Voor fiscale transparantie



Reflectie


Politiek in onzekere tijden
Wat willen we morgen bereiken

De Atheense wetgever Solon vond dat de
regels in Athene, onder meer over schuldslavernij
de verkeerde kant op gingen, maar ook over
migratie had hij zo zijn ideeën. Eens de wetgeving
uitgevaardigd en wetende dat niemand tenzij
hijzelf die kon wijzigen, vertrok hij in vrijwillige
ballingschap. Wat drastisch en niet geheel
democratisch, maar toch inspirerend. 
Het volgen van de politieke debatten hangt een deel van het publiek de keel uit. Zij weten dat ze zullen betalen en dat ze geen vat hebben op de soms irrationeel ogende regels. Een partij die de kracht van Verandering als een hefboom wil gebruiken, probeert veel op de schop te nemen, maar het moeilijkste domein, dat van de fiscaliteit, blijft, zoals prof. em. Frans Vanistendael het stelde in de krant, blijft vooralsnog buiten beeld, omdat er zoveel op het spel zou staan en niet in het minst politieke carrières.

Iedereen weet, zou moeten weten dat een van de steunberen van de democratische rechtsstaat de fiscaliteit is, vooral dan een eerlijke fiscaliteit die mensen laat merken dat de overheid ook nog eens goed gebruik maakt van de vergaarde belastinginkomsten. Goed gebruik? Het lijkt een oxymeron, want voor sommigen kan de staat geen goed gebruik maken van andermans geld, hun geld. Aan de andere kant bestaat de neiging de staat vele opdrachten te geven die echter niet altijd voldoende gedoteerd zijn met middelen. Voor de welvaartstaat geeft dat dan aanleiding tot een onaanvaardbaar geachte situatie waarbij kinderen op een wachtlijst voor de goede school komen te staan, gehandicapten niet altijd de nodige zorg krijgen en nog wel een paar andere kwesties meer. Ook het openbaar vervoer krijgt voor de een teveel en volgens een andere goed ingevoerde stem te weinig. Dat is dan democratie, zegt men, maar toch, de visies lopen niet enkel uiteen, ze lijken vooralsnog onverzoenbaar. Voor sommige partijen moet de regering het geld zoeken waar het zit, voor anderen moet de belastingdruk omlaag, maar intussen wordt het leger verder afgebouwd. De vraag die we moeten stellen is of en hoe we burgerschap omschrijven ten aanzien van fiscaliteit. Is het betalen van belastingen een plicht die men volgaarne voldoet of is het betalen van belastingen net een kwestie die men zoveel als mogelijk moet vermijden. Of moet het debat over belastingen innen, burgerschap en voorzieningen opnieuw onderzocht en gevoerd?

De afkeer van de overheid en van de staat neemt in de VS soms bedenkelijke vormen aan, omdat men voor lief neemt dat de publieke veiligheid niet meer verzekerd kan worden. Samenlevingen verschillen terwijl de waarden die men zegt te delen vrijwel identiek zouden zijn. In Europa zijn er nog steeds politieke partijen die menen dat ze de belangen van een deel van de samenleving, de armen moeten verdedigen in de hoop van die armen ook de stemmen te krijgen. Nu is de stemming natuurlijk geheim en mag niemand mensen onder druk zetten bij het uitbrengen van een stem in het kieshokje. En toch lijkt men de psyche van de kiezer goed te doorzien, tot de resultaten nog maar eens verkeerd uitpakken, voor vooral de traditionele partijen.

Blijft de vraag hoe politici die weten dat mensen twijfelen aan het feit dat belastingen fair en billijk zijn, hen kunnen blijven vertellen dat ze het alleen maar goed met hen voorhebben. De resultaten van verkiezingen in de afgelopen decennia geven zowel voor België als Nederland aan dat de klassieke partijen, ondanks uitschieters van deze of gene bij een verkiezingsgang, stelselmatig aanhang verliezen bij de burgers. Nu denk ik niet dat een Ouderenpartij of een etnische partij de samenleving goede diensten kan bewijzen, maar zij krijgen stemmen. Een nationalistische partij in België, die door alle intellectuelen wordt weggezet als een kweekbed van populisten, telt ook mensen met een achtergrond in de migratie, wordt kil en koud genoemd, maar zoekt wel naar oplossingen voor de maatschappelijke onvrede. Alleen blijkt het moeilijk de fiscaliteit echt onder handen te nemen. Meer zelfs, wie de fiscale wetgeving voor natuurlijke personen en voor rechtspersonen wil gaan hervormen, zet niet enkel zijn of haar loopbaan op de helling, hij of zij weet ook dat de hervormingen transparant dienen te gebeuren en liefst zo gepland worden dat men niet ineens alle nadelen van de hervormingen maar ook de verbeteringen kan ervaren.

Mag men politici verwijten dat ze wel voortdurend klaar staan nieuwe wetten uit te vaardigen, maar vergeten dat ze ook de wetgeving moeten doen handhaven en dat dit soms geld kost, maar ook mensen op de zenuwen kan werken, bijvoorbeeld caféhouders die na zoveel jaar rookverbod vaststellen dat hun publiek met de helft of meer is afgenomen. Blijven de vrolijke Charels eenmaal weg, dan komen ook de stille genieters niet meer opdagen. Cafés verdwijnen hand over hand en niemand lijkt er zich echt veel om te bekommeren, terwijl dat wel meerdere gevolgen heeft, zoals het vereenzamen van mensen, hoe men dat ook wil minimaliseren. Overigens, men wil mensen gezond laten leven, maar beperkt daartoe hun autonomie, met het argument dat rokers slecht gebruik maken van hun vrijheid, maar als het over het grootschalige gebruik van cocaïne gaat, dan blijft het stil. Het is een situatie die rokers zelf niet altijd goed begrijpen.

En toch moet men de fiscale ontvangsten maximaliseren, zoals de voormalige minister van Financiën Steven Vanackere het stelde, waarbij die ervan uitgang dat zijn publiek uit mensen zou bestaan die niet onderworpen zijn aan die maximalisatie. Intussen weet iedereen dat men niet moet betalen wat men niet verschuldigd is. Alleen is dat nu net zo complex geworden, dat men niet altijd meer zicht heeft op de verschuldigde belastingen. Wie een zakenlunch in Noord-Frankrijk organiseert, kan dit inbrengen als bedrijfsuitgave, wie in Waregem of bij de Jonckman gaat eten, mag het vergeten. Ook dit schept ongelijkheid voor de wet.

Belastingen eerlijker verdelen en de sterkste schouders... die al veel doen, zeggen die zelf, betekent natuurlijk dat men daartoe de fiscale wetgeving alweer moet wijzigen, want laten we daar duidelijk over zijn: al meer dan dertig jaar blijkt elke begrotingsronde nieuwe fiscale regels op te leveren, die ondernemers en burgers dan maar in hun budgetplannen moeten opnemen. Wie dus de belastingen echt hervormen wil, zal dan ook moeten beloven dat de volgende tien jaar niets meer gewijzigd zal worden, tenzij in positieve zin voor de burger, zodat een grotere stabiliteit en voorspelbaarheid gerealiseerd kan worden. Laten we dus maar vooropstellen dat een nieuw fiscaal regime best ook minder controles vergen zal, maar of dat te realiseren valt, blijft maar de vraag.

De vraag is nog altijd wat men wil bereiken en hoe men dat beoogt te realiseren. De ideale samenleving? Als iemand al kan uiteenzetten wat de ideale samenleving dan moet voorstellen, voor  individuele burgers en voor de samenleving als geheel, dan nog is vorige eeuw gebleken dat sommige uitdrukkingen van de ideale samenleving door oplettende mensen niet als onrechtstaten werden herkend. Daar zit dan ook het probleem, denk ik, dat men het goede wat men wil bereiken, niet mag betalen met negatieve, ongewenste maar daarom niet minder verwachte neveneffecten.

Dat we met het aanvaarden van de staat als uitdrukking van een collectief belang, dat niet altijd even duidelijk gearticuleerd kan worden, ook een eigen bijdrage willen leveren, blijft in de discussies vaak achterwege. De sociale zekerheid die na Wereldoorlog II werd ontwikkeld en van dit land een welvaartstaat maakte, kon er maar komen omdat na de problematische periode die het Interbellum en WO II waren gewest de consensus groot was dat men mensen niet enkel grondwettelijke vrijheden kon beloven, maar hen ook een behoorlijk pensioen en dito verzekering tegen werkeloosheid diende aan te bieden. De pensioenen die werden opgebouwd, werden echter ook onmiddellijk uitgegeven, in plaats van te werken met een systeem van kapitalisatie, zoals Nederland dat deed voor de pensioenen die bovenop het basispensioen komt.

Na de discussies in de periode van economische malaise, voor en na 1980, waarbij de economische situatie en de ideologische polarisatie een open en fair debat onmogelijk maakten, liep het met de uitgaven van de overheid uit de hand. Pas via de Europese dynamiek kon men de crisissfeer achter zich laten. Maar de begrotingsoefeningen bleven hoogfeesten voor fiscale hoogstandjes, of mogen we zeggen, miskleunen. En toch, Dehaene vroeg matiging van de vakbonden en inde bij zelfstandigen en werkgevers, gepensioneerden ook een solidariteitsbijdrage. Men vond het niet fijn, maar iedereen leek het te aanvaarden. Maar Dehaene regeerde met de SP-a en vooral met de PS. Echter, Martens heeft in 1982 de socialistische onwil om de begroting te saneren vastgesteld en ook economisch herstelbeleid werd niet geprezen zodat hij de regering liet vallen. Marc Eyskens mocht dan even proeven van de functie, maar na negen maanden viel het stil. Toen kwam de regering Martens-Gol met een jonge Guy Verhofstadt en een periode waarin de economie opnieuw aantrok, al zegt men dat niet zo heel vaak, want liever heeft men het over de loden jaren, omwille van Ronald Reagan, Tatcher en wellicht ook enkele omstandigheden in Italië. Want was het ook niet de tijd van de afbraak van de stagnatie in Rusland, waar vanaf 1985 Gorbatshov begon aan het hervormen van het systeem. Kortom, het was een decennium van contrasten, maar dat zou niet mogen verbazen.

Maar goed, fundamenteel veranderde men niet veel aan het rommelige huis van de fiscale wetgeving waar, naar experten zeggen, noch de fiscale raadgevers noch de ambtenaren van financiën altijd alle details van onder de knie hebben. Het bevordert niet de gelijkheid onder burgers want wie een goede fiscale adviseur kan betalen, heeft meer kans de legale uitwegen aangeboden te krijgen. Het feit dat de ongelijkheid moedwillig door de wetgever is bevorderd, van welke partij de leden van de opeenvolgende parlementaire assemblees ook waren, die de fiscale wetgeving lieten verrommelen, doet er niet zoveel toe, terwijl ook de opeenvolgende ministers van financiën en de regeringen waar ze deel van uitmaakten, hebben boter op het hoofd.

Kan het eenvoudiger? Welke minister en welke regering zal de dubbele beweging lukken: de fiscaliteit rechtvaardiger maken en vooral transparanter, overzichtelijker. Bij dat laatste volstaat het niet te zeggen dat men dat doel nastreeft, maar zal men de toets van de praktijk in de besluitvorming dienen te betrekken. We hebben geen Solon nodig,  die wetgeving maakte en toen in ballingschap ging, vrijwillig. Vandaag menen vele politici dat ze onvervangbaar zijn en dat niemand hen kan vervangen. Het probleem van onoverzichtelijke wetgeving laat evenwel zien dat er van tijd wel degelijk beraad nodig is en vooral handelen, c.q. de zich vervlechtende wetgeving opnieuw te toetsen aan criteria als voorspelbaarheid, overzichtelijkheid en het respect voor het principe van de gelijkheid van burgers voor de wet.

Bart Haers

  

Reacties

Populaire berichten