betreft spreken van een volslagen mutisme. Dat dit resulteert in een verder zwijgen over de politiek ten aanzien van Duitsland tussen 1870 en 1914, ten aanzien van Servië en Rusland, zelfs over het staatsbezoek van 20 juli door president Poincaré aan Petersburg, mag ons niet ontgaan.

Hiermee hebben we niets gezegd over de schendingen van het oorlogsrecht door de Duitse troepen in 1914 en later, over de Flamenpolitik, evenmin, maar wel meen ik dat de wijze waarop de afgelopen weken en maanden over Wereldoorlog I is gesproken en daar heeft mevrouw de Schaepdrijver een grote bijdrage geleverd, voor historici van een bedenkelijk niveau is: 1°) de oorlogsdrang van Duitsland in juli 1914 was beperkt, want men was nog niet klaar voor een grootscheepse actie in het Oosten; 2°) Oostenrijk-Hongarije had na 28 juni weinig opties, maar wachtte hoe dan ook lang voor het Servië zou aanpakken; 3°) de buit voor het irredentisme van Servië was groot want Groot-Servië werd een feit na 1918 en dus kan men zeggen dat de werkelijke agressor gezegend werd met een aureool van legitimiteit.

Dat we de afgelopen weken geen bericht hebben gehoord over de krijgsverrichtingen in Silezië, Galicië, Polen en dus niets over de strijd tussen Rusland en enerzijds Oostenrijk-Hongarije en anderzijds Duitsland, mag ook niet onvermeld blijven, want hoogstens hoorde ik een vage echo over Tannenberg, een al even bloedige als iconische veldslag. De these van mevrouw de Schaepdrijver dat de oorlog in België en aan de Franse fronten werd gewonnen, komt mij dan ook bedenkelijk over. De oorlog over twee fronten heeft Duitsland uitgeput, maar Duitsland was nog geen slagveld geworden, want geen Franse, Britse of Amerikaanse soldaat had Duitse grond betreden. De voorstelling van de Fransen van de overgave was dan wellicht van propagandistische aard, maar daar moet een historicus toch doorheen kunnen kijken.

De reden waarom ik er tot in de treure tegenin meen te moeten gaan, dat beeld van het alleen aan de oorlog schuldige Duitsland moet men niet zoeken in een beate verering van het land, diens keizers en andere grote figuren, maar komt voort uit een zekere zorg, komt voort uit een hygiëne van het historisch denken: na WO II werden de gruweldaden niet vergeten, maar men deed weinig moeite de eigen nationale geschiedschrijving te onderzoeken, op Duitsland na, waar Fritz Fischer een poging ondernam de Alleinschuld historisch te onderbouwen, wat in Frankrijk niet van de grond leek te komen, onder meer door handig om de kwestie van de Franse politiek in Servië en Rusland heen te fietsen. Overigens vermeldt mevrouw de Schaepdrijver die these wel, maar niet de visie van Golo Mann en anderen, want die waren uiteraard te nationalistisch.

Die ene kwestie die we nog behandelen willen is dan weer een intern Belgische, namelijk het feit dat mevrouw de Schaepdrijver niet spreken wil over de heldenguldezerken, ontworpen door Joe English, niet over de "Geheime Frontbeweging" en over het activisme, noch over sublieme deserteurs. Men kan, honderd jaar later, sine ira et studio over deze fenomenen en gebeurtenissen spreken, hoop ik dan toch. Men kan 100 jaar later ook wel het verschil zien tussen die frontbeweging, de politiek rond de Gentse universiteit en de nogal doldwaze onderneming in Berlijn de Onafhankelijkheid van Vlaanderen te gaan verkrijgen, terwijl de Vlamingen in bezet gebied van alles te vrezen en te lijden hadden. Maar niettemin, dat grote zwijgen van mevrouw de Schaepdrijver maakt het beeld van WO I fataal onvolledig en dus in wezen onbruikbaar. Dat er bij de openbare omroep, dat academisch historici hier te lande geen enkele aanleiding laat staan een medium vinden zou zijn om hun visie op de feiten en de grotere samenhang openbaar ter discussie te stellen, blijft mij bevreemden.

Ook David van Reybroeck sprak over de oorlogsherdenkingsindustrie maar verder blijft ook hij op de vlakte als het over de samenhang tussen de oorlog en de verdere Belgische politieke maar ook culturele geschiedenis. Overigens, ook als het over Europa gaat zien we vandaag bij Vlaamse academici weinig aanzetten om zich in het publieke debat te mengen over de toekomst van de Europese gedachte, terwijl zowel Henri Pirenne als François-Louis Ganshof daar wel hun bijdrage toe leverden. Meer in het algemeen blijft ik mij verwonderen over het feit dat we er niet in slagen een begin te maken met aandacht voor de oostelijke fronten, daar waar Rusland vocht tegen de centrale mogendheden en hoe dat is verlopen. Met vermeldingen over Tannenberg en Brest-Litowsk kan men niet volstaan, te meer, denk ik, omdat nu de solidariteit tussen de centraal-europese lidstaten van de Unie en het oude Europa meer dan een kwestie van lippendienst is geworden. Helaas, hoe het was, hoe het ging, blijft in de "berichtgeving" nagenoeg geheel achterwege. De gevolgen van de oorlog voor Midden-Europa, aldus mevrouw de Schaepdrijver en vooral van het Verdrag van Trianon waren desastreus... maar blijkbaar minder voor hen dan voor het oude Westelijke Europa.

Een besluit moet zijn dat de Vlaamse media zich bijzonder enggeestig vastpinnen op het Vlaamse Front, waarbij het slachtofferschap gehonoreerd wordt, maar over daderschap, ook van de latere winnaars, spreekt men niet. Ook de rol van Nederland als neutrale staat zou best meer aandacht krijgen, want die positie was voor den Haag niet evident, maar tegelijk blijkt er al bij al wel nogal wat verkeer geweest te zijn tussen het bezette land en Nederland. Kan men niet alles in een keer te berde brengen, dan blijft het zo dat de visie die mevrouw de Schaepdrijver in de reeks "Brave little Belgium" aankaartte zeer getuigde van partijdigheid en dat men niet bereid bleek de discussie over het verdrag van Versailles zelf te voeren, ontgoochelt mij ronduit. Deze eenzijdige lezing miskent de intelligentie van de Vlaamse kijker en miskent evenzeer de politieke realiteit die na 1949 en vooral sinds 1989, ontstaan, geschapen is, waardoor we de reeks als, helaas, waardeloos moeten afserveren. Klinkt het cru, dan hoop ik vooral dat men hieruit niet begrijpt dat men bijzonder germanofiel moet zijn om die lezing van mevrouw de Schaepdrijver tegen het licht te houden, maar de bekendheid met feiten voor, tijdens en na WO I daartoe nopen.

Het enige punt waar ik volmondig de visie van mevrouw de Schaedrijver deel is dat het niet om een absurde oorlog ging, want de hoofdsteden en de chefs van staven hadden militaire en politieke doelen die door Versailles, Trianon en de andere verdragen ook deels werden bereikt. Maar de wijze waarop de militairen de doelen wilden realiseerden, moet ons nog altijd tot nadenken stemmen, maar net omdat dit aspect, de wijze waarop men niet spreekt over de werkelijke kost van de oorlog, de productiebeperkingen en -mogelijkheden aan de zijde van de respectieve belligeranten kan men de gruwelijkheid, ook aan de zijde van de Fransen en de Britten niet goed ter sprake brengen. Met John Lukacs kunnen we evenwel alleen maar tot de conclusie komen dat de chefs van staven niet altijd even grandioos bleken en dat mag men dan wel absurd noemen. Maréchal Foch verloor zijn plein in Leuven, maar men had er beter een bordje gehangen over de beperkte kwaliteiten van deze hoge officier. En tot slot, niets over het "Jusqu'au-boutisme" van de Fransen en zelfs van de Britse soldaten: "er zijn er al zoveel dood, nu moeten we overwinnen", want ook dat droeg bij tot de voortdurende slachting.

Elke poging over WO I te spreken in een vrij oppervlakkig kader, laat zien dat men de geschiedenis geen recht doet, omdat een historicus de feiten niet in een mal aan de eigen wensen kan aanpassen, maar werkelijk moet afwegen. Er bestaan interessante voorbeelden, zoals Simon Shama laat zien over het Jodendom, maar ook op de Nederlandse televisie waren er enkele mooie reeksen die de geschiedenis meer recht deden. Natuurlijk zijn er altijd thema's die het zelfbeeld in het gedrang kunnen brengen, zoals Nederland nog altijd blijkt te worstelen met de slavernijgeschiedenis en de politionele acties in Indonesië na WO II, om de oude koloniale macht te herstellen. Ook wij hebben van die donkere bladzijden, maar ik heb de indruk dat sommige ervan met grotere gretigheid onderzocht worden dan andere..

Bart Haers




Reacties

Populaire berichten