De paus spreekt in Straatsburg


Dezer Dagen


De rede van de paus en het 
einde van het debat


Simonne Veil, Frans minister van
volksgezondheid onder president Valéry Giscard
d'Estaing wist in 1974 een wet over
de legalisering van abortus goed te laten
keuren. Haar zorg? De vele vrouwen
die stierven door fouten van
engeltjesmaaksters. In 1979 werd zij de
eerste voorzitter van het rechtsstreeks
verkozen Europees Parlement. 
De paus uit Rome, het staatshoofd van Vaticaanstad en geestelijk leider met een wankele aanhang in Europa maar van een wereldwijd bloeiende gemeenschap kwam spreken in het Europees parlement. Hij hield een opgemerkte rede, maar daarna zweeg men, zonder aan te geven waarom. Het punt is, denk ik, dat de paus een aantal dingen aandroeg, die ons aanbelangen,  waar we zelf, als burgers, maar a priori als parlementsleden nogal machteloos tegenover lijken te staan. Toch is het maar de vraag of de oefening van paus Franciscus echt een antwoord waard is.

Op woensdag zond A2 een herinneringsprogramma uit over de wijze waarop in drie dagen tijd Simone Veil abortus onder voorwaarden legaliseerde, dat wil zeggen een vooral door mannen bevolkt parlement ertoe bracht haar wetsvoorstel gestemd te krijgen. De televisiefilm zat goed in elkaar, we zagen dat de discussie over het legaliseren van abortus onder voorwaarden  tot doel had de situatie voor vrouwen veiliger en minder bedreigend te maken. Veiliger op medisch vlak, minder bedreigend in juridische zin, want dat waren de kwesties die in 1974 in Frankrijk speelden. België zou wachten tot 1990 om de wet gestemd en gepubliceerd te krijgen, maar merkwaardig genoeg vonden mensen de beginselvastheid van de vorst eerbiedwaardig, al waren ze misschien wel voor de legalisering. Mensen kunnen behoorlijk inconsequent lijken, maar in feite gaat het om twee verschillende benaderingen: we houden van mensen die werkelijk in de contramine gaan, maar vinden aan de andere kant dat abortus moet kunnen.

Opvallend is dat men bij de hele discussie over een aantal kloosters waar meisjes werden opgevangen die ongewenst zwanger waren en wier kinderen hen onmiddellijk na de bevalling ontnomen, opdat ze zich niet zouden hechten. De vraag wordt zelden gesteld wie de zwangerschap ongewenst vindt, maar ook waarom men zo lang de situatie voor de familie-eer bedreigend vond... enfin, dat hing duidelijk af van de familiecultuur. Maar als men het mij vraagt, zijn er veel mensen die dertig jaar geleden voor dat wegstoppen gewonnen waren nu een andere mening toegedaan. En toch, beide oplossingen, abortus en het bevallen in het verborgene met afstand van de baby zijn onmenselijk. Maar  de wet laat tenminste toe dat vrouwen juridisch en medisch veilig hun keuze kunnen waarmaken, of nog, misschien moet men die vrouwen niet zo onder druk zetten voor abortus te kiezen, omdat de afwegingen van die vrouwen zich op verschillende domeinen van hun leven kunnen afspelen, die soms met hun verlangen en angsten botsen. Het feit dat men haast wekelijks aangeeft dat alleenstaande moeders hun leven niet op orde kunnen houden, vormt zo een vorm van impliciete druk op jonge vrouwen die niet goed weten tot wie zich te wenden. Misschien kan men inderdaad ook beter aan die jongedames in de knop geleidelijk bijbrengen waarin hun autonomie en fysieke integriteit bestaat. Soms leest men dat vrouwen na een abortus gewoon doorgaan met hun leven, maar ervaringsdeskundigen geven soms een ander beeld te zien.

We staan hier even bij stil omdat tijdens de rede van de paus in het EP de commentator van dienst het merkwaardig vond dat de paus de legalisering van abortus in Europa benoemde in zijn poging aan te geven dat Europa, de EU zich menselijker zou kunnen opstellen. Natuurlijk is het gegeven van abortus in Europa deel van de emancipatie en had het, zoals Simone Veil had gesteld, tot doel mensenlevens te redden. En toch denk ik dat paus Franciscus volkomen terecht wees op het probleem dat mensen kiezen voor abortus, omdat hij meende en meent dat er in Europa een sfeer van sjofele veroudering hangt. Aan de andere kant, denk ik dan, had hij ook kunnen kijken naar het lot van (bewust) ongehuwde vrouwen/moeders.

Ik denk, met uw welnemen dat men een mens een mening moet laten uitspreken, maar dan dient men naderhand de moed op te brengen er ook iets van te vinden. Het debat na de pauselijke rede in Vlaanderen kreeg geen kans. Misschien net omdat de man Europa als een oude oma beschreef. Natuurlijk, oma's vandaag zijn vaak zeer levenslustige, actieve dames die het leven nog volop willen leven. Maar de boodschap kwam aan en daar moet iets over gezegd worden.

Ik denk dat het ongenoegen, of beter, het onbegrip bij de leden van het Europees Parlement best aandacht waard mag heten, want zij hebben in de loop van jaren een jargon en een visie op mens en samenleving ontwikkeld, waarbij de inzichten van burgers soms nogal laatdunkend te kijk worden gezet. Aangezien men - dat zijn dus vooral intellectuelen en journalisten, naast politici met een linkse achtergrond - vindt dat de samenleving rechtser is geworden en mensen steevast voor de verkeerde lijsten en figuren kiest, zou men zich moeten afvragen of men in het gesprek met burgers nog wel  echt iets in de aanbieding heeft.

In meer dan een opzicht kwam de donderpreek van paus Franciscus dicht bij wat Martha Nussbaum aan de orde stelde, dat politiek niet enkel in een rationaliserende vorm kan gevoerd worden. Politiek en emoties moet kunnen, vooral omdat er lui zijn die politieke emoties van burgers wel weten aan te spreken en voor het gemak noemt men die politici niet enkel populisten, maar ze blijken ook nog eens, naar onze wijze inzichten, extreem rechts of eventueel extreem links te moeten heten. Maar de gematigde politicus schermt zich te vaak af in een redelijk klinkend doch hermetisch jargon. Er zijn weinig politici die het aandurven hun politieke bestaan in de waagschaal te leggen. Het gaat dus om wat Michel Foucault Parresia noemde en betekent dat het er maar toe doet echt te zeggen waar het om gaat, als men daarmee ook bewust de gevolgen, de eventueel schadelijke gevolgen van het gesprokene accepteert. In de parlementaire cultuur ziet men wel eens volksvertegenwoordigers lichtvaardig met veel pathos inzichten verkondigen waar ze zich achteraf niet meer aan willen committeren.

De toespraak van paus Franciscus was interessant genoeg om er zich over te buigen, want als hij de roede niet spaarde, dan kwam dat omwille van de niet ingeloste beloften en het licht gefrustreerde verlangen dat Europa de waarden die men zegt te koesteren beter zou uitdragen. Maar precies omwille van die waarden, kon de paus niet anders dan zijn bewondering uit te drukken voor het Europese humanistische avontuur, want ook dat heb ik gehoord.

Men kan over de middeleeuwen in Europa veel zeggen en het zal ongetwijfeld niet verbazen als een medievist stelt dat de eerste periode, tot ongeveer 1100 een periode vormde van traagzame ontwikkeling, maar toch ontwikkeling, vooruitgang en dat hier kloosters en ordes van benedictijnse oorsprong een grote rol hebben gespeeld. Na 1100 begon een meer seculier avontuur, met vorsten als Karel de Goede in Vlaanderen die nieuwe vormen van beleid ontwikkelden. Diederik en Filips van den Elzas gingen nog verder en stimuleerden de stichting van steden en het zelfbestuur, deels afgedwongen maar toch ook, zie het voorbeeld Nieuwpoort, zelf mee die richting vorm gaven. Na 1500 had het Middeleeuwse wereldbeeld afgedaan, zegt men, maar men kan niet anders dan onderkennen dat ideeënhistorisch door theologen en filosofen als Thomas van Aquino en John Duns Scotus, Erasmus en Montaigne steeds nieuwe stappen gezet. De zeventiende en achttiende eeuw? De Verlichting waaruit dan de Franse Revolutie mede voortkwam. Maar het was niet zoals Jonathan Israël het voorspelde een zaak van alleen Denis Diderot of Voltaire, Herder en later nog von Humbold, die de universiteit van Berlijn vorm gaf en daarmee een nieuwe academische cultuur vorm gaf, want deze figuren en vooral hun werken hadden geen lang leven gehad, als er geen publiek voor was geweest. Dat de uitgevers en auteurs soms naar Holland of zelfs een niet bestaande drukkerij dienden te verwijzen, nam niet weg dat mensen, de elite en hogere burgerij wel degelijk interesse hadden voor die werken en er zo iets mee deden. Het heil komt niet enkel uit Parijs, denk ik dan. Het punt is wel dat sociaaleconomisch de middeleeuwen volgens een aantal historici tot rond 1750 mag doorgetrokken worden, maar er valt tegenin te brengen dat ons beeld van de middeleeuwen nogal eenzijdig en beperkt is gebleven, omdat we steeds maar weer de clichés debiteren, zonder ons om de werkelijke evolutie te bekommeren. Belangrijker is dat tijdens die zogenaamde donkere periode de ontwikkeling van het recht tot stand gekomen is en dat vorsten steeds meer een omvattend beleid hebben ontplooid, waarbij oorlog voeren niet meer per se de eerste zorg was of noodzaak, want oorlog kon de cohesie binnen de militaire elite versterken, natuurlijk. Tussen 1100 en 1789 ontstonden ideeën, vanwege ketters, maar ook vanwege toonaangevende figuren die in de aannames over democratie, de waardigheid van de persoon en de samenhang van de samenleving nog steeds hun rol spelen.

Paus Franciscus is een leidende figuur in deze tijd, al hebben velen er moeite mee hem te zien als iemand die durft te spreken. Hij is drager van een hele ideeëngeschiedenis, waarvan wij ons losgezongen achten, maar net daarom blijken we niet ongevoelig voor zijn verwijt dat Europa oud is geworden maar geen krasse knar mag heten. Die ideeëngeschiedenis is complex, tegenstrijdig en vaak verweven met machtsconflicten en -aanspraken, onder meer vanwege de kerk. Robbert Dijkgraaf spreekt in Amsterdam over het oneindige en hij verwijst naar Giordano Bruno die verbrand zou zijn omwille van de gedachte dat er wel eens een oneindig aantal sterren en planeten zouden zijn. Ongelijk heeft de directeur van Princeton niet, maar Bruno, aldus Francis A. Yates, had een bijzondere bron van inspiratie, hem aangereikt door Marsilio Ficino, die op een aantal teksten van gnostische oorsprong was gestoten en die nauwkeurig was gaan lezen. Bruno zou de inzichten van Ficino meer actief ontwikkelen en daarmee een grondig vernieuwende kijk op bijbel, kerk en ketterij ontwikkelen. Hij dacht, net als Ficino dat het corpus Hermeticum uit de tijd voor Mozes zou stammen en dat, zo meende Giordano, moest iedereen die ertoe deed de geschillen tussen de christelijke kerken te vergeten en terug te keren naar een idealere oude toestand. Bruno als Hervormer van kerk en samenleving, het valt moeilijk te rijmen met het verhaal van de hemelbestormer die de oneindigheid denkbaar maakte. Maar dat, zo denk ik dan, is het schitterende van dat Europese intellectuele avontuur.

Omdat men verder niet over de woorden van de paus wenst te spreken, niet voorbij de tegenstelling tussen het seculiere en het religieuze wenst heen te stappen, kan men de discussie die de paus wenst te openen, niet aangaan. Zelf denk ik dat de oude tegenstelling, die zeker redenen van bestaan had en de emancipatie van individuele personen op grote schaal hebben mogelijk gemaakt vandaag wel eens een wraakoefening lijkt, omdat de kerk in Europa nu eenmaal veel aanhang heeft verloren en soms blijven vooral conservatief georiënteerde gelovigen over, ook bij jongeren. Er is met andere woorden nog altijd weinig ruimte voor een vrijmoedig gesprek, waarbij men de andere niet automatisch in een frame duwt; nu was dat niet zo moeilijk met paus Benedictus XVI, maar deze paus lijkt er zelfs op aan te sturen.

Toch blijft het knagen, dat we als Europa een beetje levensmoe zouden zijn. Argumenten tegen die zienswijze zijn er wel, maar in gemoede het heersende klimaat goed overschouwend, kan men er niet omheen dat we in de greep zitten van enerzijds een strak administratief en juridisch kader en anderzijds dat verworven posities voor alles veilig gesteld moeten worden en dus kan er niet zo heel veel veranderen, kan er geen nieuwe geest over de wateren en de landouwen waaien. Wijlen prof. dr. Chris Vandenbroecke poneerde ergens rond 1995 dat in Europa de mogelijkheid ontstond dat we terug in een situatie verzeild raakten die sterk aan het ancien Régime deed denken. Onder meer zijn vrees voor een financieel kapitalisme ten nadele van onderschap sprak mij toen wel aan. Nu, bijna zes jaar na het uitbreken van de bankencrisis moet men hem op dat punt wel gelijk geven. En als Thomas Piketty een punt heeft, dan is het wel dat er een aantal mensen ondanks de grondwettelijke gelijkheid toch voorrechten verworven zouden hebben.

Tot slot denk ik dat paus Franciscus in het Europees Parlement heel expliciet een visie op de Europese samenleving heeft weergegeven die niet enkel belerend was, maar ook wel hoopgevend. Alleen, als we de woorden laten overwaaien, ontzeggen we onszelf de kans een nieuw elan te vinden. Of het echt boeiend kan worden, hangt noch van paus Franciscus noch van Herman van Rompuy af, maar ook en vooral van ons burgers. Maar dan moeten de vele parlementen die we kennen niet alles willen juridiseren en administratief te willen regelen. Die regelgeving is nodig, maar dient toch ook beperkt te worden tot wat noodzakelijk is. Het blijft van belang dat de vrijheden die we fundamenteel achten en in de grondwet zijn opgenomen, als basis voor de relatie tussen burgers en overheid te hanteren, maar tegelijk zien we dat sommigen via wetgeving positieve vrijheid willen realiseren. Op een aantal domeinen kan men dat perfect argumenteren, zoals het recht op onderwijs, dat noodzakelijk is om mensen hun recht op vrijheid van opinie te laten genieten. Maar toch blijkt er veel wetgeving te zijn ontwikkeld die de positieve vrijheden tot een verregaande vorm van inmenging vanwege de overheid in het particuliere leven en dat komt niet altijd ter sprake. Het komt mij voor dat we dit debat dringend aangaan, waarbij we niet principieel tegen positieve vrijheden zijn, maar altijd de autonomie van de persoon - tegenover de wetgever en de administratie die er uitvoering aan geven moet - mee in de afwegingen opnemen. Gezondheidszorg en gezond leven? Okay, maar mensen verplichten gezond te leven, kan over die scheidslijn tussen autonomie en vrijheid van levenswijze enerzijds en overheidssturing anderzijds gaan. Let wel, hier kunnen we het wel aan artsen of andere professionelen overlaten hun patiënten mee te geven dat bepaalde gewoonten ongezond zijn, bijvoorbeeld een te vet en eenzijdig menu, maar hoe of de overheid hier zichzelf kan vergalopperen blijft te zelden buiten beeld. En dat maakt dat er niet vanwege de kerk alleen een verstikkend levensprogramma wordt opgelegd, maar ook vanwege de overheid. Met de beste bedoelingen, natuurlijk, maar toch wel eens fnuikend, indien de regelgeving niet dient als basis voor gesprek en raad geven, maar als administratief repressiemiddel.

Ook daar moeten we dezer dagen over nadenken, omdat we niet afdoende erkennen dat het leven een en ander in petto kan hebben, dat door een overdaad aan administratieve lasten geen kans kan krijgen. De regelgeving blijft nodig, maar soms blijkt die onredelijk of contraproductief en dan moet men het ter harte nemen. Maar de idee dat Europa, zeker het oude Europa afgeleefd lijkt, gaat niet enkel over wet- en regelgeving, maar ook over een mentaliteit van zelfgenoegzaamheid en morele superioriteit en daar heeft de paus wel een punt.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten