Fiscus en het goede leven



Dezer Dagen


Gesprekken over de toestand
Wat er moet gebeuren en wie wat kan, vermag


Linda De Win in Tegen de Sterren Op, een
persiflage, maar soms gaan journalisten
ver in het vragen stellen, zonder dat ze zelf
doorhebben dat ze naast de kwestie bezig zijn
en hopen op rellen in de regering, in het parlement,
zonder dat iemand daarmee gebaat is. Maar ook dit:
politici zitten voortdurend in verkezingsmodus,
omdat ze vooral tegenover hun partijgenoten
moeten scoren. Engagement? Sommige mensen geloven
het niet meer. 
Eens om de zoveel tijd, als het nektapijtje wat de dicht wordt en de baard te grijs, ga ik naar mijn kapper en dan word ik graag even verwend. Maar zo een bezoek aan de barbier, in dit geval een dame met pit, kan het niet anders of er gebeurt iets. Ik vertelde haar dat zij mij een coupe mocht aanmeten die past bij mij en naderhand was ik er zeer tevreden over, want sommige koppen hebben met een haardos af te rekenen die alle kanten op wil. Maar een goede coiffeur, friseur weet er wel raad mee.

Je kan in de kappersstoel over veel spreken en de roddel de revue laten passeren, maar dezer dagen waarbij men het onderwijs wil stroomlijnen maar vergeet wat vakmanschap is, hoe men dat verwerven kan. Zegt die dame zonder meer dat men moet leren kijken hoe de meester het doet, dat men moet oefenen, niet op ma, pa, de zussen, maar actief op zoek gaan naar modellen. Maar mensen willen niet gekapt worden door een leerling. Zonder ervaring? Ho maar.

Het is de paradox van deze tijd, dat men zozeer op perfectie gevlast is, dat men vergeet dat perfectie in de dingen die kunnen groeien, zoals haar, een gezicht, andere edele en weke lichaamsdelen, dat die vaak groeien zoals het is, maar dat bekwame vakmensen het mooier kunnen maken dan het is. Zegt zij: je doet je uiterste best en dan komt er wel iets goeds van. Maar perfectie kan niemand claimen. Zegt Richard Sennett, of beter, breng ik in dat men ongeveer veertien jaar nodig heeft om een ambacht goed onder de knie te krijgen. 

We betreuren dan ook in koor dat jongeren dezer dagen niet aangespoord worden zich in te zetten, zoals zij zelf modellen wist te zoeken te vinden. Over de opvoeding die ze haar kinderen geeft, krijgt te horen dat haar dochter van 15 nog altijd om 21:30 de taptoe opgelegd krijgt, maar dat meisje dan thuis vertelt hoe ze op school toekomt met een vrolijke glimlach terwijl anderen nauwelijks uitgeslapen zijn.

De oerkapper? Il Barbieri di Siviglia. 
Het zijn fijne gesprekken, met mensen die ergens voor staan, die hun leven proberen te leven als een stuk ambachtswerk, geleidelijk eraan veilend en schavend, af en toe iets corrigerend en dan tot een resultaat komen waar ze plezier aan hebben. Ze deelt mijn bezorgdheid dat men dezer dagen de betekenis van werk herleid tot brood en vooral tot centen. Belangrijk is dat genoeg, maar het genieten van het werk harer handen, van hoe haar dochter een zonnetje blijkt en net daarom ook weer uit de toon valt, betekent veel voor die dame.

Spreken over levenskunst, zonder nijd of afgunst en er zijn nog plaatsen waar men het horen kan, waar mensen rustig en zelfbewust afstand nemen van het zeuren en treuren over wat hen niet in de schoot komt vallen, maar die weten dat je ervoor kan werken. Maar het gaat niet om hard werken, noch om sprintjes trekken, wel om rustig voortschrijdend inzicht te verwerven en te proberen gestaag het oog en de vingers te oefenen. Bescheiden als ze is, kikt ze niet op perfectie en ook de baas van de zaak lijkt zo in het beroepsleven te staan.

Maar zo een kleine zelfstandige als die kapper met zes tot acht man personeel moet toch een slavendrijver zijn? Geenszins, want als ik, die er nog maar pas enkele keer heen ging voor het noodzakelijke knipwerk, merk dat dit personeel zelfstandig werkt, af en toe iets vraagt en van hem of een andere ervaren rot de nodige aanwijzigingen krijgt, dan merk je dat er door wordt gewerkt en dat mensen toch een praatje krijgen. Er hangt een gemoedelijke sfeer en toch ook iets van de sensuele luxe die eigen is aan zo een kapperszaak.

We praten nog even want anders dan de vorige keren is het vrij rustig en ik vraag me af waarom men in het onderwijs per se alles op een leest wil schoeien, want het systeem van de leercontracten selecteerde beter de goede leerlingen en gaf hen meer kansen om uit te blinken in hun vak. Zoals de dame zegde, er zijn veel gediplomeerde kapsters die veel te vroeg zelfstandig worden en dan hopeloos door de mand vallen en inderdaad geen klanten weten aan te trekken. Het ligt deels aan die meisjes en enkele jongens, het ligt er vooral aan dat zij na hun opleiding denken kapsters en kappers te zijn, maar de finesses van het omgaan met stugge en andere haardossen niet onder de knie krijgen.

Ook over de witte kassa hebben we het en die werkneemster met een eigen beroepstrots vindt het ongepast dat de overheid de caféhouder om de hoek zo achter de veren zit, omdat ze in het zwart handelen, of dat wordt gezegd. Hier breng ik in dat de staat geacht wordt alles te controleren en de wet te handhaven, maar dat die wet zo ondoorzichtig is geworden dat alleen zeer, zeer ervaren fiscalisten de zaak nog overzien en buiten de lijntjes kunnen kleuren. Het probleem van de witte kassa? De houding van de overheid, van ambtenaren, politici en opiniemakers die er zichniet van bewust zijn dat ze een hele cultuur op de helling zetten. Natuurlijk moet de overheid de wet doen naleven, maar zoals een adviseur bij de FOD belastingen de dag voordien nog zegde, toen ik raad wilde schaffen over mijn toekomstige situatie: de wetgeving? Die is ondoorzichtig en dat is een schande. Het is ook fundamenteel ondemocratisch want het geeft een grote macht aan de ambtenaren die mogen/moeten oordelen over dossiers.

Hechten wij aan bakkers, beenhouwers en goede horecazaken, evengoed als aan bruine kroegen, dan is dat omdat er een doembeeld boven dat alles lijkt te hangen: almacht van grootwarenhuizen die alles in de aanbieding zeggen te hebben, maar wie al eens eendenborst met saus op basis van bisque d'homard wil klaarmaken, zal merken dat een eendenborst bij de Colruyt okay is, maar een eendenborst aangekocht bij een gerenommeerd poelier echt wel van een andere orde, wat textuur betreft, wat smaak aangaat. Het fokken, mijnheer, mevrouw en het voederen bepalen de kwaliteit en maken op zich al een groot verschil uit, maar ook het slachten en verwerken hebben hun belang.

Convivialiteit, kwaliteit van leven, levenskunst, zoals die dame me demonstreerde - terwijl ze me goed verzorgde, mijn baard en snor met een minitrimmertje tot de laatste haartjes bijwerkte dat ik, opstaand uit de zetel merkte dat het mooi en goed was; Natuurlijk, al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding - liggen niet een glitterromantiek, waarbij men meent een op één via de aankleding, gestiek romantiek bereiken kan als iets tastbaar, iets onweerlegbaars. Romantiek is niet te koop, maar het kan plots opdoemen, waar men alleen maar banale alledaagsheid bemerkt. Ik heb het vroeger nog gemerkt, dat het leven ons parten kan spelen als we alles hier en nu willen. Die dame d'r dochter mag niet op de eigen kamer op pc en des avonds laat ze haar mobieltje beneden. Teveel controle, teveel leiding? Het kan zijn, maar uitgeslapen als het meisje is, gaat het goed met d'r studies. Veel praten helpt ook, zegt die dame nog en zelfs, toen d'r dochters nog baby's waren boog ze zich nooit, haast nooit over dat ontwakende wichtje zonder een brede glimlach op het gezicht.

De wijsheid van deze moeder was me een zalig bad van emotionele warmte, dat men in de media, in boeken ook zelden opmerkt. Toch zal er morgen een expert in ontwikkelingspsychologie komen vertellen dat het kind die glimlach niet zien 'n kan. Neen, maar voor al wie meent dat de opvoeding van een kind maar relatief zou bijdragen aan wat het later worden zal, zodat het vooral om de nature gaat, moet men toch opmerken dat mensen inderdaad bullebakken kunnen worden, zelfgenoegzame en van enige zin voor zelfkritiek en zelfcorrectie, zelfzorg dus verstoken egocentische homini economici, moet beseffen dat mensen tussendoor nu juist wel geraakt kunnen worden door gebaren van welwillendheid, levensblijheid en wegen vinden voor het goede samenleven.

Het herinnert mij aan een ontmoeting in een sauna vele jaren her toen mijn lijf nog iets kon voorstellen en ik kwam in contact met twee vriendinnen die er eens op uit getrokken waren - wat ze regelmatig deden om een paar uur niets te hoeven. In de sauna was het hen niet te doen om wat sex of een toyboy mee te pikken, maar gewoon na de verzorging en de kuur even bij elkaar te zijn en soms zelfs niet te zeggen. Toen ik van  één beide dames in de stad ontmoette in een charmante tearoom, kwam het, nadat mijn aanminnige gezelschap was gaan winkelen tot een succes, want even mocht ik dat gezelschap niet vergezellen, wat ik best begrijpen kon. Die dame legde me, zoals mijn kapster nu uit, zonder het met zoveel woorden te zeggen: ze weten hoe te leven.

Daarbij dachten en denken zij niet aan de overheid, niet aan het goedkoopste etc.. maar desgevraagd weten ze goed genoeg dat de overheid vaak te zeer sturend wil optreden. Berichten in de media over opvoeding, dat ouders niet kunnen opvoeden, vinden ze lastig en weinig blijk geven van zin voor nuance noch voor de banaliteit van alledag. Experten treden op, zegde ze wel zo, willen ingenieurs van de ziel zijn en ze sprak, meldde ze tegen haar eigen baan en winkel. Zelf had ze gewerkt bij een overheidsdienst die zich bezig hield met de promotie van vis en zeevruchten, maar ze vond het hele verhaal link worden en begon met een paar vrienden en vriendinnen een eigen bescheiden zaak in mariene delicatessen. Hoe het er nu mee staat? Ze vertrok uiteindelijk naar Honfleur of zo.

Mijn kapster zegde me nog dat politici te veel moeten tateren omdat de media als een echt monster voortdurend gevoed moeten worden. Niemand, vernam ik, is gebaat bij al dat geblaat, want uiteindelijk komen er toch geen verkiezingen, tenzij over vier jaar. Ik hoorde en hoor het vaker, de regeringspartijen verpesten zelf de sfeer, maar ik denk dat de angst om niet meer relevant te wezen de politiek niet ten goede komt en politici in een kramp doet slaan. Ook zij kunnen maar gestaag verder ploegen en de tuin die Vlaanderen, België is op orde houden. Maar de staat is niet de samenleving en nu lijkt de staat merkwaardig losgezongen van de samenleving en de bedienaren zich ver boven het grauw, goed geschoold in handen- of geestesarbeid verheven voelen. Max Weber heeft in zijn rede over "Politiek als Beroep" laten zien dat politici niet zomaar vrij zijn van alles naar eigen hand te zetten. Alleen, Tinneke Beeckman, die zich inlaat met Spinoza en Macchiavelli, stelde al dat het veroveren van macht en het behouden vergt zoveel energie dat men niet meer weet wat men kan betekenen voor de samenleving, zoals Jacques Chirac in zijn loopbaan uitvoerig heeft bewezen. Nicolo Machiavelli schreef geen bijbel voor de politicus, maar een beschrijving van wat hij Firenze had beleefd, behorende tot de leidende elites van stad en land en hij stelde vast dat het best goed fout kan gaan, vooral voor de burgers. En Spinoza, die beleefde als aanhanger van Johan de Witt, hoe de partij van de Orangisten en de hardleerse dominees zoals Voethius, die van geen rekkelijkheid wilden weten, vond dat men in de politiek best niet te teerhartig is, maar doen moet wat de omstandigheden opleggen. van 1653 tot 1672 leidde Johann de Witt het dagelijkse bestuur van de Republiek en kon opvallend veel macht in zijn handen verzamelen, niet enkel door handigheid, maar ook door in Amsterdam en andere belangrijke steden van Holland en de Republiek de juiste allianties in stand te houden. Bento de Spinoza zag dus aan het werk hoe met omzichtigheid en gedreven politiek bedreven kon worden die ergens toe leidde. De omstandigheden van 1672, de inval van Louis XIV over land, van Munster ook en door de Britten op zee, zorgden ervoor dat Holland van de Waterlinie gebruik moest maken. Het opvallende is dat Willem III, de Stadhouder die later Koning van Engeland werd en stadhouder bleef van Holland voerde in essentie een beleid dat nauw aansloot bij dat van het stadhouderloze tijdperk. En waar bestond dit in: stabiliteit, rechtszekerheid en de belangen buitenlands verzekeren.

Dezer dagen ziet men ook wel mensen aan het werk die zich menen op Macchiavelli en Spinoza menen te baseren, maar ze begrijpen niet voldoende dat Nicolo Machiavelli nu net ervoor waarschuwde dat de publieke zaak door dit blinde streven naar (al-)macht verkeerd loopt. Sindsdien is er inderdaad veel veranderd, maar zoals Max Weber schreef, het beroep van politicus erin bestaat zich zowel over de grote doelstellingen te bekommeren als om de middelen die daarbij de politici ter beschikking staan. Te ongeremd gebruik van die middelen kan het staatsbestel en het vertrouwen in de staat ondergraven en dat eindigt dan in desillusie en boosheid, frustratie...

Dezer dagen houden media en commentatoren zich graag bezig met principes, mekkeren ze om de haverklap om afzonderlijke maatregelen. Natuurlijk, wie toestaat dat mensen met vermindering van inkomen een zogenaamd brugpensioen aanvaardt, kan nadien niet opnieuw op de arbeidsmarkt gejaagd worden. Overigens, wie alsnog wil werken en iets opbouwen kan tijdelijk afzien van dat statuut om er eventueel op terug te vallen als het misgaat. De regering mag een gegeven woord voor zoveel mensen niet zomaar opgeven. Er moet gespaard, er moet gekeken of het allemaal haalbaar is, maar dat vergt ernstige oefeningen over geldstromen bij de overheid en parastatale instellingen. En altijd zal men de wet die men gestemd heeft om een regeling toe te staan, niet zomaar op te geven:  goede argumentatie, overtuigende argumentatie, een toekomstperspectief zijn nodig.

Belastingen zamelen overheden sinds de dagen van Ninive in om zaken van algemeen belang te financieren, zoals rechtssystemen, politie en justitie, verdediging van de grenzen van het rijk. Ook het vormen van ambtenaren was al vroeg een zorg voor vorsten en andere regeerders. De kerk zou in de middeleeuwen een interessant administratief systeem opbouwen dat vaak door vorsten werd ingeschakeld in het beleid: de proost van het college van kanunniken te Brugge was ook kanselier van het grafelijk bestuur, het meest vergaand uitgebouwde systeem in de Nederland en ook wel ver daarbuiten dat tot in de veertiende, vijftiende eeuw een grote armslag zou geven aan het graafschap, ook als de persoon van de graaf niet altijd even intens bij het landsbestuur betrokken was.  

We wijden hierover uit omdat we de huidige verhoudingen tussen regering, samenleving en staatsapparaat niet altijd meer goed begrijpen. De taken van de overheid zijn uitgebreid en we vinden dat okay. Maar het vergaren van fiscale middelen werd sinds 1815, na de val van Napoelon, een van de hoofdtaken van de overheid. Ook lenen zorgde voor middelen, maar dat diende toch ooit tot inzetten van belastingen om de renteschuld en het kapitaal af te lossen. Sinds 1945 was de groei nog veel sterker en nam de belastingdruk en het overheidbeslag toe. Maar vooral vergat men het gebouw van het fiscaal recht en de administratie enigszins overzichtelijk te houden. De regering heeft nu de tijd om het belastingstelsel, zo complex als het is opnieuw transparanter en begrijpelijker te maken. De regering jaagt nu op alles wat beweegt, voedt daarmee ten onrechte het ressentiment van mensen die niet behoren tot brouwersfamilies terwijl er andere manieren zijn om een goed leven te leiden  Goed werk mogen leveren en er de vruchten van plukken, zonder voortdurend door sociale inspectie en gezondheidspolitie bedreigd te worden, heeft ook zo aanleiding tot een goed gevoel.

Het zijn de wetten? Maar laten we elkaar toch geen rad voor ogen draaien, de goed bedoelde wetgeving heeft soms nefaste nevenwerkingen, waar ook de media blind voor zijn. Daarom moeten ook journalisten en redacties zich dringend over hun eigen rol als vierde macht bezinnen. Want natuurlijk moet de fiscaliteit billijk zijn, want anders komen we terecht in een Fronde, een opstand, een revolutie. Maar er is niemand die zomaar kan zeggen dat anderen meer moeten betalen. Wel is het niet rechtvaardig dat grote en kleine vennootschappen op het fiscale schaakspel niet met dezelfde stukken spelen en toch "gelijk" behandeld worden. Ook vraagt een mens zich af of het werkelijk zoveel ressentiment opwekt als bedrijfskaders met zakenrelaties iets gaan eten en dat nadien als bedrijfsonkosten inbrengen; mocht het er niet afkunnen, voor kleinere bedrijven, dan gaan ze naar een bistro. Maar precies het ressentiment heeft er aanleiding toe gegeven dat een bedrijfsleider of zijn kaderleden niet meer ergens uit eten mogen gaan zonder dat dit ook als een economische kost behandeld wordt. Let wel, het is vooral de fiscale realiteit die afwijkt van de economische en voor de horeca al enige tijd vreet aan het klantenbestand van het betere restaurantwezen. Natuurlijk waren er wel eens misbruiken, maar de wet
werd draconisch aangescherpt en dat werd later een strop voor de horeca. Natuurlijk mag men fraude niet aanmoedigen, maar de staat dient bij het garen van belastingen wel degelijk oog te hebben voor de proportionaliteit tussen het doel, ook het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, maar dat niet nevensectoren in gevaar mag brengen. Prinzipienreiterei kan aangenaam zijn, als men de samenleving ontwricht en het werkelijke particuliere initiatief versmacht ten gunste van grote bedrijven en ketens, dan moeten wij burgers onze stem laten verhoren.

Het gaat om het zoeken van het juiste midden en inderdaad, een man die er niet zo goed in was, voormalig minister Frank Vandenbroucke meent nu dat zijn partij niemand een paradijs moet voorspiegelen, een El Dorado waar de gebraden kippetjes en de speenvarkentjes zo op tafel belanden, maar dat iemand de kippetjes moet braden en dat er dan betaald voor moet krijgen, een eerlijke prijs zonder al te veel lasten, want anders wordt dat kippetjes wel zeer kostelijk. Daarom is het nodig dat de overheid ervan afziet de belastinginkomsten te maximaliseren. Maar men moet regelrechte fraude tegengaan en een hoop bedrijven kan men nog nauwelijks raken. Die realiteit nu is onbillijk.

Nog nagenietend van de zorg die ik had genoten, wandelde ik naar huis, waar het dagelijkse wrochten weer aanvatte, een beetje mantelzorg ook.

Bart Haers


Naschrift: aandacht voor het ambachtelijke en een debat over een overheid die de samenleving stabiliteit biedt en vooral het leven welig laat tieren, zou wellicht interessanter zijn dan het voortdurende gekissebis over randproblemen. Maar de overheid kan niet zomaar maatregelen politiek doordrukken die afspraken verbreken zonder daar tijdig uitleg voor te geven en verantwoording voor af te leggen. 

Reacties

Populaire berichten