Een poging tot politieke analyse

Dezer Dagen

Het gevaar van het verkeerde frame
Het doel van beleid

Zelden hoorde ik iemand zo voor zijn beurt spreken als
gisteren Carl Devos, die vond dat de Minister-president
maar onmiddellijk ter zake moest komen en zijn snoeiwerk
zonder context op tafel gooien: hoeveel zal het de mensen
kosten, alsof iedereen in dezelfde omstandigheden
leven zou. Villa Politica moet niet aan oppositie
doen, maar meerderheid en oppositie
rechtvaardig bejegenen. 
Ik kon niet kijken, maar gelukkig had ik de uitzending van Villa Politica opgenomen en begreep ik dat de Vlaamse regering een moeilijke boodschap op een acceptabele wijze bracht. Misschien was het zo dat er wat meer perspectief in kon zitten, wat meer enthousiasme voor de toekomst aan de orde gesteld worden. Maar de tijden zijn ernaar, dat wil zeggen, zoals in 1984 woeden er aan de randen van de grote politieke entiteit, Orwell noemt het ook niet een land als ik het wel heb - Aldous Huxley gaat nog verder in het herverkavelen van de wereld - met oorlogen, waarvan we niet weten wat er echt gebeurt, laat staan dat we echt te horen krijgen wat dit voor ons kan betekenen. Ik hoorde bij Pauw een nogal zinloze discussie over wat moslims in Nederland moeten doen. Juist, de heer Arnold Karskens   vond dat een moslim zich moet distantiëren. Sorry, dat klinkt als "sorry zeggen" voor dingen die men zelf niet heeft gedaan of de pluimen van anderen op de eigen hoed steken. Lopen alle moslims naar de zandbank aan de Eufraat? Niet dus, maar dat maakt uit, men zal zich distantiëren, terwijl de levenswijze en het handelen van deze mensen er al blijk van geeft dat ze lang niet altijd de zegeningen van onze samenleving afwijzen, meer nog, ze weten die beter dan wij te waarderen, ook al hebben ze het wel eens lastig.

De septemberverklaring van Geert Bourgeois en diens regering, de luchtaanvallen op stellingen van IS in Syrië en het beleid van Vladimir Poetin om de oude macht van Rusland te herstellen, maar ook de protesten ertegen in Moskou, het blijft een ratjetoe van gebeurtenissen waar we niet zomaar mee over de weg kunnen, maar die alle wel met grote stelligheid gepresenteerd worden en zoals we al een klein decennium weten, is framing alles, is perceptie alles. Toch vraag ik me af of de oppositie en het commentariaat wel de best mogelijke benadering kiezen. Het is de taak van de oppositie weerwerk en kritiek te plegen, maar kritisch kijken naar het voorgestelde beleid, betekent niet dit dat wij burgers zomaar moeten meegaan met die afwijzing van het voorgestelde beleid?

Het gaat dus opnieuw over het beleid en het doel van beleid. Sommige demagogen beloven graag oplossingen die alle problemen, wat die ook zijn, zullen wegwerken, maar problemen zijn contingent, vergen vaak een casuïstische benadering die niet altijd op ambtelijk topniveau uitgewerkt kunnen worden. Maatwerk is nodig en dat kan men niet wetgeving gieten die voor alle mogelijke gevallen oplossingen biedt, want dan wordt het onoverzichtelijk. Waarmee gezegd wil zijn dat we niet blind mogen zijn voor de ambities van lokale ambtenaren, mensen van het OCMW en andere, bij stedenbouw, om bepaalde oplossingen mogelijk te maken die volkomen ambtelijk onmogelijk zouden zijn.

Toen Geert Bourgeois zijn rede hield en begon over hoe Vlaanderen van 1914 tot 2014 met ijkpunten elke twintig jaar, in 1934, 1954, 1974 en 1994, dan kon hij iets meegeven, waar de oppositie blijkbaar geen oren naar had, dat Vlaanderen in die eeuw grondig veranderd was en dat in grote mate ten goede. Bourgeois gaf aan dat we best onze zegeningen kunnen tellen, maar ook dat elke tijd zijn eigen problemen kent en dat het niet eenvoudig is, post factum de specifieke problemen van al die momenten te vatten. In 1934 had dit land te maken met de gevolgen van de grote Depressie, met failliete banken en werkeloosheid te maken, zonder een noemenswaardige sociale zekerheid. Bourgeois gaf daarom aan hoe in 1954 - dan komt hij bij zijn eigen tijd - om aan te geven hoe belangrijk de opbouw van de welvaarstaat wel niet geweest zijn - problemen van de wederopbouw en het herstel van het vertrouwen na de diepe wonden die geslagen waren in de jaren van de koningskwestie en de repressie, de epuratie, maar tegelijk kende het land een bloei, waar we ons vandaag geen rekenschap van geven. Niet zo lang geleden viel in Knack te lezen dat in het jaar dat het blad werd opgericht Vlaanderen en vooral West-Vlaanderen een arme regio was, met veel werkelozen. Dat toen Bekaert al een groeipool was, de tekstiel bloeide en de machinebouw, zijn details die de historicus van de koude steen niet ernstig nemen kan. Moeten we het nog hebben over 1974, over 1994, maar toch, over die periode van de eerste oliecrisis had ik graag eens een goede synthese gelezen, over het einde van de Koude oorlog evenzeer. Veel draag ik in herinnering mee, maar evengoed weet ik veel domweg niet, ook al heb ik geschiedenis gestudeerd, want dan komt men in een bepaalde benadering terecht die misschien ook niet altijd met werkelijke interesse naar die periodes kijkt. Slotsom kan wel zijn, dat deze "retorische truuk" echt wel betekenis heeft.

Het blijft bedenkelijk de angst als politiek wapen te gebruiken, maar niettemin, er zijn zorgwekkende evoluties aan de gang, buitenlands, maar ook binnen Europa en binnen Vlaanderen. Op dat laatste terrein merkt men dat de gemeenten veel hooi op de vork hebben genomen, maar ook vaak vergeten blijken dat hun inkomstenbronnen, zoals Dexia, de gemeentelijke holding en energiebelangen konden opdrogen. Het draagt ertoe bij dat burgers met ongemerkte lastenverhogingen te maken hebben, dat wil zeggen, de lasten verhogen, burgers merken het maar al te goed, maar het commentariaat blind. Op mijn blog heb ik naar aanleiding van de verkiezingen voor nieuwe gemeenteraden in 2012 hierover mijn ergernis niet verbeten, maar het bleek geen issue[i]. Vandaag merkt men dat het net wel een pijnlijke doofpot is geweest. Nu de schuld van dat alles bij de hogere overheid leggen, kan men maar moeilijk integer noemen.

De zaak is, natuurlijk, dat elke partij eigen accenten wil leggen en bijvoorbeeld de bestuurders in de stad Gent duidelijk willen maken dat mobiliteit niet iets is voor de gewone man. En zeker dat men vanuit de Oudburg, de regio Gent-Eeklo - buiten de banmijl - niet meer ter stede moet gaan, want parkeerruimte is er nauwelijks, het openbaar vervoer onvoldoende in de late avond en nog wat punten meer. En toch zal de SP-a in het Vlaams Parlement niet nalaten het beleid ten aanzien van de Lijn, de maatschappij die de tram en bus doen rijden te hekelen. Het probleem is dat men op termijn het ondernemen in de stad zeer erg benadeelt zodat de steenwegen, invalswegen nog meer winkelboulevards worden, maar dat op termijn de stad erodeert als centrum.

Ook klaagt de oppositie dat het met de voorzieningen de foute kant op zou gaan, maar sinds 2012 hebben stadsbesturen de toegang tot sportinfrastructuur voor clubs en gebruikers verhoogd, want het geld is op. Ongeacht de politieke kleur van het bestuur, merkt men dat de prijzen hoger worden en dat er meer mensen inspanningen moeten doen om de kinderen hun sportieve opvoeding te geven. Ook Bloso heeft het al langer moeilijker om haar democratische toegang te verzekeren. Dat ligt ook niet aan de zogenaamde neoliberalen in Vlaanderen. Zullen we het dan nog hebben over cultuur? Maar het is moeilijk te overzien hoeveel particuliere inbreng in die sectoren van de samenleving omgaat, maar dat mensen van alles moeten doen, zeer veel moeten doen, blijft vaak onbelicht: sponsoring, fund raising op allerlei manieren, via de verkoop van wijn of wafels...

Laten we dan ook niet vergeten dat mensen hun leven maken en voor zover ze er oog voor hebben voor hun kinderen heel wat inspanningen willen doen. De gezinsbond sprak er schande van dat de inbreng van de overheid in de kosten voor opvoeding van kinderen niet meer volstond, maar wie heeft ooit gezegd dat de gemeenschap die kosten op zich moeten nemen? Riekt dat niet naar overtrokken verwachtingen?

Ik weet dat men van de overheid veel heeft leren verwachten, ik weet ook dat we de zegeningen van een sociale welvaartsstaat moeten weten te tellen en vooral waarderen. Maar als blijkt dat men van de strijd tegen armoede een issue maakt, maar den arme nooit ziet, ontmoet, spreekt, tenzij mensen bij het OCMW en andere instituties, zoals de rechtbank, de deurwaarders, dan krijgt men wel een enigszins vertekend beeld van de samenleving.

Even een omweg: de betekenis van het werken, van arbeid in ons bestaan, vormt een thema dat men maar moeilijk lijkt te kunnen zien in verschillende perspectieven, want we leven niet om te werken, maar ook arbeidsvreugde, vreugde in de arbeid heeft haar betekenis. Luisteren we naar de actuele oppositie, naar politievakbonden en sociologen, dan gaat het vaak om de last van werken, waar er ook wel argumenten voor zijn, gezien het aantal mensen dat lijdt aan burn out. Maar dat kan te maken hebben met de combinatie van al dan niet ingeloste persoonlijke ambities, inclusief de inspanningen die men levert en de frustraties die men onderweg heeft opgelopen, naast de sociale druk om op alle terreinen mee te zijn en vervolgens de werkgever die veel verwacht, maar in de mate dat de baas zelf echt enterpreneur, ondernemer is, dan wel zelf een huurling, enfin CEO, kan het klimaat er alleen maar beter op worden. Overigens, waarom zouden ambtenaren en werknemers geen gemotiveerde werknemers kunnen zijn?  

De kwestie is dat we ons op de staat verkijken als borg voor ons persoonlijk welzijn. De staat en de politieke instellingen hebben hun belang voor de samenleving, maar zonder de activiteit van burgers, in de particuliere sfeer, maar ook op het publieke fora, heeft de staat geen reden van bestaan. De ontwikkeling van het burgerschap heeft na WO II een merkwaardige evolutie gekend, in die zin dat de generatie van Mei '68 zich intens met het algemeen belang is gaan inlaten, vanuit de gedachte dat als zij zich niet met de staat bemoeien, de staat zich wel met hen zal bemoeien. Vandaag zien we een generatie jonge politici op het spreekgestoelte stappen die er de draagwijdte niet van heeft beleefd, maar wel de consequenties van gezien heeft, zonder er zich om te bekreunen dat de staat en wij samen het goede leven kunnen maken. maar ook de fundamenten van het goede samenleven weg kunnen slaan.

Goede marxisten als veel van die oudere gabbers waren weten dat de staat slechts dan naar behoren werkt als ze bijdraagt aan de verwezenlijkingen van de revolutie, maar tegelijk heeft het reëel bestaande socialisme haar beperkingen niet kunnen verbergen. Om de eigen posities te kunnen bewaren, schreven sociologen en filosofen vanuit een Rawliaanse visie dat men naar rechtvaardigheid dient te streven, maar deze benadering verschilt niet van andere bewegingen die er slechts een agendapunt op na houden, terwijl de samenleving een complex geheel is met vele overzichtelijke, maar vaak onoverzichtelijke interacties, die vanzelfsprekend contingent van aard zijn, voortspruitend uit de gebeurtenissen en particuliere handelingen. Om zich staande te houden heeft men zich een bruikbaar beeld van de tegenstander gevormd, zoals Ico Maly deed in zijn onderzoek naar de ideologie van de N-VA, dat a) gericht zou zijn tegen de verwezenlijkingen van de Verlichting en b) vanzelfsprekend de sociale welvaarstaat in vraag stelt. Maar men had het vooral over neoliberale en neoconservatieve inzichten, maar de tegenstelling die men fors opklopte werd niet getoetst aan de werkelijkheid hic et nunc.

Kan er iemand zich ook maar een idee vormen van wat het zou betekenen als men zich tegen de Verlichting zou keren? IS? Poetin? Die laatste is zeer zeker modern, hanteert moderne inzichten en technologie, maar werkt ook aan een herstel van de grootste omvang die Rusland gekend heeft, na WO II. Wij, in het Westen, het oude Europa kunnen dat betreuren, de buurstaten binnen de EU kunnen het ergste vrezen, maar Poetin heeft plannen en het komt de Russen toe hierover na te denken, of het goed is voor hen; aan ons is het om na te gaan hoe we die nabuurschap verder vorm geven. Laat niemand geloven dat dit eenvoudig is, dat agressie de beste methode is, maar ook dat we moeten begrijpen dat ook in Europa sommige natiestaten hun oude glorie in ere hersteld zouden willen zien en andere uitdrukkelijk niet. Wat het IS betreft, men kan inderdaad niet verhelen dat in het Midden-Oosten een fundamenteel onevenwicht is ontstaan tussen de demografische ontwikkelingen en wat in vele van die landen mogelijk is, wegens gebrek aan investeringen, wegens gebrek aan persoonlijke autonomie van burgers. De stap naar gewelddadige actie om een eigen levensverwachting invulling te geven kunnen we dan wel moreel laakbaar vinden, de dynamiek is er niet minder om. Ook de migratie naar Europa vormt een ventiel om stoom van de ketel te houden...

Hoe we met het Rusland van Poetin of de krijgshaftigheid van IS omspringen is geen bevoegdheid van de Vlaamse regering, maar de ontwikkelingen stralen af op de economische verwachtingen en wekken overduidelijk angst op. Het viel op dat Geert Bourgeois in zijn rede ook aandacht besteedde aan de relaties tussen Europa en Vlaanderen, waarbij hij duidelijk afwilde van het eenrichtingsverkeer. In de commentaren van de bladen vandaag bleef die zorg van de Minister-president onvermeld, terwijl voor de handelingsruimte van de Vlaamse regering inspraak, die er is, ook daadwerkelijk invulling te geven, het recht ertoe en de bevoegdheden maximaal uit te breiden. Hij nodigde ook de oppositie uit  uitgebreid aan dat lobbywerk naar Europa, de instellingen van de EU mee te werken. Meer nog, ter wille van de transparantie kunnen de leden van het parlement inzage krijgen in documenten van de regering die doorgaans afgeschermd worden. Ook daar nodigde de zeer parlementair georiënteerde MP zijn collegae uit de mogelijkheden niet onverlet te laten, terwijl van het debat.

Toch kregen we na afloop een zekere wrangheid in het debat, want de oppositie noemde het ongehoord dat de gezinnen de kosten van het beleid te dragen zouden krijgen, negerend zelfs de belofte dat men hierbij sociale correcties zeker bij in kaart zou brengen. Niet voor niets had de MP verwezen naar 1914 en vooral 1934, het jaar van... het Plan de Man, maar, ach ja, dat is geschiedenis. Björn Rsozkas maakte er zich wat gemakkelijk vanaf door erop te wijzen dat hij ook wel wist dat er sinds 1914 heel wat veranderd is. Neen, het punt was dat politici doorheen de twintigste eeuw vaak hebben geploeterd, soms ronduit bedenkelijk beleid hebben gevoerd, maar ook bij tijd en wijle moedig beleid hebben gevoerd. De regering Martens-Gol kon niet meer doen dan het puin ruimen van tien jaar economisch wanbeleid.

Het valt daarom te hopen dat politici van meerderheid en van oppositie de gelegenheid te baat nemen in het plenaire debat morgen uit de framing die de oppositie en het commentariaat de afgelopen weken en vandaag met verveelvuldigde kracht hebben aangedragen. Iedereen is bezorgd over wat er nog in het vat zit, maar met alle respect voor de vakbonden, maar hun actie, vooral hun verwijt dat de overheid de bedrijven zou ontzien, zou alleen kunnen betekenen dat het wegvallen van productiebedrijven en sterke dienstverlenende bedrijven verder afgebroken zou worden als die ondernemers en investeerders geen aangenamer en ondernemingsvriendelijker klimaat zouden aantreffen. Er is nog altijd een markt van consumenten, maar wil die blijven bestaan dan zal men de arbeidsmarkt en vooral de markt van ideeën en de opportuniteiten om te investeren best meer in het oog houden. KMO's zuchten vaak onder een onredelijk fiscaal regime, waardoor ze niet langer bereid zijn hun risico's hier te nemen. Hervormen en bijsnoeien om de toekomst van het ondernemende en van het werkende Vlaanderen veilig te stellen, kan men niet onrechtvaardig vinden, want de staat als eigenaar van productiemiddelen, dat hebben we gekend.

Willen we een goed leven voor allen behouden, dan kunnen we het niet aan de overheid alleen overlaten, maar moeten we ook zelf het nodige doen, waarbij we de inspanningen van anderen of de mogelijkheden niet als een verliespost voor ons zien. Zoals Peter Sloterdijk het stelde, kunnen we niet enkel vanuit ressentiment handelen, maar dienen we ook zelf enige ambitie te koesteren. Hoe zich dat uitrollen laat, daar spelen omstandigheden een rol, maar we vergeten dat het goede samenleven iets anders is dan het goede leven - voor onszelf en onze naaste kring.

Daarom is het vreemd dat mensen die anderen voortdurend kappitelen over het feit dat die denken in termen van wij en zij, zelf voortdurend de categorische distincties tussen bedrijven en de anderen, de gezinnen, de armen hanteren, waarbij al wie niet tot de 1 procenters behoren vanzelfsprekend armen zijn - ten tijde van Leopold II, gebruikten welgestelde dames die geld inzamelden voor goede werken diezelfde distinctie. Bovendien hypothekeren deze tegenstanders van de wij tegen zij  op die manier de inspanningen van mensen om hoe dan ook vreugde te vinden in het leven, het opgroeien van hun kinderen en het welslagen van ondernemingen, de eigen ondernemingen en die van anderen. Maar er zit nog een adder onder het gras, waarvoor het discours van de oppositie blind blijft, dat is dat het leven voor velen niet zo vervelend is of banaal als men het graag wil doen uitschijnen. Neem het inschrijvingsgeld aan de universiteiten en hogescholen, klagen studenten en rectoren, maar over het plezier van het studeren zelf, spreekt men niet en nog het minst studenten die vertellen dat ze op de Campus van de VUB voldoende vertier vinden dan wel de stad in willen of kunnen gaan. Of ze iets leren en wat dat voor hen betekent? Geen gebenedijd woord en toch herinner ik me levendig dat het lezen van teksten van Tacitus en Suetonius, van Fernand Braudel en al die tekstedities met commentaren en een massa secundaire literatuur van bronnen uit de middeleeuwen en recentere tijden echt wel de moeite waard was en dus vreugde in het werk opleverde. Maar dat lijkt geen punt voor de oppositie en toch vormt ook dat mij een passende framing om de tekst te interpreteren die de Minister-president uitsprak als Septemberverklaring. Maar die blijkt voor de oppositie niet opportuun. Waarom niet? Het blijft me verwonderen dat die oppositie er steeds weer zo eng denkend tegenaan gaat. Een gebrek aan inventiviteit? Of ideologische verblinding? Het laatste zou te betreuren zijn, want de samenleving altijd weer duaal benaderen, doet veel af aan de dynamiek die burgers, in alle mogelijke hoedanigheden tentoon kunnen spreiden, van hobbybrouwers tot goudsmeden en van tuinbouwers tot bedenkers van vrolijke slogans.

Bart Haers

PS mocht dit eens te meer een  stukje lijken voor een partijkrantje, dan kan ik daar weinig aan veranderen. Anders dan Prof. Dr. Carl Devos ben ik nogal duidelijk waar het mijn voorkeuren betreft, maar ook denk ik dat de heer professor de kwaliteiten van de rede a priori heeft gekelderd en dat past een analist niet. Een rede bouwt men op, spanning, captatio benevolentiae en dergelijke zijn onontbeerlijk. Maar goed, de MP is nu eenmaal een droge, saaie rekenmeester. Ik weet dat dit gemakkelijk klinkt, maar het is niet zo. Ik denk dat de rede echt wel het beluisteren waard is en ook behartigenswaardige zaken aandraagt. Ben ik dan een partijganger? Waarom loochenen? En de rest laat ik aan het oordeel van de lezer van dit stukje.






[i] onder meer in dit stuk heb ik er mij over verwonderd: http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2012/10/het-populisme-droop-van-de-muren.html

Reacties

Populaire berichten