Wat verwacht men van de vorst?

Reflectie

Het verhaal van koningen, 
koninginnen en andere sterren 

Amadis de Gaule, het model van Frans I? Een ridder wilde
hij zijn, maar wat er aan zijn optreden ontbrak, bleek
wel eens standvastigheid te zijn. 
De gedachte was ook iets te schrijven over een vorstin van onze tijd, maar het vraagstuk dat Franck Ferrand had opgeworpen, zonder het expliciet te beantwoorden, hield met te zeer bezig: niet enkel luidt de vraag wat een goede vorst is, maar ook of we kunnen bepalen wie er aan beantwoordt. Hopelijk kunnen deze aantekeningen het beeld wat scherper stellen. Wat de verschillen ook zijn tussen een renaissancevorst en een verkozen politcus dezer dagen, op enig moment blijkt toch dat ook politici vandaag vorstelijke allures kunnen aannemen, aangemeten krijgen ook. 


Franck Ferrand schrijft een scherp requisitoir tegen François Ier, die naar zijn inzicht al te zeer te hemel wordt ingeprezen. Het blijft zeer onfrans om een monument uit de nationale geschiedenis omlaag te halen, want die koningen zijn toch qua reputatie moeilijk omlaag te halen en als er al een is die in de nationale iconografie niet heeft gedeugd, dan valt ook daar dan weinig aan te turnen. Blijkbaar heeft men ondanks een eeuw van scherpe kritiek ten aanzien van de grote nationale historiografie niet veel kunnen bereiken via het onderwijs en de media om die iconen wat scherper te belichten. Ernest Lavisse, kan men zeggen, heeft het goed gedaan. Maar waarom zou men bijvoorbeeld vragen stellen bij de reputatie van François Ier?

Men kan zich afvragen of het veel zin heeft om per fas et nefas de reputatie van die koning te onderzoeken en zijn ware verdienste dan wel gebrek aan verdienste te willen bovenspitten, want het is toch geschiedenis. Maar in dit geval blijkt het wel interessant om de slagen die de koning en de keizer elkaar toebrachten in Italië, de Provence en ook wel in Artois en Vlaanderen voor de tijgenoten wel pijnlijk geweest moeten zijn, zoals oorlog altijd wel iemand slachtoffert. Het brandschatten van de Provence in het kader van de tactiek van de verschroeide aarde vormt zo een voorbeeld van een ongenadig optreden van vorsten.

Nu schuilt daar een probleem want aan welke criteria zal men een vorstelijk handelen afwegen? Franck Ferrand neemt als norm het icoon dat wat men van Frans I gemaakt heeft, maar men kan zijn optreden, van Frans I ook afwegen aan het model dat in zijn tijd wellicht circuleerde, namelijk "Il Principe" van Machiavelli. Zelf lijkt François Ier er zich toe ingespannen hebben de idealen van Amadis de Gaule, een typische cyclus van hoofse ridderschap te promoten. Zette hij het om in daden? Hij was een galant, zeggen de bronnen. Tegenover die koning zet Franck Ferrand dan de Keizer, Karel V, die feitelijke en iconische titels droeg. Keizer zijn was aan het begin van de zestiende eeuw vooral een titel, maar de verbeten strijd die Keizer en Koning voerden om Italië kan men niet zomaar begrijpelijk maken. Er spelen immers oude aanspraken en ook wel een ideaal mee, zeker in hoofde van Karel V. Maar wat opvalt in dit boek: Karel V komt er in een aantal opzichten beter uit dan Frans I. Maar de hele discussie met Luther en de Luthers gezinde vorsten, waarmee François Ier op zeker ogenblik een verbond sloot: de liga van Smalkalde. Helaas, de koning hield zich zelden rigoureus aan de verbintenissen die hij aanging. Dat vormt de kern van het betoog van Ferrand: de koning was niet betrouwbaar.

Kan men een machtsspel bedrijven en tegelijk betrouwbaar zijn? De vraag klinkt brutaal en het is wat men in brede kringen als logica aanvaardt: wie macht wil verwerven en behouden zal altijd wel ergens met zichzelf in de knoei komen en de anderen  ook wel onzekerheid bezorgen. Sinds Karel V en François Ier is de macht meer en meer gebonden aan regels, procedurele regels en het bereik van macht werd via grondwet en wetgeving beperkt. Toch mag men niet over het hoofd zien dat we van Karel V ook best een ontluisterend portret kunnen ophangen en dan komen we niet verder. Ontluisterend? Het valt nog te bezien? Dat de koning in Yuste aan allerlei aandoeningen leed, mag niet ontluisterend heten, in die zin dat ook de Franse koning met lichamelijke ongemakken als een fistel een en ander had af te zien. Ook kan men de omgang met vrouwen van deze vorsten toch niet echt ontluisterend noemen, behalve dan als die dames er het hoofd bij verliezen, want hoe ging het anders in die dagen van brave Hendriken?

Het was dan ook niet daarom dat Franck Ferrand de groots bevonden koning François Ier onder de loep nam. Hij had gekeken naar de voorwerpen en argumenten om de vorst ook na bijna 500 jaar nog steeds te eren, zoals de oprichting van het Collège de France, de institutie door het Edict van Villers-Cotterêts... die het gebruik van de volkstaal in publieke administraties en gerecht regelde en stelt daar dan enkele vragen bij. Het doel van het Edict was dure procedurekwesties te voorkomen, maar ongewild gaf het edict voeding aan een Franse taalunie, toen de strijd om voorrang vanwege Langue d'oc en Langue d'oil nog lang niet gestreden was. Het komt wel vaker voor dat besluitvorming onverwachte neveneffecten genereert, ten goede en ook wel ten kwade. De discussie die Franck Ferrand dus aandraagt is typisch voor dezer dagen: moeten we het goed vinden dat iets goed uitpakt, ook als het zo niet was bedoeld? Op dat vlak kan men de historicus wel enkele vragen voorleggen, want waar hij terecht vragen bij de evidentie dat François Ier een groot vorst is geweest, kan men er niet omheen dat hij vergeet dat waar wij een overzicht hebben over de voor- en nageschiedenis van een edict, zoals dat van Villers-Cotterêts de tijdgenoot slechts consideraties kon koesteren die hem of haar nuttig lijken of wenselijk. Bovendien, mocht het louter om bestuurlijke aangelegenheden zijn gegaan, dan was een modernisering van het ambtelijk kader wellicht toch ook een vooruitgang. Het feit dat het edict werd voorbereid door de kanselier en bezegeld door François Ier, dan verandert dat weinig aan de eigen betekenis van het edict. Het zou dan ook wel eens de grens kunnen zijn van dit essay, in die zin dat de auteur zich had gericht op de vraag waarom men de zeer befaamde vorst niet afrekende op zijn merites en falen.

Dat hij de rol van de regentes, Louise van Savoye daarbij meer in de verf zet dan de dame zelf voor ogen had staan, kan ook leiden tot de gedachte dat werken in de schaduw, buiten de schijnwerpers mensen meer vrijheid van handelen geeft, maar werken in de schemer kan tot goed beleid leiden, doch wij verbinden er wel eens de gedachte aan dat het om camarilla gaat. Anne de Pisseleu, de erkende favoriete probeerde zelfs even Henri II van de troon af te houden door alle steun aan de jongere broer Charles te geven, maar deze stierf een onverwachte dood als gevolg van een epidemie. Het mag duidelijk zijn dat zij tegelijk in het leger en de administratie haar mannetjes trachtte te plaatsen en daar behoorlijk in lukte. Want kwam deze dame niet uit de "school" van Louise van Savoye, de moeder van de koning, die zelf nooit koningin is geweest?

Franck Ferrand is het erom te doen de regering van François Ier te analyseren op grond van de gedachte dat veel van zijn weldaden, door hemzelf in een ander perspectief tot stand kwamen en dat hij als legeroverste niet zo heel veel van de krijgsverrichtingen tot een goed einde wist te brengen. Als tegenstander van Karel V wist hij noch terreinwinst te realiseren, noch het Franse territorium ongeschonden in handen te houden en door te geven aan de Dauphin. Meer nog, Henri bleek reeds als prins best geschikt op het slagveld, in de diplomatie en bij de intriges. Blijft de vraag dan waarom men de ene koning boven alles adoreert en de andere verguist. Meer nog, wat mag de tijdgenoot verwachten van een vorst?

De rol van de vorst in de vroegmoderne samenleving? Blijft men steken bij de grandeur, kan men in dit essay lezen, dan begrijpt men niet goed waarom we ons zouden buigen over het koningschap van François Ier dan wel van Louis XV, want in theorie is elke vorst tijdens zijn koningschap best goed, wat hij ook uitspookt. Louis XV begon als "le bien-aimé", maar was bij leven gehaat door enkele machtsgroepen, zoals het Parlement van Parijs. Ernest Lavisse zou later schrijven dat men Louis XV dient te verafschuwen. Maar Lavisse had een agenda: de Franse grootheid opnieuw bevestigd zien en Louis XV leek op dat vlak weinig aanbevelenswaardige daden te hebben gesteld. Het hangt er maar van af, hoe men het bekijkt. De doortocht van Karel V van de Pyreneeën tot Valenciennes was er een van diplomatieke overkill, waaruit nog maar eens bleek dat sire César - zoals Louise van Savoye hem genoemd had - voor subtiliteit niet veel aanleg had. In 1539 wilde Keizer Karel dan eindelijk een einde maken aan de opstand van Gent tegen de bede vanwege de keizer. Karel V kon of wilde niet over zee en dus werd een vraag gesteld of de keizer door Frankrijk kon trekken. Franck Ferrand schreef dat de keizer het zich achteraf zal beklaagd hebben, maar feit is dat de keizer met veel omwegen via Poitiers, Bordeaux en Fontainebleau naar Parijs en zo verder. Of het een aangename reis was geweest voor de keizer, betwijfelt Franck Ferrand expliciet, maar of er nadien gunstige gevolgen waren, in termen van een persisterende vrede? Geenszins, maar dat lag ook niet in de aard van Frans.

Nog eens: wat is de rol van een koning in de periode dat Frans koning is geworden. De moeder is de geest van de renaissance toegenegen en probeert haar zoon door zeer geschikte leraren te omringen. Maar zegt Ferrand, dat lijkt niet uit te pakken zoals verwacht. Waar Ferrand net vindt dat Louise van Savoye blijk geeft van geïnspireerde bestuursvaardigheden, daar zal de koning zelf juist uitblinken in een gebrek aan loyauteit, betrouwbaarheid en een gebrek aan visie op de toekomst van Frankrijk. Behalve de installatie van een officiële favoriete zal hij ook de schatkist van Frankrijk belasten door de scheiding tussen de particuliere inkomsten en de belastingen... Onze blik op het koningschap culmineert in successen als Fontainebleau en Chambord, maar of dat de kern van de opdracht is? En het militaire succes? Dat bleef uit na de eerste overwinning in Marignan, maar tegelijk moet men toch ook nagaan of de oorlogsdoelen wel zo goed gekozen waren. Want de strijd om Italië heeft Frankrijk wel veel gekost, zonder dat Frankrijk er echt mee gebaat was en nog minder de Fransen. Van opstanden lijkt er niet direct sprake, wat dan weer in het voordeel kan spreken, want Karel V had wel af te rekenen met opstanden, onder meer dus Gent.

Koningschap blijft moeilijk concreet te vatten of uit te leggen, vooral omdat op het ogenblik dat François Ier koning werd de instellingen al vrij stabiel geworden waren, wat ook te zien is aan de distributie van hoge ambten. Tegelijk zien we dat de regentes, de koning en de favoriete er een wel zeer persoonlijke kijk op hadden, op die ambten en wie ze te vervullen kreeg. Blijft dan nog de vraag waarom men de "kruistocht" tegen de zogenaamde Waldenzers in de Lubéron heeft laten doorgaan, waar particuliere belangen van de lokale adel gediend werden. Toch zou de zoon van Frans I, Henri II de zaak ernstig nemen en de verantwoordelijken straffen, want een koning staat garant voor het recht en zal de onderdanen beschermen. Dat dus had de koning, François, niet gedaan.

Komt een beoordeling van de keuzes van een vorst uit bij een moreel oordeel? Het komt mij ook voor bestuurders dezer dagen voor van gewicht te zijn dat politieke keuzes, hoezeer logisch te plaatsen in een te beargumenteren kader en er zelfs het stempel van onvermijdbaarheid aan te geven, maar is dat ook zo? Amadis de Gaule is het voorbeeld voor François Premier, maar ook voor de figuur van Don Quichotte. Of had Cervantes, die ook tegen de piraten die vanuit Algerije opereerde, weet van de houding van Frans Ier tegen precies de Keizer en de last die de piraten bezorgden aan de scheepvaart op de Middellandse Zee en weet Franck Ferrand de suggestie te wekken dat die grote Franse koning juist dat was, iemand die tegen windmolens vocht, of de verkeerde vijand zag?

Voor bestuurders dezer dagen kan zo een essay van belang zijn, in de mate dat ze dan nog eens vernemen dat men geen schimmen moet najagen - alsof ze dat niet zouden weten. Voor burgers dezer dagen is het de moeite waard in overweging te nemen dat wie veel macht wordt toegedicht - niet enkel leden van regeringen, maar ook andere grote actoren op het politieke terrein zich er maar beter voor hoeden de burgers met hun wanen op te zadelen, al zijn er genoeg burgers te vinden zijn die dergelijke wanen graag delen, over links en over rechts. Goed bestuur betekent dat de bestuurder zijn of haar best doet er iets goeds van te maken, succesvol bestuur, zo kan men ook uit het essay afleiden, kan niet als er geen degelijke leiding gegeven wordt en als de raadgevers, de burgers de zaak niet mee ter harte nemen. Want de onderdanen van de vorst komen ook hier niet aan bod. De vraagstelling geeft er ook geen aanleiding toe, zou men zeggen, maar de auteur komt bij die vraag net omdat hij, Frans I er eindelijk ook niet om maalde: belastingen werden zonder omhaal verhoogd en hoe ze binnen kwamen, daar maalde hij niet om. Hij ging zelfs zover de drukpersen in Parijs stil te leggen, maar richtte wel een eigen drukkerij op in 1538 die door kardinaal de Richelieu tot Imprimerie Royale (1640) werd omgedoopt. Censuur instellen en zelf drukwerk uitgeven? Het zal wel eigen zijn aan vorsten om van tijd tot tijd eens tegenstrijdige geluiden te laten horen, al was het maar om eerdere fouten te herstellen. Franck Ferrand waarschuwt de lezers dus vooral voor een al te flatterend portret én voor al te veel zwenkingen van bestuurders toen en nu. Alleen kan men in een democratie bestuurders in theorie wegstemmen, als men de particratie durft te tarten. Maar net in de particratie komen weer aspecten aan bod die meer met machtsbehoud te maken hebben dan met goed bestuur.



Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten