markt van de literaire fictie aan krimp toe

Brief

Over de relatie
van schrijvers en hun publiek

Brugge, 13 augustus 2014

Beste schrijvers, auteurs, artiesten

Claude van de Berge, een auteur van eerder hermetische
maar toch bevlogen boeken uit een tijd toen de
experimentele roman nog een bestaansreden had. Ooit werden
in "Ons Erfdeel" nog wel recensies gewijd aan zijn werk,
nu lijkt hij alleen nog bij een beperkte kring enige
aandacht te krijgen. Zo een schrijver verdient
dan ook aandacht. Drie jaar lang kreeg ik ook
dictielessen van hem en leerde ook hij ons
een eigen manier van denken, die later door
mij kritischer bejegend werd, maar die wel weer
andere deuren opende...
Misschien was u wat ontgoocheld dat ik u en uw werk wel wil waarderen, maar u niet puberaal vereren, beaat verheerlijken wil, maar dat heeft ermee te maken dat ik al sinds mijn jeugd een fervent lezer ben, maar dat auteurs vaak, wanneer ze in de media kwamen, onvoorstelbare hansworsten, beunhazen bleken. Bovendien kon ik niet overweg met de wijze waarop recensenten over boeken spraken, want nu te bot dan te zot, maar ook auteurs verheerlijkten, die bij nader inzien niet veel voorstelden en soms merkwaardige dames en heren gewoon negeerden. Heeft het met smaak te maken, dan vooral ook een soort spel van ons kent ons. En dan gaat de goede smaak gemakkelijk naar de verdoemenis. De doodsteek aan mijn naïeve geloof dat auteurs bijzondere mensen zouden zijn, gaven de jonge goden, die rond 1983 plots te voorschijn werden getoverd, Herman Brusselmans en Tom Lanoye, maar die van de weeromstuit zo prominent in de media kwamen, dat er geen ruimte meer leek voor andere auteurs.

U zal begrijpen, hoop ik, dat geleidelijk ook de houding van sommige mediamensen met auteurs wel eens voor enige wrevel ging zorgen omdat men te vaak dezelfde mensen in het zonnetje zette en andere gewoon negeerde. Dat maakt dat ik als lezer met - toegegeven - een smaak die niet altijd de hypes volgend eigen voorkeuren ontwikkelde, er mee toe bijdroeg dat het eren van auteurs niet altijd een gemakkelijke zaak is. Ik herinner mij een viering in het conservatorium te Gent voor Hugo Claus, in 1994 moet dat geweest zijn, waar ik na korte tijd het op de zenuwen kreeg van de ceremoniemeester Josse de Pauw en van de andere performerende auteurs, want niemand leek voor het publiek te spreken, maar slechts voor de eigen club. Nu kan u zeggen dat dit oude koeien zijn, maar pas later merkte ik dat met deze festiviteiten nog iets anders aan de gang was: men ging het auteursgild steeds verder beperken tot enkele namen, enkele personen en alles wat er niet bij lijkt te passen werd genadeloos afgevoerd. Nu heb ik met auteurs als Jos van de Loo en Ward Ruyslinck nooit veel affiniteit gehad, maar er waren er toen andere, die men gewoon in de reserve zette, zowel in Nederland als in Vlaanderen.

Nu vraagt u zich wellicht af, wie er voor mij door de beugel kan, maar dat lijkt me niet de kwestie, want als ik al affiniteit voel met auteurs, dan omwille van de waardering voor hun werken. Annelies Verbeke mag voor mij best een beetje meer aandacht krijgen, maar er zijn er nog. Alleen, moet ik zeggen, er zijn er weinig die ik nu echt zo kan waarderen dat ik mij een fan kan noemen. Nelleke Noordervliet voor haar historische werken en aandacht voor het denken, Robert Anker, met "een soort Engeland" en Joris Note met "tegen het einde" vond ik in deze het vermelden waard. Het is natuurlijk zo dat je niet elke roman goed kan vinden en dat een lezer soms wat hyperkritisch kan zijn. En toch, met in gedachten altijd weer een aantal klassieken, zal het lezen van hedendaagse romans er ook niet eenvoudiger op worden, al laat ik me wat graag inpakken.

Hier begint het moeilijke punt, denk ik, want het valt te vrezen dat we als lezers rondjes maken in de wereld der schone letteren, waar de auteurs soms zelf geen ahnung van hebben. Ik bedoel dat het met een hedendaagse auteur niet altijd gemakkelijk spreken is over literatuur, omdat ze bijvoorbeeld een werk van Didier van Cauwelaert, "La femme de nos vies" niet gelezen hebben, niet kennen, terwijl ze maar matig vertrouwd zijn met bijvoorbeeld Felix Timmermans of Richard Powers. Thomas Barbier schrijft me dat ik Tongkat van Peter Verelst zou moeten lezen. Wel, ik heb het geprobeerd, maar ik kon er geen leesgenoegen in vinden. Intussen las ik "Ongeduld" van Stefan Zweig, Fraulein Else van Arthur Schnitzler en uiteraard van Laurence Sterne, A sentimental Journey to France and Italy. Om eerlijk te zijn is dit slechts een heel kleine greep uit mijn geheugen, waarbij telkens bepaalde beelden, vaker nog stemmen zijn blijven hangen. Als ik deze namen noem, valt er een genante stilte. Maar kom ik er rond voor uit dat ik behalve "Der Tod in Venedig" en vooral "Der Erwählte" zeer heb genoten, dan merk ik wel eens enige meewarigheid, om nog te zwijgen van mijn fascinatie voor het werk van Saramago en zeker Tolkien. Vooral die laatste, die zowel taalkundig een groot scheppend vermogen aan de dag legde - schiep hij niet eigenhandig nieuwe talen? - maar ook verhaaltechnisch soms complexe verwevenheden wist uit te werken, dan is de hoon gauw mijn deel. Ik denk dat men niettemin in mijn waardering voor deze auteurs kan merken dat mijn smaak - en niet enkel de mijne - doorheen vele jaren grondig is ontwikkeld en dat vele aspecten van de roman als algemene term en van de verschillende subgenres mij vertrouwd genoeg zijn. Toch kan men, ondanks het feit dat ik nog steeds de ouwe Goethe weet te waarderen en Couperus een bijzondere plaats in mijn bibliotheek en in mijn geheugen behouden heeft, maar... jawel, de catalogus is dan wel niet eindeloos maar toch vrij uitgebreid, want ook Franse en Amerikaanse titels, Spaanstalige ook, maken dat het vinden van leesplezier niet altijd vanzelf gaat.

En toch vind ik het belangrijk dat vandaag romans van deze tijd geschreven worden, zoals Richard Powers mij met "het zingen van de tijd" maar ook met "Generosity, an Enhancement" wist te raken, terwijl ander werk voorlopig niet zo op mijn systeem wist in te werken. Tja, de lezer is nukkig, kortzichtig... en eigengereid. Maar zonder nieuwe literatuur zou de wereld er heel wat triester uit zien, valt te vrezen. En daar zal het dus om gaan, dat we ook vandaag ons niet laten wegzetten met de idee dat verhaaltjes en verzinsels geen betekenis hebben. Of dat we genoeg hebben aan de realiteit. De romankunst was al langer een dooie mus volgens sommigen, maar telkens weer verschijnen er nieuwe werken die onze aandacht weten te vangen.

Waar zou het toch aan gelegen zijn dat men in de media het onderscheid tussen spannende lectuur - misdaadromans - en literatuur niet meer kan maken. Levendig herinner ik mij hoe moeizaam ik in de wereld van de "Gebroeders Karamazov" -die oude titel blijft toch beter bekken - kon betreden, omdat er zoveel aan de orde komt, bruutheid en vroomheid, leugen en authenticiteit, verzopen figuren en krachtige eenvoudige mensen. De roman geeft pas bij het lezen haar geheimen prijs en een kort samenvatting of het aangeven van een thema lijkt niet goed mogelijk. Literatuurwetenschappers en het maken van boekbesprekingen op school hebben me altijd weer op het spoor gezet van een literatuur die ontsnapte aan de gemakkelijke schema's, want ik vond dat en vindt nog steeds dat zelfs een korte novelle zich niet altijd samenvatten laat en toen ik de lezing van Karel van het Reve las over literatuurwetenschap als een bouwdoos van de verhaalkunst, zonder zich met de inhoud en de opzet van de auteur in te laten, was het me duidelijk dat het gesprek over literatuur wel zou stilvallen als de literatuurwetenschappers het in de letteren voor het zeggen zouden krijgen. En helaas lijkt dat ook zo gegaan te zijn, want in het recensiewezen lijkt de schraalheid een alibi voor de objectiviteit geworden, want we weten niet meer of we een roman mogen prijzen en als dat zo is, komt dat meestal omdat een of andere checklist is afgewerkt.

De roman Blindgangers van Joke Hermsen werd weggezet omdat er teveel ideetjes in de ideeënroman verwerkt zouden zijn. Sommigen wijzen "Bruges-la-morte" af, omdat het een bric-à-brac zou wezen van teveel elementen. Wat dan te denken van  al die romans die ons voortdurend onderhouden met allerlei verhaallijnen die pas aan het einde met elkaar verzoend raken, al is niet altijd duidelijk hoe de auteur het doet? De eenheid van handeling is immers geen vereiste voor de roman, de eenheid van tijd en van plaats nog minder. Maar wat nog het meeste opvalt bij recensies in de brede media blijkt het gebrek aan aandacht voor de inventie te zijn. De inventie, dat is de vondst die een verhaal een zekere urgentie geeft, zoals Baudolino van Umberto Eco, maar ook Willy Spillebeen had een gelukkige greep toen hij het verhaal van de reizen van Willem van Rubroeck in het rijk van de Khans nog eens te boek stelde en aan de vergetelheid onttrok. Het blijft opvallen dat we dit soort romans in de pers maar matig ontvangen vinden, terwijl andere romans met het grootste gemak gepimpt worden. En toch slaagt een filosoof, Ad Verbrugge erin er een mooi over te schrijven, maar driewerf helaas, er komt geen recensie in de Vlaamse media.

Neen, want in feite heeft men het niet voor filosofen die zich niet links van het spectrum plaatsen of niet op de een of andere manier met de vrijzinnige kerk te verbinden valt. Tinneke Beeckman en Alicia Gescinska krijgen wel enige aandacht, krijgen ook de ruimte om interessante ideeën te poneren, maar ik ben benieuwd of het boek over Karol Wojtila in de Vlaamse pers weerklank zal krijgen. Vlaamse historici, die zich niet laatdunkend uitlaten over de Vlaamse Beweging, de Vlaamse emancipatie en de cultuur in Vlaanderen tijdens de Middeleeuwen, Nieuwe en Nieuwste Tijden, maar ook tijdens de hedendaagse geschiedenis komen ook al niet aan bod. Men kan veel zeggen, maar dat Vlaamse academici wel degelijk proberen hun bijdrage te leveren aan het publieke debat, blijft in de media onopgemerkt. Wat aan bod komt? Datgene wat het bestaande beeld bevestigen kan en nu dus, tja, allerlei boeken over den groten oorlog. Helaas, driewerf helaas, er zijn maar weinig historische werken dezer dagen die de gevolgen voor de samenleving, de invloed op de inzichten bij de toen reeds uitgebreide schare intellectuelen bestuderen. Ook hier weer vigeert een lethargische houding. Daarom kan dan men toch genieten van enkele goede schrijversbiografieën, die vaker dan men denkt een venster openen op een wereld waar we inderdaad nieuwsgierig naar kunnen zijn. We zijn dus inderdaad overgeschakeld van het debat over literatuur in enge zin naar wat men heden ten dage de non-fictie noemt, ook weer zonder verder kwalitatieve distincties te willen maken. Een studie van Erich Fromm over de vrijheid, een werk met hetzelfde onderwerp van Peter Bieri? Het blijft oorverdovend stil. Behalve als men elementen uit zijn roman niet kan begrijpen zonder aan zijn filosofisch werk te refereren.

En toch zal ik maar best verdergaan met de betekenis van de de roman, zonder de novelle en de kortverhalen over het hoofd te zien, want de vraag blijft hangen: hoe kunnen we zinvol over deze tijd schrijven? Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier vormt een goede aanzet, maar ook Richard Powers deed een aardige poging met "Generosity, an Enhancement". Ik denk dat niemand kan vragen aan schrijvers kan vragen iets over een of ander onderwerp te schrijven, het hangt van de inventies af. Als ik Joost Van de Casteele bezig hoor, dan denk ik wel eens dat ik er best eens een roman van zou lezen, of Saskia de Coster, maar tegelijk, ik moet het toegeven, is er een zekere schroom, dat ik de romans niet naar waarde zal schatten. Waarom dat zo is?

 Het probleem lijkt te zijn dat de wijze waarop via blurbs en recensies de boeken aangeprezen worden, net omwille van een lange omgang met recensies en mensen die ons voorhouden welke boeken we moeten lezen. Laten we wel wezen, vaak schiet men naast doel, want het boek, waarover men het hebben wil krijgt zelden de waardering die het verdient en dat geldt vaker voor essays en wetenschappelijke publicaties.

Nu ik er aan denk, de roman "Goede Mensen" van Nir Baram, dat gaat over twee buitenbeentjes, een in het Duitsland van Hitler, een in het Petersburg van Stalin en beide voelen zich gedwongen zich met het systeem in te laten om te overleven en uiteindelijk, ondanks de overtuiging die ze hebben, dat ze erin slagen, gaan ze ten onder. Maar de roman is tegelijk, er langer over nadenkend, een verhaal van hoe een samenleving door de vestiging van een ander regime ook cultureel en psychocultureel kan veranderen. Die schets vinden we ook bij Anna Seghers en zelfs in bespiegelingen van Victor Klemper's wetenschappelijke studie over de verandering van de taal in het Derde Rijk LTI. Maar Baram is Israëli en neemt ten aanzien van Nethanayu een positie in die niet ver afwijkt van wat hij in zijn roman beschrijft, namelijk de onmogelijke kwestie hoe men in Israël kan leven zonder gedwongen te zijn in de aanname mee te stappen dat er een hemelsbrede kloof is tussen de Israëli en de Palestijnen, wat dus zonder meer racistisch moet heten.

Romans kunnen maar iets betekenen als ze in een gegeven context inderdaad de posities op scherp zetten, niet zoals in het Jezuïetentheater of de sociaal-realistische publicaties uit de Sovjet-Unie, maar werkelijke pogingen inzichten aan te dragen die mensen raken. Don Quichote of "Goede Mensen", De Buddenbrooks of "Adelaïde", maar ook "Vissen Redden" en "Het licht op de stenen", hebben een eigen betekenis, soms kan die na verloop van tijd aan urgentie verliezen, maar vaak blijven ze levendig tot de verbeelding spreken en het denken inspireren. Daarvoor moet men de echt goede auteurs dankbaar zijn. Maar romans zijn niet de enige vorm die daartoe bijdragen, ook gedichten, zelfs filosofisch werk en daarom moeten we de brede media ertoe aanzetten auteurs én vooral hun werken meer aandacht te besteden. Meer essays over literaire en andere werken zouden helpen. Maar ook wij lezers moeten er dan de tijd voor nemen.

Het is tot slot helemaal de gewoonte dat mensen zeggen dat een of andere titel het beste boek is dat ze ooit gelezen hebben, of een top 3, top 10 of zelfs top 20 kunnen geven, maar misschien kan je dat nog als je pas begint te lezen, eens je echt gaat lezen ontdek je snel dat het beste boek, de beste auteur of het laatste boek was dat je las, dan wel een of andere nostalgische herinnering. Maar je kan natuurlijk voorkeuren hebben en die worden dezer dagen vaak in de media met toeters en bellen aangebracht. Aan de andere kant, er verschijnt ook heel veel en we hebben een redelijke kijk, op wat ook bij  de buren verschijnt, zodat het aanbod bijna onoverzichtelijk is. Een roman van Hans Fallada, de drinker, kwam mij voor ogen toen ik vernam dat Robin Williams overleden was. Die man had hij moeten spelen in een verfilming, niet omdat zijn dood, van de acteur iets heeft van de dood door het drinken van sputum van tbc-patiënten mij in gedachten kwam, maar wel omdat hij de enige acteur was die kon verbeelden wat Hans Fallada ons wilde vertellen: ongemerkt kan een mens zichzelf vernietigen, althans voor zichzelf. Maar goed, over zo een roman valt nog veel meer te vertellen. Bij afnemend licht valt veel op dat in het volle daglicht niet gezien wordt. Velen verklaarden de roman al dood, maar voor lezers kan een roman niet zo gemakkelijk verdwijnen, want we dragen er wel een en ander van mee, zeker als we die unieke literaire ervaring mochten beleven, maar daarover zal het in een volgende brief moeten gaan: wat lezen vermag? Wat de verscheidenheid aan lectuur van literatuur brengen kan, komt ook aan de orde.

Valete

Bart Haers




Reacties

  1. Sommigen vinden dit soort teksten je reinste opschepperij. Het zij zo. Het gaat erom dat er van het literaire debat, van het publieke debat niet veel overblijft. Het gevolg is dat men liever over de billen van Jenifer Lopez spreekt, of Betty boobs, maar in werkelijkheid niet wat men zal doen. En dat verwondert mij altijd weer. Maar ja, over kunst spreekt men niiet, over literatuur evenmin. Beste anonieme vriend of vriendin, ik schrijf deze blog, zoals ik het doe en om de redenen die ik ervoor heb. Als het u maar niets lijkt dan hoeft u daarom nog niet het volgende in te tikken:

    Zou u de titel van uw blog niet beter wijzigen in “Bartje weet alles altijd beter” (lees : wat ben ik, Bartje, toch geniaal en wat zijn jullie toch allemaal dom).

    Discussie voeren zonder content gaat ook niet gemakkelijk, lijkt me.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Oh ja, ik vergat nog de onvergetelijke uren te melden, dat ik Anne de Vries verslond, of beter diens boeken, van "de man in de jachthut" over "Reis door de Nacht" tot en met Bartje en Bartje zoekt het geluk.... maar vindt het niet direct

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten