De Wende niet herdenken is mediaschandaal

Dezer Dagen

Nieuws als bron van onheil
Waarom goede informatie nodig is en omissies
het systeem ondergraven

Leszek Kolakowski (Radom, Polen1927 -  Oxford UK, 2009)
Pas recent vernam ik iets over deze filosoof, dankzij een
een uitgebreid werk over zijn denken. Dat ben ik nog aan
aan het verkennen, maar de karige aandacht besteed aan
de Wende in de Vlaamse media, werd door die lectuur
nog versterkt. Zou het zo zijn dan men nog niet goed
beseft dat het communisme heeft gefaald? Of weet
men dat verdomd goed en weet men zich daar geen blijf
mee?
Er komt weer veel op ons af dezer dagen, want de economische perspectieven beloven geen verbetering, de gesel van ebola in West-Afrika, de gesel van de oorlog in Syrië en Irak, de burgeroorlog en oorlog op bestelling in Oekraïne, het blijft duren. Men kan er ook niet omheen, zal men mij laten weten, want het zijn feiten en daar kan men niet aan voorbij. Al goed, al goed, want ook ik kan niet ontkennen dat het om feiten gaat. Alleen, ooit volgde ik een cursus Historische kritiek en dan werd duidelijk dat feiten, massa's feiten nog geen inzicht bieden in de dynamiek en evenmin kan men het verhelpen dat men vaak pas achteraf een zekere samenhang weet te ontwaren.

Daarom kan ik er niet overheen dat in het Vlaamse medialandschap de 25ste verjaardag van de val van de Muur zo onbetamelijk weinig aandacht wordt geschonken, terwijl het voor een deel van onze Europese medeburgers zeer betekenisvol is gebleken, maar ook wij gaan er nogal gemakzuchtig overheen dat die feiten alleen hen zouden aanbelangen en ons niet. Het blijft merkwaardig want in Nederland komt er wel aandacht voor de val van de Muur en ook in Frankrijk, terwijl het voor Duitsland en de Duitse burgers uiteraard een existentieel gegeven is en dat nog wel even zal blijven.

De natuur der dingen maant ons aan met het begrip "historisch feit" spaarzaam en vooral bedachtzaam om te springen. Maar 9 november 1989 blijft een belangwekkende datum, voor ons belangrijker dan 11 november 1918, maar op dezelfde plaats in de rangorde van feiten als 8 mei 1945. De visie op het interbellum is bepalend voor die appreciatie, waarbij we ons er vooral rekenschap van geven dat de Wapenstilstand gevolgd werd door een onbillijke vrede en door moeilijk te beheersen chaos in Duitsland, nog versterkt door de roofoverval door Frankrijk en België in 1923 op het roergebied en die door de Fransen werd verder gezet tot 1925. Pas toen kon men overeenstemming bereiken over de tegoeden en over de heropbouw van de industrie in Duitsland. Men zal het mij allicht niet in dank afnemen, maar wie over 9 november spreekt, komt ook uit bij de volksopstand in Duitsland, vooral maar niet alleen in Berlijn in 1918, iets waar men zelden expliciet naar verwijst. Jacques A.A. van Doorn legde uit dat die opstand door de regering van Ebert werd neergeslagen met steun van de vrijkorpsen, groepen soldaten die niet meer terug aan het front geraakt waren of reeds gedemobiliseerd waren geworden. Men wekt de indruk dat wie deze gebeurtenissen van belang acht, zich min of meer schuldig maakt aan een vergoelijken van de politiek van de Nazi's, maar het omgekeerde is het geval, want het gaat erom dat Weimar zwak was, omdat de SPD op een moment de regeringsverantwoordelijkheid had opgenomen, dat het leger, c.q. Erich Ludendorff en Hindenburg de zaak naar de verdoemenis hadden geholpen. Het klopt dan ook dat Ludendorff niet de best geplaatste was om de regering in Weimar slapheid en defaitisme te verwijten. Ludendorff en co hadden immers na 1916 bijna dictatoriale macht weten te verwerven en de keizer, de Kanselier ook waren buiten spel gezet. Dat zij de enige hoge officieren in de strijd waren geweest die de strijd tot het bittere einde wilden voorzetten, klopt ook niet, want de onderscheiden chefs van staven wisten niet beter dan dat ze oorlog dienden te winnen. Het blijft moeilijk, zo merk ik telkens weer, dat fatalistische aspect van WO I goed te doorzien, want men kijkt te zelden naar de motieven van de oorlogvoerenden om de oorlog verder te zetten en pogingen tot vredesgesprekken af te wijzen, want ook dat heeft mee het interbellum getekend.

In deze optiek blijft het voor de media in Vlaanderen een schande dat men geen debat wenst te voeren over de vele aspecten van de oorlogsvoering zelf en over de onmogelijkheid van de partijen tot een begin van vredesgesprekken te komen. Evengoed is het schier onmogelijk in het Nederlands goede werken te vinden over de oorlog in het Oosten, waarbij Polen en Tsjechië, Hongarije ook in het vizier komen en de gevolgen, de betekenis van de oorlog aldaar onderzocht worden.

Nu hebben we het toch weer over ellende en oorlog, maar het kan niet anders, omdat, deze informatie ook nodig is om het vervolg te begrijpen: waarom wilde Duitsland per se land veroveren in het Oosten en hoe zou dat uitpakken voor de burgers daar. Het is een verhaal dat we enkel in vage termen kennen en veroordelen omdat we nu wel zeker weten dat aanvalsoorlogen nooit gerechtvaardigd kunnen zijn. Dat aan het eind van de Dertigjarige Oorlog, in 1945 Rusland haar invloedsfeer verzekerd wist tot aan de Elbe en een groot deel van het oude Habsburgse rijk, lijkt in de hele presentatie van de oorlog 1914 -1918 helemaal verloren te gaan. Het falen van Eduard Benes om de bannelingen uit Moskou te weerstaan, de onmacht van de Britten om de moedige Poolse troepen, die het nodige hadden bijgedragen om Europa van Le Havre tot de Duitse Bocht te bevrijden van de Nazi's, ook het recht te geven naar Polen terug te keren, het zijn inzichten die van belang blijven om de positie van Polen, Tsjechië na de Koude Oorlog te begrijpen. Stalin was erin geslaagd van de geallieerden de toestemming te krijgen om zijn deel van Europa naar eigen goeddunken in te richten en er waren kandidaten genoeg die bereid waren voor hem het vuile werk in de satellietstaten op te knappen en de democratie buiten werking te stellen.

Daarom is het ook nodig na te denken over de betekenis van de opstanden in het voormalige Oostblok goed in te schatten en dat valt ons niet altijd zo gemakkelijk omdat die opstanden slechts moeizaam te documenteren vallen, zoals de opstand in Poznan Polen in 1956, waar ik nog maar weinig over gehoord had, maar ook de gebeurtenissen in de DDR in 1953 blijven altijd vaag. Zelfs de problemen die mensen ondervonden om met de voeten te stemmen, blijven vaak onbesproken en dat zou men toch, 25 jaar na de val van de muur niet verwachten.

Heeft de hereniging van Duitsland, heeft de toetreding tot Europa van die landen die veertig jaar onder Sovjetbestuur stonden voor de burgers in dat grote gebied iets opgeleverd? Hendrik Vos, hoogleraar Europese Studies reed met een journalist, Rob Heirbaut langs het voormalige IJzeren Gordijn  om na te gaan hoe het allemaal evolueerde, maar verder dan een meewarige aanname van het feit dat ook daar het kapitalisme toe heeft geslagen, komt men zo te zien niet. Het betekent wel dat men de voordelen van het kapitalisme minimaliseert en beperkt tot consumentisme, maar dat men de onmenselijkheid van het regime in Polen, de DDR, Tsjecho-Slowakije, niet echt wil onderkennen.

Het is niet zo dat men kan beweren dat het parlementaire democratische bestel niet ook schaduwzijden zou kennen, maar toch, de voordelen mag men toch niet negeren en onderschatten.  Het volstaat in overweging te nemen hoe gedurende dertig, veertig jaar de groei in wat men nu het oude Europa noemt, geen grenzen scheen te kennen en de technologische vernieuwingen de hele samenleving wist te bereiken, van vaatwasmachines tot kleurentelevisie en CD, zaken die nu alweer verouderd blijken. In Frankrijk spreekt men van "les trentes glorieuses" maar ook in dit land zou men kunnen spreken van wonderjaren. Alleen, het lijkt niet te passen in het zelfbeeld, vooral niet in Vlaanderen. In Wallonië betekende de periode na WO II wel een voorlopig einde van de industriële glorie, de staalindustrie en ook andere takken gingen verloren, zoals de glasproductie. Zelfs de wapenindustrie heeft het al tijden moeilijk en kan zich maar moeilijk staande houden.

Hoe het zover is kunnen komen dat we het recente verleden in dit land, in Vlaanderen zowel als in Wallonië niet echt willen kennen, want als men spreekt over Expo '58, dan klinkt dat altijd weer als iets dat uit de lucht is komen vallen. Evengoed blijft men blind voor de toegenomen scholingsgraad in Vlaanderen, met steeds meer hoogstudenten uit alle lagen van de bevolking.

Het mag zo lijken dat we hier hoogst particuliere inzichten brengen, de werkelijkheid komt zelden in beeld, meer nog, als Knack in 2003 haar 50ste verjaardag vierde, werd in een aflevering van het magazine een verhaal gebracht over de misère in Vlaanderen, niet over de modernisering, niet over de industrialisering, wel over de werkeloosheid in sommige delen van Vlaanderen. Alsof het ene het andere zou uitsluiten. Dat die regio rond Roeselare en Izegem net in die tijd snel ging groeien, liet men onbesproken. Vlaanderen zou in 1960 plots aan een groeispurt begonnen zijn, met als enige nadeel, volgens allerlei erudiete mensen, dat het boeren zijn gebleven, geen grootburgers, als dat al een ideaal zou mogen heten.

Vele facetten van de groei van die periode blijven doorgaans onbesproken, al lijkt men het soms wel zeer als een evidentie, een noodzakelijke ontwikkeling te willen beschouwen, waarbij niemand zo te zien de verdienste toekomt, terwijl ik, met de beperkte kennis waarover ik beschik toch denk ik dat dit het werk is geweest van talloze individuele mensen die hun eigen wegen kozen en er mogelijkheden te over waren, ook al omdat de wetgeving niet alles had dicht getimmerd.

Men reageert soms verbaasd als mensen zich paradoxaal verhouden tot de staat: de voorzieningen wil men niet wissen, maar de wetgeving en administratie storen en hinderen. Net omdat we de hele wordingsgeschiedenis van de welvaartstaat niet kennen, ons niet herinneren, valt het moeilijk baten en lasten tegen elkaar af te wegen. De val van de Muur had een gelegenheid moeten vormen om die aspecten van onze Europese geschiedenis te heroverwegen. Slechts dan waren er inzichten over de noodzakelijke voorzieningen kunnen ontstaan, waarbij men ook nog eens de vorderingen van de geneeskunde in kaart had kunnen brengen. De herdenking van de val van de Muur, van de Wende had en heeft ook voor ons betekenis, wat men elders in de media aan de orde brengt, helaas blijkt dat voor Vlaanderen van geen betekenis. Dat kan men maar best als een mediaschandaal onder de aandacht brengen.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten