Een ode aan de rustige vastheid

Dezer Dagen

Afscheid van een president
Vijf jaar laveren tegen de wind in

Herman van Rompuy blijft de
gebeten hond, want of hij was te
zwak of hij werkte te ver
achter de schermen. Maar hoe
zal men zijn passage aan de
Europese tafels waarderen? 
Mocht iemand mij aanwrijven dat ik mijn kar keer, dan kan ik verwijzen naar het aantreden van Herman van Rompuy als President van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders. Men voegde hem weinig aangename koosnaampjes toe, maar dat is nog het ergste niet, men dacht dat hij noch in Peking noch in Washington het verkeer stil zou kunnen leggen. Ach, alsof het bezoek van Barack Obama aan de begraafplaats in Waregem iemand iets opgeleverd heeft, behalve wat beelden. Neen, het was pijnlijk te zien hoe groot de afstand was tussen de burgers en de zogenaamde verkozen leiders. De democratische waarden werden in naam van de veiligheid van een paar mensen onder de kiezels van de begraafplaats geschoffeld. Maar dat blijkt zo ingesleten, dat men zich afvragen moet of deze mensen nog wel begrijpen wat democratie is. Gelijkheid in kansen, nastreven van het persoonlijke geluk, welbevinden en nog zo een paar waarden, zij werden en worden dag na dag weg gemoffeld. Want men hervormt het onderwijs zo dat mensen niet de kans krijgen hun talenten te ontwikkelen. Meer nog, men meent dat alles wat niet top is, van geen betekenis kan zijn en tegelijk zegt men zelf wat top zou moeten zijn.

Toch mag men niet beweren dat de eerste president van de Europese Raad, Herman van Rompuy de democratie niet gediend zou hebben, want zijn rol bestond erin, boven de raad staande met de regeringsleiders en staathoofden tot eensgezindheid te komen waar die moeilijk te vinden was of is. De woede van de heer David Cameron komt mij verdacht voor, want het gaat om toepassingen van regels, waarbij die heren politici niet altijd lijken te begrijpen dat ze niet de regels kunnen aanpassen als de toepassing hen slecht uitkomt. Overigens krijgt het UK nog altijd een korting die gezien mag zijn, met dank aan lady M. Tatcher. Intussen zal men met Wilfried Dewachter vaststellen dat mevrouw Merkel misschien wel eens best gekozen zou kunnen raken mocht de president met Algemeen Stemrecht direct verkozen zou kunnen worden. Maar dat zal men voorlopig vermijden.

Het ligt overigens niet aan Herman van Rompuy dat men de raad hoger is gaan waarderen dan de Commissie, wel aan een gebrek aan bereidheid de noodzakelijke complexiteit goed uit te leggen. Immers, Europa werd misschien ook op instigatie van de Amerikanen een gemaakt, misschien droomde le Grand Charles ervan, zoals Eric Zemmour beweert, in een boek waarin hij de suïcidale neigingen van Frankrijk beschrijft. Ik zag hem aan het woord in "on n'est pas couché" en moest vaststellen dat hij ergens het noorden verloren moet hebben, want de grootsheid van Frankrijk in deze wereld, 69 jaar na het einde van de oorlog, kan alleen nog maar als het samen met de 27 of 26 andere lidstaten van de EU in de wereld een krachtig gebaar weet te stellen. Maar niemand weet hoe men de "soft power" kan koppelen aan vuist die zo nodig ook getoond moet worden, want dat Schuman, Jean Monnet, Max Kohnstamm en vele anderen, al kwam niet iedereen in beeld van de radar der historici, vooral van de mythografen.

De eenwording van de 6 stichtende leden, was een politiek project, maar om de bevolking niet te froisseren, koos men de omweg van de economische politiek. Het weegt nog steeds op de debatten, net omdat onder meer het UK, politici, media en commentariaat, er voortdurend misbruik van maakt. Zeker na 1989 werd de noodzaak van een sterk Europa duidelijk, niet enkel op de internationale scène, maar ook intern. De uitbreiding naar de voormalige leden van het Pakt van Warschau, blijft altijd een politieke keuze, die men helaas niet blijkt te kunnen vertalen in toenemende integratie en groeiende samenhorigheid. De afgelopen weken werd in Duitsland, maar ook in Frankrijk en Nederland wel gesproken over de val van de muur, over de vlucht via de Duitse ambassade in Praag naar het Westen van duizenden Ossies. Pas toen de muur echt viel en Oost-Duisland niet staat bleek een politiek antwoord te bieden, kwam de eenmaking in zicht, maar vooral François Mitterand was hier uitermate beducht voor. De oprichting van de ene munt en de verankering van Duitsland werden vastgelegd, wat in het afgelopen decennium dan weer leidde tot verklaringen en nieuwe verdragen, die de besluitvorming zouden schragen.

De verzuchtingen van Wilfried Dewachter over de gebrekkige democratische controle, de eis van Thierry Baudet de nationale soevereiniteit die een en ondeelbaar heet te zijn terug op de eisen, mag ons niet ontgaan, maar de argumenten kunnen mij niet overtuigen: de weeffouten van Europa kan men inderdaad opsommen, doch, een aantal ervan zijn logische consequenties van de overeenstemming niet in te stemmen met een bepaalde praktijk, regeling. Soms zou men wensen dat men toch tot een positieve instemming kan komen, maar misschien kan het net, gegeven de ontwikkelingsgang van de EU best operationeel blijken.

Paul Frissen belicht een ander aspect van het functioneren van de staat, dat ook voor Europa van ongemeen groot belang is, de neiging om alle middelen in te zetten om een bepaald hoger principe, zoals veiligheid te dienen, maar waardoor men verliezen boekt inzake vrijheid en autonomie. De fatale staat, aldus Paul Frissen, kan leiden tot een ontremming van de staat en daar was Hitler vooralsnog het laatste voorbeeld[i]. Maar de middelen, zo bleek uit het verhaal van Snowden, hoeven de vorm aan te nemen van toen. De evolutie sinds de ponskaarten en andere kantoormachines door IBM ter beschikking gesteld werden, kan men moeilijk onderschatten als het technocratische slagkracht gaat. Daarom kan dit facet in het optreden van President van de Raad niet bekeken worden los van de besluitvormingsprocessen, want er blijkt bij de lidstaten zelf ook vaak sprake te zijn van een moeizame bestuursvorming, die in wezen vaak langs dezelfde sporen verloopt van wat Europees op scherp wordt gesteld. .

En toch, iets blijft kleven aan de rol van de president, want hij kan nooit opperste legerleider worden, hij is volkomen via democratische en collegiale besluitvorming in een positie gekomen, die voor de een louter een papieren tijger mag heten, voor de anderen een ondergeschoven ambt, maar niemand weet iets anders te melden dan  dat de president geen werkelijk gezag kon inroepen. Maar het blijkt ook de zwakte van luitjes als Nigel Farages, die in hem een lagere bankbediende meende te zien. Toch heeft de president gedurende vijf jaar stekelige kwesties be- en afgehandeld, die ongetwijfeld vel behoedzaamheid en ook wel enig soepel aanwenden van verworven autoriteit gevergd hebben, maar tegen die kant van de politiek, valt telkens weer op, heeft zowat iedereen bezwaren.

De vraag blijft of men in het Europese model, waarbij verkiezingen in theorie beslissen over wie het bestuur toebedeeld krijgt, de uitvoerende macht mag leiden, wel sterke leiders kan op de voorgrond schuiven. Men heeft al vaker gezien dat voluntaristische bestuurders nogal veel lawaai maken maar niet altijd brengen wat men ervan had mogen verwachten, afgaande op hun woorden. Hoe zal men evenwel begrijpelijk maken dat iemand zoveel macht zou krijgen in dit bestel dat deze met een vingerknip een kanaal van Zeebrugge naar Amiens zou kunnen graven? Zelfs tijdens de 18de eeuw konden vorsten als Maria-Theresia in de Nederlanden wel veel bereiken, maar altijd met inachtneming van de eigendomsrechten, van lokale belangen maar ook van particuliere belangen, wat zich laat aflezen van de steenwegen die werden aangelegd en uiteraard in de archieven. Aan de andere  kant bleek het niet zo een heilzame idee de Oostendsche Compagnie op te richten, want de zeevarende naties hebben dat weten te verhinderen. Intussen groeiden Oostende en Brugge wel opnieuw dankzij de handelsactiviteiten en scheepvaart.

De machthebber is precies tijdens de achttiende eeuw veel minder een militaire chef gebleken. Maar reeds in de 17de eeuw kon Johan de Witt zich tussentijds ook beroepen op zijn daadkracht ten aanzien van de vloot, zijn belangrijkste activiteit situeerde zich binnen de Staten van Holland en de Staten-Generaal en behelsde courant en recurrent beleid. Maar hij was het ook die het "Kind van Staat" besloot zelf te vormen, om er zeker van te zijn dat het kind de goede ideeën zou meekrijgen. Willem III werd stadhouder en voerde, wellicht tot ontsteltenis van velen die hem hadden gesteund tegen de regenten, tegen de raadspensionaris, een beleid dat moeilijk te onderscheiden viel van wat Johan de Witt had verricht. Later kwam erbij dat hij koning werd van het UK, maar ook dan voerde hij een beleid dat voortbouwde op een civiel bestuur, waarbij oorlog niet de centrale activiteit was.

Herman van Rompuy kan dus perfect putten uit een lange traditie van bestuurders die niet meer de militaire slagkracht voorop stelden. Tegelijk was en is er altijd de verleiding van een verlicht despotisme of inderdaad van een verering van de macht, de machthebber. Gabriël d'Anunzio heeft in Fiume betracht zo een verlicht leiderschap te brengen, maar de kunstenaar was niet bij machte de nodige stabiliteit in het bestuur te brengen. Men zal zich dus maar beter afvragen of Van Rompuy niet terecht gekozen heeft, begrepen heeft dat hij zoals eens de raadspensionaris Johan de Witt moet zorgen dat de neuzen in de goede richting wijzen, ervoor zorgen dat bij debatten de zwaarst wegende stemmen hun inbreng konden doen en tegelijk zo zijn plannen ook uitvoering geven.

Nigel Farage is een van die lui die menen dat Herman van Rompuy niet meer was dan een eenvoudige klerk, maar van Rompuy kon hoogstens ambtelijk optreden binnen de beslotenheid van de Raad. Is dat ondemocratisch? De kwestie blijkt prangend, maar nemen we in overweging dat elk van de staatshoofden en regeringsleiders democratisch legitiem die functie hebben verworven, dan klint dat argument wel heel erg hol. Dat in enkele landen de democratische vormen overwoekerd zijn geraakt door particratische praktijken, verandert daar niet zo heel veel aan. Overigens, het probleem is dat de instanties die de regeringsleiders kunnen controleren vaak tekort schieten als het over Europees beleid gaat, hun controleplicht naar behoren te vervullen: het parlement en de media, soms de burgers.

Nigel Farage vergist zich dus, weet dat hij zich vergist en kan men dus niet meer dan een populist noemen, een cynische nog wel. Het probleem blijkt erin te bestaan dat in het UK de Torry's geen weerwerk bieden en erger nog, in het UK zijn er weinig media die kritisch aankijken tegen het gekanker van de zelfingenomen Farage. Het UK is lid van de EU maar wil die samenwerking herleiden tot een louter economische ruimte. Maar dat betekent dan weer, vrees ik dat de relaties en interferenties tussen verschillende domeinen van maatschappelijk handelen buiten beeld blijven. Men blijft vanwege economen, marxistische ideologen claimen dat de bovenbouw door de onderbouw wordt gedragen en bepaald, maar zowel neoliberalen als marxisten menen dat die economische omstandigheden - die zelf volkomen aan eigen wetten onderhevig zijn, waaraan dan weer ook andere aspecten van de cultuur onderhevig zijn, geen ruimte laat voor persoonlijk of institutioneel handelen, zodat ons handelen er niet toe doet. Maar hoe kan een Mr. Farage dan beweren dat hij geen politiek Europa wil, want de andere machten, die weten het natuurlijk wel, dat ze op een aantal terreinen wel iets kunnen bereiken.

Tomas Sedlacek heeft met verve aangetoond dat wat wij de wetten van de economie noemen, ook wel hersenspinsels zijn. Geloofde ik vroeger ook dat er geen alternatief was, bedacht dat er geen alternatief kon zijn, dan blijkt uit het handelen van mensen als Herman van Rompuy dat men wel degelijk bepaalde wetmatigheden onder controle kan houden. De houding van intellectuelen in het UK kan men daarom alleen maar verrassend eenzijdig noemen en niet getuigen van enig inzicht in wat we zouden moeten willen. Meer nog, als men dit alles in overweging neemt, dan kan men bijna niet anders dan de moed van Theodore Dalrymple waarderen als pogingen bepaalde evoluties in de Britse samenleving te willen keren omdat die te veel burgers van de samenleving aan hun lot overlaten wil. Dat is wat Europa ook dreigt te doen. Maar dan volstaat het niet te beweren dat men sociaal beleid voeren wil, maar dan zal men nadenken over zoiets als de Ikea-wet (in België), een vorm van deregulering die burgers nog meer afhankelijk maakt van een kleine groep grootgrutters. Niet enkel de klanten zijn de klos, want op termijn zullen ze niet meer weten wat goed brood is, heerlijke patisserie.... maar ook de leveranciers, de boeren dus en tuinders, zullen het geweten hebben. Dat allemaal omdat we menen dat goedkoop veel kunnen consumeren beter is dan gepast genieten van de heerlijkste dingen. Toch zal noch Nigel Farage noch links zich over die overwegingen bekommeren, want ze geloven precies in de economische logica en het rationele handelen van de homines economici. Bizar genoeg gebruiken we die term enkel in het enkelvoud: er is maar een soort homo economicus, die rationeel handelt en zijn geluk of genot permanent wil maximaliseren. Alleen, die hoeft in de theorie ook niet met omstandigheden af te rekenen als slecht weer of een kleine ziekte, want alles is perfect in de wereld van de homo economicus. Dit klopt niet geheel, want econometrie wil juist nagaan hoe mensen in specifieke omstandigheden hun ratio aanwenden, maar dan nog hebben we niet te maken met mensen van vlees en bloed, die op een bepaald moment bordeelbezoek verkiezen boven een romantisch avondje met een geliefde, omdat die niet aanspreekbaar is of zo.

Dit alles maakt het voor politici moeilijk om eenduidige verhalen te vertellen en de omstandigheden, de wetgeving in de 28 lidstaten blijkt op sommige terreinen nog niet afdoende te convergeren om iedereen op hetzelfde tempo te vragen hetzelfde pad in te slaan. Alleen, in het oude Europa is de blindheid voor de ervaringen van Polen, Tsjechen of Letten gewoon opvallend, waardoor bepaalde discussies voor veel ruis en onbegrip zorgen. Wie dan ziet dat zo een bescheiden autoriteit toch een en ander kan in beweging brengen, zoals Herman van Rompuy deed en ook nog eens een keertje begrijpt dat die President van de Raad geen machtsmiddelen heeft, zal begrijpen dat in de afgelopen jaren politiek van een hogere orde is bedreven. Zijn we altijd gelukkig met de resultaten? Op sommige terreinen kunnen we nog niet afwegen wat beter was geweest, maar dan gaat iets anders spelen: een te voluntaristisch beleid draagt het risico in zich dat de overheid niet voor stabiliteit zorgt, maar voor reuring. Die stabiliteit vinden politici als Bart Somers en Nigel Farage een zwaktebod, terwijl het voor burgers en ondernemers de noodzakelijke voorwaarde is om hun ding te kunnen doen. Rustige vastheid? Men kan ermee spotten, maar geen regering zal graag zien dat burgers al te ontevreden straatprotesten opzetten. De media wel en dat vormt de achillespees van de vierde machten: zij hebben reuring, lawaai en ruis nodig om iets te kunnen vertellen.

In dit afscheid aan Herman van Rompuy kunnen we niet voorbij aan de vraag hoe of er sprake was van aandacht voor politieke emoties. Nog eens, Nigel Farage zegde zonder omwegen dat hij alleen het malcontente publiek wil vertegenwoordigen en hun onbehagen, zeg maar woede wilde aanspreken. Herman van Rompuy stond niet zo in zijn ambt, maar hij sprak niet echt over politieke emoties maar, ondanks de vaststelling dat velen meenden dat hij slechts een beambte leek, betrachtte hij wel degelijk burgers bij het gebeuren te betrekken, wat we doorgaans niet willen: we kijken toe, horen commentaren en zeuren aan de borreltafel over zijn ambtelijke, technocratische aanpak. Maar moeten we dan vooral woedend uitvaren tegen een beleid dat vele facetten van de financiële crisis en de economische gevolgen daarvan, geleidelijk weer onder de knie heeft? Hoe goed was het? Misschien blijkt het belangrijkste dat hij er met de raad in slaagde een zeker vertrouwen te herstellen, vanwege de markten en de burgers. Maar goed, met vertrouwen kopen we geen brood, toch? Net wel, kan men vaststellen.

Envooi

Of Herman van Rompuy zijn rol naar behoren heeft vervuld, kan men op een aantal terreinen al aflezen maar veel zal pas geleidelijk aan de oppervlakte komen, omdat het beleid op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders vanzelf een stuk abstracter is dan wat de burgemeester Somers kan doen in Mechelen. En dan nog, zal men begrijpen dat de politiek - hoezeer sommigen dat ook zouden willen - niet de pretentie mag hebben de samenleving op een totaal nieuwe leest te schoeien, want we blijven mensen, als individu in zekere mate uniek, uniek genoeg om er denkbeelden op na te houden en verwachten te koesteren die niet geheel sporen met wat anderen voor juist aannemen en het verwachten waard zijn.

In die zin heeft Herman van Rompuy in weerwil van de ongenadige kritiek aangetoond, dat een ambtelijke benadering van dat ambt van president van de Raad van Staatshoofden en Regeringsleiders metterdaad de ruimte geschapen heeft om tot een passende besluitvorming te komen. De democratie, blijkt telkens weer, blijft voor velen een zaak van grote revolutionaire processen. Van Rompuy straalde de kracht van verandering uit, die afziet van al te sturend beleid. Maar goed, Nigel Farage wil zonder meer komaf maken met bestuur, zo lijkt het wel en laat daarmee de mensen die juist Theodore Dalrymple wil bijstaan in de kou.

Het zijn verkenningen als deze die ons ertoe brengen aandacht te vragen voor de rol van een politicus die misschien niet met de beast zal rondrijden in Washington DC, maar tegelijk, zo blijkt toch telkens weer, was zijn rol binnen de instellingen van de EU, aan de tafel van de staatshoofden etc. maar ook die van de Commissie tot een werkbare consensus te komen. Het gebrek aan debat over hoe we Europa verder kunnen ontwikkelen, gegeven de complexiteit en de verscheidenheid van de lidstaten, is wat me de afgelopen jaren het meest en het vaakst heeft geschokt. Men moet niet op de trein van Farage springen, maar wat mij betreft, hoeft niet hij, met al zijn zelfgenoegzaam geschreeuw onze aandacht te krijgen, net zo min als Geert Wilders. Zij weigeren werkelijk na te denken over wat er voor de complexe samenlevingen van belang is. Of nog, laten we het oor maar wat vaker lenen aan wie de omzichtigheid aan de dag kan leggen die de onderscheiden belangen vergen. Maar wel moeten we ons bewust zijn van het feit dat we zelf, als burgers onze stem meer moeten laten horen. Daarvoor kan men samenwerken in een partij, maar de partijen zijn te vaak stemmachines geworden, machtsinstrumenten, opdat ze nog altijd bij machte zijn te ventileren wat burgers van belang achten. Tegelijk, referentie makend aan het referendum, denk ik dat politici, verkozen mandatarissen juist wel ook keuzes moeten maken en de kritiek van de burgers durven te doorstaan. Daarom mogen we geen ruimte laten aan populistisch gedoe, maar precies iemand als Herman van Rompuy naar waarde schatten, zonder hem uiteraard boven alle discussie verheven te achten. Ach, hoe mooi zijn die evenwichtsoefeningen niet?

Bart Haers

Reeds vroeger schreef ik op mijn blog over het ambt van President van de Europese Raad van Staatshoofden en Regeringsleiders:

http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2013/07/spreken-als-brugmans-over-europa-kan.html
http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2012/12/so-very-britisch.html
http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2011/12/hel-en-verdoemenis-over-europa.html
http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2009/11/kanttekening-bij-een-nieuwe-instelling.html
http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2009/08/europa-in-een-nieuw-perspectief.html





[i] http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2013/10/wat-de-staat-zal-behoeden.html

Reacties

Populaire berichten