Het wereldeconomisch systeem

 Reflectie

Europa, meer dan soft power
Wat te doen aan de oevers van de dodenzee?

In 1974 publiceerde Immanuel Wallerstein
over de wereldsysteemtheorie en hoewel
men het niet als een dogma mag
aannemen, valt er veel voor te zeggen
de grote verschuivingen in deze wereld
in het licht van die theorie te benaderen.
Ook de idee dat falende staten het
vreedzame samenleven voor burgers in het
gedrang brengen en erger, mag men niet
uit het oog verliezen. We verliezen dus
als we niet uit onze comfortzone treden
en bij eenvoudige benaderingen blijven
steken. 
Een rouwstoet trekt door Brussel, niet voor Will Tura of Eddy Merckx, wel voor die 1800 mensen die de laatste maanden een zeemansgraf vonden in de Middellandse Zee. Solidariteit is prachtig en die mensen verdienen dat ze niet geheel anoniem uit het geheugen verdwijnen. Maar zij die meeliepen, met de beste bedoelingen weten ook dat de vele andere medeburgers dat hele circus maar matig appreciëren. Juist, waar sta ik? Niet tussenin, niet bij degenen die openlijk gaan rouwen maar evenmin bij degenen die het een circus vinden. Misschien voel ik me zelfs nog wat meer machteloos dan zij die er een heldere visie op nahouden. Hoe ook, het is bij uitstek een politiek probleem, waarbij politici hun keuze nooit geheel overtuigend kunnen brengen. Vergelijk het met de keuze van Winston Churchill, die tijdens de campagne tegen Rommel in Noord-Afrika een motie van wantrouwen moest overleven en daarin slaagde. Na de oorlog verloor hij de eerste verkiezingen voor de Communs. Men zal zeggen dat Tusk, de 28 regeringsleiders en de EU-Commissie geen oorlog te voeren hebben, maar hun situatie is veel minder evident dan die van Winston Churchill.

Historische vergelijkingen zijn altijd weer heikel en men kan bijna altoos tegenvoorbeelden geven. De roep om een leider als good old Winston zal men hier niet lezen of horen, wel de vraag of er een mogelijkheid bestaat dat wij burgers ons onwelgevallige beslissingen kunnen aanvaarden inzake de migratiecrisis aan de oevers van de Middellandse Zee. Die bereidheid lijkt nu niet heel groot en daar kan men zich iets bij voorstellen. Het probleem is dat twee visies onverzoenbaar lijken: Europa, België, Nederland zijn vol en er is geen plaats meer in de herberg, want het is alles vol. De andere visie meent dat men nooit mag denken dat het huis is vol, want dat is onmenselijk. Wie moeten die regeringsleiders nu volgen? Men kijkt dan naar die mensen die menen dat het huis vol is en ziet dat zij Ukip of Wilders stemmen, Le Pen ook natuurlijk. Maar de anderen, die komen op straat en betogen dat het Europese huis nog veel plaats heeft. Politieke berekening mag men niet afwijzen, maar toch moeten politici, zeker de staatshoofden en regeringsleiders zich niet in de polarisering laten meeslepen.

De vereisten om tot een goed besluit te komen zijn legio en niet altijd te verzoenen, want we weten intussen dat mensen niet veel verwachten van Europa, zeggen velen elkaar na, maar tegelijk merkt men dat mensen wel degelijk krachtdadig beleid verwachten voor wat hen na aan het hart gaat. Donald Tusk moet dus proberen aan te geven dat de stroom van vluchtelingen inderdaad een probleem is dat men niet verder kan laten gedijen. Vervolgens zijn er landen die bij de vluchtelingen niet zo hoog  op de hitlijst staan, zoals Portugal, Polen en Tsjechië, Hongarije. Overigens is het maar de vraag of men in Polen wel wacht op inwijkelingen, nu men er na zovele jaren zicht op krijgt inzake welvaart aansluiting te vinden bij het oude Europa.

En dus zal men de solidariteit tussen de lidstaten op een weloverwogen manier vorm moeten geven, waarbij migratie voor de landen van aankomst niet zomaar een hoofdpijndossier wordt. Hierbij kan het argument helpen dat burgers in het Oude Europa nog niet helemaal klaar zijn met de Nieuwe Europese Unie, die na 2004 feitelijk tot stand kwam, maar in de geesten blijkt dat nog verre van verwerkt. Ook de nieuwe wereldorde moet men steeds weer opnieuw in ogenschouw nemen, want ook daar slaat polarisatie toe, zij het in een andere vorm dan als het om migratie gaat: sommigen erkennen fatalistisch dat Europa de verliezende partij is in het nieuwe wereldeconomisch systeem, zoals Immanuel Wallerstein het in 1974 heeft uitgetekend. Hoewel zijn visie door feiten is ingehaald, blijft zijn benadering altijd nog wel het heroverwegen waard. Tegelijk zal men toch wel omzichtig omspringen met de gedachte dat men die wereldorde alleen economisch duiden kan en daarmee alles verklaard zou hebben. Wallerstein dacht dat zelf niet, maar zijn visie als eenduidig marxistisch wegzetten ontneemt de kans om verschillende aspecten van de actueel de geesten beroerende kwestie te bekijken en in de afwegingen te betrekken.

Dat demografie hierin een grote rol speelt, mag duidelijk zijn, want als berekeningen kloppen zullen er de komende decennia nog wel meer mensen in beweging komen en het zijn niet de Hunnen of de Mongolen van Dzjengis Khan die de zaak in beroering brengen, maar integendeel een persoonlijk streven naar lotsverbetering en de wil te ontkomen aan intranationale conflicten rond modernisering en ontvoogding versus pogingen de bestaande statelijke, sociale en religieuze orde te behouden. Economische modernisering zien we vanuit Europa en de VS wel doordringen in samenlevingen die in onze perceptie vaak alleen geteisterd worden door de negatieve gevolgen van die modernisering. Dat betekent dat we al die mensen die nu hierheen komen niet moeten zien als schooiers, want die hebben helaas vaak geen weet van de vleespotten van Europa.

Terwijl ik naar die vele aspecten van dat nieuwe migratievraagstuk zit te kijken, denk ik aan de migratie die via Antwerpen vanuit Centraal- en Oost-Europa, Tsaristisch Rusland ook, op gang kwam aan het einde van de negentiende eeuw, toen stoomboten snelle verbindingen, regelmatige verbindingen over de Atlantische oceaan mogelijk maakten en die nieuwe technologie het leven dat zij kenden zeer onder druk hebben gezet. Ook uit Vlaanderen zond zonen en dochters uit en lang niet altijd de armsten of de minst geschoolden, wel degene die meenden dat ze daar meer greep op hun eigen leven zouden krijgen. De ene groep vertrok om economische redenen, anderen, uit Rusland en de Dubbelmonarchie soms om politieke redenen. De wereld is veranderd, sinds Victor Hugo, Karl Marx, Tony Simon Wolfskehl in België asiel zochten en (tijdelijk) kregen. De een vluchtte voor een keizer, de ander voor zijn nieuwe visie op economie en samenleving en de derde om aan de Jodenvervolging en de Endlösung - ik gebruik dit woord omdat iemand dit proces van industriële massamoord bedacht heeft, want anders verdwijnt dat aspect onder het tapijt - te ontkomen.

Oplossingen zijn niet voorhanden, hoor je wel eens, maar dat is een stap te ver. Maar dat elk begin van een oplossing weer andere kwesties oproept, zodat er geen duurzame plannen van aanpak denkbaar zijn, kan men maar moeilijk ontkennen. Bovendien vergeet men licht of lichtzinnig dat wat wij - in feite de regering en hun adviseurs - besluiten in wetten moeten gieten of koninklijke/ministeriële besluiten en dat ambtenaren vervolgens naar best vermogen de wetgeving in uitvoering brengen. Wie een Europa zonder grenzen zou willen, zou nog altijd nood hebben aan regelgeving rond verblijf, publieke voorzieningen en tal van andere zaken. De welvaarstaat is een mooie ontwikkeling waarvan we de zegeningen tellen. Maar we kunnen niet zomaar, vanuit Europa , mensen opvangen, zonder daar een administratief proces rond op te bouwen. Opvang? Wat met medische verzorging, wat met verblijf, voedselvoorziening, werk...brood, bed, bad? En vooral, wat Links vergeet: hoe gaan we voor deze mensen onze cultuur openstellen? Onderwijs dringt zich op.

Daarom heb ik wel bezwaren tegen de louter sociale en economische benadering want mensen zijn niet zo voorspelbaar, doch wel vatbaar voor de lokroep naar een paradijs te trekken. Niet omdat ze niets hebben, maar juist omdat ze in de falende staat waar ze zich geen burger van voelen of weten, geen toekomst zien, vertrekken zij. Oorlogen brengen vluchtelingen op de been, zoals tijdens WO I en WO II en nadien het geval was. Maar vandaag is de wereld veranderd en zelfs de conventies van Genève over politieke en andere vluchtelingen werken niet meer afdoende. Het debat over de notie politieke vluchteling, oorlogsvluchtelingen, kan vandaag niet meer afdoende de kwesties oplossen en bovendien, media, sociale media niet in het minst, maken het probleem niet enkel meer urgent, maar vooral zeer zichtbaar. Moet men dit toejuichen? Het is niet anders.

Het geloof in de mogelijkheden werkelijk een alomvattende oplossing te voorzien blijkt noch bij politici noch bij commentatoren bijzonder groot en toch legt men uit dat men iets moet doen, alleen kan men tegen de massaliteit niet opboksen. Daarom moet ik wel terugkomen op wat onder meer Lieve Joris aan de orde stelde: de democratische politieke orde botst op grenzen, maar we willen nog altijd geloven dat vrije en faire verkiezingen de volonté génerale weergeven, terwijl dat misschien niet het punt is. De volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen inwoners met zeer verschillende inzichten, al is iedereen op een aantal punten wel eensgezind, behalve, valt wel eens aan te merken als het gaat om de verantwoording van besloten beleid. Francis Fukuyama legt uit in zijn tweede essay over de oorsprong van de politieke orde dat we in Europa en de VS met enkele pijnpunten te maken hebben. Maar vooral gaat zijn aandacht uit, of beter, evenzeer naar landen die elke vorm van acceptabel bestuur ontberen. Failed States, noemt men die, maar er zijn momenteel zo te zien maar weinig instrumenten om de zaak aan te pakken. Bovendien dreigt men elke poging vanuit Europa om failed states als Somalië of Congo opnieuw op te bouwen als inmenging in binnelandse aangelegenheden af te wijzen. Zou men de VN daartoe willen machtigen, dan is duidelijk dat leden van de Veiligheidsraad hun vetorecht zullen inroepen, omdat ze bepaalde aspecten ervan als kritiek op hun eigen binnenlandse orde niet pikken.

Het Kamerdebat op 23 april 2015 over de kwestie liet zien dat men daar vooralsnog geen helder beeld van heeft kunnen vormen en dat dit inderdaad de mogelijkheden van een kleine staat als België te boven gaat. Wel hoor ik weinig intellectuelen deze gang van zaken goed belichten. Mensenrechten doen naleven kan maar als er een begin van staat is, maar ook, tot spijt van wie het benijdt als mensen zich verbonden weten met de staat. Het politiegeweld tegen een bevolkingsgroep in de VS laat dan weer zien hoe gemakkelijk men van spanningen onoverbrugbare polarisatie kan maken en ook dat is bedenkelijk.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten