Belgicsche trots hersteld



Dezer Dagen

Leve de Natie
Identiteit en loyauteit

Camp du drap d'Or, in 1520 opgericht om de ontmoetng
tussen Koning François Ier en Eduard VIII luister bij te zetten.
Lange tijd werd als het als een heldendaad van Frans
voorgesteld, terwijl hij er de politiek die moest
leiden tot een coalitie tegen Karel V mee
doorkruiste. Eduard VIII en Karel V vonden
elkaar wel. Nationalistisch was hun
beleid niet, wel dynastiek, meer nog,
blijkbaar vond Frans I het nodig
de scheiding tussen de schatkist van de staat
en zijn persoonlijke inkomsten op te heffen. Een
groot koning, waarlijk. 
De dag dat Vlamingen zich met België verzoenen, is gekomen, Halleluja! Wat een juichkreet in de krant (DS 28 april 2015) die 101 jaar geleden van start zou gaan, om den Vlaming te informeren over zaken van staat in eigen taal. Pas in 1919 zou De Standaard echt goed van de grond komen, toen versterkt door de frontervaring van soldaten en het leed van de bezettende overheid en de repressie tegen activisten. Vlaanderen is nu niet meer zo geliefd terwijl la Belgique plots weer in een staat van genade verkeert.

Opiniepeilingen? Ik ken het artikel, niet het achterliggende onderzoek zelf. Waarom De Standaard haar publiek nog maar eens tegen de haren instrijken wil en veel burgers zich afvragen waarom men nu plots de hele hectiek van afgelopen jaren wil vergeten of doet alsof, want hoewel deze regering pas in het zadel zit, proberen alle partijen de polarisering weg te masseren. Alleen, zo een artikel blijft niet zonder gevolgen. Onlangs nog zegde men mij dat in Brussel het Nederlands niet meer gehoord wordt, maar ook dat Vlaamse, dus Nederlandstalige scholen, veel leerlingen opleiden die niets meer zien in het kaduke Franstalige onderwijs. Oh ja, zou de herdenkingswoede rond 100 jaar WO I er iets mee te maken hebben? Als men voldoende verhalen onder tafel veegt, blijft er niet veel over. Oh ja, Vlaamse kunstenaars zijn voor museumdirecteuren en curatoren in Brussel vaak niet relevant omdat ze niet in een Franse kunstgeschiedenis in te passen vallen en daar doen Vlaamse kunstliefhebbers dan weer graag aan mee.

Identiteit, zeggen verlichte geesten, maakt het moeilijk om ons solidair te tonen met mensen die daar op moeten kunnen rekenen. Internationalisme? Natuurlijk. Alleen, een politicus als Joop den Uyl vond dat hij eerst Nederland moest hervormen tot een socialistische modelstaat en dan pas zou Europa terug van belang zijn.

Nu goed, dat Vlaams-Nationalisme,  daar moeten we vanaf. Merkwaardig genoeg beginnen net mensen die zeggen zich tegen provincialisme en bekrompen Vlaams-Nationalisme te verzetten, ook weer gretig hun idioom, patois te kwebbelen. In sommige regio's gaat de Vernederlandsing verder, in andere, zoals het Brugse is het West-Vlaams idioom bij jongeren opmerkelijk levendig. Men kan beweren dat een stevig accent - zonder de woordenschat nog te kennen - wel hip is.

Echter, het discours voor of tegen (nationale) identiteit, verbergt ook de gedachte dat mensen zich niet zomaar met een abstracte eenheid verbonden zullen weten. De vraag is dan ook of we ook hier een benadering moeten voorstaan die zegt dat identiteit exclusief functioneert, waarbij men dus ook de mogelijkheid uitsluit van een inclusieve visie op het samen leven in een politieke entiteit en dat dit binnen het bereik ligt. Zuhal Demir weet zich Vlaming en vergeet haar afkomst niet, toch? Sommigen zullen menen dat men niet zo heel veel moet geven om de buren, laat staan, bekeken vanuit Brugge, om de sinjoren of die van Lier, maar zullen zich tegelijk aangesproken weten door een pleidooi voor solidariteit. Als Vlaming zie ik mij wel degelijk als een grootstedeling die inderdaad de belangen van de mensen uit Lommel of Essen ter harte kan nemen, of die van Poperinge...

Nationalisme, heette het bij Open VLD en andere progressieve strekkingen is verantwoordelijk voor veel ellende. Daar valt veel voor te zeggen, maar ook een en ander tegenin te brengen, want falende staten hebben af te rekenen met een gebrek aan loyauteit. Griekenland moet het puin ruimen van een gebrek aan betrokkenheid bij het algemeen belang. De samenleving werd een omgeving waar niet langer bloedverwantschap de bron van loyauteit vormde, toen die te groot werd om alle inwoners als kinderen van eenzelfde vader te beschouwen. In het begin van de vorige eeuw probeerde men die loyauteit door het pimpen van het ras op te wekken. Anderen, in Duitsland, Frankrijk... zochten in de taal de bron van een gemeenzaamheid die de abstractie van de samenleving diende op te vatten.

Sommige onderzoekers, zoals Ico Maly hebben het zo voorgesteld dat Johann Gottfried von Herder, wonende in het verre Riga, de grondlegger was van het Duitse Nationalisme. Rudiger Safranski legde uit dat Herder integendeel een bescheiden nationalisme predikte, door, enigszins unisono met Kant, het co-existeren van (vijandige) naties die elkaar niet naar het leven zouden staan en wel tot grote interne cohesie kwamen, voorop te stellen. Ook zou men elkaar minderwaardig en zichzelf unbedingt  superieur achten. Tegelijk zal men maar moeilijk kunnen vermijden dat er een soort competitie ontstaat en die overigens wel vaker gunstig is gebleken voor het algemeen belang en dito welvaren.

Neem nu de bekende episode uit het verhaal van Frans I en Hendrik VIII die elk hun eigen eitje te pellen hadden met Karel V en daarom probeerden een coalitie te vormen. Nabij Calais werd een bijzonder kamp ingericht met tenten, waar overheen dan weer gouden en zilveren lakens gelegd werden zodat het kamp een feeërieke aanblik moet geboden hebben. Maar de hele onderneming faalde omdat Frans I er niet in slaagde zijn gast, Hendrik VIII enige luister te schenken. In een worstelwedstrijd legde Frans I hem op de vloer en de heer Hendrik vertrok vervolgens naar Vlaanderen om met Karel V wel tot verstandhouding te komen.  Vervolgens begonnen Karel en Hendrik hun oorlog tegen Frankrijk. Nu is het punt van belang dat Frans I volgens velen, zeker in Frankrijk als een groot vorst gezien wordt, terwijl de Franse historicus Frank Ferrand daar nogal wat kanttekeningen bij geplaatst heeft. Nu geeft Frank Ferrand de lezer wel mee dat ten tijde van François Ier het beleid wel gunstig uitpakte, maar dat leek vooral te danken aan zijn moeder en later zijn maîtresse, respectievelijk Louise van Savoye en Anne de Pisseleu, hertogin van Etampes. Ferrand heeft er veel voor over het bestaande beeld van een van de hoogst geprezen koningen van Frankrijk in de context van zijn tijd te plaatsen en aan te tonen dat die koning nu net niet uitblonk in bestuurskracht.

Tijdens de negentiende eeuw zal onder meer Ernest Lavisse deze vorst net hoog op de ranglijst plaatsen. Het verblindende nationalisme van Lavisse wordt via scholen overgedragen en zal ook bewegingen als de Action Française voeden. Terwijl men het hier graag voorstelt dat Frankrijk en de Fransen immuun waren voor nationalistisch gif, kon een deel van de elite niet nalaten de eigen (vergane) glorie te herstellen. Want na 1870 worstelde Frankrijk wel heel erg met het eigen zelfbeeld. De wereldtentoonstelling van 1889 was oorspronkelijk niet opgenomen in de internationale organisatie van "expositions universelles", maar werd er later toch in opgenomen. Tussen het verhaal van de vergane glorie en het bouwen aan een nieuwe Franse Grootheid, schommelt het Franse Nationalisme. De eeuw van Louis XIV staat volop in de belangstelling, de kleine groep, het verdorven genootschap rond d'Holbach en Diderot kennen we ook, met de politiek van Louis XV was men gauw klaar, want men zou volgens Lavisse enkel minachting hebben voor die kerel, terwijl de vorst voor Frankrijk wellicht belangrijker is gebleken dan Louis XIV in die zin dat zijn beleid onder meer omtrent bruggen en wegen heel wat krachtdadiger bleek, waardoor de beschaving tot in de diepe kloven van het Centraal Massief waar kleine gehuchten ver van scholen en markten lagen. Het zou de economie meer goed doen dan het veroveren van nieuwe gebieden. Ook het fiscale beleid, zwaar bevochten tegen adellijke facties die van vele belastingen vrijgesteld waren, mocht er zijn. Maar Louis XV verloor Louisiana, verloor een deel van Elzas en won Lotharingen, Corsica ook. Maar voor een genuanceerd beeld was er geen plaats.

Hoewel ik dus volgens het heersende denken tegen België zou gekant moeten zijn blijft de regeringsperiode van Leopold II en het handelen van Albert I mijn belangstelling wekken. Maar in mijn visie waren Leopold II noch Albert koningen die bestuurden, maar deel van de instituties. De ontwikkelingen in dit land, dus ook in Vlaanderen blijven wat mij betreft nog altijd indrukwekkend genoeg om er aandacht aan te besteden.

Nationalisme afwijzen? Het kan, maar het blijft opvallend dat men dan toch altijd weer mensen vindt die hoe dan ook willen aangeven dat ze ergens toe behoren. Het opvallende overigens is dat men moeilijk argumenten vindt voor een Europees gemeenschappelijk verleden, terwijl Alexis de Tocqueville daar al een aantal aanzetten toe gaf: de organisatie van de samenleving, de organisatie van staten en van het economisch leven van het niveau van de voedselproductie tot de meest intellectuele kwesties werden immers van Cambridge tot Praag en Wenen op gelijkaardige manier geregeld. Ook Francis Fukuyama merkt op dat veel facetten van de afzonderlijke Europese entiteiten niet enkel verweven zijn, maar ook op elkaar geïnspireerd blijken. Ook de koloniale politiek van de respectieve metropolen blijkt niet zo heel ver uit elkaar te liggen, ondanks de aanspraken op originaliteit sinds het begin van de 20ste eeuw.

Het komt er niet op aan, zo blijkt dan, binnen Europa dat Parijs en Londen, Wenen en Madrid, Athene of Brussel Wetstraat elkaar proberen te overtroeven, maar wel dat de regeringen in de afzonderlijke staten hun rol in de respectieve samenlevingen opnemen en moeilijke kwesties niet uit de weg gaan, zoals Athene nu aantoont. Want men mag beweren dat de politiek van de Trojka hardvochtig is, de Grieken waren er zelf bij, toen de staat er niet in slaagde het aantal ambtenaren onder controle te houden, taxichauffeurs en andere beroepsgroepen overdreven beschermd werden.

Kan het zo zijn dat sommigen te kritiekloos de Vlaamse leeuw zingen, kan het zo wezen dat sommigen menen dat Vlaanderen de navel van Europa en de wereld is, dan nog zijn er mensen die "De Vlaamse Leeuw" zingen en tegelijk nogal kritisch staan, stonden tegenover het gevoerde beleid. Want het valt toch op dat sommige commentatoren niet aflaten Vlaanderen kritisch te bejegenen en tegelijk een uitermate provincialistische en soms cliëntelistische benadering van zaken en kwesties aan de dag leggen: wereldberoemd worden in Vlaanderen is al heel wat. En als men zelf iemand beroemd kan maken, dan versterkt dat de eigen positie. Nationalisme afwijzen en provincialisme aan de dag leggen, het gebeurt wel vaker.

Men zal begrijpen dat ik een kritiekloze loyauteit ten aanzien van het Vlaamse beleidsniveau afwijs, omdat loyauteit zonder zin voor kritiek geestdodend en zinloos is, omdat kritiek zonder enige betrokkenheid leeg en van zin verstoken blijft. Bovendien zal men die samenleving ook niet idealiseren, zoals Hannah Arendt aan zionistische vrienden duidelijk maakte, toen ze kritiek spuide over het beleid van de Jodenraden in door de nazi's bezette steden en landen. Ook spaarde ze de kritiek niet ten aanzien van Israël, hoewel ze van 1933 tot haar vertrek naar de VS voor een zionistische organisatie had gewerkt. Ook in de VS bleef ze lange tijd betrokken bij de Joodse belangen in Europa, Palestina en de VS. De stichting van de Staat Israël bracht haar niet in extase, want ze zag de weeffouten. Ze vond verder dat ze niet van een staat, zelfs niet van een natie kon houden, maar tegelijk bestaat haar werk, onder meer in de "Vita Activa" in het teken van de vraag hoe we het politieke moeten begrijpen en dat handelen, het optreden in het politieke er alleen kan zijn als we de ruimte tussen ons en anderen erkennen.

In deze zin ben ik het gesteggel over nationale identiteit moe: het is inderdaad een situatie waar we geen vat op hebben als we geboren worden in Waarschoot, Winterthur of Surrey dan wel Madrid. Even goed kunnen we bereid zijn - of niet - deel te hebben aan de Vlaamse, Zwitserse samenleving, de Engelse of de Spaanse. Dat betekent er het beste van mee te dragen en proberen er zelf toe bij te dragen. Of het inclusief is dan wel exclusief, hangt af van de mate waarin we erkennen dat anderen hier/daar metterwoon hun thuis gevonden hebben en er door hun activiteiten, beroepsmatige en andere, toe bijdragen.

De tuin die Europa is en zich uitstrekt over dit subcontinent, blijft altijd nog het gevolg van een steeds dieper in het landschap ingrijpende menselijke aanwezigheid; voor ons is dat geen zaak van trots of fierheid, maar het houdt wel een opdracht in er verstandig en oordeelkundig mee om te springen. Is Brugge een Middeleeuwse stad? Zeer zeker, maar ook de sporen van de achttiende, van de negentiende en twintigste eeuw zijn duidelijk leesbaar.  Niet alles is even fraai, maar het is de stad waar ik woon. Moet elke steen bewaard blijven? Een stad van façadisme mag het ook niet worden. Sommige kwesties rond monumenten en landschappen vergen dus bijzondere aandacht, studie ook. Maar finaal vind ik al dat geneuzel over een pittoresk Brugge even storend als de houding van sommige Brusselaars dat de Vlamen blij mogen zijn dat Brussel zo een belangrijke stad is geworden.


Bart Haers   

Reacties

Populaire berichten