Wie beledigd wordt mag (vreedzaam) weerwerk bieden

Reflectie

Immanuel Kant en
de vrije meningsuiting
wat met beledigingen

Isidorus van Sevilla was het die de middelleeuwse
mensen een soort compendium meegaf van
de beste kennis die hij van de Romeinen had
geërfd en die zij zes, zeven eeuwen lang ernstig
namen. Uit zo een klein boekje komt ook onze
cultuur voort, terwijl anderen hoogtepunten
van beschaving, maar niet altijd van moraliteit
bereikten. 
Het blijft een bijzondere situatie: miljoenen in Frankrijk gaan betogen voor de vrijwaring van de Europese waarden. Is het recht te beledigen een van onze te koesteren waarden. Laten we wel wezen, de overheid heeft geld uit om pesten op school tegen te gaan op en op de werkvloer wordt het ook tegen gegaan. Pesten is iets anders dan beledigingen, maar te veel beledigingen uiten aan hetzelfde adres kan als pesten gelden, toch? Dat moet paus Franciscus ook gedacht hebben, maar is het niet een van onze inzichten, gekend als de categorische imperatief dat we nalaten wat we voor onszelf als schadelijk of nadelig zouden ervaren? Er is natuurlijk een verschil tussen een uitschuiver in het vuur van een gesprek en bewust iemand beledigen.

Soms mis ik wel goede satire, want satire pakt verhelderend uit, want satire drijft de spot met zij die machtig zijn, die denken de anderen te controleren en laat zien dat die machtigen of machthebbers het vaker bij het verkeerde eind hebben. Satire wil duidelijk maken dat the powers that be, ook religieuze ernstig uit de bocht kunnen gaan. Maar satire is altijd een binnenstatelijke aangelegenheid en gaat zover externe vijanden te beduvelen. Soms gebruikt men bij het vijandig bejegenen van derden wel de technieken van satire, maar het blijft altijd opzettelijke spot met de tegenstander.

We hoeven dus niet moeilijk te doen, wie iconen van een andere cultuur openlijk minacht, moet inderdaad niet verbaasd zijn een weerwoord te krijgen of erger. Wie een ernstig taboe doorbreekt, beseft onvoldoende dat men die andere cultuur zelfs niet op de tenen trapt, maar gewoon in het hart treft. Daarom heb ik er geen moeite mee als moslims satirisch aspecten van hun religie schril te kijk zetten, maar kunnen wij ons dat niet zomaar veroorloven. De hoofddoek, de pelgrimstocht naar Mekka en het vasten, het komt mij vreemd voor, soms zelfs onbegrijpelijk, maar het maakt deel uit van een cultuur die de mijne is en die ik ook niet afdoende ken, dat wil zeggen dat ik de emotionele beleving van de Hadj niet kan invoelen.

Maar het is natuurlijk al langer zo dat Europa en de Islam met elkaar in conflict zijn, maar vanaf het moment dat het Ottomaanse Rijk haar glorieuze overmacht verloor en Europa Egypte onder d'r hoede nam, eerst met Napoleon en later door de Britten, al hield men de schijn op, begon de verbeten ergernis van moslims tegen Europa zich te ontwikkelen. Maar het duurde tot de intellectuele suprematie van Europa de Arabische wereld en Turkije met de eigen achterstand confronteerde dat de woedebank, zoals Sloterdijk het stelt, echt geopend werd - maar toen was er al heel wat ressentiment verzameld.

Ook de overwinning van Israël werd een belediging, zoals alles wat na 1948 voorviel in de relaties tussen het Westen en de Moslimwereld. Dat die moslimwereld ook divers mag heten, mag men niet zomaar over het hoofd zien, want jongeren en ouderen houden van de gemakken die de Westerse technologie in de aanbieding heeft, maar willen nooit zomaar aannemen dat het Westen hen levensbeschouwelijk iets te bieden heeft. En wij geloven het nu ook wel, dat onze inzichten voor hen niet zomaar te stade komen.

De relevantie van Deense cartoons met een figuur die eerder aan onze beeldrijke fantasie ontsproten is dan aan die van hen, die behoudens enkele uitzonderingen geen afbeeldingen van menselijke wezens, laat staan van goddelijke toelaat, ontging mij. De reacties in Pakistan en  elders waren voor liberalen in die landen behoorlijk lastig Dat het voor liberalen in de ruime betekenis sowieso lastig is als men niet gelooft in de mogelijkheid van atheïsme of niet deelnemen aan het gebed, aan de rituelen ligt voor de hand maar is voor ons bijna onbegrijpelijk geworden. Meer nog, wie zich leent tot dergelijke praktijken, mag het vergeten, is achterlijk. Het vormt een van de cruciale misverstanden, want wie onze eigen geschiedenis erop naslaat, merkt dat je binnen een samenleving, zolang de religie overweldigend gedeeld en beleefd wordt, zelfs na er het belang  van mimetisme en conformisme te hebben afgepeld, toch de persoonlijke betrokkenheid niet mag onderschatten. Ik denk daarbij aan betrokkenheid bij inzichten en gewoonten, acceptaties en aannames, gebruiken, kortom wat zo moeilijk te definiëren valt en dus wel cultuur moet zijn. Het gaat om iets dat groter is dan alleen maar een uiterlijke en zo men wil oppervlakkige betrokkenheid te kennen geeft. In onze cultuur is zo een betrokkenheid wel nog merkbaar bij onder meer aanhangers van de strengere obediënties van katholieke en protestantse huize of bij Jehova's... en soms bij Marxisten-leninisten.

Natuurlijk kan men niet nalaten na te denken over samenleving en individu en de opvattingen van enerzijds de samenleving en anderzijds het individu, de persoon, van mensen. Men mag zich daarbij inderdaad verwonderen over bepaalde verhoudingen, tussen mannen en vrouwen, tussen de burgerlijke overheid en rechtsonderhorigen of die tussen personen en andere instanties, zoals ziekteverzekeringsinstellingen, media.... Bedenken we toch maar even hoe Polen erin slaagde dankzij de kerk tegen het Nazisme en tegen het communisme telkens weer netwerken van weerstand op te bouwen. Het bleef bij kleine successen en een grote ramp in de strijd tegen Duitsland en ook tegen de SU heeft het veertig jaar geduurd voor het communisme opzij gezet kon worden. Pas later werd duidelijk dat er wel meer afkeer en verzet was tegen de Russen, maar goed, die bezetting had voor 1918 al lang genoeg geduurd, sinds de delingen van Polen.

Men kan van religies zeggen dat ze niet bij de tijd zijn, maar het zijn wel zeer menselijke vormen van omgaan met de kenbare wereld en wat men voor mysterie houdt. Iemand als Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich Schiller noemden zich  heidenen en ze dreven de spot met geestelijken, maar Schiller hield eraan in Marie Stuart een eucharistieviering op te nemen die ook op het toneel diende te komen, al maakten de autoriteiten wel bezwaar. Goethe beschreef in Wilhelm Meister met veel sympathie een plattelandsgeestelijke en de Herrnhutters kwamen er ook niet bepaald bekaaid af. Der schrijvers afwijzing van het christendom had te maken met de verweving met de macht, zegde de staatsminister van Weimar. Maar als intellectueel vond hij vooral belangrijk aan te geven dat de wijze waarop macht uitging van zowel dominees als de RKK storend. Zij formuleerden hun spot en hoon overigens niet zo dat het vrijblijvend klonk maar behoorden tot een coterie die zich die morele superioriteit meende te moeten veroorloven ter stichting van de lotgenoten. Maar Goethe en Schiller doorstaan min of meer de voortschrijdende tijd, nu al twee eeuwen.

Onze afschuw voor de moorden op de redacteuren en ander personeel van Charlie Hebdo heeft te maken met het onbegrip voor wat de daders en hun gelijkgestemden op de lever hebben. Dat men de beginselen en praktijk van de Islam niet in het hart draagt of zelfs maar accepteert, betekent nog niet dat men hen voortdurend voor schut kan zetten. Natuurlijk ben ik het vooral door gebrek aan kennis van en bekendheid met de praktijk van de Islam niet zo geheel eens met wat wie die mensen voor waar aannemen, maar ik voel niet de behoefte hen voortdurend achterlijk te noemen of te pas en te onpas te schofferen. Zij zijn er en er zijn sympathieke mensen onder, naast andere.

Anders gezegd, hoewel ik er overtuigd van ben dat mijn agnostisch humanisme wellicht voortkomt uit de mogelijkheden die de moderniteit mij geboden heeft en het onderwijs dat ik mocht genieten, kan ik wel iets zeggen over de Islam, over moslims moet ik er het zwijgen toe doen, zolang ze een welwillende acceptatie van onze samenleving aan de dag weten te leggen. Meer nog, als zij kritiek uiten op aspecten van onze samenleving, het handelen van vrouwen in de samenleving, de vrijheid van mensen zich nergens aan te storen, dan kan dat ook nog eens terecht zijn, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Het geval wil dat veel mensen die er snel bij waren "ik ben Charlie" te roepen, waren en zijn er niet te beroerd voor op godsdiensten als achterlijke instituties in te hakken. Natuurlijk mag men het oneens zijn met de paus die zegt dat de Islam volgens de toenmalige keizer Michael Paleologus  niets dan geweld heeft gebracht, maar die referentie aan een uitspraak in een andere tijd paste in een bepaald discours. Ook nu kan men kan de indruk hebben dat de Islam niets dan geweld brengt, terwijl de Patriot Act en Guantanumo bay echt ook wel onmenselijk moeten heten en zeker niet per se de toetsen van de rechtsstaat en de democratie, de zelfbeschikking van burgers kunnen doorstaan. Of moeten we verwijzen naar de bezoekers aan Capitol Hill, die ergens in het gebouw hun wapens tonen en eisen dat het IIde amendement intact blijft.

Het is maar dat in het ondermaanse het zuivere en het volkomene zelden te vinden is, als het om menselijke betrekkingen gaat. Soms kan een strak regime enige tijd de samenleving baat brengen en mensen goed doen,  altijd weer komt er een moment dat veilheid en corruptie opduiken. We zijn mensen en dat betekent dat we ook het goede kunnen willen en er vaak in slagen, maar ook dat er veel kwaads uit onze handen en mond kan komen. Beledigingen bijvoorbeeld. Soms voelt men zich onterecht beledigd, zeer zeker. Maar wat de mensen van Charlie Hebdo deden, was ook bewust schofferen en dus voelen de aangesprokenen zich beledigd. Hoe komen we erbij dat zij niet zouden reageren? De waarheid gebiedt ons vast te stellen dat niemand oren had naar de bezwaren van de beledigde. Toen ik van Shalmon Rushdie De Duivelsverzen had gelezen, bedacht ik mij dat veel kritieken nogal negatief waren geweest, terwijl ik het lezen als een rit op een rollercoaster had ervaren. Meer nog, men negeert dat men in sommige werken erger kan vinden, zoals  Amin Malouf  het presteerde in "De omzwervingen van Baldassare" waarin de held, blijft dan ook onder de radar. Het verhaal gaat over de queeste van Baldassare, een  met wortels in Gena en Syrië, een Christen, op zoek ging naar de 100ste naam van God, dat wil zeggen een boek dat de naam zou onthullen. Zijn reis tijdens het jaar 1666 - 666 is nog zo een symbolisch geladen getal - confronteert hem en de lezer met de situatie van zijn tijd in het Midden-Oosten en Europa. Zowel met de tekst van de Koran,  van de Bijbel als de Thora stak hij even ongegeneerd de draak, want de 100ste naam van God is nu net het mysterie. Maar goed, ik herinnerde mij dat Isidorus van Sevilla zijn "Etymologiae", een encyclopedisch werk dat tijdens de eerste Middeleeuwen leidend zou blijven, zelfs nog nadat in El Andaluz en Bagdad geleerden veel meer kennis bezaten, aanving met een stukje over de 99 namen van God. Lijkt het voor ons een detail, in die namenreeks, in het Latijn door Isidorus opgesomd en summier verklaard, krijgen we ineens een heel mensbeeld te zien. Maar het zoeken naar die ene naam blijkt ook weer blasfemisch en subtiel tegelijk. Want alleen de Mahdi zou die kunnen onthullen bij diens komst.

Het is alles mystiek, speculatie, onzeker en onbegrijpelijk voor het verstand, maar wie dat gewoon afwijst zonder de eigen attitude te onderzoeken, gelooft dat we bestuurd worden door het brein en het brein door zichzelf of door een manneke uit de mane en moet toch inzien dat Verlichting, wanneer die het menselijke handelen raakt ook met het onredelijke en onbevattelijke te maken krijgt, met wat de klassieken "humores" en wij emoties noemen. Ook haat dus en liefde, afkeer en aantrekkingskracht behoren tot de krachten die op mensen inwerken. Kan iemand wel het eigen handelen beredeneren en argumenteren,  soms valt het tegen het kwalijke gedrag van derden goed te overzien, te voorzien ook.

Wij huldigen zeer de vrijheid van meningsuiting, maar in de dagen na de aanslag werd gezegd dat men niet aan autocensuur mag doen. Kan ik zeggen dat men niet per om de lieve vrede moet zwijgen, dan kan men zwijgen omwille van de gevolgen. Maar daar staat dan wel Parresia tegenover, de moed de dingen te zeggen die men moet zeggen, zoals ene Cicero deed en door of beter in opdracht van Marcus Antonius geliquideerd. Spreken om iets te bereiken, om iets te bewerkstelligen is zeker nodig en soms vergt dat moed, veel moed.

In deze discussie over vrijheid van meningsuiting houden slechts enkelen  afdoende rekening met het feit dat men niet zomaar iets mag zeggen, als men er zelf ook niet kan achterstaan en het gezegde met lijf en leden wil verdedigen. Oordeel en verantwoordelijkheid hebben hun belang in het oordelen over wat past en wat niet. Wie de strijd aangaat tegen domheid of grenzeloze geborneerdheid, mag dat zeer zeker, maar hier had de paus zonder meer gelijk, dan heeft de aangesprokene evengoed het recht te reageren. Uiteraard zal men wapengeweld afwijzen, vormt wapengeweld een belangrijke inbreuk op de waarden van onze democratische rechtsstaat, maar blijft het zo dat wie beledigt, om welke reden dan ook, ook mag verwachten dat de beledigde kan en mag reageren, met andere cartoons of met het woord. Het doden van mensen om politieke redenen is overigens niet alleen verboden voor burgers onderling, maar ook de staat moet goede redenen hebben om mensen op hun gedrag aan te spreken, maar niet op hun denken, want de gedachten blijven vrij.

Het slotakkoord: welke redenen hadden de Deense cartoonist en Charb, Cabus en de anderen? Tonen dat de Islam een godsdienst is en godsdiensten absurd, idioot zijn? Kan wezen, maar zij tekenden niet voor moslims maar voor brave Republikeinse Fransen en andere Europeanen. Hun dood is nodeloos en zinloos bloedvergieten. Maar voor een vrije meningsuiting strijden, anderen niets ontziend bejegenend, kan ook een aanslag op onze waarden met zich brengen. Misschien dat niet iedereen deze gedachte even aangenaam of leuk vindt, maar de reeks gesneuvelde taboes die men de revue kan laten passeren, valt lang uit en niet elk taboe dat sneuvelde bevrijdde mensen echt. Niet alleen de overheid, c.q. de politie en de veiligheidsdiensten dienen proportioneel te handelen, ook wij burgers dienen dat te betrachten. Of zoals Joachim Gauck het voorstelde, de journalisten, de burgerslachtoffers, joodse mensen, de politieagenten waren uitgekozen doelwitten en zij werden geliquideerd, wat we niet kunnen aanvaarden. Maar, zo stelde hij verder: "wij schenken u niet onze angst maar uw haat is voor ons een aansporing". Meer nog, wij staan onze steke als het om enige vorm van "menschenfeindlichkeit" gaat. De rede noch de hele "Mahnwache" werden uitgezonden door onze publieke omroep en ook aan de manende wake werd niet erg veel aandacht besteed. Pediga waart ook door Duitsland, toch?

Natuurlijk mochten de journalisten van Charlie Hebdo anarchist zijn, zelf vind ik in het (beschaafde) anarchisme de ruimte om af en toe afstand te nemen van voetstoots aangenomen ideetjes, maar hun bijdrage aan het debat was niet altijd wat men kon verwachten. En goed, links ben ik niet, dat zal ook wel meespelen. Maar dat we het als waarde moeten zien wild om ons heen te schoppen en anderen voortdurend en consequent achterlijk te noemen, lijkt mij weinig zinvol. Dat terroristen hen als doelwit uitkozen en de actie ook zonder veel moeite volbrachten, blijft een ontstellend gegeven. Maar we moeten hen onze angst niet schenken. En ja, zoals ik wilde betogen, wie anderen beledigt en daarbij geen blad voor de mond neemt, moet niet verrast zijn dat er gereageerd wordt. Alleen, de AK 47 en andere oorlogswapens wijzen we af, want het geweldmonopolie ligt bij de overheid die zich dan ook altijd moet verantwoorden voor het aangerichte geweld. Democratie, rechtsstaat en vrijheid zijn essentiële waarden, oordeelsvermogen en verantwoordelijkheid van individuele burgers zijn geen plichten die men kan afdwingen, wel attitudes van beschaafd volk.

Bart Haers




Reacties

Populaire berichten