Waarom Neoliberalen en sociaaldemocraten dwalen


Reflectie


Vrijheid, gelijkheid en broederschap
Veranderingen wegen licht in debat

Tomas Sedlacek: zijn visie op economie
kreeg minder aandacht dan wat Thomas
Piketty te vertellen had. Toch zit er
meer in dat verhaal dan men zou
denken, want het is een felle
kritiek van het neoliberalisme
De wegen bleven leeg, maandag 15 december. Omdat iedereen staakte? Of omdat velen geen stress wensten en liever rustig thuis werkten, als het kon. De vakbonden vonden hun acties geslaagd, de overheid en bedrijven zagen dat er toch wel gewerkt werd en vele burgers vroegen zich af of het wel allemaal in orde was. Dat oppositie en meerderheid botsen, ligt voor de hand, dat het debat verschillende benaderingen laat zien, zal niemand verbazen en toch, de evidente aannames over ongelijkheid in de samenleving verbergen een visie die misschien niet zo voor de hand hoeft te liggen als men denkt. Bovendien kan over gelijkheid niet gesproken worden als men niet ook over vrijheid en over uniciteit van de persoon spreken wil.

Er bestaat een merkwaardige paradox wanneer men zich bij het formuleren van het mensbeeld beroept op Darwin en vervolgens het theorema van het sociaal contract inroept om de sociale verhoudingen te beschrijven. Want beide lijken met elkaar in tegenspraak, zoals Francis Fukuyama beschreven heeft in "The Origins of our political order", met het argument dat de menselijke soort altijd in eerst kleinere (familie-)groepen en later in steeds complexer wordende samenlevingen is gaan leven, naarmate de demografie ertoe dwong en de omstandigheden het ook toelieten.

Dat laat ook toe te veronderstellen dat men in die familiegroepen kon uitgaan van grote loyauteit, maar wellicht zullen er toch, wanneer groepen   te groot werden discussies ontstaan zijn. Hoe zou zo een groep aangekeken hebben tegen nieuwlichters die graan begonnen te zaaien en oogsten? In het Gilgamesj-epos zou dat volgens Tomas Sedlacek met welwillende aandacht gebeurd zijn, terwijl in de bijbel de landbouw, denken we maar aan Abel, voor God een foute boel was. Toch is de bijbel geschreven in een cultuur waar de landbouw wel gewaardeerd werd, met als iconen het paleis en de tempel van Salomon. In elk geval zal men wel weten dat de verhalen over hoe een volk levend in de regio Palestina een behoorlijk kronkelig parcours laten zien waarbij de vorming van de identiteit van dat volk - zoals te verwachten valt - mythologisch blijft. Nu blijken die verhalen vaak in tijden van crisis te zijn ontstaan, waarbij men geloofde dat het volk van Israël wel heel bijzonder moest zijn. Economische achtergronden? Klimaatgegevens, demografische aanduidingen, het blijft alles doorgaans achterwege.

Gelijkheid is niet gelijkvormigheid, want in een samenleving heeft men behoefte aan zeer verschillende vaardigheden en het streven naar gelijkheid in het onderwijs leidt ertoe dat mensen dezelfde soort training krijgen. Want we kunnen dan wel dromen als hobbykok door het leven te gaan, de vaardigheden van de experten, de professionele horecamensen - ook al weer zo een misleidende container - hebben we niet zomaar onder de knie. Er zijn geen beroepen die we kunnen bedenken, behalve in de sfeer van de misdaad, die niet een eigen vaardigheid vergen, al moet men er wel eens op studeren, gedurende meerdere jaren. Want ook, tot spijt van wie het benijdt, sekswerkers hebben hun belang. Er hangt een sfeer van criminaliteit rond en er is sprake van mensenhandel, dat klopt en het is blijkbaar moeilijk dat uit te schakelen. Toch blijkt ook het prostitutieverbod niet altijd succesrijk, want dan gaat het gebeuren onder de radar. Het verhaal van gelijkheid kan ons wel verleiden, maar dat streven naar absolute gelijkheid miskent de verschillen tussen mensen.

Het probleem dat de discussie over gelijkheid oproept, moet ons wel bekommeren, want men lijkt niet bij machte er tegenin te gaan, zozeer zijn we doordrongen dat de gelijkheid voor de wet niet zo belangrijk is als een werkelijke gelijkheid. Onrechtvaardigheid? Het te grote verschil in inkomsten en bezit tussen mensen binnen een samenleving, komt telkens weer aan de orde. Marc Coucke heet in hoofde van sommigen opeens een profiteur, iemand zegde mij dat het eindelijk een oplichter was. Hoe kan ik dat weerleggen? Dat hij 27 jaar aan de weg getimmerd heeft en intussen zijn have enkele keren op het spel heeft gezet? Neen, iedereen, zegde men mij, moet maar werknemer blijven. Ik vroeg de dame hoe zij zich dan voorstelde hoe Panos  bij de hand zou zijn als ze in het station nog een broodje zou willen kopen? Ah bon, kreeg ik te horen, ook Panos is de idee van een bedrijf? Uiteraard is dat zo en ik kan wel meegeven dat ik het succes ervan begrijp maar ook betreur, omdat de warme bakker nog maar eens concurrentie krijgt, maar goed, de stad laat die concurrentie wel toe. Toch merkt men dat nogal wat mensen de iets duurdere patisserie terzijde laten, maar vervolgens wel vinden dat de industriële bakker te veel verdient. De samenleving werd sinds de tijd van Abel en Gilgamesj wel wat complexer, de sociale stratificatie leek een kwart eeuw geleden veel minder strak en de kansen om iets op te bouwen groot, maar vandaag stellen velen vast dat er een nieuwe klasse rijken is ontstaan, onder meer met dank aan de nieuwe technologie en de wijze waarop we allen met nagenoeg dezelfde apparatuur werken.  Maar men ziet ook dat op het vlak van software steeds meer nieuwe mensen hun eigen instrument creëren om hun werkzaamheden te versterken.

De samenlevingen lieten dus toe dat er zeer rijke mensen  op de voorgrond traden, van brouwers tot techneuten, van bankiers tot sporters, sommige sporters. De vaststelling, dertig jaar geleden al dat basketters en boxers ongemeen veel geld kunnen verdienen, maar ook professionele golfspelers en nu ook voetballers, tennissterren zaten al hoog in het lijstje, heeft me er ook voor behoed een echte fan te worden en deze lui te vereren. In de kunsten komt het ook voor, met mensen als Damian Hirst, maar de grote sommen gaan doorgaans naar dode meesters. Jonge meesters m/v krijgen wel vaak steun van welgestelde burgers.

Nu is de vraag of de welstand van welvarende landen ten koste gaat van die van anderen? Niet noodzakelijk. Want het kan gaan om meerwaardeproductie, die uiteraard best gerealiseerd wordt in de ruil met andere economieën, maar in zekere zin is de binnenlandse handel en consumptie natuurlijk ook best belangrijk. Maar zoals altijd zal dat niet per se resulteren in een algemeen gedeelde welvaart, zodat het een goede idee is en was een billijke vorm van herverdeling op stapel te zetten. Nu is, dankzij de technologie en nieuwe wetgeving wel de mogelijkheid geschapen, zegt men om aan de belastingen te ontkomen, behalve voor de werknemers, terwijl ook de leden van Unizo weten dat ze niet per se veel mogelijkheden hebben om aan de belastingen te ontkomen. En wie aan pensioensparen doet, kan indirect hebben belegd in aandelen of andere waardepapieren die met bedrijven te maken hebben die men nu uitspuwt.

De gelijkheid voor de wet is een belangwekkend principe, maar toch zal het niet helpen als nagenoeg iedereen vertelt dat ze geen belastingen zouden betalen als het kon. De staat heeft inderdaad de mogelijkheid om alle lonen te belasten en de sociale zekerheidsbijdragen af te houden aan de bron. De vakbonden beheren mee dat systeem, zoals men weet en kunnen in theorie wel iets bijsturen. Maar de hoge loonkost nekt de investeringen en daarom de werkgelegenheid.

Het is dus niet zo dat er een alles beïnvloedende evolutie aan de gang is, maar dat er minstens twee, maar bij nader onderzoek meerdere evoluties af te lezen vallen, zoals het feit dat de welvaartskloof mondiaal aan het afnemen is, wat impliceert dat de landen die een historische voorsprong hebben moeten accepteren dat het kolonialisme voorbij is en dat we dus niet kunnen hopen dat we een deel van onze welvaart kunnen puren uit het gebruik of beter uitbuiting van de "ontwikkelingslanden", kolonialisme dus, want die zijn hun eigen ontwikkeling begonnen. Natuurlijk kan men nog altijd hulp verlenen aan die landen, maar eerlijke handel zou toch wel beter zijn.

De andere evolutie doet zich voor binnen landen, waar een kleine groep mensen vrij snel immense vermogens bij elkaar weten te verdienen, omdat ze op het juiste moment met producten komen die snel algemeen verspreid raken. Roland Duchatelet heeft zijn vermogen in de technologie verdient en ook Marc Coucke had enkele briljante ideeën. Aan de andere kant heb je meer dan ooit mensen die het goed stellen en zich weinig hoeven te ontzeggen, tenzij enkele folliekes, maar er zijn er wel die men graag aanneemt zoals kunst verzamelen of een bijzondere tuin aanleggen.

Jawel, er zijn mensen die het met minder moeten doen, zonder meer behoeftig zijn. Men wil nu die ongelijkheid opheffen, maar het kan zijn dat men vooral een dosis broederschap aan de dag kan leggen en begrijpen dat mensen het niet altijd breed hebben, maar soms is het tijdig, aan het begin van een volwassen leven, soms duurt het langer of raakt men er niet uit. Men kan niet zeggen dat dit alleen de verantwoordelijkheid van de betrokkenen is, maar evenmin dat men er zelf helemaal voor niets tussen zit - al zijn er echt wel mensen die het fatum niet aan hun kant hebben, de goede fortuin dus. Men doet veel onderzoek naar armoede, maar men gaat bijna nooit kijken naar wat mensen zelf ervaren. In die zin kan aan de situatie niet veel verhelpen, tenzij er mensen zich persoonlijk mee inlaten, professioneel en soms als vrijwilliger. Soms heeft men de indruk dat men met al dat onderzoek naar armoede zichzelf een dik belegde boterham toestopt, wat men wel eens merkt als mensen over de kranten spreken, in een café.

Het debat over de rechtvaardige samenleving is best boeiend, maar rechtvaardigheid is ook weer niet zo simpel te herleiden tot afwezigheid van behoeftige mensen. Rechtvaardigheid in de samenleving bereiken zonder er zelf bij betrokken te wezen, het blijft een riskante bezigheid, want dan moet men inderdaad een zware administratie instellen om iedereen te volgen en moet men mensen ook veel beperkingen opleggen. Venezuela is een oliestaat die zeer rijke burgers zou moeten tellen. Hugo Chaves heeft de middenklasse aangepakt en de staat versterkt, maar ook toiletpapier staat op de bon. In Spanje, zegt men mij, wil Podemos - wij kunnen - ook een rechtvaardige samenleving in het leven roepen, maar dat zou betekenen dat de staat spaargelden en andere bezittingen gaat naasten. Kortom, zij koesteren, 25 jaar na de val van het reëel bestaande socialisme een utopie, waarvan bewezen is dat ze onwerkbaar was en vooral onrechtvaardig. De ongelijkheid in de DDR, Tsjechië en Rusland tussen de elite van de partij en de rest van de samenleving was gigantisch, maar het volk kende gelijkheid... en armoede. Gelukkig lazen ze veel, vertelde iemand mij, enige tijd geleden, want op televisie was er niet veel soeps te zien en de bioscopen, tja, die waren er wel.

Moet men dan vrede nemen met het kapitalisme? De periode die Tony Judt beschreef en die men in Frankrijk kent als de 30 Glorieuses, de tijd dat ook bij ons de sociale emancipatie van arbeiders en kleine boeren lukte, velen toegang kregen tot het middelbaar onderwijs en de hogescholen, de universiteiten, was een periode met sterke groei, betere verdeling van de welvaart maar vooral dus een laatste opleving van koloniale handelsverhoudingen. Als het kapitalisme beter moet worden, evenwel, dan zal dat ook aan de participanten, actoren liggen. Men zegt nu dat er een vermogenswinstbelasting moet komen, maar voor vele bedrijven vormt de belasting een kostenfactor, die men moet minimaliseren. Via rulings kunnen zij dat doen. Maar die belastingontwijking past in een beleid de waarde van de aandelen te optimaliseren en dan moeten kosten, waaronder elektriciteit, loonkosten en belastingen gedrukt worden. Maar de producenten van elektriciteit willen hun aandeelhouders ook plezieren...

Willen we excessen van bijvoorbeeld variabele verloning vermijden dan zal geen wet daar iets aan kunnen doen, als bedrijven en stafleden de zaak toch naar hun hand willen zeggen. Het is dus nuttig na te denken over hoe we zelf in dat systeem staan. En dan moeten patroons, vakbonden, maar ook wij als burgers keuzes maken. De loonkost, pensioensysteem, de publieke ruimte, de wegen en kanalen, spoorwegen rijden niet vanzelf. Men zou nog meer kunnen overlaten aan de private sector, maar men zal dan toch een bedrijf van node hebben dat de zaken ernstig behandeld. Neem nu de NMBS, de spoorwegen, waar oude rechten van het bedrijf een logge machinerie maken. Men sleutelt al enige tijd aan de werking, maar de vakbonden, die weten dat er een en ander is scheef gegroeid, willen er niet aan tornen en dus blijft de spoorwegmaatschappij voor de burgers duurder dan nodig. In het kader van duurzame mobiliteit kan men de spoorwegen best aanwenden en een subsidie toeschuiven, maar dan wel onder voorwaarde dat ze goed zal geleid worden en het personeel goed betaald wordt en ook werkt  naar wat ze verdienen. Klinkt dit hard? De vakbonden hebben Jo Cornu niet echt tegengesproken als het over het werkregime gaat dat geldt voor het personeel.

Tot slot zal niemand beweren dat kapitalisme en een rechtvaardige samenleving elkaar uitsluiten. Maar teveel inzetten op een eenduidige invulling van het begrip rechtvaardigheid, kan de vrijheid en de broederschap onderuit halen. Er zijn inderdaad veel noden in deze samenleving en de overheden doen veel om eraan te verhelpen. Maar men moet ook blijven zorgen voor een dynamiek, ondanks de vergrijzing van de bevolking. Maar misschien zal men ook kunnen leren aanvaarden dat men niet alles tegelijk kan hebben en dat een leven zonder risico te nemen misschien ook niet leidt tot een groot fortuin maar dat men wel goed kan leven. 

Het boek van 2014 voor mij was "De economie van goed en Kwaad" -verscheen dan wel in 2013 in Nederlandse vertaling - het deed minder stof opwaaien dan "Het kapitaal in de 21ste eeuw" van Thomas Piketty, het vertelt vooral ook iets anders, namelijk dat hoewel men graag de indruk wekt, van links en van rechts, dat het kapitalisme zichzelf aan de draai houdt en dat wij slechts actoren zijn, zonder een greep op het gebeuren, die actoren wel van belang zijn maar niet altijd voorspelbaar. Maar de neoliberalen dwalen, want Adam Smith sprak minder over de blinde hand - slechts 3 keer vermeldt hij dat - terwijl hij net bezig was na te denken over de moraliteit in het economisch handelen (zie ook: The Theoy of Moral Sentiments) maar die benadering komt zelden aan bod. Is niet elke actor, elke patroon, elke chef een haai die rooft wat hij of zij kan? Ik denk dat dit een onredelijke benadering is, maar ze leeft wel in het discours.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten