Docendo Discimus

 over het belang van cultuurtalen en het levendig houden ervan



Brief



Aan Patrick Loobuyck e.a.
over elitevorming en andere aspecten van een brede vorming




Juan Luis Vives, Valencia 1493-
Brugge 1540, zoon uit een
familie van bekeerde Joden,
geeft zijn naam aan een scholengroep,
Maar veel weten de Bruggelingen
over de vriend van Erasmus niet...
Een bescheiden borstbeeld aan de
O.l.V.-kerk brengt hem enigszins
hulde
Brugge, 13 april 2015

Geachte heer Patrick Loobuyck,

U gaat ook mee in de discussie over het onnut van Latijn, maar u verbindt eraan de gedachte dat we de gelijkheid moeten bevorderen. Nu heb ik wel iets met de gedachte dat de overheid elke burger gelijk dient te behandelen en geen voorrechten mag geven. Maar als het erop aan komt mensen kansen te geven iets van hun leven te maken, zal men verdienste wel ondersteunen, toch?

Nu is het Latijn een dode taal en kunnen we er geen brood mee kopen, noch er een dame van lichte zeden ergens in Rome mee aanspreken, maar het klassiek Arabisch, Sanskriet etc... zijn evenzeer min of meer dode talen. Of zouden we het niet beter cultuurtalen noemen, die het toelaten terug te keren naar de traditie en op die traditie verder te bouwen. Want een traditie die enkel de vorm van fossiele concepten heeft,  sterft inderdaad af, maar zowel de interesse voor Griekse als voor Romeinse cultuur blijft behoorlijk en filosofie roept ook veel wakker bij mensen, die zich op de een of andere manier met iets willen inlaten en een slijpsteen voor hun verstand zoeken. Ik refereer hierbij ook met dank aan een essay van Cornelis Verhoeven, Verwondering, waarin hij bij wijze van incipit meegeeft dat men alle filosofische concepten, inzichten, theorema's mag aangereikt krijgen, zelfs de vaststelling van Plato, dat verwondering het begin van de filosofie mag heten, maar een filosoof zal men niet worden. Of het verschil tussen Faust en zijn factotum Wagner, de man die er een eindeloos ficher van weetjes op na houdt, maar er nergens mee komt, omdat de weetjes zich niet tot een geheel, een zinvol - minstens voor hemzelf - geheel weten te verbinden.

Nu bent u zelf pleitbezorger voor iets belangwekkends, dat jongeren de verschillende levensbeschouwingen en filosofische stelsels zouden leren verkennen, maar als men zelf niet enkele talen goed beheerst, dan krijgt men dat ex cathedra toegediend, indien men ook niet zelf met Seneca of Plato kan kennismaken in de oorspronkelijke taal of begrijpt dat Erasmus, Giordano Bruno e.a. wel degelijk het Latijn en andere talen levendig begrepen en er zelfs creatief mee om konden gaan, dan is die inleiding als water naar de zee brengen.

Latijn zegt u, is voor velen nog steeds een manier om zichzelf en de kindjes te onderscheiden van anderen. Maar zelfs systemen die met grote nadruk het gelijkheidsdenken hanteren, zullen op enig moment tot elitevorming overgaan. Er bestaan andere manieren om de feitelijke ongelijkheid, die voorkomt uit het feit dat individuen binnen de species mens wel degelijk uniek zijn, al zijn de verschillen vaak nauwelijks merkbaar tot iets levendigs om te zetten waar mensen zich wel bij bevinden - want daar is het u en mij om te doen. Wie naar het onderwijslandschap kijkt, merkt dat dezer dagen vooral een aantal theoretische concepten aan leerplannen en onderwijsvormen ten grondslag liggen, zoals Gelijkheid maar ook zelfontplooiing, zij het zonder zich te onderscheiden van anderen.

Nu kan ik de kritiek op elitevorming wel begrijpen, in die zin dat elites zelfbevestigend handelen en mensen coöpteren die perfect in het plaatje passen. Wat zou dat dezer dagen betekenen? Juist, mensen die pleiten voor gelijkheid, die racisme afwijzen en die tegen elitisme zeggen te zijn. Velen zullen dit blind onderschrijven, maar vergeten dat ze zich daardoor wel inschrijven in een elite. En bovendien, kan men met S.W. Couwenberg en anderen wel erkennen dat men graag elites ziet en vooral sterke leidersfiguren.

Het zal dan ook niet toevallig zijn dat figuren als Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Vaclav Havel, zelfs Barack Obama of paus Franciscus mij interessanter lijken dan figuren die zonder een eigen riskant engagement en eigen inzet met bekende risico's eigen paden bewandelen en zo een opvallende rol krijgen. Maar hun rol als outsider vervullen ze met een grote inzet om vervolgens herkend te worden door vriend en vijand. De elitevorming zoals we die kennen in het UK of de VSA, maar ook bij ons, kon sluipender gaan, omdat men nu net niet zag dat de ontwikkelingen die men voorop stelde, gelijke kansen nastrevend niets veranderde aan de wens van een kleine kring verbonden aan Oxford en Cambridge, Eton ook, om hun eigen tradities voort te zetten. Nu, de biografie van Tony Judt en generatiegenoten laat wel zien dat het beleid waar ook Winston Chucrhill achter stond, het openstellen van goed onderwijs voor velen die tot dan toe geen kans kregen, via onder meer de Grammar School, wel degelijk succesvol was. En ook ten onzent zag men dat de werkelijke democratie werkzaam bleek toen men nog tegelijk publiek over elitevorming durfde te spreken. Maggy Thatcher kon mij echt niet inspireren, omdat zij meer vernietigde dan nodig: haar strijd tegen de closed shop en de vakbonden viel te billijken - al voerde ze die strijd zo genadeloos dat men vandaag nog steeds niet om de nefaste gevolgen heen kan - maar ook dat onderwijs voor de (lagere) middenklasse is volkomen op de schop gegaan en o ironie, in het onderwijs verviel de ethische component zeer opvallend. Ik denk dat ook in onderwijs, sinds de invoering van het VSO veel op de schop gegaan is, zonder dat het alles waardevol verbeterde, omdat men de eigen inbreng van leraren stilaan wilde weg masseren. Gelijkheid nastreven kan onbedoelde neveneffecten genereren.

Latijn studeren, zelfs wiskunde studeren helpt niemand vooruit indien er ook geen vorming aan te pas komt en vooral de leerling inzake denken en observeren niet een zekere discipline onder de knie krijgt. Tegelijk merkt men dat zeer goed in de leer van Pierre Bourdieu ingevoerde journalisten de verleiding nooit kunnen weerstaan wanneer ze over opmerkelijke figuren spreken of schrijven die voortreffelijkheid, uitnemendheid van hun gasten of gesprekspartners dik in de verf te zetten. Voor minder dan de top doen we, zij het niet en de di minores interesseren hen niet. Men kiest dan ook een leidend intellectueel, terwijl Vlaanderen daardoor de kans op pluralisme ontzegd wordt.

Moet iedereen Latijn studeren? Neen, want we hebben goede ambachtslui van node. Meer nog, als we kijken naar hoe het kunstonderwijs functioneert, dan merkt men dat kwaliteit en inzet van de leerling in hope wel degelijk bewaakt wordt via toegangsexamens. In het algemeen vormend onderwijs, dat inderdaad niet voor iedereen weggelegd is, lijkt dat uitgesloten. Het is overigens niet (meer) zo dat het niet volgen van de klassieke hunamiora kansen uitsluit, het tegendeel is eerder het geval. Het argument dat u hanteert verdraagt daarom wel enige kritiek: dat jongeren "voortijdig" de klassieke taal of talen verlaten en voor wiskunde-wetenschappen of Wiskunde-moderne talen kiezen komt doorgaans voort uit de idee dat men vervolgens gemakkelijker een opleiding toegepaste wetenschappen, geneeskunde of economie kan volgen. Maar daarmee gaat u voorbij aan het gegeven dat een paar generaties geleden jongeren die uitgenodigd werden om de humaniora te volgen inderdaad geen andere keuzes hadden dan Latijn en Grieks te volgen. De toegang aan de universiteit, mocht Herman Thierry ervaren, behalve economie, was voorbestemd voor mensen met een diploma klassieke humaniora, ook de faculteit wis- en natuurkunde. Was dat wenselijk? Niet echt, maar nu blijkt die faculteit ook niet echt meer geliefd, nu die voorwaarde is komen te vervallen.  

Was het geen priester, geen paap die de gedachte uitwerkte tot een theorema dat het heelal inderdaad uitdijt, zoals Einstein al had verondersteld maar niet verder had uitgewerkt - of beter, hij vond die gedachte op zeker moment stuitend? Men zal dus wel best drie keer nadenken voor men de kwaliteit van de klassieke vorming onderuit haalt. De moderniteit kwam net tot stand en kreeg een dynamiek in de gespannen verhouding tussen de schijnbare onaantastbaarheid van de Latijnse en Griekse teksten en de ambities van de sterkste studenten in dat onderwijs.  De elite kon zichzelf niet in stand houden als ze niet voldoende nieuwe rekruten kon vormen en vervolgens, voor goed bestuur, zeker in hogere kaders van de overheid en ondernemingen had men die specifieke vorming wel nodig.

Het komt me dan ook voor dat de vraag inderdaad moet gaan over de vraag hoe men autonoom denkende en handelende adolescenten kan verkrijgen, als het onderwijs niet afdoende aanleiding geeft tot een kritische ingesteldheid. Of nog: heeft men de afgelopen decennia niet teveel disciplinerende aspecten van het onderwijs laten varen, zoals overigens in Nederland nog meer het geval is. Beter onderwijs Nederland, onder leiding van uw collega Ad Verbrugge wilde daar een antwoord voor vormen.

En ja, Seneca lezen, Plinius lezen of Demosthenes, het brengt die jongeren niet a priori verveling. En ja, na succeservaringen zullen deze mensen zich misschien ook wel enigszins een beetje elitair vinden, uitgekozen, maar zonder een zekere ironie en zelfspot kan dat gauw tot een steriel superioriteitscomplex aanleiding geven.

Ik zou dus niet het Latijn en de overdracht van het Latijn aanvallen, maar vooral het aanzien van andere richtingen versterken. En overigens, al dertig jaar geleden zegden classici dat de sterkste leerlingen spoorslag naar wiskunde en wetenschappen keken, om te studeren.

Slotbemerking: wie de middeleeuwen, nieuwe tijden wil begrijpen zal zich inderdaad niet onttrekken aan de studie van de bronnen, maar ook kan het bestuderen van een tekst op eigen gezag, waarna de leraar de zaak beoordeelt een inzicht kan brengen over hoe men doordringen kan tot die verdwenen werelden. Ik denk ook dat proberen uit te leggen waar Giordano Bruno of Tomasso Campanella mee bezig waren, maar ook Geert Grote en diens broeders van het gemene leven, tot het inzicht leidt dat studeren en adstrueren voor het scherpen van het eigen oordeel zeer wel verrijkend kan zijn. En Campanella kwam van het Calabrische platteland, was zoon van een schoenlapper en werd uiteindelijk aan het hof van Richelieu en co een geziene gast. Campanella schreef de Civitas Solis, dat in 1623 verscheen en ook Louis XIV zou hebben geinspireerd om zichzelf de status van Zonnekoning toe te kennen[i]. Die civitas Solis was dan ook een utopia met aan het hoofd een hogepriester. U zal begrijpen dat men evengoed van een koning-filosoof kan gewagen.

Vale,

Bart Haers   






[i] http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2011/08/hermetische-traditie.html. Campanella en ook wel de minister en coadjutor van Frankrijk onder Philips IV le Bel, Engeurrand de Marigny, maar men kan opmerken dat die dus van een bescheiden adel was, maar gezien de iedereen overvleugelende loopbaan, komt de vergelijking mij wel billijk voor.  

Reacties

Populaire berichten