Nationalisme versus antinationalisme



Dezer Dagen

De kracht der tegenstellingen
Voor en tegen nationalisme

Van Beethoven, die de Eroica componeerde, bedoeld als ode
voor Napoleon, maar later had die keizerlijke ambities en dat
zinde Ludwig van Beethoven niet. In de negende symphonie
nam hij een gedicht van Schiller op, maar dat werd door
de een als een heislboodschap van comoounistische
snet gezien en voor de ander als een triomf van het
burgerlijke conservativisme. Zowel Dirk Verhofstadt
als Thierry hebben veel met klassieke muziek en dus
vond ik deze Beethoven best wel een mooi portret. 
De ene dag hoor je fulmineren tegen nationalisme omdat dit aan de oorsprong van de ellende van de 20ste eeuw zou liggen, terwijl Thierry Baudet net de EU als de bron van alle onheil voorstelt en in de EU vooral de grootste vijand van Europa en de Europeanen ziet. Scherper kan de tegenstelling niet wezen en het is tekenend voor Klara dat de omroep zo tegengestelde inzichten aan bod laat komen. Maar in de heftigheid van hun overtuiging vinden Dirk Verhofstadt en Thierry Baudet elkaar wel weer en ook in hun interesse voor de klassieke muziek ontlopen ze elkaar niet. Maar toch, de tegenstelling over hoe het nu verder moet met dit subcontinent, mag aan onze aandacht niet ontsnappen, want het is te opvallend dat die beide stellingen, nu, anno domini 2014 zo scherp op de snee wordt gevoerd en dat heeft niet enkel met de aard van het nationalisme zelf te maken, maar ook, valt te vermoeden, met de problematiek van de moderniteit zelf.

Het gaat over mythes, moet gezegd, maar duidelijk is dat niet, want beide gaan uit van de gedachte dat hun benadering vooral rationeel zou zijn, terwijl ze al dan niet bewust bepaalde aspecten van hun eigen visie uit de weg gaan. Om maar iets te zeggen, Dirk Verhofstadt is er stellig van overtuigd dat de uitroeiingskampen - van de nazi's - voortkomen uit een ongebreideld nationalisme, terwijl men met Adorno kan vaststellen dat zowel het nationalisme als het nazisme en Stalinisme voortkomen uit een ongeremd modernisme. Het bouwen van de modelstad in de Oeral, waar de techniek tot een optimaal geheel zou voeren, maar in de werkelijkheid, zeker voor de arbeiders van de nieuwe stad nogal eng uitpakte, Magnitogorsk, werd voor een groot deel een goelag, waar dwangarbeid de regel was. De Amerikaanse ingenieurs die de zaak onder handen hadden, stelden al gauw vast dat Stalin voor mensen weinig aandacht had. De technologische vernieuwing was voor hem primordiaal en dat blijkt het punt te zijn dat Adorno aanzette in de oorlogen van de 20ste eeuw de ontremming van de moderniteit en dus van de Aufklärung te zien, wat niet iedereen in dank kan afnemen, want de Verlichting is toch nu net de bron van alle heil. Voor sommigen mag men niet spreken over totalitarisme, zoals Arendt al deed in 1951, toen ze haar studie van de oorsprong van het totalitarisme publiceerde, waarin ze communisme en nationaalsocialisme, fascisme net wel in een beweging benaderde.

Thierry Baudet vindt dat het bestuur van de EU in het dagelijkse leven te ondoorzichtig uitpakt en te zeer als een moloch over al die 500 miljoen Europeanen wordt uitgespreid. Het blijft zeer opmerkelijk dat hij omwille van een aantal observaties  over ambtelijk bestuur en technocratische vergissingen meent dàt Europa te moeten afschrijven, zonder dat hij de idee ingang kan doen vinden dat binnen de nationale grenzen en bestuurlijke cultuur diezelfde ambtelijke vormen en technocratische vergissingen niet mee voor problemen zouden kunnen zorgen. Het nationale kader belet niet dat bepaalde beleidskeuzes de voorkeur krijgen en tegelijk weten we dat die beleidskeuzes vaak door een grote consensus binnen de Europese bestuurlijke elites bepaald worden, al was het maar dat men landen met elkaar vergelijkt en daaruit de best available practices meent te mogen afleiden. Dan verdwijnt dat nationale vanzelf weer via de achterdeur. En als we de academische debatten inzake politieke wetenschappen, maar zeer zeker ook inzake bestuurskunde bekijken, voor zover er iets van te vernemen valt buiten de ivoren torens, dan blijkt men met bestuurskracht niet per se die dingen te bedoelen die Thierry Baudet voor ogen heeft staan, maar ten gronde zal ook Dirk Verhofstadt er een en ander tegenin te brengen hebben, net omdat die opvattingen over bestuurskunde vaak het individu en elke burger als persoon in zijn of haar bijzonderheid niet kan erkennen of herkennen.

Het verhaal van dat grote Europa, dat volgens de een de nationale en vooral de nationalistische demon verdrijven kan en volgens de ander net de nationale esprit onderdrukt, kan inderdaad alleen maar polariseren en dat bederft het debat ten enen male. Hoe het dan wel kan? Dat is nu net de katharsis waar we als Europeanen op afvaren, waarbij een koortje sirenen ons richting natiestaat verleiden en ons op de rotsen van versplintering en gebrek aan solidariteit tegenover de buitenwereld, de wereld buiten Europa te pletter laten varen. Maar een ander koortje wil ons naar een verenigd doch ook cultureel amorf, gelijkgeschakeld Europa, waar iedereen de normen van een zogenaamde Angelsaksisch model omhelzen zal, verleiden en daar komen we dan vanzelfsprekend in een draaikolk terecht waar het Europese schip uit elkaar gerukt de diepte in wordt gezogen.

De polarisering, zo zegden we al vaker, laat geen ruimte voor debatten over het concrete, zonder in absoluta terecht te komen. De politieke eenheid die Europa van node heeft, kan men geenszins monolithisch opvatten, dat wil zeggen dat Europa altijd intern de eigenheid van regio's en al dan niet grote culturen kan en moet respecteren. Want het blijft vreemd dat iedereen lijkt te aan te schurken tegen een Angelsaksische cultuur waarvan de native speakers net van Europa niets willen weten, omdat ze vinden dat Europa de grootsheid van het UK ondergraven zou. En in Europa zijn er culturen, zeker de Duitse, maar ook andere die intens met die Europese eenwording bezig durven te zijn, maar die worden nauwelijks op hun waarde geschat.

Dirk Verhofstadt laat in zijn onvoorwaardelijke afkeer van nationalisme zien hoe eng denkend men uit de hoek kan komen. Tegelijk zal men Thierry Baudet voor de voeten werpen dat zijn visie op de natiestaat voor Europa als geheel en de afzonderlijke lidstaten op termijn zeer destructief en zelfs autodestructief zal uitpakken, omdat de groei van de afzonderlijke economische entiteiten niet per se een zero sum game mag heten. De vraag is dan hoe we buiten die maalstroom van elkaar uitsluitende visies kunnen beginnen te denken over een maat houdende bestuurlijke visie op Europa en in de lidstaten en dat vergt een debat over wat we wezenlijk achten aan beleid. Het fiscale probleem in Europa laat zien dat die discussie niet vanzelfsprekend beslecht kan worden op grond van duidelijke criteria, net omdat lage aanslagvoeten de belastbare massa kan doen toenemen, waardoor de inkomsten voor de schatkist hoger uitpakken. De fiscale concurrentie vormt evenwel een adagium van de liberale Verhofstadt, terwijl ook Baudet het hier wel eens mee zal zijn dat Nederland het bijzonder beleid ten aanzien van The Rolling Stones en Starbucks best onder de regie van de Nederlandse minister van financiën blijft en daarmee komen zij uit op het punt dat in concrete domeinen de verschillen irrelevant blijken.

Maar hoe zal Europa dan evolueren? En wat vinden wij als burgers wenselijk? Het vrij verkeer van personen vinden we vooral voor onszelf en onze naasten heerlijk, maar als het op concurrentie op de arbeidsmarkt aankomt, blijkt dat vrij verkeer geen zegen. Ook het vrij verkeer van diensten en van kapitalen blijft voor velen een steen des aanstoots, als de eigen positie in het gedrang komt. Hoe lossen we het op? Voor Baudet is het eenvoudig en die wil de boel in een beweging afschaffen, afbreken, maar hij wil wel de voordelen van een grotere Nederlandstalige markt door Vlaanderen bij Nederland te integreren, wat sommige Vlamingen, die hun orangistische voorzaten vergeten zijn, niet goed zou uitkomen, want die verkiezen om onduidelijke redenen Parijs boven Amsterdam, Leiden of Den Haag. Zelf kan ik best genieten van een bezoek aan Parijs of aan Den Haag, A'dam, zonder dat ik een rangorde aan dat genot zou geven en ook wat de regelmatige omgang met de Nederlandse cultuur aangaat, met de Franse en Duitse... de Angelsaksische, kan ik daar geen echte voorkeuren naar voor schuiven. Maar wel zijn er voorkeuren wat de cultuuruitingen betreft, maar dat is pas persoonlijk natuurlijk.

Tot slot denk ik dat beide stellingnames, tegen én voor nationalisme meer problemen oproepen dan ze oplossen, want zoals Herder al wist en ook Rudiger Safranski liet zien in zijn essay over de Romantiek als een Duitse aangelegenheid, hoeft nationalisme niet tot superioriteitscomplexen te leiden, maar tegelijk kan Europese samenwerking niet leiden tot het wegplamuren van allerlei verschillen, ook niet als het om Nederland en Vlaanderen gaat, dus al helemaal niet wat de Duitse en de Franse of Spaanse samenlevingen aangaat. Dat betekent dat Europa bestuursmatig altijd tussen dat gegeven verschil en optimale samenwerking moet laveren en dat is niet altijd evident, vanzelfsprekend. Daarom dient Europa en het debat over het beleid van de EU-instellingen beter aan de orde te komen in het publieke debat en daar spelen nationale gevoeligheden, tot spijt van wij het benijdt, altijd een cruciale rol. Maar dan moet men dus aanvaarden dat culturen, samenlevingen binnen Europa bepaalde eigenheden kennen die Europa dient te erkennen, maar tegelijk mag men binnen die culturen dan ook niet doen alsof ze geen redenen hebben de belangen en eigenheden van anderen te minachten of beaat te vereren. Op dat vlak staat Europa vooralsnog niet zo heel ver, omdat juist de idee prevaleert dat men iedereen op dezelfde manier zal bejegenen, maar waardoor de identiteiten met elkaar in botsing gaan komen. Wie Europeaan wil zijn kan geen Belgisch patriot zijn of Vlaams patriot? Dat lijkt me een misvatting, die beide vertolkers van hun nationale respectievelijk antinationalistische betoog niet afdoende onderkennen. Maar het probleem dat men moet oplossen betreft de Europese besluitvorming en dan vooral de communautaire besluitvorming die vaak te regelzuchtig is gebleken.

Bart Haers




    

Reacties

Populaire berichten