Katarina Witt



Dezer dagen


Tegen geloof en bijgeloof
De kracht van een leven: over Katharina Witt

We zagen haar dansen, toen we zelf jong waren,
op het ijs en donkere dagen kleurden plots wet feller,
maar tegelijk kwamen er vermoedens op, die later
juist bleken. Maar het artikel in Knack of
over deze grande dame laat zien dat
we haar beleving van de dingen echt
niet konden vatten. 
Eerst wilde ik een brief schrijven aan de heer Maarten Boudry, dan een stukje fanmail richten aan Katharina Witt, maar vervolgens wilde ik het laten rusten, terwijl beide artikelen in Knack toch bleven knagen: Strijden tegen geloof en bijgeloof? Het kan nobel zijn, maar misschoen ook boter aan de galg. En het verhaal van een die 25 jaar na de val van de muur zegt dat ze het toen wellicht niet begreep maar dat ze zich haar vergissingen van toen wel vergeven kan, greep me wel aan.  Kan Maarten Boudry wel een paar punten scoren, toch blijft zijn strijd tegen geloof en bijgeloof, waarbij hij dogmatisch alles af lijkt te wijzen wat we niet kunnen bewijzen of wat niet rationeel te verklaren valt, niet alleen aandoenlijk, maar zelfs gênant. De rede zij geprezen, maar toch niet aanbeden?

Maar mag men van de rede wel een ding maken? Is de rede iets dat men kan vatten? Het is tegelijk de uitdrukking van ons bewustzijn, maar ook onze verhalen en dromen maken deel uit van dat bewustzijn. Kunnen denken en proberen goed te denken is van belang, zoals Coen Simon schrijft, maar soms vinden we geen woorden voor wat we in gedachten hebben, valt te vrezen, maar soms kan de rede zelf monsters doen ontwaken, zoals de afgelopen eeuwen is gebleken. Goya heb ik nu inderdaad in gedachten, maar als we denken aan de beroemde ets, dan zien we hoe na de oorlog Adorno bedacht dat de gaskamers het resultaat waren van de Verlichting en dus werd De Rede op het beklaagdenbankje gezet. 60 jaar later bleek het evenwel een foute aanname en diende men vooral irrationele neigingen, zoals nationalisme aan te wijzen als de oorzaak en de fout lag dus bij grenzeloos geborneerde zielen.

Mensen kunnen nadenken, maar emoties spelen ook een rol, zelfs bij hen die menen dat men politiek rationeel kan en moet bedrijven. Zou men dat nog kunnen aannemen,  dan wordt het toch wel een schrale karikatuur van de mens: emoties spelen een rol bij elk van ons en in de mate dat we die emoties en hun uitdrukking in ons gedrag kunnen laten werken zonder ons mee te laten slepen in (auto-)destructieve handelingen, kan het accepteren van onze emoties ons ook wel versterken. Let wel, men kan dan met de inzichten die Plato al te berde bracht, menen dat de rede hier de beste waakhond kan zijn, het gaat niet enkel om het sturen en bewaken, maar ook invullen met levenssappen waar het de rede aan ontbreekt, begaan met logische en andere abstracties als de rede zou zijn. Maar dan komen emoties en rede tegenover elkaar te staan en spreken we opnieuw van een ten diepste gespleten menselijk wezen en moeten we dat nog wel aanhouden?

Het communisme beriep zich uitdrukkelijk op een positivistisch wetenschappelijk en rationeel onderbouwd systeem, maar zonder de retoriek, zonder de emotionele lading die de revolutionairen aan hun strijd gaven voor rechtvaardigheid, was het geen succes geworden, want een tijdlang was het zeker succesvol. Maar wie in het systeem te leven had, zoals Katarina Witt het mocht beleven, hoe gepriviligeerd ze ook mocht leven toen haar talent en volharding gebleken waren, merkte in het Westen hoe er toch wel iets mis was, zeker als ze zelf deel werd van het regime. Dat regime was uiteraard paternalistisch, maar een dominee als Joachim Gauck kon zijn gemeente in een nieuwbouwstad wel degelijk inspireren, niet omdat hij al te vaak over de goede god sprak, maar omdat hij mensen die met allerlei vragen en pijnlijke kwesties worstelden, vertroosting wist te brengen en enig emotioneel comfort. In tijden waar mensen zonder proces werden vastgezet, omdat ze verkeerde grappen vertelden of de vrijheid zochten in het Westen, dan wel, zoals Wolf Bierman verbannen worden. Wolf Biermann trok merkwaardig genoeg als zeventienjarige naar de DDR, maar binnen een bestek van 10 jaar een criticus werd en uiteindelijk uitgeburgerd.

In de keuzes van Biermann en Witt zit kennis, inzicht en emoties, van loyauteit, rechtvaardigheid, maar het blijft natuurlijk merkwaardig dat Biermann, die vanuit Hamburg, waar zijn vader, een werknemer bij scheepsbouw wegens sabotage in 1943 was veroordeeld en terechtgesteld door de Nazi's naar de DDR trok en daar wellicht pas geleidelijk de foute ontwikkelingen door het Marxisme-Leninisme heen kon kijken, maar na de val van de muur, zo bleek, kon hij van een communisme met of zonder utopische grondstroom niets goed meer verwachten. Hier ontmoeten we geen theoretici en dogmatici, maar mensen die het leven hebben geleefd en met die ervaringen deden wat ze deden, Witt en Biermann.

Zegt Maarten Boudry interessante zaken over de Koran, dan nog is het nuttig te begrijpen dat hij de emotionele lading van geloof niet afdoende onderkent en vergeet dat de misvattingen die in kerken en kerkgenootschappen verspreid werden, vaak met macht te maken hadden. De constantijnse kerk zoals onder meer Jan Dumon het bekijkt, heeft van de kerk een staatsinstelling gemaakt die tijdens de middeleeuwen in Europa een machtsfactor werd die concurreerde met wereldse heren en hen vaak overvleugelde door betere administratieve vaardigheden. We hoeven die betekenis van de instelling niet uit het oog te verliezen, wel integendeel, maar kunnen daarom nog begrijpen dat mensen er een set van opvattingen op na houden dat ze deels thuis meekregen en vervolgens zelf min of meer bewust verder ontwikkelen, met of zonder God en gebod.

In de visie van Boudry is er geen verschil tussen geloof en bijgeloof mogelijk, want alles wat niet rationeel gegrond is, blijft uiteraard op ongewisse aannames berusten. Bijgeloof is evenwel nog altijd in die mate magisch terwijl het georganiseerde geloof door kerken verbreid, meestal tendeert naar een toenemende redelijke benadering en daardoor minder magisch. Uiteraard gelooft de goede katholiek in de transsubstantiatie maar verder dan wat gewijd water, gewijde olie voor zalving, gaat het niet, doorgaans. Oh ja, exorcisme? Kan wreed uitpakken.

Mijn kritiek geldt bepaalde aannames die de kerk als leer uitdraagt maar gaat terug op de vaststelling  dat vandaag ook de kerk in een tijdsbubbel is terecht gekomen, want hoewel men de RKK graag reactionair en antimodernistisch noemt, ziet men nog weinig ruimte binnen de kerk om de rijkdom aan debatten over bepaalde inzichten, onder meer de vrije wil en het oordeelsvermogen ter sprake te brengen want op dat vlak heeft men zich afgesloten van dat verleden. Het verdwijnen van het Latijn heeft ook het universele karakter verder doen afbrokkelen, maar het gebruik van de volkstaal leidde ook tot een vervlakking van de inzichten. Maar het is vooral omdat ik de kans kreeg de evolutie van die tradities te overzien - zonder altijd de details goed te kennen - dat ik het verhaal dat vele priesters uitdragen dezer dagen niet goed kan smaken. Met Mark de Kesel wil ik graag pleiten voor een streven absoluut modern te zijn, maar ik denk niet dat dit kan zonder wat er aan kennis en inzichten voorhanden is enigszins te kennen.

Veel brave mensen zeggen vandaag dat hen veel op de mouw is gespeld, wat ook klopt, maar wat men nagelaten heeft, in de parochies dan toch, is precies de diepere gronden van bepaalde inzichten mee te geven. Soms deden predikanten dat, maar doorgaans werd het, zeker na Vaticanum II een populistisch discours. Echter, de kritiek die onder anderen Maarten Boudry uiten aan het adres van de kerk snijdt dezer dagen geen hout meer, wel integendeel, want blijkt niet de afwezigheid of het verdoezelen, verbergen van God ook de kerk dezer dagen niet vreemd is. Katarina Witt laat daarentegen zien dat gewone/bijzondere mensen wel degelijk autonoom tot inzichten komen. Maar die inzichten blijken dan niet alleen de uitdrukking van een strikt logisch argumenteren, aanbrengen van de nodige data, het verbinden met de juiste formele logische diakritische tekens, maar gewoon hechten aan wat zij in het leven heeft ervaren en geleerd.

Men kankert graag op de brede media, want ze zouden ons al te vaak belazeren en soms kan men er niet omheen dat er aanleiding toe is dit aan te merken maar tegelijk zal men erkennen dat we met goede artikels en stukken wel een eind vooruit kunnen of er op een stil moment over nadenken. Maar dat denken gebeurt nog altijd door mensen met een emotionele lading, in omstandigheden die, ook al is men even stil en weg van de wereld, onze perceptie bepalen van wat er gaande is.

Ik vond het merkwaardig dat Knack in een en hetzelfde nummer Boudry aan het woord laat over zijn rationalisme en zijn kijk op zaken als geloof en bijgeloof enerzijds en anderzijds een grand lady van het ijsdansen, Katarina Witt laat vertellen hoe ze haar leven voor en na 1989 zag. Er is hier geen sprake van tegenspraak of onverzoenbaarheid, maar ik vond in het gesprek met Witt wel enkele zaken die toelaten het discours van Boudry te relativeren.

Natuurlijk schatten we kennis en goede argumentatie naar waarde, maar evenzeer menen we dat wie ervan uitgaat dat de mens, als die al bestaat, alleen maar uit is op overleven, zich voortplanten en optimalisatie van het genot, vergeet dat het menselijke bewustzijn een breder palet aan mogelijkheden open laat, die ons helpen er iets van te maken in deze wereld, aan het samenleven deel te hebben, er te staan en te flaneren. Daarbij zijn we inderdaad in hoge mate autonoom, of hopen we zo te kunnen leven en handelen. Maar tegelijk is het pas in de omgang met anderen, met de dingen ook die zijn, dat we die autonomie kunnen laten gelden. En ja, dan geloven dat wie op de rede vertrouwt  altijd tot rationele handelingen, uitspraken zou komen - uitspreken en handelingen die dus fataal identiek moeten uitpakken, wat aantoonbaar niet het geval is - lijkt mij een dwaling, want dat onze benaderingen emotioneel gekleurd zijn, kan men niet enkel als irrationeel voorstellen en verder kan men mij niet overtuigen dat die emotionele kleuring fataal tot een vermoeden van willekeur aanleiding moet geven. Anderzijds lijkt mij een volkomen determinisme van mensen niet te sporen met wat we kunnen waarnemen en vervolgens zou het ook nog eens zo zijn dat er niets onverwachts meer kon gebeuren, niet ten kwade, maar helaas ook niet ten goede.

Bart Haers





Reacties

Populaire berichten