De rechter heeft het laatste woord

Dezer dagen

De stakeholders van de rechtsstaat
Belang van procedures en de waarborgen voor een
eerlijk proces

Walter van Gerven schreef ooit een boekje, het beleid van de
rechter waarin hij onder meer uitlegde dat recht niet zozeer een
techniek is, maar een instrument van samenlevingsopbouw. Vooral
rechters de beleidsmatige gevolgen van hun werk moeten
erkennen en hun standpunten motiveren en verklaren, niet
enkel technisch-juridisch, maar ook met het oog op de resultaten
waartoe hun beslissingen leiden én de waarden die ze
weerspiegelen. (uit een inleidend woordje bij een rede
van Walter van Gerven in de lokettenzaal van
het Vlaams parlement.


Meermaals komen de discussies op gang, wanneer bijzondere processen op de rol staan en de media ons van het belang ervan weten te overtuigen. De rechtsgang is in princiep publiek en ook dat is een groot goed, want dat draagt er natuurlijk toe bij dat dit toezicht machtsmisbruik van politiediensten en magistraten kan voorkomen. Het betekent ook, denk ik, dat de wetgever iedereen competent acht te oordelen over de rechtsgang. Maar dan komen andere vragen aan de orde, die we vandaag moeilijker onder de knie krijgen dan een mens zou verwachten. Wie heeft belang bij een goede rechtsgang en rechtsbedeling? Daarom leek de term "stakeholders" mij gepast, maar het gaat niet enkel om een materieel belang, al kunnen we dat andere niet zomaar benoemen.  

Blijkens berichten in de media krijgen de advocaten in het proces over drugssmokkel haatmail, wat op zich ook een nieuwe evolutie moet heten, want het laat zien dat mensen voor de advocaten minder respect hebben dan vroeger het geval was, of men durft alvast iets te roepen. We moeten het niet toejuichen, maar toch, hebben meester Hans Rieder en consorten die haat niet over zichzelf afgeroepen door van de rechtsgang een gevecht te maken waarbij de advocaat poogt aan te tonen dat er in de procedures fouten begaan zijn? Natuurlijk beschermen de procedures rechtsonderhorigen tegen machtsmisbruik, zoveel is zeker, maar toch is de indruk ontstaan dat we op die manier ook weer onbillijke rechtshandelingen aan het licht zien komen.

In de VSA, maar ook in Nederland zien we de laatste jaren vaker dan voorheen dat juristen zaken opnemen van mensen die na onderzoek met recht claimen onterecht te zijn veroordeeld, omdat de rechter op grond van het door speurders aangereikte materiaal dacht tot veroordeling te moeten overgaan, terwijl het bewijsmateriaal niet deugt of dat er bewust informatie niet in het dossier is ingebracht. Rechterlijke dwalingen zijn voor de betrokkenen, zowel de vermeende veroordeelde als de slachtoffers geen goede zaak, maar ook niet voor het algemeen belang.

Het is van belang te onderkennen dat rechtspraak niet enkel van belang is voor daders en slachtoffers, maar dat ook de samenleving altijd partij is. Soms lijkt een proces een show, die ons alleen kan amuseren, zoals decennia geleden de zaak van onderzoeksrechter Jespers. Maar het proces vormt de garantie dat de samenleving niet door vendetta verder verontrust wordt. De samenleving wenst een ordelijk verloop, moet niet accepteren dat de vrede verstoord wordt, maar omdat men dat niet altijd kan voorkomen, hebben we vanouds een juridisch systeem opgebouwd dat een ordentelijke vervolging van feiten toelaat. Alleen lijken we die historische en deels contingente ontwikkeling uit het oog te hebben verloren.

De advocaten verdedigen zich, de voorzitter van de Vlaamse Balies meent dat de vergoeding van de advocaten en de herkomst van het geld waarmee ze vergoed worden voor hun diensten hoogstens deontologisch of via wetgeving aan de orde kan en mag komen. Ethische vragen? Echt niet, want dat gaat de grenzen van het gewoonterecht te buiten. Begrijpelijk is het wel, maar het roept toch vragen op omdat andere burgers in dit land voor frauduleuze praktijken wel linea recta in de problemen gebracht worden, bijvoorbeeld eerbare kasteleins, die een vaatje bier onder de toog hebben gekocht en verkocht in pinten. Natuurlijk moet de wet nageleefd, maar het gaat om de gelijke behandeling voor de wet en dan lijkt het dat sommige misdrijven, onmiskenbaar als fraude te bestempelen wel aangepakt worden, soms gewoon administratief en andere voor de rechter komen. De rechter zal dan in alle wijsheid die hem of haar ter beschikking staat, oordelen en dat wil zeggen, nagaan welke wetten met voeten zijn getreden en of de bewijsvoering rechtmatig is.

De waarheidsvinding, waarvoor men in vroeger eeuwen beroep deed op het godsoordeel is gedurende eeuwen steeds verder verfijnd, de rechten van de verdediging zijn tot geluk van eenieder steeds verder uitgebreid en de borgen verzekerd. Maar dezer dagen wordt het publiek lastig, omdat in een aantal zaken niet meer de waarheid aan de orde is, maar de vluchtwegen voor de betichten goed uitgebouwd lijken. Waar kan de advocaat zich op beroepen om iemand tegen onterechte veroordeling te beschermen? Wanneer komt het de advocaat toe te versagen en zijn cliënt of cliënte mee te geven dat hij of zij hoogstens op enige clementie van de rechter kan rekenen? Vandaag lijkt die vraag ongeoorloofd en dat heeft er ook mede toe geleid dat het vertrouwen van burgers in de rechtsvinding en rechtsbedeling snel is afgebrokkeld. Laten we evenwel niet vergeten dat de media hier ook wel boter op het hoofd hebben, want sommige rechtbankjournalisten hebben er een riante broodwinning van gemaakt, zonder dat we kunnen oordelen of ze goed zijn, of dat hun faam als rechtbankjournalist terecht is.

Een kwart eeuw geleden kwamen rechtszaken en politionele kwesties - als we het goed hebben - veel minder vaak op de buis, tenzij de gruwel van de daden inderdaad een pertinente zaak bleek voor de publieke opinie. Vandaag zien we dat de gebeurtenissen in de rechtszalen ons meer bereiken, tenzij dit echt maar een indruk zou zijn. De zaak Jespers, daar schreven de kranten over, omdat een van de betrokkenen een onderzoeksrechter was die zijn vrouw zou hebben vermoord en er zaten ook smeuïge kanten aan. De kranten hebben er toen over bericht, uitgebreid zelfs. Louis de Lentdecker was in DS de rechtbankjournalist bij uitstek en hij had zijn werk, maar toch had men niet de indruk overvoerd te worden.

De discussies over de hervorming van het gerechtelijk apparaat gaan al mee sinds de vroege jaren-1980, maar de weerstanden die politici hebben moeten overwinnen of zelf aangedragen hebben - dat hangt er dus vanaf - om het apparaat bij de tijd te brengen waren onvoorstelbaar weerbarstig en meer nog, de partijen die zich als leden van het gerechtelijk apparaat opwerpen als borgen, hebben steeds weer tegenstrijdige belangen aangedragen. Intussen stond de techniek niet stil en bleek het moeilijker om met de oude geplogenheden door te gaan, want dat maakte misdaad zo te zien wel lonender dan de samenleving kon aanvaarden.

Nog eens, een advocaat moet een cliënt bijstaan, want iedereen heeft recht op verdediging. De verdediging is geen resultatenverbintenis maar een middelenovereenkomst, zodat het de advocaat is die nagaat wat nodig is om het best mogelijke resultaat voor zijn of haar cliënt te bereiken. Hierover kan geen discussie bestaan, want het is de basis van de rechtsstaat waar we allemaal belang bij hebben dat die naar behoren functioneert. De knelpunten liggen nu niet meer daar, wel bij de vraag of een advocaat iemand, van wie hij/zij weet dat de schuld vaststaat zo moet verdedigen dat er hoe dan ook een vrijspraak komt. Die advocaat kan dat weten omdat hij of zij een colloque singulier ontwikkelt met een cliënt waar niemand anders zaken mee heeft. De opdracht van de verdediging bestaat erin de betichte bij te staan als die zich verantwoorden moet voor de rechter en de rechter, gehoord hebbende het feitenrelaas, de getuigen en de burgerlijke partijen zal dan tot een oordeel komen. Maar hier komt het dan op aan: hoe komt de rechter aan de kennis van het feitenrelaas? Via speurders, die sporen zoeken, evalueren, technische opsporingsdaden verrichten en indien nodig allerlei pistes aftoetsen, om tot een sluitend verhaal te komen. Via de filters van de onderzoeksrechter en de Kamer van Inbeschuldigingstelling - ook daar is beroep mogelijk en kunnen bijkomende onderzoeksdaden gevraagd worden - komen daders dan voor de rechters. Parket en onderzoeksrechter werken onafhankelijk van elkaar en hebben een duidelijk verschillende opdracht, maar het wil wel eens gebeuren dat in de media beide stoelen verwisseld lijken te worden. Toch blijkt het grootste probleem te rijzen als criminele organisaties in het vizier komen en politiediensten, parketmagistraten er alles aan doen om die voor de rechter te krijgen. Ook die politiediensten beschikken over technische middelen en we zijn het erover eens, denk ik, dat ze die alleen onder strikte voorwaarden en in zeer welomschreven omstandigheden mogen aanwenden. De reden is niet dat we politiediensten en parketmagistraten willen frustreren, maar net willen voorkomen dat burgers ten onrechte verontrust worden.

De discussie over technische mogelijkheden en de vraag of die terecht of niet zijn aangewend, zal niet meer ophouden, daar kunnen we gif op innemen. Maar men kan zich ook niet inbeelden dat politiediensten zonder aanleiding iemands gangen zullen nagaan, alleen al omwille van de kostprijs die de ordehandhaving en wetshandhaving van node hebben. De criminele opzet van drugshandel ligt voor de hand want drugs verhandelen, toch zeker van cocaïne is verboden - al is de vraag bij de weldenkende gemeenschap van goed gesitueerde burgers moeilijk te voldoen, zoals al gebleken is uit het onderzoek van afvoerwater van onze steden - zodat als er aanleiding is, een bewijsstuk aanleiding vormt tot onderzoek de politiediensten mits ze procedures en inzet van middelen in acht nemen, wel moeten op zoek gaan naar de gang van zaken.

Het valt me op dat in de discussie die in de media gevoerd wordt de advocaten in het voorliggende geval van cocaïnesmokkel spreken over de totalitaire staat die naderbij zou komen als zij, de advocaten niet hun werk mogen doen, onder meer onderzoek naar de bewijsmiddelen die door de politiediensten zijn verzameld en door het openbaar ministerie al bij eerdere fasen aan rechters zijn voorgelegd, om na te gaan of die oirbaar zijn. Het is wel degelijk hun taak dit te onderzoeken. Maar hier komt de ethische kwestie toch om de hoek kijken? Als de criminele opzet zelf geen middelen schuwt om onder de radar te blijven en er desondanks sporen opduiken, moet de advocaat zijn of haar cliënt dan niet aanraden het verlies te nemen?

Laat dit duidelijk zijn, ik heb er zelf geen antwoord op, want de vraag moet elke advocaat zelf onderzoeken. Moet men ten koste van alles een cliënt vrij willen pleiten waarvan de pleitbezorger weet dat die betrokken is bij zaken die het daglicht niet mogen zien? Komt de rechtsstaat in gevaar als de pleitbezorger in deze zou aangeven wat de grenzen van zijn verdediging zijn?

Nog eens, men moet er zich van bewust zijn dat onderzoekers, speurders ook over de schreef kunnen gaan, maar tot hiertoe merkt men doorgaans niet dat zij zomaar elke burger schuldig achten. Zij werken op basis van aanwijzingen en gaan dan op onderzoek uit. Het gaat erom dat criminelen daden verrichten die voor het maatschappelijk bestel nefast zijn, terwijl bijvoorbeeld daders in een passionele daad minder voorzorgen aan de dag leggen om hun daden te verdoezelen. Ook zijn aanleiding en motieven sneller na te sporen.

Het gaat om de rechtsstaat en daar zijn we wel allemaal partij. De advocaten die nu door andere partijen, een criminoloog onder anderen en een magistraat op de rooster worden gelegd, verdedigen zich met tal van argumenten maar soms lijken die buitenmaats, want hier is vooral de vraag aan de orde of deze zaak de inzet van deze als topadvocaten bekend staande pleiters vergt en of zij inderdaad zomaar elke procedurele kwestie mogen aangrijpen om de rechter ertoe te bewegen de zaak als onrechtmatig te beschouwen. Heeft de samenleving recht op de waarheid in deze? Of moet de rechter op grond van procedurevragen de waarheid laten voor wat ze is?

Nog eens, men moet geen onschuldigen veroordelen tot zware straffen en wij, burgers moeten weten dat de procedures voor iedereen misschien eens van belang kunnen blijken, ook al hopen we uiteraard van niet. Maar bij georganiseerde misdaad, waar het voor speurders zaak is met soms minimale aanwijzingen het grotere verhaal bloot te leggen, komt het recht van de verdediging in conflict met het algemeen belang.

Men meent dat ethische kwesties zomaar door derden opgelost kunnen worden, in deontologische codes gegoten kunnen worden, maar op dat moment gaat het om een heteronome afhandeling, terwijl net ethische kwesties ook autonoom moeten behandeld worden: de persoon die zich voor een moeilijke kwestie geplaatst weet moet zelf in gemoede afwegen wat hem of haar te doen staat.

Maar laten we niet vergeten dat bij de waarheidsvinding en de rechtsbedeling de advocaat niet het laatste woord heeft en dat zetelende rechters niet a priori de dupe zijn van de aanpak van de pleitbezorgers. Die Wahrheit ist das ganze, aldus Hegel, maar in aangelegenheden als deze lijkt men zich te verkijken op deelaspecten. Daarom blijft het afwachten wat de rechter ervan zal vinden en hoe zwaar hij of zij de procedurele kwesties zal laten wegen tegenover wat ze als bewezen acht. Uiteraard mag een rechter geen bewijzen in overweging nemen die niet rechtmatig zijn verkregen, maar tegelijk kan het zijn dat de proportionaliteit ertoe leidt dat de methode noodzakelijk bevonden wordt. Over vrijspraak of schuldig bevinden kan alleen de zetelende rechter oordelen op grond van de stukken in het dossier. De advocaten roepen nu luidt dat de rechten van de verdediging niet op de schop genomen mogen worden. Maar ook hier moet men zich afvragen waarom en waartoe zij zo luidt roepen. Het zal wellicht niet oirbaar zijn zich vragen te stellen over de rechtsongelijkheid als sommige verdachten wel zo een zich uit de naad werkende advocaat kunnen veroorloven, of liever, als zou blijken dat ze zich slechts uit de naad werken als ze weten dat hun cliënt solvabel is. Natuurlijk mag een goed advocaat behoorlijk de boterham verdienen, maar als we opmerken dat er slechts een kleine kring advocaten in de media hun opwachting mogen maken, kunnen maken om over maatschappelijke kwesties te spreken, dan rijst de vraag waarom die enkele figuren zoveel meer zouden weten of kunnen dan hun in anonimiteit blijvende confraters. Overigens zullen de media ons wel weten te vertellen dat ze niet altijd bij dezelfde mensen uitkomen, want dat het nu eenmaal zo is dat de ene mediavriendelijker blijkt dan de andere.

Maar de opzet van dit stuk was vooral na te gaan waarom er nu zoveel stennis gemaakt wordt van een zaak over cocaïnehandel en dat men er verbaasd over is dat de betrokkenen een aantal advocaten weet aan te trekken die bekend staan als goede en succesrijke advocaten, maar die ook niet vergeten waar de komma moet staan in de facturen. De vraag is niet of hun succes overroepen zou zijn, maar of zij, autonoom, in gemoede niet moeten nagaan of hun aanpak wel het algemeen belang ten goede komt. Ik heb al langer begrepen dat advocaten zich niet over die vraag moeten bekreunen en alleen het belang van hun cliënt mogen dienen. In de mate dat de vonnisrechter wel kan omgaan met deze befaamde advocaten - het zou onbetamelijk zijn daaraan te twijfelen - moet men dus niet enkel kijken naar de wijze waarop advocaten hun zaak bepleiten, maar ook de interactie van de burgerlijke partijen en het openbaar ministerie mag men niet uit het oog verliezen. Mag ik dan besluiten dat het hier veel geschreeuw om weinig wol zou betreffen?

Het recht moet haar beloop kennen en pas als het eindvonnis geveld is, zal duidelijk worden of het verbale geweld van de advocaten de rechter heeft kunnen overtuigen. Boeiend is het wel, maar goed, dan blijven we steken bij de amusementswaarde van processen en misschien is dat wat nu fout gaat. Ten gronde vragen we ons af waarom in deze discussie alweer zoveel munitie wordt aangedragen om het geloof, het vertrouwen in de rechtsstaat te ondermijnen.

Bart Haers   
    




Reacties

Populaire berichten