In tijden van radicalisering

Dezer Dagen


Denken, willen, oordelen
Vorming van een levensbeschouwelijk kader

Niet iedereen deelt de visie dat John Duns
Scotus -uiteraard niet -
maar dat hij in het Westerse denken wel een
aantal inzichten heeft gebracht die het denken
nieuwe richtingen opstuurde, valt niet te
ontkennen. Voor sommigen is het niet gemakkelijk
bij het benaderen van die oude filosofen en
theologen hun eigen a priori's terzijde
te schuiven. Daarom vallen er nu
veel gaten in ons denken.  
Hoeveel levensbeschouwing moet een school brengen en wat betekent dat voor de leerling-student? En is elke vorm van godsdienstonderwijs indoctrinatie? Zomaar ja antwoorden, lijkt me kort door de bocht. Maar het is wel zo dat men in verschillende schoolse vakken het denken kan stimuleren. Op pi-dag 14 maart 2015 kan men de levensbeschouwelijke betekenis van goed bèta-onderwijs maar beter ook in het debat meenemen, gegeven de soms heftige acties tegen bijvoorbeeld vivisectie en het rotsvaste geloof dat in het heelal alles mooi geregeld is. De drift van de Andromedanevel naar de Melkweg, het afstoten door het melkwegstelsel van een ster... het lijkt dat de krachten wel perfect te beschrijven vallen, maar dat het allemaal niet zo vooraf bepaald is wat er zal gebeuren. Verzetten we ons daarmee tegen een wetenschappelijk wereldbeeld? Eerder tegen een wereldbeeld dat zich wel op wetenschappelijke inzichten zegt te baseren, maar er niet de complexiteit van erkent.

Sommige ouders willen niet dat hun zonen en dochters eender welke levensbeschouwing geadstrueerd krijgen, terwijl het misschien net nuttig was, zovele jaren geleden zich tegen het obsolete godsdienstonderricht van Rooms-katholieke snit te kunnen verzetten, maar dat in de discussie ook - als het goed was - jongeren metterdaad een kritische blik ontwikkelden. Onlangs kon ik het nog eens lezen in een fb-bericht: de vrijzinnigheid is geen mening, maar eist wel het recht op er een mening op na te houden. Maar hoe komt men zover? Het is niet evident diep in het denken van filosofen te duiken en dan valt het nog wel eens op, dat sommigen een vast stramien voor ogen hebben, een beetje Plato, even wat Aristoteles en dan, soms met voorbijgaan van Thomas van Aquino uitkomen bij Kant, Hegel, Fichte, Marx, Nietzsche en dan doorstomen naar Sartre en eventueel Heidegger of Foucault, de jongere Foucault dan.

Camus, de Neoplatonisten, Augustinus en Thomas, maar ook Erasmus en Montaigne ontbreken dan, al kan men zeggen dat er na Kant alleen nog kanttekeningen gemaakt zijn geworden bij het werk van... juist. Maar ook lijkt men er niet zo happig op zich in te laten met Sloterdijk of Levinas, laat staan Martha Nussbaum of zovele andere auteurs die nu actief zijn en hun zeer ter harte te nemen bijdragen leveren. Filosofie in de stijl van Sam IJselink? Geeft geen zekerheid natuurlijk, onthult geen systeem of construeert er een, waarin alles past.

Maar die verschillende vormen van denken, die lijken voor sommigen vandaag te onzeker. Prof. em. dr. Etienne Vermeersch meent nog steeds dat alleen wat we met zekerheid kunnen zeggen van belang is. Maar dat geldt dus ook voor teksten en dus moet een tekst lezen alsof er maar een verklaring, een betekenis mogelijk is. Wie naar de Europese middeleeuwen kijkt, tijdens de eerste periode, tot zo rond 1050-1100 merkt dat de monasteria de basis vormen voor een geletterde cultuur, waarbij opgemerkt moet worden dat dit geen steriel na-apen was van de oude voorbeelden. Er zat een sterke dualiteit in: om de ouden waard te zijn, diende men zelf ook eigen oefeningen te doen en dat terwijl men wist niet veel toe te voegen hebben aan datgene wat men kende. Bovendien, "mundus senescit" en dus kan men met elke daad alleen maar verder afdrijven van het paradijs. Toch gebeurde er een en ander, schreef Beda Venerabilis zijn geschiedenis van de Britten, schreven anderen de Beowulf en andere mythische verhalen. Om nog te zwijgen natuurlijk van de beruchte hagiografische productie, de vitae van heiligen. Toch werden, zeker bij de commentaarschrijvers, fundamenten gelegd die konden uitmonden in het werk van Abelardus en men weet niet altijd wat die in beweging heeft gebracht.

Na 1100 gaat het hard en merkt men ook dat er een aantal ketterijen de kop opsteken. Men merkt echter niet altijd op dat iets pas als ketterij gaat gelden als inzichten buiten de kring van clerici gedeeld worden en wanneer die dan nog eens voor reuring gaan zorgen. Met andere woorden, sommige inzichten kunnen rijpen binnen abdijen en kloosterscholen, voor ze publiek worden en daardoor de bestaande orde gaan bedreigen. Vanaf 1300, toen de samenleving behoorlijk gewijzigd werd omdat steden in het landschap tot ontwikkeling kwamen en daardoor de maatschappelijke orde wijzigden, zonder dat dit a priori in de voorstelling van zaken aan de orde kwam, terwijl onderhuis dus tal van teksten ontstonden, die in het vervolg hun betekenis zouden hebben. Jan Hus begon met zijn kritiek op de bestaande orde, maar ondanks zijn prestige als rector van de Praagse universitair en de steun van de koningin, werd hij in Konstanz uiteindelijk gevangengezet, tegen de vrijgeleide in. We kunnen van Hus lijnen leggen naar Luther, Erasmus ook en toch is het nuttig de posities van de verschillende posities te bekijken. Eerlang wil ik daar nog eens iets over melden, want het blijft wel zo dat in sommige regio's, van de Nederlanden tot Italië die steden economisch en politiek de oude orde wijzigden, wat ook leidde tot ketterijen, maar niet alle werden afgestraft.

Vandaag zal men de details van die ontwikkeling niet afdoende uitleggen, maar onze concepten over vrije wil en over het samenleven kregen toen wel vorm, waarbij het thomisme tot ontwikkeling kwam en ook weer tot een steriele laatscholastiek verviel, waar John Duns Scotus de realia groter belang ging toekennen dan de universalia; verder stond hij voor het belang van de vrije wil, tegenover het denken, iets wat ook Hannah Arendt bezig hield. Men zal me dit bruggetje niet kwalijk nemen, op voorwaarde dat ik er mij dan ook rekenschap van geef dat er mensen  die eerder de weg van Kant naar Heidegger hebben gevolgd. Maar bijvoorbeeld bij Michel Foucault merk je dat je een filosoof niet zomaar tot een stelling of idee kan reduceren, want gaande zijn loopbaan, heeft Foucault wel degelijk nieuwe paden gezocht, om zijn oorspronkelijke hypotheses op los te laten en om tot nieuwe invalshoeken te komen. Mij lijkt het wel zo wenselijk niet zozeer van gebaande paden te gewagen, met verbodsbepalingen over het betreden van de borders en grasperken, maar in de filosofische traditie, met aandacht voor de bronteksten te kijken hoe actuele vragen dan wel grote bezorgdheden te onderzoeken vallen. Binnen de beperkingen van het onderwijs kan overigens niet altijd veel meer dan eerste richtingaanwijzers aanbieden.

Ook doctrines die doorgaans beschouwd worden als afgeronde gehelen en die door de achterban van zo een doctrine gevolgd zou worden, bijvoorbeeld de leer van de RKK,  blijkt voor mensen tot soms verrassend verschillende interpretaties te leiden, dus afwijkend de leer voorschrijft, dat wil zeggen, als we kijken naar de regels over seksuele moraal dan zijn ook overtuigde katholieken niet altijd bereid de doctrine naar de letter te volgen, maar, moet men zich afvragen, was dat ooit de bedoeling? Hier komen vele paden samen, over gehoorzaamheid versus persoonlijke verantwoordelijkheid, geweten versus heteronome toetsing van handelingen en dan is het opnieuw best boeiend dat hele verhaal te bekijken. En ja, wat begrijpt men onder schuld en hoe moet men zich instellen om die schuld niet langer mee te torsen?

Maar als we verantwoordelijkheid, autonomie versus heteronomie, vrijheid en onderwerping bekijken, dan valt op dat in de strakste opvattingen van katholicisme, het persoonlijke handelen en reflecteren daarop nog altijd een grotere vrijheid te laten dan bij mensen die geloven in predestinatie en de notie van de sola fide, d.w.z. enkel door het geloof kan men het heil ontvangen, de genade schenkt de heer naar eigen goeddunken. Nu, bekijkt men het verhaal van het wetenschappelijk positivisme en aanverwante ideeën, waar het determinisme, het geloof dat alles bepaald is en door onwrikbare wetten beheerst wordt, dan geldt ook daar dat mensen overgeleverd zouden zijn aan die wetten, die ons zijn volkomen bepalen. Dat de natuurkunde ons schitterende wiskundige beschrijvingen van de processen en krachten in de natuur heeft geleverd, kan men niet ontkennen. Maar dat Darwin ons ook heeft meegegeven dat de ontwikkeling van organismen niet volgens een plan verlopen en dat men niet zomaar kan zeggen dat de verandering der soort "in de genen" stond ingeschreven, lijkt mij een belangwekkende gedachte, maar ze spoort domweg niet met wat mensen aannemelijk achten die geloven in de gedetermineerdheid der dingen.

Het wereldbeeld van de wetenschap, zegt Philip van Loocke, laat veel ruimte voor verbeelding, maar van eenduidigheid noch zekerheid kan er sprake zijn. Dat we wetenschappelijke vergezichten en zeer gedetailleerde inzichten in processen hebben kunnen verwerven, behoort tot ons cultureel patrimonium, maar het is niet iedereen gegeven er de finesses van te zien of de volle omvang ervan. Of om het met de inzichten van Tomas Sedlacek te zeggen, zelfs een volledig doorgewerkt economisch model blijft een verhaal, maar wie hoopt dat men een parameter kan wijzigen zonder dat de andere er onbewogen bij zouden blijven, vergist zich. Maar ook dit wetenschappen en economie mogen best hun plaats hebben in het wereldbeeld dat we na jaren van onderzoek en reflectie, na veel ervaren ook hebben ontwikkeld, dat wereldbeeld werd mij althans niet kant en klaar aangereikt, maar alleen in soms zeer disparate stukken en brokken en doorheen de jaren kwam er zoiets als een samenhangend geheel, maar een gesloten systeem kon het niet worden.

In mijn antropologie overigens is het onvermijdelijk dat mensen zich een mens- en wereldbeeld ontwikkelen en dat kan nu net erop uitlopen dat mensen een liefst zo gesloten systeembenadering verkiezen, omdat het hen van hun onzekerheid afhelpt. Meer immers dan men denkt beinvloeden emoties, positieve, maar ook negatieve het wereldbeeld en toch, het wereldbeeld kan ook onze emotionele huishouding beinvloeden en bijvoorbeeld de werking van de Thymos, het eergevoel en daardoor ook angsten, woede, haat en afkeer bepalen. Maar ook kan dat wereldbeeld versterken het vertrouwen in mensen, geloof in het woord van de ander en bijvoorbeeld toelaten dat men ongewapend de straat zal opgaan, wetende dat ook anderen ongewapend en zonder kwade bedoelingen de straat opgaan, de publieke ruimte bekleden.

Het mens- en wereldbeeld bestaat derhalve niet maar we maken voor onszelf, uit wat we aangereikt krijgen iets dat dus vanzelf ook wel enigszins zal sporen met wat in onze omgeving lijkt te overheersen. De gelijkheid van man en vrouw? Hoe vaak horen we niet luidkeels beleden worden, als een van de verwezenlijkingen van de Verlichting, wat het in de verste verte niet is, omdat het nog tot diep in de twintigste eeuw reden was voor actie vanwege vrouwen, soms gesteund door vriendelijke mannetjesdieren. Maar toch zien kinderen, als het goed is, dat in gezinnen vader en moeder elkaar wel degelijk respecteren en dat vrouwen, de moeder en echtgenote wel degelijk iets in de pap te brokken heeft. In mijn omgeving heb ik tot heden nog geen enkele keer een vrouw gezien die beantwoordt aan het cliché van de schoonmoeder. Of heren die zich als botte patriarchen gedragen. Er zijn er die het proberen, maar doorgaans krijgen ze lik op stuk.

Wat heeft dit alles nu met levensbeschouwelijk onderricht te maken? Meer nog, men vroeg wat het zou opleveren en dan is mijn reactie dat zo een onderricht best nodig is om te vermijden dat jongeren ontsporen. Helemaal kan men dat risico niet vermijden, maar wel is het zo, dat hoe stomvervelend en slaapverwekkend de lessen van Pietje Potlood of andere leraren godsdienst wel leek, het kon ook reuze meevallen, zoals bij Carlos Gijzen s.j., bij Marc De Kesel - auteur van het mooie essay Goden breken  - die nog een semester op Don Bosco Zwijnaarde les heeft gegeven en Paul Deleu, salesiaan leerde ons nadenken over eugenese en euthanasie, waarbij hij het antwoord meer open liet dan velen vandaag denken.  

Onze samenleving laat zich niet zomaar lezen en het klopt dat als men eenzijdig opgevoed wordt, zoals uw dienaar, die lagere school en middelbaar in het katholiek onderwijs verwijlde, maar tegelijk kan die dienaar u melden dat er vele antwoorden aanvaard werden en dat er een ding mee gepaard ging, dat later van belang leek: de moed zich te engageren en tegelijk dat engagement ook kritisch te onderzoeken en loyaal toch het verstand erbij te houden. Ik kan op dit vlak vooral voor mezelf spreken, maar als ik een aantal van mijn opvoeders - in de jongere jaren - en latere docenten dankbaar ben, dan is het precies dat ze dat proces van een zich vormend mens- en wereldbeeld delicaat hebben aangepakt. Is de kost van levensbeschouwelijk onderwijs hoog, waarbij ik meteen het volgens sommigen absurde bestaan van een vrij gesubsidieerd net in de weegschaal leg? Ik denk dat de prijs van een al te beperkte aandacht voor levensbeschouwelijke vorming misschien nog veel hoger ligt.

Bovendien meen ik dat we ernstig moeten nadenken waarom de plannen van Patrick Loobuyck voor een leergang  waarin de verschillende levensbeschouwingen samen worden aangedragen niet een plaats kunnen krijgen naast een specifieke inleiding, indoctrinatie zo men wil in de gekozen levensbeschouwing, waarbij men de vrije keuze dus volkomen respecteert? Primo moet ik aangeven dat onderwijs aanbieden niet kan zonder een onderliggende zending, zonder een met specifieke bedoelingen omkleed plan om kinderen op te voeden tot een mens die beantwoorden kan aan het ideaalbeeld dat de opvoeders voor ogen hebben staan.

Dan gaat dat niet enkel om lessen levensbeschouwing, maar ook om wat men aanvangt met geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschappen, talen, kunsten, filosofie en het lijkt me moeilijk denkbaar dat dit alles van bovenaf heel strak afgelijnd kan worden: scholen hebben een zekere vrijheid en leerkrachten hadden, meer dan nu, een zekere vrijheid hun lessen inhoudelijk en vormelijk zelf uit te werken, ook al vloekt dat met bepaalde pedagogische regels. Er waren leraren die nauwelijks een letter op het bord zetten, andere die hele borden volschreven, maar de beste resultaten bereikten zij die zowel een zeker houvast boden en toch veel aan de leerlingen overlieten wat noteren en verwerken betreft.

 Nu heeft het vrijzinnig onderwijs een grote uitdaging want zij mag uiteraard geen andere opdracht aanvaarden dan leerlingen tot autonome wezens te vormen die er een eigen visie op na houden. Ni dieu, ni maître! Volkomen mee eens, maar dan zal men zo een jongere toch ook wel bijstaan op die eerste levensweg. Oh, fluistert iemand mij toe, het volstaat hen de puzzelstukken te geven? Jawel, maar als je die wil leggen en de puzzel blijkt maar niet leesbaar te worden, niets zichtbaar te worden? Marli Huijer, de denker des Vaderlands, heeft in haar boek "discipline in tijden van overvloed" laten zien dat we zonder discipline nogal een oeverloos dreigen te worden. Of we kunnen ook eens te rade gaan bij Peter Bieri, die meent dat vrijheid pas zinvol is als we weten wat we kunnen willen en verlangen en wat we dienen te doen om er dichterbij te komen.

In tijden van radicalisering, waar jongeren tegen mijn en tegen veler verwachtingen in kiezen voor een strakke rigide leer, die hen het houvast biedt, dat ze in onze samenleving van overvloed ontberen kan het dus geen kwaad dat levensbeschouwelijk onderwijs aangeboden wordt, dat jongeren er de betekenis van meekrijgen en dat ze bijvoorbeeld van Erich Fromm leren dat men geen angst hoeft te koesteren voor vrijheid en dat fouten maken niet te voorkomen valt als men aan de slag is met iets en dat succes best wel acceptabel is als men er zelf aan gewrocht heeft. Zo kan men ook leren dat rechtvaardigheid niet zomaar betekent dat iedereen hetzelfde stukje geluk en welvaart moet krijgen uitgereikt door wie - ja, dat vertelt men er dan niet bij: wie zal bepalen hoeveel men krijgt en onder welke voorwaarden?

Mocht u de indruk hebben deze tekst baadt in het zachte licht van nostalgie naar een tijdperk waarin het streven van opvoeders en leraren erin bestond jongeren te stalen in het denken en de bagage mee te geven om vervolgens zelf verder op te zoek te gaan, zoals de Kleine Johannes, of beter onderlegd, maar toch op zoek, studerend, wel levend en delend met de omgeving, die cultuur werd de afgelopen dertig jaar stukje bij beetje afgebrokkeld onder invloed van kritiekloos gelezen waarheden, van Pierre Bourdieu en John Rawls, van Marx en Mao, zelfs Darwin, maar dan in de versie van de evolutionair biologen die bepaalde feiten liever niet in aanmerking nemen. Net Michel Foucault met zijn pleidooi voor zelfzorg en parresia heeft me de ruimte geboden een nieuw begrip van autonomie te smeden, waarin heteronomie ook ruimte krijgt, zolang die, naar het woord van Boris Cyrulnik de weerbaarheid versterkt en veerkracht aanspreekt. (Heerlijk is het zo maar een aantal namen te kunnen laten vallen, maar men weet dat ik met het werk van Foucault en Cyrulnik, maar ook van Bourdieu etc ben bezig geweest...)

Er is aanleiding tot debat, maar wie het levensbeschouwelijk onderwijs, ook in het publieke onderwijs, van steden en gemeenten en van het GO, genegen is, moet zich afvragen wat ze ermee winnen, als ze het helemaal zouden opgeven. Expliciet uitleggen hoe Diderot tot het inzicht kwam dat de kerk in Frankrijk teveel macht had en volslagen willekeurig haar rijkdommen met de gemeenschap delen wilde via de Don Gratuit, laat onverlet dat Denis Diderot aan de andere kant een aantal inzichten uit het christendom - ondanks zijn beleden atheïsme - wel aanvaarden kon, zij het omgewerkt. Wel, goed levensbeschouwelijk onderwijs, goed onderwijs laat toe dat jongeren zelf de aangeboden stof gaan omwerken. Autonomie, intomen van de neiging tot blinde adoratie, het geloof dat men alles in definities kan vatten en dergelijke dingen meer. Een scholing in menswording, mag men hen niet onthouden, maar het project van Patrick Loobuyck, dat zeker de verdienste heeft de verschillende levensbeschouwingen naast elkaar te presenteren, maar tegelijk is er een risico, namelijk dat men bijvoorbeeld Boeddhisme als buitenstaander zomaar begrijpelijk kan maken. Of hoe zal men uitleggen dat Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich Schiller openlijk hun paganisme, hun pogingen eerder het klassieke paganisme te doen herleven, want als dat niet gedragen wordt door een samenleving, een gemeenschap, dan stelt het niet zo heel veel voor.

Wat is het resultaat van al die decennia levensbeschouwelijk- en godsdienstonderricht? Tenzij men lijdt aan ongeneeslijke zelfhaat, dan moet men vaststellen dat mensen van onderscheiden gezindten met elkaar kunnen samenleven, zonder elkaar voor de voeten te lopen, dat mensen inderdaad minder dan sommigen zouden wensen geneigd zijn zomaar een of andere prediker en populist te volgen. Bestaat er dan geen blind mimetisme, gemakzuchtig conformisme? Zeer zeker, maar het andere bestaat ook. Men ziet het aan het feit dat er in boekhandels niet alleen boeken uit de top-5 van de hitlijsten gekocht worden en dat het aanbod best verscheiden is. Alleen onze media lijken zich te hullen in en warm deken van provincialisme, waarbij het een auteur als Fernando Savater aangewreven wordt, dat hij niets nieuws brengt of niets waar de recensent, Marc Van den Bossche, het niet mee eens zou kunnen zijn. Ik denk dat dit een benadering is van filosofie en denken is dat per se de inzichten van anderen moet afbreken. Alleen als het onzin is dus - gelieve uw gang te gaan.

Bart Haers


       

Reacties

Populaire berichten