Worstelen met tegenstellingen en tegenspraak

Brief


Aan Adelheid
over de spoken die door
Europa waren

Brugge, 1 oktober 2014

Adelheid,

Matthias Rust op 28 mei met zijn Cesna op het Rode plein in
Moskou. Een vredesmissie of een heldendaad. Hij deed het
"gewoon" en zat ook wel even vast. Maar het betekende
wel een doorbraak van Gorbatsjow om enkele tegenstanders
uit te schakelen. Niet alles is vooraf bepaald. 
Je vroeg je af hoe je Sneeuwwit zal uitleggen dat rechtvaardigheid iets is dat zich niet in de wolken laat aflezen, maar in handelen aan het licht kan komen. Rechtvaardig handelen, dat meet je af, zegde je nog, aan wat de gevolgen zijn voor de betrokkene en je trok in twijfel of men in wetten en decreten de garanties voor rechtvaardig handelen kan stoppen. Ik denk dat je een punt hebt, maar het valt nog te bezien of we het dan ook niet over vrijheid, vertrouwen moeten hebben.

Gisteren zag ik een gesprek over de Duitse televisie over de 25ste verjaardag van de val van de Muur, met als thema de vraag of de DDR een Heimat was dan wel een "Unrechtstaat", wat sommigen ontkennen door te beweren dat de staat wel degelijk procedures en garanties voor de burgers in het vaandel voerde, maar wie nagaat hoe I.M., Informele Medewerkers van de Stasi voortdurend informatie gaven over personen, ook over hen met wie ze zeer intiem leven, zodat men nog maar moeilijk kan beweren dat de particuliere levenssfeer gevrijwaard werd, wat toch een van de criteria voor een rechtsstaat mag heten. In de beleving van mensen in de DDR zal het ermee te maken gehad hebben, of ze van de goede kanten van het regime konden genieten of niet. Maar toch, soms gingen kinderen van bonzen ook de muur over, op soms bijzondere manieren, zoals kabelbanen die gespannen werden, op een vlot over de Elbe. En wie herinnert zich nog die jongeman, Matthias Rust die op een goede dag in mei 1987 op het Rode Plein landde en daarmee ongewild Gorbatschow in de kaart heeft gespeeld, want het blijft opvallend dat politici sommige tegenslagen goed weten uit te spelen. Rust had een vredesmissie, maar het was vooral een stunt die de manke organisatie van het leger aantoonde. Het toonde ook aan dat het leger een uitermate conservatieve kracht was, maar wie zal daar verbaasd van opkijken?

Laat dit voorbeeld ook nog iets anders meebrengen, iets waar Sneeuwwit best blij om kan zijn, want het laat zien, de politiek van Gorby, dat de dingen niet vastliggen en dezer dagen ben ik verbaasd, vaker dan ik mij kon inbeelden, dat men nu veel meer in marmer gebeitelde inzichten aandraagt, zonder ze nog te onderzoeken. De noodzakelijkheid van de geschiedenis, laten we daar toch wat omzichtiger mee omgaan. Nu goed, men gelooft niet meer in de voorzienigheid, maar het feit dat alles gedetermineerd zou zijn, zelfs het contingente, zorgt er ook voor dat handelen soms volkomen nutteloos blijkt en dat verstikt zo te zien veel mensen.

Ik denk wel vaker terug aan het boek van Vasili Grosman, Alles Stroomt, waarin hij onderzocht in een geschrift van de protagonist, die na 30 jaar werkkamp en haperende herintegratie in de samenleving zijn gedachten op een rijtje zette: de kwestie van de vrijheid in Rusland botste nu eenmaal met die noodzakelijkheid van de Revolutie en alles wat er uit voortkwam, maar voor de protagonist was het een onoverkomelijke zaak dat Lenin de Vrijheid had geofferd voor de gelijkheid. Vandaag merkt men ten onzent dat Links op een of andere manier de theory of Justice als een bruikbare visie hanteert, zonder dat in het debat expliciet te melden. Rechtvaardigheid is in die visie een doel dat niet berust op menselijk handelen, maar dat in de samenleving besloten moet liggen, maar waar John Rawls betoogde dat de opperste vorm van rechtvaardigheid denkbaar was, betoogde hij misschien niet dat men zomaar die rechtvaardige samenleving ook kon realiseren. Toch krijgen we dat nergens te horen. Het is zoals John Williams aangeeft in "Augustus" enkel de politici gegeven die een weg zien en weten dat ze toch nog moeten zoeken hoe hem te gaan, die stappen zetten, soms een omtrekkende beweging moeten maken en dat ook doen, die erin slagen iets betekenen. Maar belangrijker is het nog dat zo een politicus niet per se de wereld wil veranderen. Want wie kan garant staan dat het eigen gelijk onomstotelijk zou zijn. In de voormalige DDR en de SU hebben we gezien dat zo een visie schadelijk kan zijn voor mensen, maar dat lijkt vandaag vakkundig door de linkerzijde verborgen te worden gehouden. De vraag of de DDR een Unrechtsstaat of een Heimat was, werd in dat programma mooi behandeld door verschillende mensen met een eigen geschiedenis ten aanzien van die republiek.

Soms kijk ik vertwijfeld toe, hoe men in naam van de gelijkheid, die het enige criterium voor rechtvaardigheid zou zijn, andere aspecten verdrongen worden, waardoor de samenleving wel heel enggeestig bejegend wordt, maar vooral mensen ruimte wordt ontnomen zich te ontplooien. Zo zal men in Leuven aan de KU Leuven jongeren laten begeleiden door buddy's, oudere medestudenten om te verhinderen dat die studenten zich eenzaam zouden voelen, in depressie zouden verkeren. Wie kan dit streven naar welzijn en welbevinden afkeuren? Of zou het zijn dat we in een wereld terecht gekomen zijn die een ban heeft uitgesproken tegen ongelukkig zijn en eenzaamheid? Zo een buddy kan misschien helpen, maar stel dat die de opgelegde taak te ernstig neemt, zich gaat opdringen of, zoals blijkbaar aan een paar Amerikaanse universiteit is voorgevallen zo een ouderejaars van zijn positie gebruik maakt om jonge bachelors in de knop te gebruiken?

Juist, we moeten leed voorkomen? Maar zoals Peter Adriaenssens het ook wel al zegde, zoals ook Freek de Jonge het vertelde, dat leven soms gepaard gaat met pijn en onverwachte neveneffecten van wat we willen en proberen, zo lijkt men nu geobsedeerd door succes. Het kan zijn dat hier een tegenspraak aan het licht komt, maar het zijn gewoon observaties die laten zien dat we er ons niet altijd van bewust zijn dat we tegengestelde dingen willen (zien). De afwezigheid van leed zou overigens ook geen garantie zijn van geluk, of, zoals Sneeuwwit zelf onlangs vertelde dat de juf had gevraagd of ze wist wat geluk was. Daarover had ze te schrijven en Sneeuwwit vroeg zich in dat opstel af hoe ze kon voorspellen hoe ze zou zijn als ze groot zou zijn. Maar ze wist dat ze wel ergens voor wilde gaan, toneel, maar ook veel leren, om te begrijpen waarom de dingen zijn zoals ze zijn, maar ook hoe je er voor jezelf iets kan doen, maar ook schreef ze en ze heeft het ons voorgelezen, dat ze onderweg wel zou ontdekken hoe het worden zou. Je vroeg me achteraf waar ze dat vandaan had gehaald. Ik moet schuldig pleiten, want ik vertel haar wel eens, als we met ons tweetjes wachten op je thuiskomst, wel eens een verhaal, altijd verhalen die ik put uit mijn herinnering, van jonge meisjes en jonge jongens die in de wieg gelegd lijken om voor galg en rad op te groeien, maar er toch onverwacht in slagen ergens te komen waar ze zichzelf niet hadden gezien... of het toch zeker niet aan de neus van ouders en vrienden hadden gehangen. Ook De Witte van Claes is zo een roman, maar wij doen er graag laatdunkend over, terwijl het boek laat zien hoe mensen aan hun lotsbestemming proberen te ontkomen. Ook Schipper Wessels van Klaas Norel stond op de vertellijst en nog wat verhalen. Geleidelijk kwamen we samen, vertellend en erover tobbend tot inzichten. Daarom vond ze het niet erg, zoals zij je zegde, dat ze zich af en toe eens verveelde, of dat er eens niets gebeurde. Met een paar vriendinnen spelen ze nu ook wel af en toe toneel, met teksten die ze zelf in elkaar steken.

Jij vertelde me dan weer en daar moeten we het echt nog eens over hebben als ik terug ben, dat je soms de vele dingen die je doen wil, die je van jezelf eist, niet altijd kan opbrengen. Ik weet dat we er van mening over verschillen, maar je bent goed als onderzoeker en je weet waar het op aankomt, maar ik heb je al vaak voor de voeten geworpen dat je zin voor perfectie je creativiteit fnuikt. Het materiaal dat je nu hebt, laat je toe de status quaestionis uit te werken, maar je wil dat die uitkomt bij het punt dat onder meer je mentor voor ogen heeft staan. Ik denk dat je moet kunnen argumenteren dat ze zich daar vergissen, zonder dat ze erdoor vertoornd raken. Je hebt immers zaken onderzocht die ze zelf niet evident vonden en dus zit je in feite op een eenzaam vlot op een oceaan van feiten, waar zij zich nog niet gewaagd hebben. Zij durven niet uit hun ton kruipen, maar dat weet je nu intussen ook wel. Soms vraag ik me of dat hele gedoe met peer reviewing niet een rem is op degelijk onderzoek en of een mentor niet moet proberen het werk van een onderzoeker los te laten, maar de onderzoeker wel te steunen. Het enige wat telt is dat de methode helder is, overzichtelijk en het betoog toelaat het onderzoek over te doen en dat de consequenties ook nog eens ergens te bekijken.

Ooit had ik als student zware discussies over de vraag of onderzoek relevant diende te zijn. De vraag kwam dan niet altijd op tafel: voor wie of waarom relevant? Maatschappelijk relevant zeiden de anderen en men liet de zaak in oblivio, dat wil dus zeggen dat men het niet moest herhalen wegens al te evident, maar vooral niet wenste te herhalen. Want tja, dan kwam het beeld van de maatschappij aan de orde en dan bleek relevantie toch complexer. Dezer dagen is het onderzoek, deels bewust, uit die sfeer van relevantie gehaald, maar toch, als je het fraudegeval van Diederik Stapel in herinnering oproept, dan bleek juist dat dit onderzoek net diende om mensen een ander model voor te houden. Tegelijk hadden we het erover dat bijvoorbeeld voedingsleerspecialisten wel eens inzichten kunnen brengen die schadelijk zijn voor het welbevinden. De kwestie is deze, dat men vandaag vaak onderzoek blijkt te verrichten binnen zulke enge kaders van een discipline, dat men aan het einde niet meer weet hoe het in te passen in een groter kader. Intussen moet men, om relevant te blijven van tijd tot tijd relevante, of beter nog, opzienbare resultaten de wereld insturen, of het nu over de ontdekte sporen van de expansie van het heelal in de aller-, allereerste beginseconde van het uitspansel gaat of over de moeilijke integratie van kinderen met een migratieachtergrond, telkens blijkt men soms te eng gefocust tewerk te gaan en alternatieve benaderingen, observaties niet mee te willen nemen. 

De betekenis van de geniale mislukking? Misschien wel, maar dat blijft in de wetenschappelijke praktijk, waar elke euro moet opbrengen, een taboe, terwijl toch een pak wetenschappers hun onderzoek moeten staken omdat hun onderzoek niet oplevert wat men ervan verwacht. Laat de universiteiten toch weer universiteiten wezen, met een grote academische vrijheid. Misschien is de hele financiering van het Onderzoek en vooral de ontwikkeling gebaseerd op een hoax, dat alles altijd nuttig aangewend kan en moet worden, wat niet de beste manier isom de zaak goed te kaderen. Denk aan Mercator, Simon Stevin, Vesalius ook, die nu ook zijn herdenking krijgt, maar als ik de enthousiaste curator gisteren hoorde, moet men over het wetenschappelijke echt niet teveel vertellen, want mensen interesseert dat niet. Alors, on dance.

Als er spoken door Europa waren, meerdere spoken, dan is geringschatting en minachting voor "het publiek" er zeker een van. Zoals je zelf na een lezing mocht ervaren, waren de leken echt wel interesse kunnen opbrengen voor je werk. Jawel, je zat niet op een sloopkogel in je nakie, maar het ging dan ook over iets anders. Maar goed, zal men het succes van die bekende lui vergelijken met het vele werk dat andere mensen in het verborgene doen. Goed, George Clooney heeft zijn loopbaan tal van succesvolle films gemaakt. Hij is nu een super-mega-ster, maar tegelijk, een film over een journalist die tegen McCarthy begon te berichten, kreeg in mijn herinnering, ondanks de Oscarnominaties minder aandacht dan een James Bond... Uiteraard zal men zeggen, maar de film gaat over Parresia - over waarheid spreken, vooral als het iets kosten kan -, ook jouw onderwerp en dus vond ik dat we toch moeten vaststellen of men van politici en journalisten, experten nog wel verwachten mag dat ze een onwelkome waarheid willen vertellen. Goed, Al Gore probeerde het in verband met het klimaat en de dreiging die uitgaat van aan de hand zijnde klimaatveranderingen. Goed, we zijn verantwoordelijk als mensheid, Westerse samenleving maar men kan gemakkelijk vaststellen dat politici, zelfs onze burgervaderen zich tegen een project hebben verzet dat groene stroom van op zee naar het net diende te brengen, het zogenaamde Simon Stevin project. Ook een connectie met het UK werd bestreden, wat mij nog altijd verbaasd en vooral, ik begrijp niet dat milieumensen er niet tegen in opstand zijn gekomen.

Neen, terwijl ik hier zit te schrijven, bedenk ik me dat de ene het heeft over het spook van de islamisering dat over Europa waart, een andere zal het hebben over fundamentalisme inzake dierenrechten en nog anderen vrezen dat men ouderen nog meer zal uitsluiten uit het gemeenschapsleven. Meer nog, zou het kunnen dat we met Tatcher ook gaan geloven dat er alleen maar individuen zijn, no such thing as a society. Ik denk dat Rechts én Links in stilte deze gedachte wel delen, maar niet goed weten hoe die te brengen. Links kijkt naar wat jij, ik, Sneeuwwit uit de pot kunnen halen, Rechts naar de mogelijkheden om er minder in te stoppen en als er al eens grote projecten komen, om een ziek kindje moet gered worden, dan gaat het toch weer over het individu, dat aardige persoontje. Middelen en manieren zoeken om de ziekte van Pompe en andere weesziekten toch op een betaalbare manier behandeld te krijgen, of beter er onderzoek naar te doen, dat haalt bijna nooit de pers, krijgt geen aandacht. Het gaat om het unieke persoontje, of beter, het spannende moment of men voldoende vrijgevigheid zal vinden.

De illusie van een samenleving waar de staat voor alles dient in te staan, waar mensen zich bovendien nog eens op het procrustesbed van de gelijkheid moeten laten bijwerken, waar ze ook niet meer zondigen mogen, want er is vanwege die samenleving geen absolutie meer te geven. Er is des te meer sprake van vergelding. Het monster van een samenleving die gelukkig kan zijn omdat er zoveel wel werkt, omdat er zoveel mensen best hun leven weten te leiden, soms zelfs lijden, houdt men liever buiten beeld. René Gude kon afgelopen dagen nog eens zijn verhaal doen, je zag hem ook, vertelde je, in De Wereld drrraait doorrr, dat hij nu wel het einde ziet komen, weet dat het niet meer zo lang duren zal voor zijn lichaam het opgeeft. Aan de ene kant vond ik het wat gênant dat hij er zo over sprak, vervolgens zijn woede en verdriet ook liet blijken en toch, een vorm van vitalisme aan de dag legde dat mij pas echt naar de keel greep. Zoals iemand mij onlangs nog eens aan het verstand bracht: Claus mocht best euthanasie vragen, maar de publiciteit die er aan gegeven werd, had andere nare consequenties, die de pleitbezorgers blijkbaar over het hoofd zien, namelijk dat wie veel gaat kosten voor de sociale zekerheid er best een einde aan laat maken. Men heeft hem een held genoemd, maar zij, wellicht vanuit een vrouwelijk aanvoelen van het leven, meende dat men inderdaad niet hoeft te leven om te lijden, maar het verhaal van Claus liet verstaan dat ziekte in feite een insult is voor de mens. Het verschil met René Gude kan niet groter wezen. Nu wil ik op die manier de polemiek niet voeren, maar toch, Claus een held noemen, kwam ook mij gemakkelijk voor, terwijl ik toen nog de herinnering had aan mijn vader, die ik vaak had gezelschap gehouden, als daar nood toe was. Laten we wel wezen, men kan over dat lijden geen algemene uitspraken doen, omdat elke mens een eigen bestaan leidt.

Het valt op dat we dat soort gesprekken niet lijken te willen voeren op het publieke forum: vrijzinnigen en de aartsbisschop stonden met scherpe tongen tegen elkaar te betogen, maar geen van beide, het spijt me dit te moeten zeggen, had het recht om de andere de les te lezen, want beide partijen spraken vanuit een eigen gelijk dat in de praktijk van het dagelijkse leven slechts subtiel en menswaardig kon opgelost worden. Nog eens, de wijze waarop Gude tegelijk bescheiden en discreet, maar ook openlijk over zijn ziekte gesproken heeft en hoe hij als mens de filosoof was die hij wilde zijn, ondanks en niettegenstaande de pijnlijke aandoeningen die de kanker met zich bracht en ook wel de amputaties, dat kwam aan, moet ik je wel bekennen.

Met andere woorden, Adelheid, deze bladzijden zijn ook wel meer dan een aftasten van een paar gedachten, want hoewel ik begrijp dat de geneeskunde meer vermag dan ooit, dat de samenleving een vrij goed systeem van sociale zekerheid en gezondheidszorgen heeft opgezet, hoewel we nog altijd een redelijk goed onderwijs hebben, blijft men ons bekogelen met rampspoed, met dreigend onheil. De vraag of wie een uitkering krijgt helemaal niets anders mag doen dan proberen niet bestaande of niet geschikte jobs te vinden, want dat strijdt misschien wel wat met waardigheid van een persoon, maar vooral, blijkt het welbevinden voor mensen in dergelijke omstandigheden echt geen zaak meer. Het gaat er mij niet om dat men mensen niet moet proberen aan het werk te krijgen, maar het valt op dat men de betekenis van werken, arbeid en het welverdiende loon in deze samenleving echt wel zeer eng bekijken wil en daar kan zelfs Marianne Thyssen niet aan ontsnappen. De dwangmatigheid van groei tot elke prijs, laat onverlet dat we aan de Franse Revolutie en aan de Verlichting toch ook nog iets anders over gehouden hebben: naast de pursuit of Happiness, lijkt in het huidige gewricht dit gebod te hebben opgegeven: mensen niet instrumentaliseren, dus kan niemand gedwongen worden  om het systeem in stand te houden, te werken, zelfs maar te leven of een bepaald gedrag aan de dag te leggen voor een ander doel dan het eigen welbevinden. Ook hier weer loop ik het risico inconsistent uit de hoek te komen, maar de observaties laten niet toe die tegengestelde inzichten te onderkennen. We zien discussies ter zake ontaarden in een gebrek aan solidariteit, niet enkel de institutionele, maar tegelijk zien we dat mensen die niet aan de hoogste standaarden, wie die ook aanlegde, beantwoorden uitgesloten worden. En werkelijk, zelfs links doet hier fluks aan mee.

Men belijdt nog steeds het geloof in het humanisme, in het menselijke ook, in autonomie tot slot en zonder schuldbesef blijft men blind voor wat we bij anderen aanrichten. Wie hard werkt en succesvol is, mag best van de vruchten genieten, maar het wordt wel pijnlijk als men de positie van anderen niet nader wil onderzoeken, omdat men gelooft dat ze hun eigen falen aan zichzelf te danken hebben. Succes kan efemeer zijn, soms krijgt het paard de haver niet die het verdient en dat weet men, intuïtief, maar zal men niet zo gauw uitbrengen. Ik heb al veel mensen horen zeggen dat ze niet tegen onrechtvaardigheid kunnen, maar al te vaak blind blijken voor de gevolgen ten aanzien van derden, voor het onrecht dus dat ze zelf aanrichten. Het sociale systeem dat uitgebouwd werd, zal, gegeven de vooruitgang in de geneeskunde, in de levensomstandigheden onderzocht en onderhouden moeten worden, want we weten dat het veel mensen inderdaad ondersteuning biedt dat hen toelaat hun leven toch te leiden. Alleen, we zijn soms vergeten dat de omstandigheden wel veel kunnen bepalen, maar dat we er toch niet ineens iets aan kunnen veranderen. Daarmee wil ik toch niet meedoen aan het leggen van de schuld bij die omstandigheden, want de balans, Adelheid, is wat mij betreft altijd weer positief, want ik leef, mag deel hebben aan het leven en wat er minder is, daar kan ik stilaan mee om. Maar juist dat, denk ik, is een taboe zo groot als de Twin Towers.

Bij nader inzien zijn het geen spoken die rondwaren, maar het gaat over het dagelijkse leven, over wat mensen betrachten en hoe ze soms met zichzelf en met elkaar in de clinch gaan. De samenleving is vooral complex, denk ik dan en we zijn niet altijd geneigd de consequenties van een goed principe te overzien en de mogelijkheden, de noodzaak om buiten de spanning van juist of fout te kijken naar wat zich als wenselijk aandient. Men kan dus naar rechtvaardigheid en een rechtvaardiger wereld streven, maar geen oog hebben voor de methode, de aanpak kan onrechtvaardig uitpakken. Maar ook kan men maar beter oog hebben, zoals je onlangs aangaf, voor het feit dat we verschillende doelen nastreven, maar ook dat we ze niet altijd goed in balans weten te houden. Ik denk dat dit iets is, waar we over moeten nadenken, want naar men zegt brengt Toneelgroep Amsterdam "The Fontainhead" van Ayn Rand, nog altijd een inspiratiebron voor mensen die niet geloven in de samenleving, die menen dat elk individu voor zichzelf moet gaan, geen concessies mag doen en voor derden geen consideratie mag hebben. In feite, moet ik vaststellen was het Francis Fukuyama    die erop wees dat aan de gedachte van het sociaal contract een problematisch aspect kleefde, namelijk dat mensen vanzelf in groepen leefden en dat men instituties is gaan vormen naarmate de samenleving verder af kwam te staan van de oorspronkelijke groepen. In zekere zin vormen die instituties dan net weer een vorm van sociaal contract, maar men kan het niet zomaar onderhandelen, omdat die in wezen boven ons als persoon uitstijgt. Vandaar dat we nood hebben aan invented history, om er toch een overzichtelijk verhaal van te maken. Dan is het weer zaak het niet al te ernstig te nemen...

Aan de andere kant en even belangrijk kan men niet voorbij dat de ontbolstering van het individu, want naarmate de samenleving complexer werd, evolueerde ook het individu, deels onafhankelijk daarvan, deels als voorloper op wat maatschappelijk gaande was. De individualiteit van personen kreeg pas later een vertaling, in de Griekse oudheid en in het Jodendom, wellicht ook, maar daar ben ik minder mee vertrouwd in andere grote culturen, waar dan bijvoorbeeld in China Confucius voor enige lessen aan de persoon zorgde zodat deze een weg vond in de samenleving.

Je ziet, de discussie wordt haast oeverloos, maar het blijft opvallend dat die discussie over de verhouding tussen samenleving en individu zelden filosofisch opgepakt wordt, maar ook in het brede debat blijft het in wezen onbelicht. Ik hoop er spoedig met je wel over te spreken, of anders schrijf ik nog eens een brief. In elk geval lijkt de lucht me nu wat opgeklaard en hoeven we het niet meer over in Europa rondwarende spoken te hebben.

Het beste en ik hoop je spoedig weer te kunnen zien in je huis, maar nu even gaat het niet. Gelukkig liet je me gisteren nog weten hoe je zelf ook uitkijkt naar mijn terugkeer.

tot gauw dus,


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten