Slachtoffers weerbaar maken, niet bemoederen

Dezer Dagen

Solidair met de oorlogsslachtoffers
hoe onze aandacht verdelen

In mijn jonge jaren vernam ik wel eens iets over
de strijder voor mensenrechten, burgerrechten
in Tsjecho-Slowakije. Maar pas later kwamen de
vele facetten van dat optreden op de voorgrond.
Een ervan was dat hij dan wel een slachtoffer
van een naar regime was, maar zich niet als
slachtoffer opstelde, doch medestanders zocht en
vond. En toch moest hij ook als president nog
spitsroeden lopen, naar aanleiding van zijn
uitspraken over de verdrijving van de
Duitstaligen uit Tsjechië na 1945.
Er woedt oorlog en er vallen slachtoffers, die we vanzelf als onschuldig buiten verdenking stellen. Uiteraard is dat zo, maar het is niet altijd zo gemakkelijk dat beeld in stand te houden. Moeten we met de Syrische christenen, de Iraakse christenen solidair zijn? Ja, alleen, wat er allemaal speelt is niet geheel duidelijk. Intussen krijgt Erdogan in Turkije steun van ... de Koerden, die decennialang gestreden hebben tegen de erfenis van Attaturk. De kinderen in Gaza, dat staat buiten kijf, zijn onschuldig, maar de mannen en vrouwen die ons telkens als er zo iemand in beeld komt vertellen dat ze de strijd van Hamas steunen, kan men dan nog onschuldig zijn?

Intussen zitten we in de knel van de herdenkingen van WO I, dat wil zeggen, we herdenken het verhaal dat ons sinds decennia is voorgehouden en wat België betreft, zal er niet zo heel veel op af te dingen zijn, maar het gehele verhaal van WO I oogt naar mijn inzicht altijd schraal, net omdat we ons op de westelijke fronten baseren.

En dan is er in Oekraïne een oorlog aan de gang die voor Europa doorslaggevend zou moeten zijn zich als eenheid te gedragen tegenover een Rusland dat na jaren van politieke en economische chaos onder Poetin een nieuwe weerbaarheid heeft gevonden. Maar zijn de mensen in Donjestk alleen maar slachtoffers? Die vraag moeten we ook stellen. Niet om mensen te beschuldigen, maar om de dynamiek van de gebeurtenissen beter te begrijpen. Ook zal men zich afvragen of journalisten die bij een warenhuis in die stad oudere dames met elkaar laten twisten wel een redelijk en afgewogen beeld ophangen van wat deze mensen beweegt. En kunnen deze mensen in vrijheid spreken?

Ten gronde komt dan een andere vraag bovendrijven, een vraag die we graag aan experten overlaten, maar waar niemand zich ontslagen van achten kan: hoe handelen we als burgers?

De discussie tussen het Joods tijdschrift Joods Actueel en de mensen die nu zeggen dat Israël haar historisch krediet zou hebben opgebruikt, blijft merkwaardig. Niet omdat men elkaar verwijten zou maken over wat de grootouders gedaan hebben, want daarover kan maar moeilijk van gedachten wisselen, omdat de betrokkenen zich niet kunnen verantwoorden. Maar ik vraag me wel af of men jonge Israëli, die sowieso moeten dienen in het leger, mannen en vrouwen, maar die ook een leven trachten op te bouwen in de burgermaatschappij dat krediet kan ontzeggen, want ze leven nu eenmaal met een zware erfenis, meerdere zware erfenissen, waardoor hun identiteit en perspectief op de toekomst niet bepaald onze afgunst wekt. Men kan de opeenvolgende regeringen in Tel Aviv en de Knesset verwijten dat ze nog geen middel gevonden hebben om te pacificeren, men kan hen ook verwijten dat ze met de vele nederzettingen in bezet gebied de zaak op scherp blijven stellen, maar dan nog zal men zich moeten afvragen of het verantwoord is deze mensen, de burgers dus, zomaar medeschuldig te zien en vooral als we er mee toe bijdragen dat zij een historisch krediet hebben opgebouwd of beter dat krediet zouden verkwanselen.

Dat krediet, zegt men mij, komt voort uit wat Joden in Europa te lijden hebben gehad als gevolg van de Holocaust, de Endlösung, waar Joden in West- maar vooral in Midden- en Oost-Europa slachtoffer zijn geweest van waanideeën over ras en superioriteit van het Europese, vooral het Arische ras. Niemand kan deze visie onderschrijven, dat een ras superieur zou zijn, maar het was gen Duitse uitvinding, want het waren ook Fransen en Britten, zelfs Belgische intellectuelen die in de negentiende en twintigste eeuw het woord ras in de mond namen. Wagner is natuurlijk een Duitser, maar hij was vooral dubbelzinnig. Houston Stewart Chamberlain daarentegen zou aan het antisemitisme een dynamiek geven, die men vandaag niet kan begrijpen en zoals Thomas Mann in Zurich, 1936 begreep, onmogelijk valt te verdragen, de mens is niet a priori Duitser, Jood of Pool, maar mens en elk bestuur moet mensen in hun waardigheid laten. Daarmee is niet gezegd dat identiteit van geen tel is, maar wel dat dit iets is dat tegelijk persoonlijk en gemeenschappelijk moet heten. Toch zijn onvoorstelbaar veel mensen slachtoffer geworden van lieden als Houston Stewart Chamberlain in die zin dat ze geen goed beeld meer hadden van wat ze aan de orde stelden. Hij wist perfect, dat zeker, dat hij een mens- en wereldbeeld schiep dat naar zijn inzicht het best mogelijk de verhoudingen uitklaarde en dat Duitsland, in het spoor van de snelle vooruitgang in de nieuwe wereld een plaats moest opnemen en dat daarvoor sommigen opgeofferd moesten worden. Dat die snelle opgang van Duitsland zonder de liberale, intellectuele Joden in Duitsland niet mogelijk ware geweest, laat men graag terzijde, ook zij die menen dat de holocaust iets van het verleden is. Dat is het in de feitelijke voltrekking, maar elke keer zien we weer dat men anderen graag verwijten maakt over een optreden, zonder de contouren helemaal helder te hebben. In die zin moet men begrijpen dat wie de Palestijnen uitsluitend als slachtoffers ziet en het bestaansrecht van Israël niet (langer) erkent, ook weer een oordeel velt dat voorbij gaat aan individuele rechten van de inwoners van Israël op een veilig leven, maar ook de Palestijnen zelf opzadelt met  een onmogelijk vraagstuk: als slachtoffers van de politiek van Tel Aviv, breed gedragen door de bevolking, mogen zij op een bijzonder krediet rekenen, maar zij zullen het verspelen als zij plots te wreedaardig de inwoners van Israël terug de zee in zouden drijven.

Immers, zijn de Palestijnen of de inwoners van Donjetsk alleen maar slachtoffers, alleen maar machteloos, dan kan men hen niet meer zien als handelende personen, mensen die op het publieke forum aan hun leiders verantwoording kunnen vragen. De politiek van Israël de afgelopen twintig jaar, zeker als het over de bouw van Nederzettingen gaat, kan men alleen maar kritisch bejegenen, maar dat een land zich niet zou verdedigen tegen aanvallen, mag men niet verwachten. Ook aan Palestijnse zijde kan men enkele redenen aangeven waarom dit conflict maar niet tot een oplossing komt. Sommigen hopen dat de VN de partijen kan pacificeren, maar ik denk dat het moet komen van de mensen zelf, of ze zich nu als slachtoffer voelen of niet. Was ook Nelson Mandela geen slachtoffer die weigerde als slachtoffer in het leven te staan? Toch vinden we in Israël wel enkele kritische stemmen, maar niemand zal vooralsnog de oorlogsinspanningen afwijzen. Aan Palestijnse zijde leeft de gedachte aan de Naqba nog altijd en lijkt niemand die ketting van wandaden te willen doorbreken.

België was in 1914 slachtoffer van een wrede en naar het volkerenrecht en internationale afspraken gemeten onrechtmatige inval - alsof een inval ooit rechtmatig kan zijn. De krijgshandelingen van de invaller kon men natuurlijk niet als wederrechterlijk beschouwen, maar het bleef wel onrechtmatig omwille van de schending van de neutraliteit, maar in de oorlog geldt dan nog altijd het ius in bello, dat evenzeer geschonden werd. A la guerre comme à la guerre? Natuurlijk, alleen had Europa gedurende de moderne tijd een arsenaal aan regels ontwikkeld die men niet overtreden kon zonder het epitheton "Barbaars" mee te krijgen en dat was denk ik, voor de Duitse militairen en burgers ook de reden waarom ze verwoed redenen zochten om de regels van de oorlogsvoering te negeren: burgers niet nodeloos in gevaar brengen, laat staan hen gebruiken als menselijk schild of van de verwarring gebruik maken - friendly fire in Leuven op 25 augustus 1914 - om een stad te verwoesten. Oorlog is natuurlijk een vrij onbeheerste onderneming, met destructieve doelen, want de vijand moet zo vlug mogelijk uitgeschakeld worden, maar doorgaans gaat dat niet vanzelf.

België was dus een oorlogsslachtoffer, de Belgen waren oorlogsslachtoffers en het blijft vandaag moeilijk hoe men daarmee is omgegaan, dat betekent, of men tijdens en na de oorlog middelen heeft gevonden om zich boven dat slachtofferschap te verheffen. Feit is dat toen België, officieel en politiek, diplomatiek België in 1919 in Versailles het eigen slachtofferschap trachtte te verzilveren, de Britten het niet konden hebben dat België een mandaat op Palestina zou claimen - Godfried van Bouillon, weet u wel - en vooral delen van het neutrale Nederland, Limburg en zelfs een deel van Noord-Brabant wenste in te lijven. Het was niet de slimste positie, maar dat België in het Oosten een stukje Duitsland kreeg, was dan wel tegelijk een opdoffer, want een stad als Aken was er niet bij. Dan zwijgen we nog over de bereidheid van de regering in Brussel Parijs te volgen, in 1923 het Ruhrgebied te bezetten met voor Duitsland desastreuze gevolgen: een hyperinflatie en bovendien ook nog eens toenemende destabilisatie van de republiek van Weimar - een episode die België met zorg uit de publieke opinie weet te houden.

Het gevolg is wel dat België dezer dagen probeert dat slachtofferschap te blijven koesteren, al is er sindsdien een eeuw over gegaan en werd Europa een nieuwe entiteit, die de gebeurtenissen van toen, in een ander kader moet plaatsen en dan kan dit land zich wel herinneren ooit het slachtoffer geweest te zijn van een onverhoedse aanval, al kende men de contouren van de Duitse militaire plannen, van het blinde geweld tegen burgers en finaal, zoals rond 1920 ook wel te horen viel, van een weinig toeschietelijke houding van de geallieerden.

Oh ja, binnen België ontstond ook een vorm van gekoesterd slachtofferschap, met name in de Vlaamse Beweging, waar aan de ene kant de Frontbeweging zich opstelde als behoeders van de repressie tegen de soldaten aan het front die wel hun bloed gaven, maar nog altijd niet als volwaardige burgers behandeld werden. Aan de andere kant was er het activisme, waarbij sommigen zover gingen in Berlijn het statuut van soevereine staat Vlaanderen te halen, wat de geallieerden uiteraard niet konden erkennen en waar de regering in Brussel na de terugkeer niet zomaar overheen konden stappen: landverraad diende bestraft te worden. Als Vlaming kan ik die gedachte wel proberen te nuanceren, een soevereine staat zal landverraad wel degelijk straffen, omdat anders de cohesie verloren kan gaan. Het gedicht voor Borms van Willem Elsschot dat in de jaren na WO II voor velen in de Vlaamse Beweging maar ook bij collegaeschrijvers zeer problematisch was, laat duidelijk zien dat men niet per se mee slachtoffer wilde zijn. Velen vonden dat Borms, die na WO I al vervolgd was geweest, een gevangenisstraf had gekregen en vervolgens bij gedenkwaardige verkiezingen - van een tegen allen - de gevangenis onvoorwaardelijk had mogen verlaten, in WO II wijzer had moeten zijn: men ondersteunde zijn strijd, maar zijn tweede activisme, dat kon men niet vatten. Vergeten we niet dat anderen tijdens het Interbellum nu net wel weigerden alleen maar slachtoffer te zijn en via taal- en andere wetten en middels de vernederlandsing van de universiteit van Gent de verhoudingen in het land wijzigden. De algemene tweetaligheid van het land werd door de Franstaligen om allerlei redenen en met enkele drogredenen afgewezen, maar finaal werd er wel vooruitgang geboekt en ook na WO II, nadat de brokstukken van de collaboratie waren opgeruimd, waaruit velen dan weer nieuw slachtofferschap hadden gepuurd, zou een groep politici en burgers opnieuw de Vlaamse zaak op de tafel van de Belgische politieke agenda leggen en zich niet meer als slachtoffers gedragen.

Uitdovend bleek vooral die toetssteen van de repressie en de eis om amnestie, niet enkel omdat de daders, de collaborateurs of zich opnieuw integreerden, dan wel in hun slachtofferschap verzuurden maar uiteindelijk stierven, maar omdat het debat van beide zijden met de nodige rancune werd gevoerd, waardoor een democratische consensus onmogelijk werd en vooral bleef. Toch heeft het parlement in de loop der jaren steeds weer kleine en grotere maatregelen gestemd om de gevolgen van de epuratie en de repressie te milderen. Ook hebben Vlaamsgezinden zelf, nog in de VU, later in de N-VA die rancune afgewezen en zich gericht op handelen in het heden.

Vandaag is het overigens opvallend dat mensen die de gedachte aan Auschwitz en de Endlösung levendig houden, vaak het hardst roepen dat Israël haar historisch krediet heeft opgebruikt terwijl het zogenaamd rechtse partijen zijn die de staat Israël en de Joodse bevolking in onze steden in bescherming nemen tegen toenemend en herlevend antisemitisme. Links heeft, men kan het niet voldoende herhalen decennialang Israël gesteund, maar op zeker ogenblik, zonder veel argumentatie de aandacht en voorliefde verlegd naar Palestina. Dries van Agt, die men toch niet links kan noemen, voormalig Minister-President is een van de opvallendste mensen in Nederland die onverkort de zaak van de Palestijnen waarneemt en verdedigt. Ook mevrouw Wim Duysenberg, Gretta Duisenberg leidt een stichting, Stop de Bezetting en dat kan niemand haar kwalijk nemen, maar of het een goede benadering is, mag men wel betwisten. Nog eens, men steunt de slachtoffers, maar let men even niet op, dan ontslaat men hen ook van de verantwoordelijkheid zelf de zaken ter hand te nemen.

Peter Sloterdijk heeft in "woede en tijd" het probleem van het gecultiveerde slachtofferschap uitgewerkt, om uit te komen bij een nieuwe rechtvaardiging van de trotse mens. Trots? Ambitie? laten we maar beginnen, zegt hij met het afleggen van het ressentiment, van de rancune en van het slachtofferschap, dat wel een aardig woedekapitaal kan opleveren, maar finaal zal het aan anderen toekomen de intresten op dat kapitaal te innen. Slachtofferschap cultiveren kan ons ontslaan van eigen handelen, eigen verantwoordelijkheid en willen. In de context van de heersende conflicten blijft het van belang dat we onszelf niet alleen als machteloos presenteren, maar vooral anderen, direct betrokkenen alleen als onmachtige slachtoffers te bemoederen. Natuurlijk kan dat niet betekenen dat we mensen in nood niet zouden bijstaan, maar het valt op dat we graag denken dat het zonder ons koesteren van hun machteloosheid niet gaan zal. Een vredebrenger, in Oekraïne, in Palestina zal dus niet eerst de tegenstander moeten overwinnen, maar vooral in eigen kring voldoende draagvlak moeten zoeken en hij of zij kan niet overtuigen door een defaitistische houding te preken. Het is duidelijk dat een zekere ambitie, een zelfvertrouwen en trots zo iemand kunnen helpen de oorlogsstokers te weerstaan. Want men stelt het sinds jaren zo voor dat de duiven in een politieke constellatie, brave, goedmoedige figuren zijn die zich niet sterk en trots durven op te stellen, terwijl de enige duiven die het halen nu net wel weten te tonen dat ze kunnen handelen.

Vaclav Havel blijft voor mij een opvallende figuur omdat hij, ondanks de vervolgingen die hij vanwege de regeerders in Praag - en Moskou - mee de afbouw van het regime begeleide en daarbij krachtdadig durfde op te treden. Een keer leek hij een faux pas te maken, die hem zwaar is aangerekend: de discussie over de uitdrijving van de Sudeten uit Tsjechië aan het einde van WO II, het Benes-decreet 108 van 25 oktober 1945 vormde de basis van een politiek van verdrijving, die voor Havel en de zijnen in 1977 een eerste bron van ontrechting - wellicht een germanisme - dat later onder het communisme alle burgers zou treffen. Na de fluwelen revolutie kwam de kwestie, met het lidmaatschap van Tsjechië en Slowakije bij Europa terug op de voorgrond en er werd een commissie van historici opgericht. Maar zoals Golo Mann stelde, was de periode van 1939 tot 1947 er een van kwaadaardige acties en even kwaadaardige tegenreacties. Overigens stond Benes evengoed onder druk van Moskou om de verraderlijke Duitstaligen in Bohemen te verdrijven, als dat hij in Tsjecho-Slowakije af te rekenen had met teruggekeerde bannelingen uit Moskou, die de opdracht hadden het land in de sfeer van de USSR te brengen.

Als Havel zich uitlaat over de fout die Benes en zijn regering toen hebben begaan, wordt hem dat zwaar aangerekend, terwijl hij in 2009 nog maar eens poneert dat

„Die Wahrheit ist, dass ich die Vertreibung kritisiert habe. Ich war damit nicht einverstanden, mein ganzes Leben lang nicht. Aber mit einer Entschuldigung ist das eine komplizierte Sache. […] So, als ob wir uns mit einem ‚Tut leid‘ plötzlich aus der historischen Verantwortung davon stehlen könnten. Letztendlich haben wir mit der Vertreibung draufgezahlt.

Ik haal het citaat van internet, maar ook Madeleine Albright heeft over die kwestie het nodige gezegd, omdat ze vond dat Havel daar duidelijk blijk had gegeven dat de hele geschiedenis van de verdrijving van de Duitstaligen uit Bohemen voor Tsjecho-Slowakije voor Tsjechië ook moreel meer gekost heeft dan het heeft opgebracht.

Ook zegt Havel dat verontschuldigingen voor de daden van anderen, voorgangers in een ambt een "Tut Leid" nooit kan wegnemen dat de verantwoording en de plicht daartoe blijft. Het is daarom dat we wel degelijk de noden van de Palestijnen of de Oekraïners, de Syriërs... of de slachtoffers van Ebola ernstig moeten nemen. Maar precies die epidemie laat zien dat er een verschil is tussen slachtofferschap van natuurlijke fenomenen en mensen die slachtoffer zijn van daden van de eigen of vreemde regeringen, eventueel terroristen. Men kan dan stellen dat de Palestijnen niet bij machte zijn hun rechten tegenover Israël te laten gelden, maar dat is nogal eenvoudig. Binnen de Palestijnse samenleving zal men zich toch moeten verantwoorden voor het gebruiken van burgers als menselijk schild en geen noodwendigheid, laat staan fataliteit inroepen.

Het kan zijn dat lezers teleurgesteld zullen zijn over mijn positie tegenover de Palestijnen, maar ook tegenover de burgers in Donetsk of andere plaatsen waar een bloedige krijg woedt. De vraag is hoe men de dynamiek die bijvoorbeeld de leiders van de Palestijnse samenleving kan doorbreken van buitenaf en daar geloof ik niet in. Alleen mensen binnen de eigen samenleving kunnen uit hun slachtofferschap treden en de leiders ter verantwoording roepen voor hun nodeloos gerokken strijd en blijvende strijdvaardigheid. Naar vrede streven vergt dan ook strijdvaardigheid, verdraagt geen zoetsappigheid, maar demonstreert een trots die de tegenstander niet kan negeren en dan is het gedrag van slachtoffers, van weerlozen niet echt aan de orde. Of dit meer is dan theoretisch gezwam? Misschien niet, maar ik mij maar moeilijk vinden in een partijdigheid die de betrokkenen zelf verhinderen zal de zaak op te lossen. In Zuid-Afrika kon Mandela ondanks de economische boycot - al zal die wel geholpen hebben - Frederik-Willem de Klerk overtuigen het apartheidsregime te ontmantelen door telkens weer aan te geven dat hij, Mandela, vooral streed voor zijn eigen mensen, zonder op wraak uit te zijn. Die houding kan ik nog altijd niet bevatten, maar kan er net daarom alleen maar grote bewondering voor opbrengen. Mandela was een slachtoffer, maar vooral was hij de trotse strijder, zoals Sloterdijk het presenteert en ook van Vaclav Havel kan het gezegd worden. Maar goed, elke omstandigheid is anders en in Palestina leeft veel rancune, die men niet zomaar kan doen vergeten, wat het voor een Palestijnse vredebrenger bijzonder moeilijk maakt.

Men zal mensen in nood helpen, maar hen niet in hun rol van slachtoffer sterken. Als dr. van Ranst meent dat Israël haar historische krediet nagenoeg heeft opgebruikt, dan vergeet hij dat de Israëlische samenleving vandaag inderdaad een krijgshaftigheid heeft opgebouwd die niet voortkomt uit het slachtofferschap van de Holocaust, al is het dat wel dat wij hen als historisch krediet aanrekenen. Het Zionisme dat in de negentiende eeuw ontstond en een antwoord moest zijn op het toenemende antisemitisme, maar ook op het streven van een herstel van de staat Israël, na 2000 jaar, was geen product van slachtofferschap, maar precies van joods nationalisme, iets waar onder anderen Hannah Arendt al in 1945 voor gewaarschuwd heeft. Al in de jaren 1930, begin jaren 40 pleitte zij er overigens voor dat Joden in Europa een eigen leger zouden vormen om tegen Hitler te vechten, om zo inderdaad een krediet op te bouwen. Het blijft evenwel moeilijk, stelde zij later vast om te gaan met dat slachtofferschap, dat zij ook gekend heeft, in Gurs, maar ook in de cellen van de Gestapo, zij het maar kort en zij kon ontkomen. Zij schreef ook over Little Rock, waar de regering tussenkwam om de gelijke rechten (op onderwijs) te realiseren. De kritiek die ze ervoor kreeg, zal haar wel zwaar gevallen zijn, maar haar visie dat mensen zelf de onvruchtbaarheid van virulent racisme moeten oplossen, niet door de staat voorzien van een met geweld opgelegde ingreep, berust op ideeën over het (politiek) handelen die we vandaag wel eens vergeten lijken.

We moeten solidair zijn met slachtoffers, zowel van natuurfenomenen als van menselijk, politiek geweld. Maar in het laatste geval moeten we vooral meewerken aan het vinden van goede gronden om uit die rol van slachtoffers te stappen zonder zich aan gelijkaardige wrede en kwaadwillige reacties te bezondigen. Weinigen slagen daar onmiddellijk in. Of de VN een vrede kan opleggen aan Palestina en Israël, durf ik te betwijfelen als beide partijen niet afzien van hun rancune, ressentiment en woede. Die woede wordt gevoed, maar de Palestijnen zelf plukken er alleen bittere vruchten van. Dus zal men de discussie aangaan vanuit Europa, met inzichten zoals Vaclav Havel en Joachim Gauck die presenteren, opdat mensen gaan inzien dat de verbetering van hun lot eerst en vooral een intern Palestijnse zaak is. Wie kan bewerken dat men de militaire strategie verlaat zonder daarom een aantal aanspraken te laten vallen, dat vooral moet men niet doen, maar men zal de politiek met andere dan militaire middelen moeten nastreven. Weinig pleitbezorgers van de Palestijnse zaak zitten op dat spoor. Men kan eisen dat de regeringen in Europa de regering en besluitvormers in Tel Aviv aanpakken, voor de Palestijnen zelf zal het heil komen van een eigen nieuwe politiek komen, zonder boze en wrede tegenacties. Maar dat zal wel theoretisch gezwam zijn.

Slachtoffers zijn, tot besluit geen partij meer in een politiek spanningsveld, maar onderhevig aan de beslissingen van derden. Onze solidariteit moet er dus opgericht zijn hen te herstellen in hun positie van partij, maar dan is de uitkomst ook aan hen. Daarbij zal men dus ook onderzoeken of zij kunnen ontkomen aan de spiraal van wreed geweld, van wraak en weerwraak. Solidariteit die er niet mee toe bijdraagt dat die infernale dynamiek niet doorbroken wordt, levert weinig op, behalve een goed gevoel voor wie solidair is.

Bart Haers   




Reacties

Populaire berichten