Na het klimaatdebat in het Vlaams Parlement



Kritiek


Leegte van de democratie
  

De Vaamse overheid ondersteunt onderzoeksinstituten in hun
zoeken naar gewneste modificaties van gewassen. Niet iedereen
steunt dit en goed, dat is zo. Maar tegelijk eisen die tegenstanders
dat de Vlaamse regering asap een klimaatbeleid uitwerkt. Mooi,
maar men is daar al zowat tien jaar mee bezig en er gebeurt
veel, maar soms willen actiegroepen hun inzichten onmiddellijk
politiek vertaald zien. Kan dat zomaar, zonder debat? 
Hadden we in een vorig stuk over de betwistbare activiteiten van vakbonden in de publieke ruimte, dan moeten we hen niet alle schuld in de schoenen schuiven, want we lijken niet goed te weten hoe we de democratie verder vorm kunnen geven. Merk s.v.p. dat ik nergens de suggestie wek dat het vroeger beter was of dat de democratie, met uitzondering voor de jaren 1965 tot 1995 beter in staat was mensen de ruimte te geven hun geluk en welbevinden vorm te geven. Nadien, zo kan men overdenken, kwamen de eisen van de tijd, populisten en nationalisten, internationalisten ook roet in het eten gooien, maar dat lijkt me kort door de bocht.

 De cruciale problemen waar ons bestel mee te kampen heeft, kan men zo het al geen weeffouten zijn, dan toch contradicties noemen die moeilijk zomaar te verzoenen zijn.  Maar tegelijk zijn het wel eens onvermijdelijke contradicties die we zelfs dienen te koesteren, omdat het de uitdrukking vormt van de spanning tussen het persoonlijke en het maatschappelijke en het blijkt moeilijk dit onder ogen te zien. Het persoonlijke gaat over autonomie, zelfbeschikking, emancipatie, maar ook, zal men zeggen, verbondenheid met anderen. Aan de andere kant leven we in een cultuur waar het individuele en persoonlijke van uitzonderlijk groot belang blijken als het om deelname gaat aan het maatschappelijke gebeuren, in termen van succes, van kwaliteit, maar ook soms, daar had Karl Marx een punt, vervreemding. Tegelijk weten we dat ons graag verliezen in iets, het werk, een hobby, een liefde, soms maar zolang als het duurt.

De betekenis van het begrip democratie zorgt wel vaker voor discussie, om niet te moeten vaststellen dat tussen de aanhangers van de Tea Party en een Ico Maly het water op het eerste zicht onpeilbaar diep en niet met een Lange Wapper te overbruggen valt. De reden kan erin bestaan, zoals ook Martha Nussbaum en Hanna Arendt aangaven, maar ook Alicja Gescinska meegeeft in haar boekje "de verovering van de vrijheid" dat we tegelijk onszelf in de strijd moeten werpen, iets van het leven maken, op een positieve wijze liefst en tegelijk met anderen leven. Elk op hun eigen manier hebben deze dames zich bekommerd om het moeilijk te overbruggen grensgebied van het particuliere naar het maatschappelijke. Anders dan sommige politieke wetenschappers en sociologen het ons graag voorhouden heeft een democratisch bestel een voordeel op de meeste andere, namelijk dat het wezenlijke niet ligt in een doel, een gemeenschappelijk streven naar grootsheid, militair of civiel, naar superioriteit, maar een democratisch bestel vertaalt dit streven in een ruimte voor individuen om hun "pursuit of happiness" vorm te geven. Het wezen van de democratie ligt in het functioneren zelf van instituties die er het kloppende hart van zijn, maar nooit personen dienstbaar kunnen maken. Wel kunnen mensen zich dienstbaar opzetten tegenover de gemeenschap, waarbij het kan zijn dat er conflicten ontstaan, want die gemeenschap is altijd ouder dan wij...

In Europa hebben we evenwel recent mogen ervaren dat er een nieuwe gemeenschap opgebouwd werd, omdat onze voorgangers om economische redenen mensen uit andere delen van de wereld, Noord-Afrika en Turkije hierheen hebben gehaald. De consequenties daarvan zijn pas twintig, dertig jaar na datum helder geworden en toen heeft het politici aan morele helderheid ontbroken en wel op twee fronten: 1°) ze hebben die gastarbeiders - zo sprak men over hen voor 1980 - die zich hier metterwoon vestigden en hun gezin stichtten of lieten overkomen dat ze ook best probeerden deel te nemen aan onze samenleving; 2°) ze hebben de medeburgers niet gezegd dat die nieuwelingen zouden blijven. Populisten hebben zich van die onvrede meester gemaakt, zonder om te zien naar de gevolgen voor mensen in de "achterstandswijken".

Vandaag overigens moet ik vaststellen dat men die fout nog altijd wenst te maken, dat men de "nieuwelingen" niet aanspoort, voor zover nodig, dat ze proberen deel te nemen aan onze samenleving. Voor zover nodig, omdat er wel degelijk nazaten van die gastarbeiders van weleer zijn die het goed doen, maar er zijn ook problemen. Inburgeringsproblemen durf ik het niet meer te noemen. Wel kan het zo zijn dat er in deze tijd geen instituties meer zijn die mensen kunnen meenemen in een groter verhaal, zoals de inderdaad katholieke colleges indertijd wel konden, zoals ook nijverheidsscholen en handelsscholen. Maar we onthouden graag dat wie erover schreef zich er soms stierlijk kon vervelen. Maar zoals Stefan Zweig schreef en ook Maurice Maeterlinck, dat de jonge man erop af geeft en de oudere wordende man met enige nostalgie op terug kijkt, wel wetende dat het geen ideaal was en toch noodzakelijke voorwaarde voor het eigen verdere bestaan.

Ook de democratie is een geheel van instituties die het individu de kans geven, vele kansen geven om iets van het leven te maken, professioneel en anderszins. Maar hoe mensen dat doen, hangt geheel van hen af. En van we in onze jeugd hebben meegekregen. De democratie zelf heeft er geen uitstaans mee, maar laat wel de ruimte, voor opvoeders om jongeren iets mee te geven, biedt kansen op het vlak van cultuur en kunsten en sport, kortom, op een aantal terreinen laat de overheid niet af instituties te financieren die mensen de capabilities aanreiken om iets van het leven te maken.

Maar nog eens, in se is het democratische bestel, anders dan een totalitaire staat niet aan een ander doel gelinkt dan mensen de ruimte te geven om te leven en samen te leven. Dus zou men moeten besluiten dat de democratie in se zinledig en doelloos is, wat niet iedereen graag zal horen. Sommigen menen dat de democratische samenleving wel vooruit moet, maar niet op alle terreinen, blijkt al vlug want iedereen heeft de neiging een kern, een ruimte te behouden die niet mag veranderen. Dat kan maatschappelijk tot blokkades leiden, omdat we elkaar niet de ruimte geven die nodig is om die vooruitgang te boeken. Overigens, wat betekent vooruitgang in deze tijd, na een drie- of viertal industriële revoluties die hoe dan ook ons bestaan heeft veranderd en onze condition humaine wel eens onder druk lijkt te zetten?

Het valt me op, al heel lang, dat mensen zeer progressief in het leven denken te staan en de vooruitgang zeer genegen en toch afwijzend staan tegen bijvoorbeeld ggo. Deze inconsistentie is niet geheel verrassend, zoals Philipp Blom over een andere periode van ongemeen snelle vooruitgang opmerkte: Wetenschappers waren vol van de vooruitgang die ze boekten en toch hielden ze vast aan "ouderwetse" waarden. Anderen, zoals dr. Alette Jacobs zetten zich dan weer in voor het lot van vrouwen, door voor geboortebeperking te pleiten en er ook daadwerkelijk iets aan te doen, met consultaties in de wijken waar artsen niet vaak kwamen.

Men heeft de mond vol over de klimaatverandering, maar waar ggo zou kunnen helpen om minder landrovende landbouw te bedrijven, minder vervuilend ook, zegt men neen. Dat men, anders dan voorheen het geval was, niet stommelings nieuwe technieken mag gebruiken, kan men onderschrijven, maar het kan wel helpen mee een aantal problemen op mondiale schaal te remediëren. Dit gaat niet om de democratie, maar om een democratisch debat. Sommigen menen dat dit debat op basis van objectieve data dient te gebeuren, maar het is al langer duidelijk, voor mij sinds de roemruchte Kamerdebatten over de kernraketten, dat data niet altijd zo eenduidig blijken als men doen geloven wil.

Maar, de democratie, dat geheel van instituties en procedures loopt niet vanzelf, maar het is een product van handelen, van personen en die handelen binnen een bepaalde - democratische - cultuur. Toch lijken sommigen ervan te dromen, op volmaakt democratische wijze een totalitaire aanpak uit te werken, voor het klimaat, voor het sociaaleconomisch beleid, maar waardoor de dynamiek van burgers gefnuikt zou kunnen worden en jongeren de indruk krijgen dat er niets meer mogelijk is. De reden blijkt dan te zijn dat, zoals ook Leopold I het al bedacht had, dat de mensen zelf hun voordeel niet zien en te dom zouden zijn juiste beslissingen te nemen.

De wijze waarop in het Vlaams Parlement door parlementslid Hermes Sanctorum gesteld wordt dat het beleid opgelegd moet worden. Het beleid komt tot stand, denk ik dan in debat en op een bepaald moment beslist der meerderheid, de regering. De tijd dat men referentie maakte aan het Rapport van de Club van Rome ligt al langer achter ons en de bevindingen hebben tot beleid geleid. Onze steden zijn properder dan ooit, maar de mobiliteit is toegenomen, omdat mensen graag in hun vrije tijd op stap gaan. En er zijn veel jonge gepensioneerden die nog eens nieuwe wonderjaren willen beleven, die graag in mei naar de appelplantages in Sint-Truiden en omgeving trekken (per auto) om te gaan fietsen of ze gaan naar de Ardeense bossen om bosbessen te plukken dan wel in september op jacht naar paddestoelen, maar ze bewegen, denk ik dan. En ja, op schone zomerdagen zitten de treinen naar Oostende of Blankeberge vol met onder meer bejaarden. Waarom niet? Iedereen is vrij naar believen te gaan en te staan waar men wil, al gaat het niet altijd meer.  

In het politieke bedrijf gaat het hoe dan ook om macht en men verwijt de machthebbers hun machtshonger om zelf macht te verwerven, de steun van burgers te verwerven. Alternering van politici aan het roer is daarbij belangrijk, maar men blijft blind voor de vaststelling dat een niet sluitend beleid  voor  ademruimte kan zorgen. Want als men op een bepaald domein een sluitende wetgeving maakt, waarbij er voor interpretatie in voorkomende gevallen geen ruimte meer is, kan dat tot nare ervaringen van machteloosheid leiden. De wetgeving is in de westerse landen, ook in Vlaanderen zeer fijn afgesteld, maar de rechtszekerheid zorgt ook voor een onvoorstelbare knoop.

Net omdat er zoveel wet- en regelgeving is uitgewerkt, merkt men dat de toegang tot het deelnemen aan het leven soms bemoeilijkt wordt en zelfs het onderwijs, zoals Rik Torfs aangaf, nogal aangezet, omdat de leraren zo in het harnas van de officiële leerplannen zitten. Men zegt dan dat de netten die leerplannen opstellen, maar mag het gezegd dat die door soms ver van de lespraktijk staande experten werden en worden ontworpen, terwijl leraren net goed opgeleid zijn en wel eens proberen, zoals de man in "Dead Poets society" buiten de gebaande wegen te gaan rondkijken. Het onderwijsbeleid wordt afgerekend op resultaten, zegt men, maar finaal kan men dat alleen afmeten aan de hand van de evolutie van samenleving, economie en cultuur, waaraan mensen na hun opleiding gaan bijdragen. Resultaten meten wil men evenwel direct en dan komt het onderwijs in een moeras terecht, want jongeren kunnen met 18 niet volkomen afwegen wat ze geleerd hebben, omdat soms pas later duidelijk wordt wat het allemaal betekent. Bovendien kijkt men nu bij voorkeur naar wie het niet halen, terwijl men de verdienste van zij die het halen minimaliseert en vooral verklaart door sociale en andere omstandigheden. Heeft men hier geen grenzen overschreden die jongeren op termijn net kansen zal ontnemen?

De democratie is leeg? Het is in feite een holle structuur, waaraan mensen vorm geven, waarin ze kunnen functioneren, waarin ze hun persoonlijke streven naar welbevinden kunnen realiseren. Maat we leven wel niet alleen, er is een rechtsstaat nodig, er zijn magistraten nodig die bij voorvallen, conflicten en misdaden wetten aftoetsen en weten dat er naar de letter en naar de geest een intepretatie mogelijk is, ten behoeve van het algemeen belang, hoe moeilijk dat ook zomaar omschreven kan worden. Het is precies de leegte van de democratie die het mogelijk maakt dat we het beter kunnen dan in enig ander bestel, maar ook kan het zijn dat niemand zich om het functioneren bekreunt. Dat zal wel vreemd klinken want er werd de afgelopen 20 jaar veel over democratie gesproken en geschreven, er werden vele remedies aangedragen om de democratie te verbeteren of door anderen werd betoogd dat de democratie onvolkomen bleef om mensen hun welbevinden te laten realiseren.

We vertrokken bij deze reflectie van de vaststelling dat er in het democratische bestel zoals we het kennen weeffouten zitten, maar dat ik niet de mening ben toegedaan dat we die per se eruit moeten halen, want het gaat hier niet om zaken als fout beleid, om accidenten als corruptie, maar wel om andere aspecten, zoals de moeilijkheid snel, snel een nieuwe wet erdoor te jagen, want aan het eind van de rit blijkt er vaak niets te zijn gebeurd, omdat men ingezien heeft dat het bestaande wettelijke arsenaal kon volstaan om een probleem op te lossen. Vormt de particratie, zoals Wilfried Dewachter die beschreef, dan geen weeffout? Niet van het systeem, maar het is een gevolg van een doelbewust anders aanwenden van op zich goede inzichten, zodat men er bijna in slaagt de macht blijvend naar zich toe te halen. Overigens valt het altijd weer op dat men veel stennis maakt om een bepaald beleid, maar later vergeet na te gaan of het gewerkt heeft of niet. Het zou bijzonder interessant zijn mochten we over een onderbouwde synthese over de politieke geschiedenis van dit land kunnen beschikken, want het zou het mogelijk maken de dynamiek van de periode sinds 1945 beter te begrijpen en bovendien ook nog eens, als het goed is, de interactie tussen burgers en politiek. Politieke wetenschappers lijken er zelf dezer dagen toe te neigen de politiek als een theater voor te stellen, waarbij men niet altijd het belang van door de politici behandelde issues, van door belangengroepen aangedragen thema's en eventueel eisen aan de orde stelt, laat staan de samenhang op tafel weet te leggen. Als men in het Vlaams Parlement eist dat de regering op stel en sprong een klimaatbeleid, waaraan men al enige tijd werkt en dat ook uitgerold heeft, dan wil men toch niet benoemen wat men zelf, in dit geval Groen, maar ook SP-a, bijdraagt tot het vertragen van het klimaatbeleid. De aanleg van een nieuwe oeververbinding in Antwerpen of het uitvoering geven aan het transport van elektriciteit van de windmolenparken op zee naar geschikte plaats om de energie op het net te zetten, blijft vertraging kennen. Burgeractivisten hebben hun belang en men luistert ernaar, maar iemand moet eens beslissen. Het lijkt erop dat men de democratische bestuursvorm steeds weer verder wil uithollen door steeds meer procedures van inspraak mogelijk te maken. Dat doet men om goede redenen, ongetwijfeld, maar als er chaos volgt en onbestuurbaarheid, zal "de politiek" het geweten hebben.

Nu is er niemand die kan beweren dat de samenleving hem of haar toebehoort, zoals vorsten dat ooit wel konden en dictators wel eens dromen. De afwezigheid van een hoogste instantie kan men best wenselijk vinden, maar het betekent wel, denk ik, dat we allen, samen, betrokken partij zijn en ons moeten inzetten voor goed bestuur, voor behoorlijk functionerende instellingen en voorzieningen voor burgers en dat ook proberen te beschouwen als iets waar we zelf ook zorg voor te dragen hebben.

Bart Haers






Reacties

Populaire berichten