Het visionaire kan verblinden



Reflectie


Gesprek met een visionair
De weg naar een betere wereld

Deze week viel in Knack een interview te lezen
met een activiste die aan de KU Leuven was ontslagen
omdat ze betrokken was geweest bij een poging
een proefveld te vernielen. Hoewel ik het niet
eens ben met haar, kan ik niet anders dan de nieuwe rector
steunen die haar terug heeft laten keren. 
Het was zo een echte oktoberdag, maar zonder een herfstwind, en een wandeling langs het strand bracht ons in een chalet waar we het gesprek over de dingen des daags lieten overgaan in een andere benadering, waar we het over de dingen van morgen brachten, zonder te vergeten dat de dingen des daags, hoe banaal ook ons nooit mogen beletten over die van morgen te spreken, zonder ze te vergeten. U begrijpt, hoewel de heer F. wel degelijk wist dat ik te laat gekomen ben om enkele grote momenten van deze eeuw mee te maken, heb ik er toch genoeg meegemaakt om te begrijpen dat die momenten hun plaats en hun tijd hebben, maar niet vanzelfsprekend, laat staan noodzakelijk voortkwamen uit wat er voordien was voorgevallen. Uiteraard, zegde hij mij, ligt in het voorafgaande vaak al veel voor de toekomst besloten, maar het is niet per se zo dat er niets aan te veranderen valt.

Dat geloof dat men greep heeft of kan hebben op de dingen, bracht ik in, werd dat niet vanuit ideologische hoek, van links, maar ook van rechts, de neoliberale vakkundig ondergraven omdat men geloofde, in beide benaderingen, dat dingen noodzakelijkerwijze onderhevig zijn aan wetten; die van het historisch materialisme ter linker zijde en van de rechterzijde komt dan de evidentie dat de markt wikt én beschikt. Het zal ook wel een zaak van inzichten en visie, maar toch, het ontkennen van de mogelijkheid in het eigen kleine leven dingen te doen, maar ook dat de maatschappij dingen ter hand kan nemen, ... moet ons verontrusten. Want dat geloof in onwrikbare doch niet altijd goed begrepen wetten, ontzegt ons als personen elke illusie van vrije wil, want het leidt nergens toe. 

U heeft gelijk, krijg ik te horen, want ik ben ooit een actief aanhanger van Marxisme geweest, verschuivend van Leninisme via Trotzki naar een milder inzicht, dat men met enige goede wil sociaaldemocratisch kan noemen. Maar de redenen waarom ik mijn positie heroverwoog, zegt ie, was de ervaring dat we altijd maar geloven dat wij wisten wat hoorde, hoe het hoorde en dat wij alleen ertoe beslagen op het ijs verschijnen om het ook te realiseren, maar ten koste van de vrijheid en het oordeelsvermogen van individuen, personen. Ooit ging ik werken in een fabriek, omdat ik solidair wenste te zijn maar zij, die mensen vonden mij een indringer, soms dachten ze dat ik er zat om de patroons ter wille te zijn, want mijn vader, die was tenslotte architect die bouwde voor de patroons. Geleidelijk vond ik wel aansluiting, maar van de vakbond mocht ik weinig steun verwachten en mij kandidaat stellen voor de bedrijfsinspraak, ho maar.

Ik wierp op dit te begrijpen, omdat de benadering van de dingen en vooral mensen bij vakbonden soms nogal instrumenteel blijken, waarbij het niet altijd gaat om wat goed is voor werknemers. Dat blijkt nog het meest als men aan de ene kant het kosmopolitisme huldigt, lippendienst bewijst, dan blijkt ook, zegt men mij, dat men niet te beroerd de arbeidsmarkt af te schermen voor werknemers uit de EU, maar ook dat men mensen met een behoorlijk diploma uit andere hoeken van deze ronde wereld de kans ontzegt te werken. Ach, contradicties en paradoxen opsporen, het blijft heerlijk.

Maar het kan ook, zegt ie, dat we soms niet anders kunnen dan met onszelf in tegenspraak te komen. Neem nu de strijd tegen armoede. Hij vertelt hoe hij toen Dehaene zijn besparingsbeleid op de rails zette mee had betoogd tegen diens verhaal.  Hij zette mee een voedselbedeling op in Borgerhout, maar hij ontdekte al gauw dat eens de pers het verhaal had uitgemolken de zaak een snelle begrafenis kreeg. Het zal je maar overkomen, zegt hij, dat je vol idealisme aan iets hand- en spandiensten verleent en dan merk je dat het louter instrumenteel uitpakte, niet het doel werd gediend, maar het was een middel om zich sympathiek te maken. Je zal begrijpen dat ik geleidelijk aan los gezongen geraakte van die hele beweging, maar ik wilde mijn denkbeelden niet opgeven. Dat was werkelijk geen koud kunstje, maar hield me lang bezig.

We weten dat intussen de muur was gevallen, bracht ik in, waarbij het mij altijd is opgevallen hoe moeilijk links het wel niet had met de vaststelling hoe Ulbricht en vooral Honnecker meer machtsmensen waren dan ideologisch bevlogen lieden...

Ulbricht? Een bijzonder verhaal, want op zeker ogenblik waren zijn ogen toch open gegaan. Neen, niet na de opstand in de DDR in 1953, waarover men nog nauwelijks iets zegt, ook niet in '56 toen in Hongarije het volk haar vrijheid en zelfbeschikkingsrecht opeiste. Voor mijn vader, moet ik je zeggen, was dat een enorme schok, dat Chroesjtsjov de samenhang van het grote rijk wilde behouden. Voor mij kwam die verlichting niet, ook niet toen Dubjek de grenzen verlegde en het Warschaupakt opnieuw ingreep. Pas met Lech Walesa begon het mij te dagen, maar dan nog, de muur, m'n beste, dat die viel begreep ik eerst niet. Tot iemand me over Rolf Bierman sprak en aantoonde, denk k terecht, dat zelfs mensen die geloofden in wat links predikte, het land werden uitgewerkt. Een bezoek aan Leipzig in december 1988 bracht me in de kring van vredesactivisten, die op maandag gebedsstonden hielden voor de vrede en waar ook steeds meer ongelovigen aan deelnamen. Het was nog niet wat de beweging een jaar later zou brengen, maar toch, mijn beste, was ik onder de indruk.

Niet zo lang geleden zat je Le Monde te lezen in de koninklijke Galerijen, een artikel over Jose Saramago, waarbij je enkele aantekeningen maakte, waarna ik je uitleg vroeg, begon je over het utopische in de vigerende ideologieën. Je zegde niet dat een utopie per definitie nefast moet heten. Het verhaal gaat vooral over de bereidheid, zoals Lenin het stelde om offers te vragen, maar vooral te maken om het doel te bereiken...

Het is mij altijd opgevallen, breng ik in, dat men dit aspect van het Leninisme nooit afdoende heeft beantwoord, laat staan verantwoord. Natuurlijk hebben ook andere ideologieën, vaak uitermate impliciet, zoals in het neoliberalisme het geval is, onwetenden en machtelozen geofferd: de dropouts en mensen die niet in de weldaden van een gebrekkig werkende markt kunnen delen, zijn de slachtoffers van het succesverhaal, maar dat valt nu eenmaal niet te vermijden. Kortom, ervan uitgaande dat dit excessieve marktdenken de logica zelf is van hoe de economie werkt, moet men zich niet te zeer om de slachtoffers bekommeren. Mevrouw Tatcher heeft evenwel bewezen, middels haar onderwijsbeleid, dat men op sommige domeinen de markt niet zomaar aan het werk kan laten. Meer nog, zij heeft de onveiligheid in het UK bevorderd door mensen niet langer de kans te geven behoorlijk onderwijs te genieten. Rechts heeft dit zelden op de agenda gezet. Ook op andere terreinen zal een mens toch eens moeten nadenken over de vraag of de markt alles kan regelen. Lady Godiva is een verhaal dat welbekend mag heten en er bestaat al sinds 1926 in Brussel een pralinemaker die onder die naam de wereld kon veroveren. Nu vraagt dat bedrijf dat een waard in Genève de naam Godiva zou laten vallen en elke verwijzing naar Godiva en de legende van de naakte edelvrouwe zou verwijderen.

Hier speelt niet de markt, wel een misplaatst gebruik maken van wat men intellectuele rechten noemt. Ook grote spelers op de markt van koffiebars zien we dat men namen zoekt voor koffie en men betaalt niet voor het warme water noch voor de bediening, maar voor een naam en het bedrijf, is aangetoond in het Britse parlement, heeft maar een doel, met het verhandelen van kopjes koffie geen winst te maken, maar via het innen van auteursrechten de maximale winst te maken en minimale belasting te betalen. Nu is winstmaximalisatie het enige geloofsartikel van het marktdenken, maar als men alle andere consideraties laat vallen, kan men, zeker als het om globale spelers gaat, ziet men dat er vele oneigenlijke middelen aangewend worden om de bedrijfswinsten zo te optimaliseren dat de kosten die de gemeenschap opbrengt om zo een bedrijf te laten functioneren, zoals een behoorlijk wegennet, niet vergoed worden.

Zelden zag ik iemand zo verrast opkijken van zo een redenering. Maar voor mij betekenen intellectuele recht zeer veel, maar vormt het misbruik van gedeponeerde merken een inbreuk van de verdedigers van het vrije ondernemerschap op de ondernemingslust van derden. Lady Godiva is een verhaal dat in het collectieve geheugen aanwezig is en dat de chocolatier in Brussel wel mag claimen als het over suikerwaren gaat, maar niet op het gebruik van de naam in andere domeinen, zoals een taverne in Genève.

Hij kwam terug op mijn reserves ten aanzien van utopische wereldbeelden die een desastreuze en zelfs autodestructieve politiek op gang kunnen brengen, want, zegt hij, dat was precies wat hem twee, bijna drie decennia had gedreven. Men noemde hem een visionair, hoewel het publiek dat naar hem luisteren wilde alsmaar kleiner werd, naarmate hij precies ging twijfelen aan het heilzame van een dictatuur van het proletariaat. Later ging hij verder en vond hij, zegde hij, dat bijvoorbeeld organisaties voor dierenrechten, die ook bepaald utopisch bezig zijn, hem tot wanhoop dreven.

Het verhaal houdt ons beiden bezig en het is duidelijk dat hij voor zijn autokritiek wel afgestraft is geworden, want ook de media vonden dat zijn visionaire gaven niet meer waren wat ze geweest waren, maar misschien is een visionair net iemand die weet wat het eeuwig menselijke is. Alleen, het interessante is dat veel van dat eeuwig menselijke nu nog meer dan 80 jaar geleden in de greep van de machine blijkt te zijn gekomen. De techniek, vinden we haast unisono, geeft veel, maar ergens zijn er grenzen en hoe die te vinden, dat blijft het dingetje van deze tijd. Dingetje? Het is een hamvraag, maar als we alleen van de Turingtest afhangen, dan is het probleem al lang voor ons opgelost.

De omstandigheden lijken op zich zorgwekkend en we komen maar niet dichter bij de ideale wereld, zegt de visionair, maar ik vraag hem of hij een blauwdruk kan voorleggen van de ideale wereld. Die had hij ook gehad, waarin niet enkel Marx een plaats had, maar ook de jonge Foucault, Herbert Marcuse en nog wel enkele namen, maar de invulling, zo merkte hij later, wat die mensen hadden gebracht, daar schoot het niet mee op. Het arbeidersparadijs? Het klonk mooi, maar hij ontdekte dat in een fabriek, een atelier best wel zeer gelaagd is, waarbij mensen informeel soms meer waard zijn dan andere, naast de formele hiërarchie die op kennis en gezag, gedelegeerd door de bazen was georganiseerd. Gelijkheid op zich kan niet voldoende zijn om een samenleving goed te laten functioneren.

Waarom men, ondanks de ervaringen in Centraal-Europa en ook wel excessen van Tatcher en co, de gelijkheid zonder andere consideraties tot de spil van het denken maakt, zegt hij, begrijpt hij nu niet meer. Maar de vraag werd en wordt niet gesteld hoe we zelf, vrij zijnde ons leven kunnen leiden naar ons beste inzicht en daarmee, gecumuleerd, samen een beter leven ontwikkelen. Dat is, zegt hij nog maar eens, de reden waarom ik uit dat ideologische harnas ben gestapt.

Hij vervolgt dan met een gedachte die mij wel aangreep: we kunnen vele voorafbeeldingen van de ideale wereld smeden, waarmee we dan aan de slag gaan, maar het valt op, zegt men, dat die eigen inspanningen alleen in een neoliberaal kader van succes of falen worden gesitueerd, terwijl links vindt dat men maximaal loon moet geven voor minimale arbeid. Ik werk graag, nog altijd met mijn handen, ook in het atelier, maar ook met het hoofd en als ik nu nog collegae tegenkom, als ik in het dorp kom, dan praten we wel eens en soms gaan we in een café de discussie aan, dan blijkt dat ze het gezeur van de bonden moe zijn. Een vroeger délegé heeft niet zolang geleden aan zijn vakbond laten weten dat Ethias, Arco en Dexia hem niet goed uitgelegd waren, maar dat men had kunnen weten dat dit niet het goede verhaal was. Een boer, vervolgt hij, is zwaar gefrustreert omdat de oude zuivelcoöperatieve een bedrijf als alle andere is geworden.

Het gaat niet meer, zegt hij, over het werken en vreugde vinden in de arbeid, waar arbeiders en anderen wel nog veel eer mee inleggen, ook onderwijzers en leraren, mannen en vrouwen, maar om de kost verdienen en om de inkomsten, maar het programma dat men een jongere kan meegeven, van een beroep te leren, mee te werken aan een project dat hem of haar overstijgt, daar spreekt men niet meer over, behalve in Silicon Valley.

We bestellen nog een wijntje en ik wacht even af, of er nog iets volgt. Dan vertel ik hem dat werken van auteurs als Susan Neiman, Richard Sennett of Arendt in de brede media weinig aandacht krijgen, waarin net gepoogd wordt dat spanningsveld tussen wat het individu ervaren kan en wat in het systeem zit ingebakken te negeren. Wat door wetenschappers als norm naar voor gehaald wordt, net de aandacht voor het ontpersoonlijkte leven van een populatie centraal komt te staan, kan niet altijd de toets van de kritiek doorstaan, maar wat Nussbaum schrijft over kansen scheppen of over politieke emoties, dat valt buiten dat kader. Maar weinig journalisten durven uit dat vigerende jargon te stappen en ook in hun denken lijken ze een bepaalde roadmap in huis te hebben waar ze alles aan kunnen afwegen.

Waarom werd geschreven, vraag ik hem, dat Sedlacek een nogal rommelig boek zou hebben geschreven, de economie van goed en kwaad? Uiteraard omdat de econoom de fixatie op algoritmen en grafieken - die uiteraard verhelderend kunnen uitvallen - voorstellen als wetenschappelijk gefundeerd, terwijl, aldus Sedlacek de onzekerheden van het model altijd weer handig worden weg gemoffeld.

Jouw kritiek, zegt hij, is de reden waarom ik zo uit heb gekeken naar deze wandeling, want er zijn maar weinig mensen die zo openlijk de vanzelfsprekendheid van inzichten durven te betwijfelen, waarbij je niet met complottheorietjes of vage impressies aan komt dragen. Ik herinner me een stuk dat je schreef over Barbara van Dijck, die vervolgd werd voor haar aandeel in een poging tot vernietiging van een proefveld. Je vond het ontslag onterecht, maar was het niet met haar eens. Er zijn mensen die zo een houding maar niets vinden, want je lijkt geen positie te kiezen, terwijl je dat wel heel duidelijk doet, maar tegelijk meen je het als mevrouw van Dijck er een andere mening op na houdt en er nog eens naar handelt ook. Dat vind ik een straffe positie. Zelf ben ik ook wel opgevoed in rechtlijnigheid en lang heb ik gedacht dat rechtlijnigheid impliceert dat je de opinie van anderen maar node accepteert, tolereert om haar toch maar te bestrijden. Net in dat bestrijden hebben we veel tijd zoek gemaakt en veel lol gehad, maar op een bepaald moment was het even leeg als wat mijn vader beleefd had, die zelf ook wel rechtlijnigheid voorstond, de katholieke dan wel, maar geleidelijk veel ervan los gelaten heeft. Pas toen ik een jaar of 35 werd, begon ik dat te zien en begreep ik dat wijsheid wel mogelijk is.

Het komt mij bekend voor, geef ik hem mee, want het is al vroeg mijn ervaring geweest dat rechtlijnige mensen te leiden hebben van een streven steeds argumenten te zoeken die hun visie ondersteunt, waarbij ze het lastig hebben met weerleggingen, hoe terecht overigens ze die wel eens vinden. Er bestaat wellicht een naam voor, maar vooral viel en valt het me op, dat die mensen er dan wel van overtuigd waren en zijn dat ze een open geest hebben en weten waar het op aan komt. Een open geest, een vrijmoedig omgaan met mensen en dingen, opinies en gedrag, het werd terecht aangeprezen, maar er bleek wel eens een spanning te zitten tussen wat men voorhield te betrachten, c.q. tolerantie te betrachten en in feite zeer overtuigd zijn van het eigen gelijk. Men kan met Herbert Marcuse natuurlijk denken aan repressieve tolerantie en soms heeft het daar wel iets van als opvoeders, als professoren jongeren idiote dingen laten beweren zonder er zich veel aan te storen, maar als studenten kritisch worden en het verhaal van de prof echt op de rooster leggen, dan was en is het gauw gedaan met de openheid en zelfs met de repressieve tolerantie. Nu, tegelijk merk je dat jongeren vandaag vaagweg aannemen dat ze er goed aan doen de visie van de ouden zomaar over te nemen. In Spanje, vernam ik onlangs gaan jongeren mee met een nieuwe beweging, geïnspireerd door Venezuelaanse adviseurs, of beter, Cubaanse, die bij jongeren veel enthousiasme wekt, maar die gewoon de rechtsstaat willen ontmantelen. Maar terloops vraag ik hem of zijn vader niet een fellow traveller was geweest en geen katholiek.

Alles komt terug, maar het zou wel weer eens een tragedie kunnen wezen, vertelt de visionair, want we hebben na 1989 niet echt inspanningen gedaan om over het goede samenleven na te denken en een nieuw template te ontwerpen. Men heeft, zegt hij, in de "Theory of justice" het nodige gevonden om de lacunes in het oude marxisme aan te vullen en vervolgens is men gaan geloven dat we niet buiten die richtlijnen konden om de betere samenleving op te vangen. Inderdaad, voegt hij er even terloops aan toe, mijn vader was katholiek in de ogen van de wereld, het dorp, maar in gemoede was hij het ideale communisme toegedaan, wat wij pas geleidelijk ontdekten.

Hij was dus op een punt gekomen, gaf ik aan, dat hij van die ideale voorstelling zijn bekomst had gehad en zoals John Williams schreef in "Augustus" de gedachte was toegedaan dat er veel op aan te merken valt, dat veranderen van de wereld: we kunnen de wereld willen veranderen, maar als princeps leg ik dan mijn gelijk op aan de anderen en mag ik zelfs niet meer twijfelen aan mijn gelijk. Het gevolg is dat de weeffouten er zomaar in komen en dat niet alleen er blind voor ben, maar ook anderen. Ik moet toegeven, het lijkt een citaaat, maar het is zoals ik de tekst heb gelezen en ze spreekt me wel aan. De wereld veranderen, de wil de verandering zelf vorm te geven, je hoort het van oud-strijders in de sociale bewegingen, van strijdende feministes... zij gaan er allen ook vanuit dat je verontwaardigd moet zijn. Maar zelf denk ik dat je dan niet anders kan kwaad tegen de wereld aankijken. Sommige mensen die graag van hun verontwaardiging spreken, blijken overigens bijzonder gelukkig te leven in hun eigen cocon.

F. buldert het nu uit, want blijkbaar heb ik een snaar geraakt, die bij hem al lang wachtte om geraakt te worden. Hij vertelt hoe hij gegrepen was geweest door het discours van Stéphane Hessel maar verontwaardigd over de invulling die sommigen er direct aan gaven.

Zelf vond ik dat ook problematisch omdat je wel over de bankencrisis vragen kon stellen, maar dat sommigen direct de vinger richten op hen, de bankiers, was toch wel kort door de bocht. Nu, het hele gedoe met hypotheken die doorverhandeld werden, de wijze waarop Amerikaanse banken de rekenmeesters in Athene hielpen de kluit te belazeren, dat kon er ook niet mee door. De scheiding van depositobanken en banken die belangen nemen in bedrijven, met grote risico's, of risico's bewust doorschuiven, dat alles kan men bedenkelijk vinden, maar als men sommige commentatoren hoorde fulmineren, dan kon ik het niet laten even terug te grijpen naar vroegere uitspraken van hen, als het om concrete, binnenlandse dossiers ging en dan wist ik waarom echt verontwaardigd moest zijn.

De tijd was heen gevloden en we keerden terug naar de parking, waar we afscheid namen, na nog een afspraak voor een volgende peripatetische discussie. Het gesprek over de verontwaardiging, wilde hij namelijk wel verder zetten, omdat hij meer wilde weten omtrent mijn visie op onderwijs. Dat zal wel vuurwerk geven, want zelf heeft hij jarenlang betoogd dat de kloof tussen ASO en BSO moet verdwijnen, want een bron van onrechtvaardigheid terwijl ik denk dat juist dat onderwijs op maat jongeren de kans geven zonder helemaal op de toppen van de tenen te hoeven lopen of voortdurend voor dommerik gescholden te worden. Dat verhaal, zegde hij, terwijl hij in zijn oude saab stapte, heb ik pas laat leren doorzien, hoe weinig de theorie en de wensgedachte strookt met het leven van leerkrachten en vooral van leerlingen.

Bart Haers






Reacties

Populaire berichten