School als weg naar humanisme

Dezer Dagen

Het schoolse leren
De paradox van de leerplicht

De school dat is een apekot, Parlez vous
De apen zitten twee aan twee, parlez vous
de grootsten aap die zit van voor
en doet de zotste kuren voor, inke pinke parlez vous

(Vuile Mong en zijn vieze Gasten)

John Keating, leraar literatuur die de brave jongens angst
aanjaagt en de andere uitdaagt, voor sommigen dus een
nachtmerrie en voor anderen een droom, en toch, ze
bestaan ook in het dagelijkse leven. Maar dat gaat
pedagogen duidelijk niet aan of aan het hart. 
Het schooljaar begint en de discussies barsten weer los, met discussies over de puntensystemen, evaluaties, over de kennis die we zouden meekrijgen of net niet en nog veel meer. Het punt is voor de een dat knaapjes noch maagdjes getraumatiseerd mogen worden. Het punt is ook dat men het onderwijs zo benadert dat die kindjes recht hebben op van alles en nergens toe verplicht zijn behalve tot aanwezigheid op school. Misschien gaat er op school nog behoorlijk aan toe, maar rond de school zweven veel zwerfsterren, kometen en andere satellieten, die voortdurend professioneel het geleverde werk van onderwijzers en juffen, leraren en leraressen inderdaad vakkundig onderuit halen. Daar lijkt het wel een apekot.

Het punt is dat kennis verwerven voor mensen noodzakelijk is om mee te kunnen drijven of zelf een eigen weg te kunnen gaan, maar de wijze waarop kennis wordt overgedragen, maar ook verworven is ook altijd persoonlijk, in hoofde van de onderwijzende en van de onderwezen persoon en als je naar sommige onderwijsdeskundigen luistert, blijkt de leerling een vat te zijn dat men maar gewoon vol kan laten lopen. Bovendien is het zo dat je niet alles vanzelf verwerft, de kennis niet, maar ook denkmodi in onderscheiden vakgebieden, van wiskunde over taalkunde tot levensbeschouwelijk onderwijs moet je onder de knie zien te krijgen. Zoals Rik Torfs het in een column zegt in verband met God, je kan zijn bestaan niet bewijzen, maar door te zwijgen over de hele culturele traditie rond de revelatie, raken jongeren - en ouderen - van slag, door de teksten niet meer te lezen zoals ze geschreven zijn, inclusief dus de hele traditie die eruit is voortgekomen. Men klaagt over jongeren die bereidwillig gaan strijden voor de Islamitische Staat, maar men begrijpt niet dat ze daar een attractiviteit in vinden die we, onze samenleving en ook de vigerende cultuur niet meer te bieden heeft.


De kennis die we overdragen moet wetenschappelijk gefundeerd zijn en objectief, maar de kennis die we opbouwden en waarbij mensen als Vesalius, Mercator en Linaeus hun bijdrage leverden, om nog te zwijgen van de lange weg van Ptolemaeus over Copernicus naar de hedendaagse astrofysica is op zich al de moeite waard. Die kennis kan men op verschillende manieren overdragen, want men Newton zien als een man die ergens wel het licht had gezien, maar van de Algemene of de bijzondere relativiteitstheorie, het standaardmodel van de materie nog niet alles begrepen had, er zelfs maar had over nagedacht, maar men kan begrijpelijk maken hoe vernieuwend Newton was en hoe zijn tijdgenoten en nakomers de zaak hebben opgepakt.

Overigens is het niet zo dat die kennis ergens nuttig gemaakt kan worden, maar we vinden het min of meer evident dat kinderen en jongeren de stelling van Pythagoras kennen: "a²+b²=c²" waardoor we dus bijvoorbeeld aan de hand hiervan de vierkantswortel van 2 zouden kunnen berekenen, maar ook dat getallen vele vormen aan kunnen nemen.

Maar de wiskunde en de wetenschappen worden vaak gezien als blokvakken, die men gewoon in het hoofd moet stampen, terwijl een goede oefening kunnen maken ook wel enig genoegen kan opleveren. Maar dat blijkt in het onderwijs dezer dagen voor pedagogen van geen tel. Maar ook het maken van iets in de opleidingen van het BSO kunnen leerlingen vooral zelfrespect en respect bijbrengen, terwijl men er nu haast dag na dag de vermeende minderwaardigheid van zien.

Maar kennisoverdracht is maar een deel van het gebeuren en bijvoorbeeld het wekken van enthousiasme voor talen, geschiedenis, wiskunde of filosofie of voor alles samen lijkt ook al niet meer van deze tijd. Er hangt immers rond wiskunde, rond nagenoeg elk vak een sfeer van overbodigheid en van ontoereikendheid, maar goed schrijven, eventueel literair schrijven vergt toch wel een grote stielkennis en dat lijkt ook niet meer zo te vlotten, niet in de moedertaal maar ook niet in het  onderwijs van vreemde talen, maar nu wenst men wel plots geschiedenis of aardrijkskunde in het Frans adstrueren. Waartoe deze plotse ijver, terwijl men het taalonderwijs laat verslommeren? Geen aandacht voor saaie grammatica of syntaxis, want dat kan de arme bloedjes traumatiseren. Werkwoordsvormen van buiten leren, van de onregelmatige werkwoorden natuurlijk? Zowel in het Engels als het Frans heeft dat enig nut, net als staande uitdrukkingen, taaleigen memoriseren best wel nuttig kan zijn, om niet bij het eerste gesprek met een Frans vakantielief een blauwtje te lopen. Maar talenkennis brengt ook andere kennis mee, van chansons, liedkunst en verder literatuur mee, maar in het kader van de gelijkheid wil men de aanloop daartoe in het ASO, namelijk het drillen van de taalkennis, grammatica en syntaxis niet meer opnemen. Hoe zal men dan - in het Frans of Engels - geschiedenis bijbrengen of aardrijkskunde? Het is het paard achter de wagen spannen, want ooit kon een leerling die uit een college kwam meer dan schoolfrans of een bekakt Engels, maar dat ging er ook van af of de kinderen in de vakantie al eens op taalkamp of een sportkamp in een andere taal gingen.

Maar het blijft wel opvallend dat men hier dan wel spreken zal van ongelijke kansen, terwijl dat niet aan de orde is voor het schoolgebeuren zelf, zolang men verdienste maar wenst te honoreren en daar is het onherroepelijk mis gelopen, want om traumatische ervaringen als zittenblijven te voorkomen, wordt gebrek aan verdienste niet langer gestraft. Meer nog, de kinderen die in het regulier onderwijs niet aan de bak komen, kregen tot nog toe een relatief veilige omgeving in het bijzonder lager of buitengewoon secundair onderwijs, maar ook daar wil men in naam van gelijkheid vanaf. Want het is een mensenrecht gepest te worden in het dagelijkse schoolgaande leven. Ah neen, het gaat erom verdraagzaamheid bij te brengen. Fraai toch, die gedachte, maar de leraren staan niet de hele dag bij een leerling met een leerachterstand. Het gaat erom dat we niets tegen de proclamatie van die rechten hebben, maar dat we de vele inspanningen die gedaan zijn om jongeren een relatief veilige schooltijd te gunnen en er toch iets op te steken, het buitengewoon onderwijs in feite gewoon wil afbreken.

Natuurlijk moeten kinderen en jongeren respect leren opbrengen, voor kuisploegen, voor klusjesmannen en voor mensen die anders zijn dan zij, maar als ze er niet mee geconfronteerd worden in hun omgeving, zou het wel eens lastig kunnen zijn hen met die andere kinderen te leren omgaan. Nu, dat moet dan maar heeft ook de rechter geoordeeld. Alleen, het middel ressorteert niet vanzelfsprekend effect, want de schoolgaande jeugd moet er ook iets voor laten.

Het valt anders wel op hoeveel aandacht we hechten aan dat aspecten van het schoolleven, maar minder aan de noodzaak zelf iets te doen op de schoolbanken. Geen huiswerk, want niet alle kinderen doen het, maken het, behalve als het om de les seksuele opvoeding gaat allicht. De gedachte dat kinderen naar school gaan om op een goed gedoseerde wijze kennis tot zich te nemen en er iets mee leren aanvangen, lijkt in het publieke debat te smoren in het gezeur over gelijkheid en het wegwerken van ongelijkheid. Iemand die blind is, kan inderdaad niet de kleurenpracht ervaren van een paneel van Memlinck of Jan van Eyck, maar kan misschien des te beter de be- en verwerking van muzikale thema's doorgronden bij Rachmaninov of Max Reger dan een ziende. Overigens, wie schoolgroepen naar het museum ziet gaan weet uit ondervinding dat maar weinig leerlingen onmiddellijk gegrepen raken door zo een paneel of een schilderij van Michael Borremans. Er was een tijd, niet eens zo lang geleden dat kinderen uit alle milieus de kans kregen kunst te leren waarderen, maar dat lijkt niet meer aan de orde. Moet men dan kunst leren kennen? Op school? Als iets van kunst kennen deel is van de humaniora, het betreden van het pad van menselijke mogelijkheden en talenten, dan zeer zeker wel. Het kunstambacht was overigens lange tijd een opstap voor mensen uit de bescheiden milieus om een beter leve vorm te geven, ook al kwamen er welgestelde kinderen ook naar het kunstambacht, omdat ze het nu eenmaal wilden. Frans Masereel was zo iemand en toch, de afgelopen dagen en weken hoorde ik zijn naam niet noemen als het over WO I ging, net omdat hij als dienstweigeraar vanuit Frankrijk naar Zwitserland trok en daar Romain Rolland en Stephan Zweig ontmoette en met hen acties tegen de oorlog opzette. Moet men dit weten?

Misschien is het goed te leren begrijpen dat protesteren vanuit de luie zetel voor weinig ongemak zorgt, maar dat echte inzet, voor persoonlijke doelen of voor iets dat ons overstijgt wel degelijk heel wat kost, maar ook, die inspanning te leveren vormt zelf een bron van vreugde. Maar goed, de chemisch ingenieur moet stoffen samenstellen, onderzoeken hoeveel weerstand ze bieden bij hoge of lage temperaturen, wanneer ze gevaarlijk worden of net voor veiligheid kunnen zorgen. Het heeft geen naam, maar toch, in het onderwijs kan men kennis op verschillende manieren aanbrengen, maar leerlingen, sommige kunnen er op een onverwachte manier mee aan de haal gaan.

Maar wat ons ontgaat als het over onderwijs gaat, blijkt de kwestie te zijn dat iedereen verplicht naar school moet en finaal ook nog eens aan dezelfde maatstaven gemeten zou moeten worden. Sommigen vinden de school tijdverlies omdat het te traag gaat en soms te veel een doorgeefluik van algemeen onderkende waarheden, aannames zou zijn. Een leergang geschiedenis van de oudheid of middeleeuwen doet ons geloven dat we er zowat alles van weten, maar hoe zo een abdij als centrum van een gemeenschap functioneerde, dat ontgaat ons, onder meer omdat we zelden de emoties van mensen in dat systeem (willen) onderkennen; maar bijvoorbeeld "Van den Vos Reynaerde" over het hofleven in de middeleeuwen wellicht dus in Vlaanderen laat zien dat herkenning en lastig en toch zinvol is. Maar het lijkt erop dat men die benaderingen vandaag niet zo heel veel belang meer toekent.

Men heeft intussen ongeveer elke generatie bevlogen mensen zien sleutelen aan het onderwijs, met bekende lui, Jean-Jacques Rousseau, Rudolph Steiner als vaandeldragers, maar ook als wereldverbeteraars, die het niet altijd goed begrepen hadden. Kritieken van het bestaande onderwijssysteem hebben het vooral over het feit dat kinderen en jongeren zelf veel kunnen uitvinden, maar zonder aansporingen of zonder een enigszins dwingende gids gaat het ook niet. Maar vooral is het zo dat vooral kinderen die van huis uit niet zo met wetenschap in contact komen, met de mogelijkheden van taal of muziek, er ook niet naar talen, zeker niet in de kritische leeftijd. De uitdagingen die een goede leraar kan brengen, kan enthousiasmeren, terwijl brave Hendriken met schoolfrikken beter af denken te zijn, het blijft zorgen voor stof tot discussie, maar goed, we mogen blijven dromen naar een leraar literatuur, een John Keating - in "Dead poets society - maar ook in het dagelijkse leven kan men zo een eigengereide, soms dwarse leerkrachten ontmoeten, die ons met Brassens en Boris Vian, met Wim de Craene en Gezelle zo weten vertrouwd te maken dat het vrienden voor het leven blijven en ons toelaten te zoeken naar de ultieme moderniteit. Het onderwijs zorgde overigens altijd voor de eigen critici, maar dat vergeten de professionele hervormers wel eens.

Ik dacht dat ik al genoeg over onderwijs geschreven heb, maar het houdt niet op, dat gemorrel aan het bestel, zonder dat men kan aantonen dat kinderen er beter van worden. Er komt nu dus een taalproef in het eerste jaar van de lagere school en van het secundair. Waarom? Omdat men kinderen met taalachterstand wil bijspijkeren. Goed, geen bezwaar, wel integendeel. Maar men klaagt er ook over dat kinderen die thuis geen Nederlands spreken tijdens de vakantie te veel vergeten zouden zijn... Maar het testen en toetsen kan ook op een logische wijze, vanwege de juf of de schoolmeester. Het lijkt erop, denk ik, dat  men zoveel zekerheden, bewijzen wil stapelen dat het kind eronder verdwijnt. Maar men zal alles gedaan hebben om het kind te redden van de achterstand. Zou het?

In feite kan men zich, nog maar eens, afvragen waarom men eindtermen heeft ingevoerd in het onderwijs? Zou een jongen of meisje van 12 niet een zee van kennis vergaard hebben? Niet in staat zijn staartdelingen te maken en de volumes van cylinders en andere minder regelmatige lichamen? Het lijkt erop dat men de vragen die men het kind stelt in de les zelfs niet meer te moeilijk mogen zijn. Traumatische ervaringen vermijden is immers de boodschap? Nieuwsgierigheid lijkt zelfs geen deugd meer. Behalve als het om intieme leven van de leraar of de juf gaat.

De paradox van de leerplicht bestaat erin dat kinderen het bijzondere van hun situatie zelden begrijpen en dan zal er geen een bevatten kunnen dat het over meer gaat dan een moeten. Men heeft op goede gronden de leerplicht ingevoerd, maar is vergeten ouders en leerlingen te vertellen dat men op 18 jaar niet automatisch melding krijgt van het feit met vrucht de schoolloopbaan te hebben doorlopen. Men is ook vergeten te vertellen dat het ene kind mooiere vruchten overhoudt dan andere, maar dat ze daarom niet minder gelukkig door het leven gaan. En neen, van leren wordt men geen goed, laat staan een beter mens. Het onderwijs is wel een voorwaarde om autonomie te verwerven, autonomie van autoriteiten, diegene die men okay vindt, zoals kritische journalisten en schrijvers, maar uiteraard en vooral autoriteiten die men beter met enige verachting kan bejegenen zoals schoolmeesters, rechters en politici, vaders en moeders ook. Want hoewel men humanisme nog steeds koppelt aan de idee van persoonlijke, individuele autonomie, blijkt het autoritaire gedrag van overheden en critici van die overheid niet minder van doorslaggevend belang.

Niet iedereen hoeft doctor in de kernfysica of de neurofysiologie te worden, maar tegelijk kan men er niet overheen dat juist onderwijshervormers vanuit hun welbegrepen uitgelezenheid de bètawetenschappen en arbeid, een kwaad hart toedragen. Wie gewoon naar televisie kijkt en wil vernemen hoe die vulkanen op IJsland nu functioneren, waarom er om de 500 à 1000 jaar uitbarstingen lijken voor te komen zoals in 1783 -1784 zal merken dat een wetenschapper die spreekt over waarschijnlijkheden en onberekenbaarheid minder aan het woord komt dan iemand die rechttoe rechtaan zegt dat dan en zo deze of een andere vulkaan zal uitbarsten en liefst voorspelt men ook nog eens de kracht van de explosie. Nu, als het anders is mag de specialist het nog eens komen uitleggen, als hij/zij vlot ter tale is, kan dat nog leuk worden. Dat geologie en zeker vulkanologie uiterst ingewikkelde mechanismen onderzoeken, waar ze soms, zij het slechts zelden, goede kleinschalige nabootsingen van de grote krachten in deze aardkloot kunnen maken, wordt dan mooi buiten beeld gehouden, terwijl net dat de charme van de disciplines zou kunnen vormen.

Het heeft ook te maken met de weigering nog enige fataliteit in het leven te aanvaarden en dan is het even belangrijk een watersnood in Bosnië te voorspellen en te voorkomen als een tsunami in de buurt van kerncentrales. En toch lukt dat niet, maar geen nood, we zullen de weerman/geoloog wel voor de rechter dagen. Wetenschap? Geen zin in twijfel, mevrouw, want de perfectie is niet goed genoeg voor ons. Tot het misloopt. Het onderwijs kan mensen helpen, vormen zodat ze bepaalde proporties leren te zien, begrijpen dat de orde van grote van een getal anders uitspeelt als het over mensen in de penarie gaat dan over een tonnage van uitgespuwde lava of magma in Yellow Stone park of eventueel een vallende meteoriet boven Rusland.

Men zal tot slot leren van Spinoza en van Auguste Comte dat er niets is zonder oorzaak, dat er geen blaadje kan bewegen in de Amazonewouden of er ontstaat een storm in de buurt van Schotland, maar men zal ook leren dat het wetenschappelijk positivisme grenzen heeft. Als mensen met elkaar omgaan, zonder bijzondere doelen of net om de eigen genoegens te maximaliseren, dan heeft dat gevolgen voor hun gedrag. De speltheorie kan een en ander berekenen met een beperkt aantal spelers, op voorwaarde dat die spelers zich gedragen op een strikt rationele wijze en alleen de maximalisatie van hun eigen individuele genoegen, genot voor ogen hebben. Gedraagt iemand zich anders, door bijvoorbeeld een ander mee te laten genieten, dan wordt het spelbord herschikt en worden de twee een speler, tot ze weer scheiden. Maar de speltheorie blijkt zelfs op te gaan als het over landen gaat die tegenover elkaar staan, maar ook dan geldt meer dan een randvoorwaarde om die te beschrijven. Helaas, zo vernam ik, komen dergelijke kwesties niet zo vaak aan bod in het onderwijs.

Hoe het ook zij, als het over onderwijs gaat, lijkt het welzijn van het kind centraal te staan, maar niet altijd de man of vrouw die uit het kind zal groeien en dat vergeet men wel eens. Onderwijs is, ondanks de leerplicht overigens te vaak een consumptiegoed en misschien moeten we eerst die onzalige gedachte terzijde schuiven. Maar het behoort tot de logica van deze tijd dat vorming van jongeren voor de overheid een kostenpost is, geen investering in een onvoorspelbare toekomst. In die zin kan ik de kritiek op de meritocratie zoals die nu wordt begrepen ondersteunen, omdat het begrip verdienste en/of talent zelden aan de orde komen. Nu vind ik Stromae best wel formidabel, voorzien van een flinke zin voor ironie en sarcasme, maar als men ziet dat vooral het aantal verkochte nummers, via streaming of anderszins van tel zijn, want dat is het enig meetbare, dan vergeet men dat hijzelf misschien het meeste genoegen overhoudt aan een optreden in een club, ook al kan hij zalen doen vol lopen. Verdienste komt niet aan bod en juist Stromae kan daar naar mijn waardering aanspraak op maken. Anderen, die al evenzeer week na week de hemel ingeprezen worden, konden mij, kunnen mij niet overtuigen. Aan het einde van de rit zal overigens wel blijken dat de goden van vandaag juist door hun felste en meest beate aanbidders, aanbidsters weer afgebrand worden. Iconen hebben vandaag een kort leven. Ook dat kan in het onderwijs zo gebracht worden dat jongeren niet zo snel van kaart geraken voor een idool, maar toch als ik Grace Jones weer eens hoor, dan komen associaties bovendrijven:

Tu cherches quoi? rencontrer la mort,
Tu te prends pour qui, toi aussi tu déteste la vie.

Strange? vreemd dat mensen die over onderwijs spreken inderdaad meer van de dood in de pot houden dan van het volle leven. Kinderen moeten beheersbaar blijven en toch, ze krijgen niet meer vanzelfsprekend een goede gids mee. Dat is wat mij ook deze ochtend weer verbaasde toen ik hoorde spreken over de vraag of onderwijs behoefte heeft aan puntensystemen om te evolueren. Zeggen ook journalisten die nu eens pleiten voor sterren bij boeken of restaurants, dan weer beweren tegen te zijn. En onderwijsspecialisten zijn tegen elitescholen, maar dwingen ouders te zoeken naar betere omstandigheden om hun kinderen te vormen. Want het onderwijs, zeggen die ouders, stuurt aan op nivellering en zij willen hun kinderen omhoog stuwen. Als we het daar nu eens een keertje eens over konden zijn: onderwijs gaat over emancipatie, ontvoogding en leerkrachten voeren in de klas, achter de gesloten deur dag na dag dat gevecht, soms vrolijk, soms een beetje depri, altijd blij als het goed gaat.

Bart Haers


Reacties

Populaire berichten