De gevolgen van het onderwijsvervormingsbeleid



Kritiek


Les Mal-appris
Wat met het onderwijs bereikt kan worden

François Bayrou schreef in 1990 "une decénnie de mal-appris",
waarin hij de onderwijspolitie op de korrel nam. 
De weg naar kennis, wijsheid en ontvoogding, dat blijkt het onderwijs te zijn (geweest), want men merkt dat men vandaag mikt op zelfrichting bij het studeren, maar dat leerlingen er niet toe komen er iets van te maken zonder stevige en indien nodig autoritaire leiding - die zich rustig en zacht kan uitdrukken. Gewoon omdat ze in hun eigen wereld bleven. François Bayrou, burgermeester van Pau, historicus en voorman van MoDem, de gematigde democraten oftewel de (resten van) centristische politiek, heeft al in 1990 over de kwestie geschreven dat sinds 1980 het onderwijs op grond van nieuw beleid achteruit boerde. Of er een verband is met de moeizame integratie, valt niet te bewijzen. Maar dat oplettende onderwijsmensen 25 jaar geleden al bevroedden dat er iets mis gegaan was, moet ons wel bezig houden. Hoe lang is het geleden dat er in De Standaard nog over zwakke onderwijsresultaten werd gerapporteerd. Over analfabetisme? Sinds 5 mei 2006. Over begrijpend lezen? 3 november 2014. Maar het antwoord? Meer digitaal en online lezen? Een boek van 700 pagina's online lezen? Ik zie het mij nog niet doen. De hyperlinks volgen? Een toppunt van postmodernisme. Op het oog gaat het vlot, maar of men aan het eind nog iets onthouden kan, want een tekst is een geheugenpaleis. Dat lijkt ook zo te zijn met hyperlinks in een tekst, maar het probleem is dat je ook terug geleid moet worden naar de brontekst en dat lijkt men niet altijd goed mee te hebben.

Maar het is geen probleem van technologie, wel van basisvaardigheden. Het leren voortgaan op een half woord zou een kwaliteit zijn, maar het woord goed vatten is er niet altijd meer bij. Aan de ene kant merkt men een groter gemak van spreken, maar het durven verlaten van gebaande paden in het discours lijkt moeilijker te liggen. Juist, ik heb het over aperte gebrek aan interesse bij links voor inzichten die wel het realiseren van doelen beter kunnen realiseren, zonder de schade ervan voor lief te moeten nemen. Inzake onderwijs ligt dat pijnlijk scherp aan de oppervlakte, juist bij mensen die in het basisonderwijs niet goed leren hoe te leren. Ook het gebrek aan discipline bij het leren blijkt problematisch.

François Bayrou sprak zaterdag nog eens over dat boek van hem uit 1990 en ik moet zeggen, het raakte me wel omdat het er alle schijn van heeft dat het debat over goed onderwijs inderdaad al langer woedt dan we vandaag voor ogen hebben staan, maar ook dat links het moeilijk heeft te onderkennen dat ze haar doelen niet zonder ongewenste neveneffecten kan bereiken, zoals het fenomeen van de zwak geschoolden in onze samenleving laat zien. Het punt is immers dat ze nu veel meer opvallen dan een paar generaties geleden, toen het gemiddelde onderwijsniveau zich richtte op middelbaar onderwijs, terwijl nu een schoolloopbaan ook hoger onderwijs veronderstelt. Daardoor verschuiven op het oog de criteria voor goed middelbaar onderwijs en basisonderwijs... terwijl men verneemt dat vijfjarigen al een begin moeten maken met lezen en rekenen. Vroeg begonnen is half gewonnen, maar misschien is het probleem vooral dat men in de lagere school niet voldoende de leerlingen die niet meekunnen apart neemt. Ho maar, dat was toch wat het GOK-decreet voor ogen had staan? Dat klopt gedeeltelijk, maar het probleem was dat dit voor de jongens en meisjes die er nood aan hadden een remedie was, waar ze zelf hoogst passief bij betrokken werden. Tenzij de leraar bevlogen was.

De analyses van de kwestie waarom kinderen op twaalf, veertien jaar niet klaar zijn voor het middelbaar onderwijs, worden vaak in sociaaleconomische termen gegoten, terwijl de eigen aard van het kind en de relatie met de onderwijzers en juffen niet afdoende aan de orde komt. Die kan men niet alleen meten in termen van punten, want als men geen maatregelen neemt bij onvoldoendes en zittenblijven schadelijk acht, dan ontstaat er een probleem: zwakgeschooldheid.

Men vond met reden dat dit onrechtvaardig zou zijn, maar het antwoord was en is dat men iedereen dan maar wat minder moet meegeven, maar dan ontzegt men zich als samenleving de mogelijkheden die zeer goede scholing kan bieden, te weten de vruchten van (soms maffe) genialiteit. Het doel van onderwijs? Mogelijkheden scheppen en mogelijkheden bieden. Het middel is onderwijs terwijl het doel zowel maatschappelijk als persoonlijk is. Wie kijkt naar de geschiedenis van de Vlaamse samenleving merkt dat men lange tijd de steeds toenemende aantallen jongeren die kozen voor ASO kon opvangen en goed kon opleiden. Men moet evenwel vaststellen dat men intussen het beroeps- en technisch onderwijs is gaan veronachtzamen, omdat de gelijkheid gebood dat iedereen naar de universiteit kon. Maar dat is een foute doelstelling.

Met Martha Nussbaum dienen we te onderkennen dat het doel van onderwijs erin bestaat voor personen mogelijkheden te scheppen en dat kunnen niet voor iedereen dezelfde zijn. Maar een minimuminspanning van het onderwijs moet er toch in bestaan jongeren die het kunnen ook zover te krijgen dat ze leren lezen en schrijven, rekenen ook. De aandacht in de kleuterschool en de haast waarmee men kindjes schools wil aanleren spoort niet met de praktijk van de lagere school, waar men de haast heeft afgelegd en leerlingen niet wil meenemen in werelden die ver van de hunne staat. Belangstelling aan de dag leggen voor zaken die men (nog) niet kent of zelfs maar bevroeden kon. Sommige kinderen, in Vlaanderen krijgen behoorlijk wat van huis uit mee, maar niet altijd komt het aan. Er is overigens veel dat belangstelling waard is, zoals de natuur, planten, vogels, insecten en allerlei soorten amfibieën... Maar ook de ruimte kan de aandacht prikkelen en verder, verder is er het menselijke, al te menselijke, maar ook de kunsten, het zingen, het vertellen, het tekenen en zoveel meer.

François Bayrou had het 25 jaar geleden al door dat er weeffouten zitten in het onderwijs en zeker als men zich liet leiden door progressieve inzichten zag men een aantal mensen al vroeg afhaken. Het is waar, men moet geen advocaat van een glorieus verleden willen zijn, want het was voordien ook niet altijd optimaal... maar toen de leerplicht op 14 jaar was vastgelegd en de lagere school facultatief 6 studiejaren telde, kon men in geval van nood een jongen of meisje wat langer laten zitten tot veertien, zonder dat dit hen persoonlijk diep hoefde te raken of te traumatiseren. Later werd de verdienste hoger aangeslagen en was falen geen optie, maar tegelijk werden deugdelijke criteria in het onderwijs losgelaten. De vervrouwelijking van het onderwijzend personeel, dat tegelijk gunstig uitpakte maar voor sommige jongens een ramp was, omdat ze een voorbeeld dienden te nemen aan iets waar ze op dat moment geen boodschap aan hadden: boys will be boys. Daar is niets seksistisch aan.

Het gaat bij het onderwijzen van kinderen om vele zaken, om rechtvaardig handelen in de concrete context van een klas, om overdracht van waarden en enthousiasme, om sociabiliseren, dus niet alleen maar socialiseren van jonge kinderen, dat wil zeggen het vermogen ontwikkelen met anderen om te gaan. Waar het dus vooral om draait? Om ambachtelijk kinderen de basisvaardigheden en competenties, lezen, schrijven en rekenen, meetkunde, maar ook de grote verhalen via geschiedenis, aardrijkskunde en natuurkunde in toenemende mate van complexiteit bij te brengen. Want het doel  van het onderwijs blijft wat Alicja Gescinska wist te vangen onder de term de verovering van de vrijheid.

Men kan ook de andere kant bekijken en de ambachtelijkheid van het onderwijs onder de aandacht houden, maar voor experten inzake onderwijskunde, pedagogen, kan het niet om nattevingerwerk gaan wat voor hen de connotatie van ambachtelijkheid is. Nog eens, we zullen de onderwijzers van toen, die de kweekschool gevolgd hadden, niet zomaar   beaat bejegenen, maar er waren er wel zeer goede bij, al kon men dat alleen maar meten aan de vaststelling dat de leerlingen het later goed deden in het leven, of ze nu met 14 jaar de school achter zich lieten, maar soms wel avondlessen volgden dan wel via college of atheneum naar de hogeschool en universiteit konden. Vandaag kan men na een zevende jaar beroepsonderwijs naar de universiteit en hogeschool en er zijn er die inderdaad slagen, wat goed is voor hen en goed gedaan van hunnentwege. Die schoolmeesters en juffen hebben mee de rijkdom van Vlaanderen gemaakt, zoveel mag duidelijk zijn en ja, soms liep het eens mis, soms verlieten minder pedagogisch gedreven onderwijzers de lagere school en gingen in zaken. Maar het blijft zo, denk ik, dat we die schoolmeesters niet hoog genoeg kunnen waarderen. Ook de huidige onderwijzers en onderwijzeressen verdienen onze lof, maar hun positie is anders dan die van hun illustere voorgangers, omdat ze a) aan autoriteit bij de ouders hebben moeten inboeten: van notabele werden ze gewone medeburgers, niet zelden met enige dédain bejegend en b) bij de beleidmakers vaker niet dan wel voldoen aan de verwachtingen, want als hervormingen, die uiteraard goed doordacht en uitgediscussieerd zijn, niet slagen ligt dat niet aan de experten. Een voetbaltrainer is maar zo geniaal als zijn spelers het spel ook op de mat kunnen uitvoeren en dan weten we het wel: de theorie vooraf mag nog zo helder zijn, vele omstandigheden kunnen bijdragen tot een minder goede uitvoering. En toch is het verschil tussen de trainer en de expert, tussen de voetballer en de onderwijzer m/v gigantisch. In elk geval kunnen de experten de uitvoerders niet zomaar de schuld van alle feilen en fouten op de schouders leggen. Alleen, als we zien hoe onderzoeken in de brede media komen, dan lijkt het soms wel alsof die experten niet enkel de wijsheid in pacht hebben, zij weten ook zeker hoe het moet. Zou het eens tot hen door kunnen dringen dat ook zij baat zouden hebben bij enige ambachtelijkheid en beseffen dat meten niet altijd tot goed weten leiden moet.

De idee van François Bayrou dat gedurende verschillende decennia mensen de school verlieten zonder goed de nodige basiskennis en basisvaardigheden onder de knie te hebben gekregen, net omdat men vond dat kennisoverdracht niet meer de opdracht van het onderwijs zou zijn en tegelijk wil men hen wel tot burgerschap vormen, zonder eventueel ook maar een begin van intellectuele honger op te wekken. Mijn judotrainer staat model voor zo een jongeman die op veertien de school verlaat en op zijn dertigste, veertigste een hele dojo, judozaal enthousiast weet te maken en hen tegelijk met de vele facetten van fair play weet te doordringen. Al doende dus en zonder beroep te doen op God de vader maar op de praktijk van het judo en grondgedachte ervan: de zachte weg.

Alleen, in het onderwijs kan de zachte weg stinkende wonden maken en dient men er zich voor te hoeden dat onderwijs de leerlingen nergens heen zou leiden, net omdat men niet meer weet wat men overdragen moet. Mocht ik het boekje van Bayrou nog vinden, ik zal het graag lezen voor u, want het lijkt men een stellingname die een politicus ook onder ogen zou moeten zien, net al u en ik, burgers. Bayrou was ook minister van Onderwijs en zaterdag onderkende hij in "On n'est pas couché" ruiterlijk dat ook hij niet afdoende aan de problemen had weten te remediëren. De uitleg bleek te liggen in het spanningsveld tussen wat de adviseurs, de decanen en voorzitters van de academies,de inrichtende machten van colleges en lycea, onderbouw en bovenbouw van het Franse middelbaar onderwijs voor ogen hadden staan en de administratieve uitwerking ervan enerzijds en de soms moeilijke praktijk tussen de vier muren van een klas.

Ik ben er mij wel degelijk van bewust dat met te wijzen op dit fenomeen van jongeren die de school verlaten, quasi analfabeet en niet bij machte complexere inzichten op te nemen, ook ligt in het feit dat in medialand eenvoud voorop staat, maar dat men daardoor zoiets als burgerschap niet kan verkopen. In het onderwijs? Een leraar die de novemberstakingen steunde, verwees naar een Romeinse senator die een wel zeer sterk staaltje van corporatistische verbeelding van de samenleving had gegeven door de samenleving te vergelijken met een lichaam en als er een lichaamsdeel staakt, de maag, dan valt het hele lichaam in duigen. Het blijft voor mij emblematisch voor de wijze waarop we vandaag retorisch met argumenten omspringen.  

Bart Haers


Reacties

Populaire berichten