Te doen wat moet, is altijd contingent

Reflectie

Politiek gebonden aan randvoorwaarden
Het verhaal van politieke creativiteit

P.W. Seghers behoort tot die poitici die bekend staan om hun daadkracht, maar
die ook voorwerp van scherpe kritiek werden. De aanleg van autowegen in dit
land kreeg met hem een groot pleitbezorger en de realisaties waren niet mis.
Maar vandaag zien we dat sommige politici hun eerdere besluiten zonder
omhaal weer terzijde schuiven en dat wekt nog veel meer wrevel. 
Het blijft een uitdaging na te denken over wat voor handelingsruimte politici wel niet hebben. Nu Europa merkt dat de buitenwereld niet zo vreedzaam is als we wel gedacht wilden hebben, maar niet echt, maken burgers in de Lage Landen bij de zee zich zorgen over het durende besparingsbeleid op defensie en menen ze dat het vredesdivident al lang opgebruikt is.. Maar van de oorsprong van de menselijke soort af heeft de ontwikkeling van de politieke orde zich gericht op ordening, rust en vrede, maar evenzeer waren er krachten die de "powers that be" uitdaagden, om allerlei redenen, of voortgestuwd door andere gebeurtenissen. Sinds het einde van het Romeinse Rijk heeft er zich in Europa een nieuwe constellatie gevormd, waarbij politieke macht zeer moeilijk vast te houden viel en na het Rijk van Karel de Grote is er niet enkel een politieke strijd om de macht aan de gang geweest, maar ook ontstond er ook een ideeënstrijd, die in de maatschappij die steeds meer steden kreeg en bovendien ook nog eens een keer een kans kreeg procedures voor vrede en uiteindelijk voor oorlog te ontwikkelen. Interne vrede werd via de uitbouw van politionele diensten en een steeds evoluerend rechtssysteem bevorderd, wat niet betekent dat er niet af en toe grote uitbarstingen van geweld konden plaats hebben, soms gewoon broodopstanden, soms diepgaande conflicten over het verwerven van macht. Deze dynamiek van de Europese cultuur die noodzaakt er de vele van in ogenschouw te nemen, kwam tot stand door enerzijds de gebeurtenissen zelf, maar ook door het bewust nadenken over die gebeurtenissen. Vandaag maken we het wel mee dat er tal van analyses van gebeurtenissen aan de orde worden gesteld, maar in wezen, kan men stellen lijkt de stroom van ideeën over de samenhang en ordening van de samenleving buiten beeld geraakt. Of beter, men houdt er nog maar een streven op na: de rechtvaardige samenleving waar mensen niet het slachtoffer zouden zijn van ongelijkheid. Rechtvaardigheid nastreven heeft evenwel in het verleden al vaker geleid tot het vestigen van een bloedig bewind dat de samenleving er geheel onder hield, maar de persoonlijke vrijheid offerde aan wat voor doel dan ook en waar de inbreng van personen beperkt was.

Meer nog, het is pas toen ik me ging verdiepen in de discussie over het werk van John Rawls, a Theory of justice, merkte ik dat men nog maar weinig bezwaren ertegenin wenste te brengen, maar als auteurs als Martha Nussbaum of Richard Sennett er de moed toe hadden kanttekeningen aan te brengen bij de theorie, leek het alsof die auteurs niet echt iets in te brengen hadden. Nussbaum begon naam te maken als filosofe die de Griekse filosofie, maar ook de tragedie tegen het licht hield, terwijl Sennett vanuit de ervaring van de arrogantie van stadsplanners in Chicago begon na te denken over de betekenis van kennis en de intermenselijke verhoudingen om uit te komen bij zoiets als respect.

Nu weten we al langer dat emoties in de politiek hoogstens instrumenten kunnen zijn van de verkeerde bewegingen, terwijl wie het bij het rechte eind heeft of de macht vanzelf meent uitermate rationeel te denken. Net Martha Nussbaum heeft er recent in haar essay Politieke emoties op gewezen dat als politici iets willen bereiken dat een meerderheid van burgers niet direct aanspreekt maar wel in stilte hopen, zoals een einde maken aan de Seccessieoorlog, de veroveringsdrang van Hitler of zelfs de op wraak gerichte politiek van Georges W Busch...  via goede argumenten net wel die emoties van betrokkenheid kunnen opwekken. Maar Busch kon op zeer brede steun rekenen om wraak te nemen tegen de Taliban en Al Qaida. Dat de aanslag op New York, de Twin Towers niet ongestraft konden blijven, ligt voor de hand, maar de aanpak, de aanval op Irak en het gebrek aan nazorg heeft het hele project Europa meer nog dan de VS opgezadeld met een aantal problemen.

Nu kan men vaststellen dat in de Arabische wereld een zeer ambivalente verhouding leeft tot het westen, tot het culturele leven in Europa en de VSA, want aan de ene kant ziet men vrijheid en mogelijkheden om een goed leven uit te bouwen, maar tegelijk kan men niet nalaten, zoals Peter Sloterdijk er op wees te erkennen dat daar een gigantische deposito van ressentiment, van gekoesterde vernedering bestaat die men alsnog zal blijven aanvullen. Haat, zegt men, drijft de bevolking in de Arabische wereld, maar het is een haat die steeds weer gevoed wordt, op de bank van de ressentimenten en dat verhindert ook dat deze mensen naar hun eigen cultuur en samenleving kijken en proberen na te gaan hoe het beter zou kunnen. Het neemt niet weg dat ik de Europese protesten in 2003, ook gedragen door prominenten ten onzent tegen de aanval op Sadam Hoessein niet smaken kon, al kon dat ook mijn oorlog niet zijn, maar die protesten droegen niets bij. Men heeft terecht kritisch de argumenten voor die aanval belicht, maar men heeft in Europa geen weg gevonden om gezamenlijk tegen Washington te zeggen dat Irak, dat Hoesein wellicht een problematische positie had gekozen, dat Hoessein een dictator was, maar tegelijk was de regering in de VS bereid de grondrechten die ze haar eigen burgers toekende en die eraan vasthouden - soms tot in het absurde, zoals het IIe Amendement - in het raam van deze misschien niet zo gerechtvaardigde oorlog opgeofferd heeft.

De zaak is dat Europa vervolgens, toen Obama kwam, geen goed antwoord had op de vraag om de gevangenen van Guantanamo gecontroleerd op te vangen en/of te zoeken naar een passende rechtsbedeling, waardoor een kans om, door een aantal onterecht gevangen gehouden mensen kansen op een nieuw leven te bieden en zo die bank van ressentimenten wat activa te ontnemen, verloren ging.

Ik ben mij er volkomen van bewust dat geen politicus in Europa inderdaad zin had het puin te ruimen van de mislukte aanpak door de vorige Amerikaanse regering aangericht, maar tegelijk was er, minstens in Europa geen mogelijkheid om er toch een aantal inzichten aan te ontlenen. De Arabische Lente werd met overdreven enthousiasme ontvangen, zonder begrip voor de vele hindernissen die de burgers in Caïro of Tunis, Damascus te overwinnen hadden en die geslecht dienden te worden om een nieuwe samenleving mogelijk te maken, maar toen het misliep hadden we hier geen antwoord. Al die mensen die er hun sublieme vermogen tot analyse op loslieten hebben naar het mij voorkomt over het hoofd gezien dat de partij die ze in het hart droegen wel degelijk tegenstanders van betekenis had, terwijl - wat Egypte aangaat - de tegenpartijen, zoals de Moslim Broederschap wel degelijk ook de ambitie had het land naar eigen inzicht vorm te geven en dat was, haast vanzelfsprekend aangenomen, niet democratisch. En de feiten zijn er om dit te staven. maar hier, denk ik, heeft men stappen in de analyse over geslagen, want  die groepen, zoals de Broederschap zijn zeer diep geworteld in de samenleving, zodat men kon verwachten dat ook zij van de plots gewonnen vrijheid gebruik zouden maken. Dat dit op een drama uitliep, bijna een tragedie, lijkt men zichzelf niet aan te rekenen, maar finaal blijkt Egypte terug bij af. Hadden de opstandelingen op het grote Tahrirplein wel voldoende inzicht in de hefbomen die ze dienden te bedienen? Hadden ze een antwoord op de verwachting van het leger om de eigen positie niet (onmiddellijk) in het gedrang te zien komen? Op het oog niet.

Het blijft van belang, denk ik ook inzake het gebeuren in Oekraïne te zien dat sommige mensen in Europa niet begrepen dat hun gratuite steunbetuigingen aan de opstandelingen op het Maidan in Kiew verkeerd konden uitpakken. Let wel, ik ga er vanuit dat de opstand in Kiew een poging was om de rechtsstaat, democratische instellingen die niet er niet enkel de naam van droegen, te vestigen hopende zo   meer welvaart voor veel meer mensen mogelijk te maken. Dat in Moskou de vrees bestond dat het oude Tsarenrijk weer grondgebied en invloed zou verliezen, had men echt niet in de smiezen, maar dat was en is al bijna twintig jaar het streven geweest van leiders in Rusland. Dat dit verregaande stappen heeft voortgebracht en geweld niet schuwde, mag men dan betreuren, men kan zich zelfs afvragen of die obsessie met het herstel van het Rijk wel de beste aanpak zou zijn voor de Russen, voor de burgers van dat land, maar dat Poetin die logica volgde, daar kan men alleen acte van nemen. En dan had het vooral zin gehad de Oekraïners die nu wel droomden van een West-Europese levenswijze maar vooral hoopten op een stabiele staat met een eerlijker rechtsorde daarin te steunen en niet a priori een aansluiting van Oekraïne bij de EU of de NATO in het vooruitzicht had moeten stellen. Hoe het conflict in Oekraïne uit kon groeien tot een burgeroorlog, tot een oorlog by proxy ook, maar dus ook een blijvende bron van destabilisatie van de samenleving, waardoor ook daar de revolutie niet tot iets leiden kon, zal door historici nog onderzocht worden, maar hier hadden politici de vrijheid om de burgers op dat plein zo te steunen dat er achteraf geen zo grote ontgoocheling zou ontstaan.

In Europa blijkt men niet altijd gevoelig voor de doelen van anderen, maar vaak blijkt dat we ons wel zelf doelen stellen, maar het te zelden over de middelen hebben die nodig zijn om die te bereiken. Soms lijken we niet meer te weten wat we passende doelen moeten vinden, maar nog minder weten we wat passende middelen zijn. Dat vergt debat, maar ook de bereidheid soms lastige beslissingen te nemen. Soms hoor ik dat we te veel mooiweerpolitici in het systeem hebben, die graag hun bootje showen, maar als het lastig wordt, schrikken ze terug voor de spaanders die ze moeten maken.

De cynische gedachte dat waar gehakt wordt er ook spaanders moeten vallen, staat ons daarbij niet voor de geest, wel de gedachte dat men zelf met de brokken kan achterblijven omdat men een beleid wil voeren, waarbij men zich bewust is van het feit dat men mensen moet overtuigen die ook andere stemmen te horen krijgen. De melkboer op de markt, die luistert naar deze en vervolgens andere sprekers, kan ze allemaal wel waarderen, maar als men hem vraagt waarom hij ze allemaal toejuicht, weet hij te zeggen dat ze het allemaal goed over het voetlicht weten te brengen. Politici zijn doorgaans welbespraakt, maar soms gaat het om water dragen naar de zee, zelden zal een politicus durven te zeggen: "ik heb u begrepen. Ik wil hetzelfde als u, maar laat mij toe eigen wegen te bewandelen, want over het resultaat zullen we het dan wel hebben". Charles de Gaulle heeft dat gezegd in 1958 en vooral in Algerije de Fransen vertrouwen gevraagd. Men heeft deze toespraak als een grote leugen afgeserveerd, maar het heeft Frankrijk wel gered uit een uitzichtloze situatie. Het feit dat de pieds noirs, de voormalige Fransen in Algerije die vervolgens terug keerden naar Frankrijk en zich niet weinig verongelijkt voelden, vervolgens hun rancune hebben blijven koesteren, heeft vooral het Front National helpen groot maken. Maar tegelijk blijft staande dat Charles de Gaulle toen de zaak gered heeft, door te durven doen wat niemand wilde maar wel nodig was.

In dit herdenkingsjaar ligt het voor de hand dat we ook kijken naar politici en machthebbers een dikke honderd jaar geleden. Men kan zeggen dat Clémenceau een schitterend parcours heeft gevaren wat Frankrijk betreft, maar tegen de inzichten van anderen in, heeft hij minstens het klimaat geschapen waarbij niet enkel Duitsland instabiel bleef, maar ook, wat we vaak vergeten, Midden-Europa geen goede dienst heeft bewezen. Over de bezetting van de Ruhr, samen met België, heeft men het dan niet en de wijze waarop A.H. enig garen kon spinnen van deze aanval, blijft al helemaal buiten beeld. Men kan Clémenceau dan ook maar moeilijk grote visionaire inzichten toedichten. Hoe anders was dan le grand Charles die in 1940 na de desastreuze campagne, waar hij als een van de weinigen met zijn tanks een antwoord had op de Duitse bewegingsoorlog naar Londen ging en de oorlog daar, in ballingschap verder heeft gezet.

Politici menen vaak dat ze niet onder het dictaat van TINA - there is no alternative - uitkunnen, maar net dat lijkt mij het failliet van de politiek, maar erger nog is het wanneer zij toegeven aan de technocratische verleiding en alles inzetten op controle en beheersing. Dan kunnen zij de dynamiek die in de samenleving leeft, uitgaande van burgers, alleen maar fnuiken. De vrijheid van de politicus te doen wat moet, bestaat er dan in dat wat zich aandient als onomkoombaar toch anders gaan beantwoorden en dan gaat het inderdaad om de discussie over de middelen. Het lijkt mij dat Links in Vlaanderen, in Europa dezer dagen de discussie niet meer voert over hoe ze een gewenste toekomst kunnen bereiken, maar dat hun plaat blijft hangen bij het debat over de doelstellingen zelf, of beter nog, bij de analyse zelf.

Er zijn maar weinig politici die de normale ambities van burgers nog met een begin van respect behandelen, behept als ze zijn alles onder controle te willen hebben. Het verhaal van Oosterweel laat zien dat men dan volkomen de mist ingaat, want men lost a) geen problemen op; b) leent het oor aan een lawaaierige groep en c) vergeet dat in dit concrete geval de verkeersknoop toch opgelost moet worden en dat de randvoorwaarden niet veel ruimte voor alternatieven laten. Al die voorstanders van de "tangentenoplossing" vergaten moedwillig dat een deel van de haven voor verkeer moeilijk bereikbaar is, omdat er de stringente richtlijnen gelden, de Seveso-richtlijn, net omdat daar een grote chemische nijverheid aanwezig is.

Maar meer in het algemeen geldt ook dat veel politici van burgers geen hoge pet ophebben, terwijl die burgers meer dan ooit geschoold en hooggeschoold zijn - en er soms handig gebruik van maken. Maar het betekent ook dat die mensen wel degelijk vatbaar kunnen blijken voor gedurfde antwoorden op problemen waar men niet onderuit kan. Door zich strategisch in loopgraven in te graven, veroorzaken politici vervolgens een patstelling, waar niemand nog uit kan. Ben ik tegen Nationalisme? Geenszins, maar als men mij vraagt of Schotland er baat bij hebben zou onafhankelijk te worden van Londen, dan vrees ik dat de randvoorwaarden hen wel eens zuur kunnen opbreken. Bovendien willen ze de Queen behouden en vooral het pond. Schotland kan streven naar meer bevoegdheden, kan desnoods binnen de EU onafhankelijk worden, maar er lijkt mij geen draagvlak voor een werkelijk Schots beleid. Wat zal men doen met de baten van de olie- en gaswinning in de Noordzee? Laurion, beste mensen, het antwoord ligt bij Themistocles, die de mijnen van Laurion wilde gebruiken, of beter, de revenuen ervan voor de bouw van een sterke Atheense vloot en die heeft bijgedragen aan de Nederlaag - met hoofdletter - van Darius en de Perzen in 480 BC. De vragen die zich aandienen zijn dus complex en de politici in functie moeten zich er dus geen zorgen om maken dat hun oplossingen daarvoor niet evident zijn, niet alleen gericht op eenvoudige doelen, want alles zal of kan minstens in elkaar grijpen zodat men geen oog genoeg kan hebben voor ongewenste neveneffecten. Die vrijheid begrijpen politici vandaag maar ook tijdens de afgelopen decennia niet afdoende.

Politici, zoals Hans Wiegel, beweren dat het electoraat wispelturig is, maar misschien zijn de politici zelf te volatiel geworden. Burgers geven er niet altijd om of de politicus in functie strak in het pak zit, de schijn van onberispelijkheid weet op te houden, want die façade kennen ze, kennen we afdoende. Als er nu dus een politiek medium naar Brussel zou komen, dat alleen oog zou hebben voor de uiterlijke schijn, dan zal het wellicht, zoals "Geen Stijl" een randfenomeen blijven. Want media zijn belangrijk in onze democratie, maar hun rol wordt vaak zo uitvergroot alsof het gaat lijken dat een journalist een hele mijnheer of mevrouw is. Dat valt altijd nog te bezien. Het gesprek in College Tour met Toine Huys, met de heer Jeremy Paxman was wel instructief om zien, maar het werd duidelijk dat die man begreep dat zijn rol beperkter is dan men wil laten uitschijnen. Maar goed, met kleine beetjes zijn we niet meer tevreden, we willen ineens de hele wereld beheersen.

Tot slot: te doen wat moet, is niet universeel geldig en altijd hetzelfde, maar pakt steeds weer contingent uit, zodat politici niet enkel de oude oplossingen in gedachten moeten hebben, maar ook wel de lef moeten vinden om onverwachte, betere oplossingen uit te denken en voor te leggen. Doorgaans kan beleid op automatische piloot vorm behouden, maar als de omstandigheden tot actie nopen van politici, moeten ze ook handelen, niet voor zichzelf, wel voor hun medeburgers. Sinds de jaren zeventig zag men doorgaans het omgekeerde, dat politici handelingsgedreven waren, als er maar ergens een naambordje kwam met hun persoonlijke verdienste. Vandaag maakt dat geen indruk meer en dat maakt burgers kregel. Doen wat moet? Het zal altijd hic et nunc, ad hoc dus bedacht moeten worden en wel zo dat de toekomst er niet door gehypothekeerd wordt. Moeilijk? Ach, wie zegde dat het leven van een politicus eenvoudig zou wezen? Godfried Bomans wist het al en schreef "Pieter Bas. Gaston Eyskens wist het in de praktijk te brengen en trad terug als men van zijn oplossingen niet wilde weten.

Bart Haers  




Reacties

Populaire berichten