over vertrouwen in de politiek



Dezer Dagen

Het leven hier laat niets te wensen over

Filips August van Frankrijk, die bekend is om
zijn strijd tegen de Plantagenets in het Zuiwesten van
Frankrijk, maar die als bestuurder mee de
modernisering van het recht en
de koninklijke administratie
op stapel zette, naar het voorbeeld van Diederik
en Filipls van den Elzas, graven van
Vlaanderen. 
De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens! Het is een uitspraak die het wel eens goed doet als men zoveel wensen moet formuleren en in ontvangst nemen. Maar er is natuurlijk de particuliere levenssfeer, waar kleine en grote wensen uitgewisseld worden, terwijl er daarnaast de publieke sfeer is, waar we ook actief zijn of passief gevolgen dragen van beslissingen van anderen. Het is zoals het werkt en dus moeten we er niet al te ongelukkig om zijn, want het leven in die publieke sfeer maakt veel mogelijk voor ons persoonlijk. Toch zijn er vragen, denk ik over hoe we naar die publieke sfeer kijken en wat het politieke daarin betekent.

Het valt me op dat we dezer dagen die discussie gemakkelijk over het hoofd zien, waardoor we ons in ons bestaan tegelijk afhankelijker voelen van wat "daarbuiten" gebeurt en anderzijds worden we geacht de architecten van ons bestaan te zijn zonder ons veel zorgen te maken om die buitenwereld. Cocooning is al lang uit natuurlijk, maar het aanhouden van de distinctie tussen wat we leven in ons particuliere bestaan en dat waar we publiek gaan, heeft juist te maken met de mogelijkheid te weten waar we zelf handelend kunnen optreden. Discussies over al te goedkoop voedsel, al te goedkope kleding en nog zoveel meer worden vaak in termen uitgesproken die naar de "Tien Geboden" ruiken. Het is evengoed nuttig ook eens te kijken naar de werkelijk en vast te stellen hoezeer we vanwege publiciteitsmakelaars geïndoctrineerd zijn met de gedachte dat we alles aan de laagst mogelijke prijs dienen te verwerven en dat we ons fijn voelen bij een goede aankoop als we weten dat we echt een koopje gedaan hebben.

Tegelijk willen we hopen dat we alles wat van de overheid komt ook aan de laagste prijs kunnen verwerven, meent de overheid dat ze diensten verstrekt en ontstaat een misverstand waarover ernstig gedacht moet worden. De overheid biedt inderdaad wel diensten aan, maar is geneeskunde een dienst, en hoe zit het in elkaar? Nu men de bodem van de schatkist al lang niet meer kan negeren, zoekt men naar middelen om de geneeskundige zorgen opnieuw meer betaalbaar te maken, voor de collectiviteit. Het probleem is en blijft dat de vergrijzing (in de vergrijzing) en de vooruitgang van de geneeskunde, maar ook de praktijk van het onderzoek ons met de neus op de grenzen van de medische zorg drukken, dat er een einde aan de mogelijkheden komt. Maar tegelijk, merkwaardig genoeg, slagen we er niet het businessmodel van de gezondheidszorg zo te herijken dat dure behandelingen wel degelijk mogelijk blijven, maar dat de betrokken partijen daarbij hun posities kunnen heroverwegen, dus ook de patiënten, zoals in verband met het gebruik, of de wens antibiotica fout te gebruiken. Maar als het over verantwoordelijkheid gaat, ligt het alles wel heel complex en zomaar met de vinger wijzen, lijkt men niet leuk te vinden. Nochtans zijn er wetenschapsfilosofen en wetenschappers die af en toe hun vragen hebben bij courante praktijken als het gegeven dat experten vaak zowel de overheid adviseren als in hun vakgebied nauw met de farmaceutische sector verweven zijn.  Het kan ook moeilijk anders want de overheid zegt te eisen dat de knapste koppen haar van adviezen bedient, terwijl de ondernemingen in de sector er niet anders over denken.

Trudy Dehue vindt dat mede kan verklaren waarom sommige producten geleidelijk breder toegediend worden dan het de bedoeling was. Depressie en ADHD werden plots bijna pandemisch, als het over het gebruik van medicijnen gaat, maar soms zijn oudere mensen gediend van een lichte dosis antidepressivum, om bepaalde mogelijkheden te behouden. Men moet het niet onnodig toedienen, maar artsen weten ook waar het juiste midden ligt. Alleen weten we ook hoeveel wantrouwen artsen ten deel valt. Trudy Dehue heeft die moeilijkheid in het debat uitvoerig belicht in haar studie "Betere Mensen". De ingewikkelde besluitvorming wordt in de media niet altijd goed uitgelegd en dus begrijpen we niet dat het zinvol kan zijn dat specialisten met elkaar aan de vergadertafel overleggen en tot besluiten komen over protocollen bij de behandeling van bepaalde aandoeningen. Wat vooralsnog nog moeilijk blijkt, zijn de behandelingen van weesziekten, omdat de kosten voor het produceren van medicijnen voor aandoeningen met een lage graad van voorkomen, dus dat er weinig patiënten zijn die aan de ziekte leiden, de ziekte van Pompe bijvoorbeeld, lijden en recht hebben op behandeling, maar de aandoening past niet in het klassieke zakelijke model en dus zal men met de farmaceutische nijverheid, eventueel met kleine bedrijven tot overeenkomsten over de ontwikkeling van behandelingen en de betaalbaarheid ervan, voor de patiënten én voor het collectief.

 Het zijn alle weer problemen, die we moeten oplossen, die we moeten aanpakken, maar is het wel zo urgent, dat politici zich dag na dag uit de naad werken? Voor velen moeten politici werken naar het salaris dat ze verdienen, vinden politici zelf dat ze het zout op de patatten waard horen te zijn en is het iedereen het erover eens dat er geen kwestie mag zijn die niet in een wet gegoten wordt. Er zijn nu zelfs burgemeesters die menen dat ze mensen beboeten mogen met een Gemeentelijke Administratieve Sanctie van 350 euro wanneer ze zich als ambtsdrager beledigd voelen. Hallo Poetin? kan u eens naar Doornik gaan. Of anders moet de burgemeester maar eens de brieven van Stefanus II Tornaciensis gaan lezen. In verband met het recht en vooral het canoniek recht voerde deze uit Orleans afkomstige clericus onder meer debatten over de vraag of de noodzaak diefstal kan verontschuldigen en dat blijkt een zeker epineus debat te zijn geweest toentertijd in de 12de, 13de eeuw. Maar de brave bisschop was ook betrokken bij de perikelen van Philips-August van Frankrijk en diens huwelijk met Ingeborg van Denemarken, die werd verstoten, omdat de koning impotent bleek bij haar...

Burgemeesters hoeven zich niet alles te laten welgevallen, burgers moge veel aan de kaak stellen, maar is het wel zo nuttig zomaar te gaan schelden? En is het goed dat de gemeente middels de procedure van de Gemeentelijke Administratieve sancties rechter en partij kan spelen in geval van belediging van de burgemeester of een van de schepenen? Maar het is natuurlijk zo dat we mondig vaak begrijpen als bereidheid een grote bek op te zetten en dan verrast zijn dat de andere durft te reageren.

De machtsverhoudingen zijn sinds Mei'68 en de opkomst van het neoliberalisme enerzijds en de toename van het aantal mensen dat hogere studies heeft gedaan, niet zozeer vertroebeld als wel minder evident geworden. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar omdat tegelijk de verwachtingen ten aanzien van het beleid en politici zo hoog gespannen zijn, zo onredelijk gespannen zijn, kan men de woede-uitbarstingen van burgers ten aanzien van politici, zeker in uitvoerende mandaten vooral begrijpen als even zovele pogingen de machtsbalans te verleggen, gelukkig zonder succes. Maar anderzijds blijkt ook dat politici gemakkelijk de aanspraak van burgers afdoen als gezaag, gezeur waar ze niets aan hebben. Men herinnere zich een sociaaldemocratisch Brits politicus die een dame die hem had aangesproken in de auto een zeur had gevonden. Helaas was even het een of andere oortje nog ingeschakeld en kon de wereld meekijken en -luisteren. Het was een uitglijder, maar vooral tekenend voor de manier waarop men het slachtoffer wordt van de perceptiepolitiek, in plaats van de meester ervan te zijn.

En toch, Geert Bourgeois heeft een paar punten als hij de zegeningen in onze samenleving wil tellen. Maar het zal hem niet in dank worden afgenomen en dat valt te betreuren, omdat men die gezegende omstandigheden waarin we mogen leven, hier in Noordwest-Europa niet zomaar kan negeren. Immers, ofwel zal men de voormalige kolonies op een of andere manier belasten, door hun uitvoer naar Europa te beperken of door zo goedkope spullen te laten produceren door mensen die feitelijk als slaven door het leven gaan. Zou men niet kunnen inbreken in de logica van de vrijhandel, door landen die geen garanties leveren kunnen dat de producten die ze uitvoeren geproduceerd werden door mensen die een redelijk loon, een faire behandeling genieten en in veilige omstandigheden kunnen werken? Het zou zo zijn dat dit delicaat is, maar de absolute vrijhandel versmacht ook onze boeren en tuinders, onze vissers en zelfs de goed geleide kleine viswinkel, zodat goede vis vinden en ze vers kunnen kopen werkelijk een luxe wordt.

Maar het zal er dus ook aan liggen dat als politici projecten willen presenteren dat ze niet alleen het middenveld, the civil society mee achter zich moeten krijgen en achter het project, maar ook zogenaamd balorige burgers. Vandaag gaan in Duitsland in verschillende steden mensen de straat op tegen de Islamisering van de Duitse samenleving, van het avondland en de man schijnt daarbij de methode van de dominees in Leipzig, nu goed 30 jaar geleden begonnen aan te wenden. Want de vredesbeweging in de DDR zorgde voor een groeiende moed het regime aan te pakken. Nu zit Duitsland met een groot aantal bereidwillige mensen die het Avondland niet willen zien overgaan in Islamitische handen. Het zal wel juist zijn dat moslims in Duitsland nog geen 5 procent van de samenleving zou vormen, maar de beweging scoort. Zoals in Frankrijk de beweging tegen "le mariage pour tous" kon rekenen op veel steun en toch, blijft het altijd maar de vraag, hoe ver wil men gaan bij het bereiken van de doelen?

Intussen blijven we verhalen krijgen over de ongelijkheid in de samenleving, discussie die deels samenvalt met de hoger vermelde kwestie en men zal begrijpen dat men op zeker ogenblik een vrij stevige coalitie kan vinden. Zet er nog eens de tegenstanders van de klimaatverandering bij en je kunt nergens meer eens iets doen en dan, dames en heren, valt het land stil. Of beter, alles en iedereen komt in beweging, maar niemand weet waarheen.

De overheid kan niet veel doen zonder bereidwillige burgers, maar die voelen zich, miskend als ze zich denken te moeten voelen, niet langer geroepen tot die staat bij te dragen. Er is niet enkel sprake van miskenning, er is wellicht ook sprake van een toegenomen ongeloof in de publieke zaak, onder meer door een eenzijdige aandacht voor het artificiële karakter van de natiestaat. Natuurlijk zijn onze samenlevingsverbanden artificieel, maar dat is het resultaat van soms geniale overwegingen over de staat en hoe we die het beste organiseren. Zelfs beginselen die we nu afdoen als verouderd en pure verzinsels, hebben hun betekenis in de opbouw van het kaartenhuis is, dat de democratische moet heten. Het kan negatief lijken, die term, maar het gaat erom dat sommigen de democratie teveel naar links willen trekken, te veel streven naar gelijkheid, in plaats van het zich laten ontplooien van mensen. Dat verliest het bouwwerk aan stabiliteit en stort het in. Ik dacht, toen ik schreef over obsolete beginselen en verzinselen aan de ontwikkelingen in het recht van de 12de eeuw af, onder meer de inquisitie, maar juist dit voorbeeld laat zien hoe delicaat het kan zijn een begrip te poneren en er een al te scherpe oneigentijdse definitie aan te geven. Want zonder de inquisitie of het "Habeas Corpus" was men nooit tot de rechtsstaat gekomen, hoe pijnlijk men de inquisitie over andere zaken heeft gehanteerd.

Een van de principes die men niet gemakkelijk onder ogen neemt, daarbij grijpend naar visies als die van Hobbes en zelfs Rousseau, betreft het onderlinge vertrouwen. Hobbes ging over de strijd van allen tegen allen en kwam tot de conclusie dat de staat alle macht diende te krijgen. Rousseau had het over de volonté générale en wilde zo iedereen dwingen dezelfde verlichte koers te volgen, wat we inzake gezondheidspreventie en milieubeleid zien gebeuren. In die visie is argumenteren niet echt nodig... En wat de belastingen betreft, komt men dezer dagen tot een soort beleid van het ressentiment. Misschien dat het niet leuk is anderen minder betalen, maar als men goed kan leven, waarom zou men het systeem dan niet steunen... Natuurlijk, ik het weet het, de return on investment is beperkt en dat roept vragen op. 

Zal de regering die nu is aangetreden erin slagen het belangstelsel in dit land te hervormen zodat de druk voor individuen minder zwaar weegt en - hier geldt een gelijkheid die men wel moet respecteren - kleine bedrijven niet zwaarder belast dan grote mastodonten die in Luxemburg of elders aan optimalisering van hun winsten op belastingen ten behoeve van de aandeelhouder kunnen bedisselen die, het dient onderstreept en herhaald, de te betalen belastingen op zijn dividenden als een kost ziet? Kan de regering in 5 jaar tijd een model uitrollen waarin tegenstrijdige afwegingen hun plaats krijgen? Ik kijk ernaar uit, maar het zou pas een verandering ten goede blijken, voorop gesteld dat we ook de tijd geven om de baten van het systeem te onderkennen. Net op dit terrein zal men hopen dat er voldoende vertrouwen is, onderling, want het vertrouwen blijft de basis van een democratisch bestel, terwijl het ons zo vaak anders is geleerd en voorgedaan.

Bart Haers





Reacties

Populaire berichten